tekst Stefan Paas

Het recht op vrije meningsuiting (u weet wel: dat je per anonieme brief of tweet je naaste voor geitenneuker mag uitmaken) staat weer eens ernstig onder druk. Die indruk wordt althans gewekt na het incident met de Duitse komiek Jan Böhmermann die het nodig vond de Turkse president Erdogan in het openbaar te schofferen. Hij zal aangeklaagd worden wegens belediging van een bevriend staatshoofd. Het schijnt dat Böhmermann dit soort stunts vaker uitvoert. Volgens mensen die het weten kunnen, zitten daar diepe bedoelingen achter, maar ik blijf het een beetje gek vinden dat er volwassen mensen zijn die er hun werk van maken om anderen te kwetsen. Zoals onlangs weer onze fijnzinnige vrienden van Charlie Hebdo: uitgekeken op plaatjes van Mohammed in seksuele poses, hadden ze, daags na de aanslagen in Brussel, nu een tekst van de Belgische zanger Stromae over ‘papa, waar ben je?’ geplaatst bij een ontploffend lichaam. Elk lichaamsdeel had een tekstwolkje met ‘hier!’. Om te gieren, vooral als je bedenkt dat de zanger is geboren in Rwanda, waar zijn vader in stukken is gehakt tijdens Hutu-Tutsi-genocide.

Willen we voorkomen dat de uitoefening van het vrije woord een nihilistisch ritueel wordt, dan moeten we weer gaan praten over waarheid

Ik vraag me altijd af wat de kinderen van zulke grappenmakers op school antwoorden op de vraag wat hun vader doet. Is er eigenlijk een nuttelozer beroep denkbaar dan de hele dag proberen mensen boos te maken? Ik kan zo gauw even niets bedenken.

Omdat de vijfhonderdjarige herdenking van de Reformatie eraan komt, is het misschien goed om te bedenken waar vrije meningsuiting vandaan komt. Luther was het die bepleitte dat het Woord van God niet gebonden mocht worden. De waarheid moest onbelemmerd zijn gang kunnen gaan. Dit recht op vrije verkondiging werd in de volgende eeuwen uitgewerkt in de algehele vrijheid van het woord. John Stuart Mill, geen vriend van het christendom, heeft uiteindelijk prachtig beschreven waarom vrije meningsuiting belangrijk is: omdat waarheidsvinding gebaat is bij debat en juist onwelgevallige opinies – die van minderheden en profeten – waarheid kunnen bevatten.

Nu is het volgens mij prima mogelijk om bijvoorbeeld te zeggen dat de islam bedenkelijke kanten heeft, zonder je best te doen moslims op hun ziel te trappen. Maar eerlijk is eerlijk: het onvermijdelijke gevolg van vrije meningsuiting is dat beledigingen toegestaan zijn. Wie daarvan echter een ‘recht op belediging’ maakt zoals Ayaan Hirsi Ali indertijd, lijkt op iemand die zegt: ‘Autorijden is toegestaan en daarom is luchtvervuiling onvermijdelijk. Laten we ons dus wentelen in luchtvervuiling.’

Als ik Mill goed begrijp, betekent dit onbelemmerde kwetsen dat de zoektocht naar waarheid is opgegeven. Als er geen waarheid is, heeft vrijheid van meningsuiting geen doel meer. Willen we voorkomen dat de uitoefening van het vrije woord een nihilistisch ritueel wordt, dan moeten we weer gaan praten over waarheid – het soort waarheid waarvoor je de inzichten van anderen nodig hebt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *