tekst en beeld Tjerk de Reus

Altijd en overal zijn er complottheorieën. Als zo’n theorie furore maakt in de politiek, kunnen de effecten ook groot zijn. Populistische leiders spinnen er garen bij, legt Beatrice de Graaf uit. ‘Ze ontpoppen zich als ondernemers in angst en geweld.’  

Als je je verdiept in complottheorieën, val je al snel van het een in het ander. Van verdachtmakingen over de Hongaar George Soros, die een Joodse machtsgreep in Boedapest zou voorbereiden, tot de CIA die in 2001 de Twin Towers welbewust liet instorten. Voorbeelden te over. Maar je ontdekt ook dat je verder moet kijken dan alleen naar de politieke arena of naar de breinen waar complotten aan ontspruiten. Het effect van complottheorieën is ook te danken aan mensen die erin geloven. Zij helpen bijvoorbeeld politici in het zadel die beloven het échte, aanwijsbare kwaad te zullen oplossen.



“Je moet je realiseren: complottheorieën worden geloofd door mensen die vaak helemaal geen politiek-strategisch doel voor ogen hebben”, zegt Beatrice de Graaf, actief in het vakgebied ‘Internationale betrekkingen’. “Wel zijn zij vatbaar voor een complot: als verklaring van iets dreigends. Een complottheorie is voor hen zoiets als een coping mechanism, een manier om met stress en informatieonzekerheid om te gaan. De vatbaarheid voor complottheorieën heeft dus te maken met iets heel gewoons en herkenbaars: bezorgdheid. Maar die bezorgdheid kan omslaan in een geloof in een complottheorie, met zijn exacte en sterke waarheidsclaim – en als dát geloofd wordt, zitten we op een ander level. Zo’n complottheorie is de uitdrukking van een hermetisch gesloten wereldbeeld. Alleen als je erin gelooft, ken je de eigenlijke waarheid. Die waarheid is exclusief: als je er niet in gelooft, ben je blind, dan laat je je voorliegen door de media of door de politiek.”

De Graaf verwijst naar de Nederlandse expert Jan Willem van Prooijen, als het gaat om de psychologische aspecten van het complotdenken. Van Prooijen publiceerde in 2018 de studie The Psychology of Conspiracy Theories. “Het blijkt dat angst, frustratie en onzekerheid de voedingsbodem vormen voor complottheorieën, evenals woede”, zegt De Graaf. “Een complottheorie helpt je om deze emoties te kanaliseren. Om er, zogezegd, een plek aan te geven. Dat geeft rust. Hoe dit precies werkt? De denkstap die hier gezet wordt, noemen we externe attributie. Je besluit: het onheil is de schuld van die of die. Corona? Dat is een product van de Chinezen. Andere problemen: daarvan zijn de moslims de schuld. Of de Russen, zoals we in de Koude Oorlog vaak dachten.”

Lees het volledige artikel in De Nieuwe Koers. Of koop dit nummer online.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *