Lucas is populairder dan Jeremia en de God van Jezus lijkt soms een ander dan de God van Mozes. Daarom wordt het Oude Testament nog weleens opzijgeschoven en krijgt het Nieuwe Testament voorrang. Onterecht, betoogt Alain Verheij. Een pleidooi voor de meerwaarde van de Hebreeuwse Bijbel in de kerk en de christelijke traditie.

TEKST EN BEELD ALAIN VERHEIJ

Toen ik afgelopen jaar op een christelijke bijeenkomst mocht vertellen over de schoonheid van de Bijbel, kreeg ik een vraag uit het publiek. Het was een vraag die ik als theoloog elke week wel gesteld krijg: ‘Hoe zit dat nou met al dat geweld in het Oude Testament? Wat moeten we daarmee als hedendaagse gelovigen?’. Mijn antwoord was te uitgebreid om hier te herhalen, maar het ging over de context van die oude Hebreeuwse verhalen. Dat ze in een andere tijd en plaats zijn ontstaan. Dat oorlog een alledaagse werkelijkheid was voor de schrijvers van veel van die verhalen, en dat het logisch is dat je dat terugvindt in hun geschriften.

‘Het Oude Testament geldt als ruw en ietsje ondergeschikt, want Jezus en het Nieuwe Testament zijn the real deal’

Terwijl ik mijn lange antwoord gaf, zag ik twee bekende evangelische theologen in het publiek steeds ongemakkelijker schuifelen op hun stoel. Naderhand gaven de beide mannen mij hun kritische feedback: ‘Waarom begon je niet over Jezus? Want het Oude Testament is inderdaad vaak gewelddadig, maar Jezus kwam juist liefde en geweldloosheid prediken. Dat was wat ons betreft het juiste antwoord geweest.’ Wat deze collega’s tegen mij zeiden was niet vreemd. In de volle breedte van het christendom zoals ik het ken, kom je deze houding tegen. Het Oude Testament geldt als ruw en ietsje ondergeschikt, want Jezus en het Nieuwe Testament zijn the real deal. Daar leer je God pas écht kennen.

Geen abonnee, toch lezen? Klik hier en koop de digitale editie van De Nieuwe Koers voor
€ 4,95 (vanaf 6 juli). 

De worsteling van christenen met het Oude Testament is al ontzettend oud. Een krappe eeuw na Jezus’ kruisiging begon de bisschopszoon Marcion van Sinope een campagne tegen de joodse geloofsverhalen. Hij betoogde dat de God van de Hebreeuwse Bijbel een heel andere God was dan de vader van Jezus. Deze schepper-god is wraakzuchtig, wettisch en aards en zijn karakter staat haaks op de vergevingsgezinde boodschap van Jezus. Daarom schrapte Marcion het Oude Testament uit zijn Bijbel. De gezuiverde canon die hij overhield, bevatte alleen een aangepaste versie van Lucas en een aantal brieven van Paulus. Daarmee meende hij de ware geest van Jezus bewaard te hebben.

Antisemitisch

Marcion verloor de ideeënstrijd en is op alle mogelijke manieren verketterd door de officiële kerkleiders. Toch is zijn gedachtegoed nooit helemaal uitgestorven. Als we een verhaal of samenleving ‘Oudtestamentisch’ noemen, bedoelen we ‘achterlijk’. Een gemiddelde dominee preekt liever over de Barmhartige Samaritaan dan over Ezechiël. Of lees de beruchte analyse van opper-atheïst Richard Dawkins in zijn boek God als misvatting. ‘De God van het Oude Testament is zo’n beetje het onaangenaamste personage dat de literatuur ooit heeft voortgebracht.’ Om hier later aan toe te voegen: ‘Het staat buiten kijf dat Jezus moreel gezien een hele verbetering is vergeleken met die wrede bruut van het Oude Testament’.

Opperrabbijn Jonathan Sacks confronteerde Dawkins in een debat met die harde woorden, en noemde ze tot diens schrik ‘diep antisemitisch’. Want het klinkt aardig, de breed gedragen consensus dat Jezus’ idealen hoger zijn dan de Hebreeuwse geloofsverhalen. Totdat je beseft dat je daarmee het jodendom eigenlijk een minderwaardige religie noemt. Je kleineert zo een compleet heilig boek van een wereldgodsdienst. Dit verwijt geldt niet alleen voor Richard Dawkins. Het geldt ook voor alle christenen die het Oude Testament in de praktijk een verouderd, achterhaald testament vinden.

‘Je kleineert zo een compleet heilig boek van een wereldgodsdienst’

Het ‘ontjoodsen’ van het christendom, zoals de oude Marcion dat al voorstelde, is niet alleen een gevoelige slag in de richting van joodse medemensen. Het is ook een belediging van Jezus zelf. Jezus wordt door velen gezien als de verlichte rabbi die het jodendom kwam upgraden tot een nieuwe religie. Maar zelf verwees hij voortdurend naar de Hebreeuwse Bijbel. Hij kwam naar eigen zeggen niet om de Wet en de Profeten af te schaffen – elke tittel of jota bleef voor hem van kracht. Wat wij verder ook van Jezus maken, hijzelf wilde begrepen worden in de context van zijn joodse identiteit.

Dit volledige artikel uitlezen? Klik hier en koop de digitale editie van De Nieuwe Koers voor
€ 4,95 (vanaf 6 juli). 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *