Home>Discussie>Hoe een klein clubje progressieven (zoals de genderlobbyisten) toch groots agendeert
gender-lobby

Hoe een klein clubje progressieven (zoals de genderlobbyisten) toch groots agendeert

Actuele maatschappelijke discussies over gender, voltooid leven en Zwarte Piet delen een opmerkelijke eigenschap. De kranten staan er bol van, maar de groepen die zich werkelijk om de thematiek bekommeren, lijken relatief klein. Wat verklaart hun succes?

tekst Henri Beunders

Hoe kan het dat de overheid, de NS en Schiphol het ineens niet meer over beste dames en heren hebben, maar over beste mensen, of beste reizigers? En dat hele stations moeten worden voorzien van genderneutrale wc’s, terwijl misschien één promille van de Nederlandse bevolking, of zelfs maar een fractie hiervan ‘in transitie’ is van het ene geslacht in het andere? Hetzelfde, zou men denken, geldt voor de discussie over Zwarte Piet. Hoe krijgt een clubje grachtengordelbewoners het voor elkaar dat het knechtje van de Sint in een roetpiet transformeert? En nog iets: over de omvang van het aantal mensen dat zijn leven voltooid acht is maar heel weinig bekend. Volgens onderzoeker Els van Wijngaarden is het aannemelijk dat het maar om een kleine groep mensen gaat. Toch vormt de thematiek het heikelste punt in de formatie en bouwt minister Schippers aan een voltooidlevenwet. Hoe is het mogelijk?

Ban de bom

Kleine groepen mensen zijn soms tot grote dingen in staat, zo blijkt. De vraag hoe je je als samenleving of individu tot die ontwikkelingen, discussies en meningen kunt en moet verhouden, is altijd weer interessant. Om er wat zicht op te krijgen, kan het geen kwaad te zoeken naar een paar historische en sociologische patronen achter het retorische geweld van de progressieve voorhoede.
Eén van de vragen die kan worden gesteld, is bijvoorbeeld: kennen dit soort acties een vergelijkbaar verloop en boeken ze dezelfde mate van succes? Het antwoord luidt zoals wel vaker: ja en nee. Er zijn verschillen en overeenkomsten, en het succes staat niet bij voorbaat vast. Wat dat laatste betreft, soms valt dat zelfs vies tegen. Ondanks alle pacifistische ‘Ban de Bom’-acties in de zestiger jaren bijvoorbeeld heeft de wereld sinds 1945 één periode meegemaakt dat er nergens oorlog was, en die periode duurde drie weken. Ander voorbeeld: Duitsland is, na de catastrofale kernramp van Fukushima in 2011, het enige land dat ‘Kernenergie, nein Danke’ gaat zeggen. Een verbod op het dragen van bont is, ondanks een halve eeuw Greenpeace-acties, niet in zicht. Sterker, bont dragen is weer populair. Daarentegen lijken acties tegen roken en vuurwerk na veel decennia nu een onomkeerbaar succes te hebben.

Een verbod op het dragen van bont is, ondanks een halve eeuw Greenpeace-acties, niet in zicht

Er is niet één route die de kruisridders voor verandering altijd succes belooft. Daarvoor zijn sociale bewegingen te zeer onderdeel van de brede historische maatschappelijke ontwikkelingen. Maar één omstandigheid is altijd onmisbaar, willen actievoerders überhaupt succes kunnen verwachten: de autoriteiten moeten bepaalde vormen van protest toestaan, en niet verbieden of neerknuppelen zoals in autoritaire landen als Rusland en China gebeurt. Historisch bezien lijkt het erop dat in Europa en Amerika eerst nieuwe groepen – burgers – machtiger werden en tegenover de feodale vorsten hun positie opeisten. De acties die daarvoor werden gevoerd, veroorzaakten een soort olievlekwerking van bewegingen die ook emancipatie voor zichzelf nastreefden; denk aan arbeiders of vrouwen. Wat ook gebeurde, was dat die acties het hele land een ander karakter wilden geven; het moest humanitairder, zedelijker, of juist militanter en agressiever, zoals na 1918 in Duitsland en Italië.

De Nieuwe Koers een keer proberen? Download hier de PDF-editie voor € 4,95 of sluit een (proef)abonnement af.

Wie de potentiële dynamiek van een maatschappelijk debat wil inschatten, kan het beste in het hart van zo’n actie kijken om vervolgens drie stappen terug te doen. Zo opent zich de mogelijkheid het geheel van de lokale, nationale en zelfs wereldwijde geestelijke ontwikkelingen te bezien. En alleen dan kun je zien of het linkse geweld tijdens de G20 afgelopen zomer in Hamburg of het augustusgeweld tussen links en rechts in Charlottesville ongelukkige incidenten zijn, of misschien wel de voorbode van burgeroorlogen. Alleen dan ook kun je zien hoe succesvol de activisten in actuele maatschappelijke debatten rond identiteit, racisme en individuele autonomie kunnen worden.

Charles Tilly

De sociale bewegingen, die rond 1750 begonnen met de strijd tegen de slavernij, hebben sindsdien drie overlappende elementen gemeen. Deze ontleen ik aan de Amerikaanse wetenschapper Charles Tilly (1929-2008). Het eerste element is de langdurige, georganiseerde publieke poging om claims te leggen bij autoriteiten (regeringen, bedrijven, instellingen): de campagne. Het tweede element is het combineren van allerlei vormen van politieke actie: stichtingen, bijeenkomsten, processies, demonstraties, petities, media: het repertoire van de actievoerders. Het laatste element is wat Tilly het ‘WUNC’-gedrag in het openbaar noemt: ‘worthiness, unity, numbers and commitment’. Gewelddadige relschoppers à la Hamburg ontbeerden dat eerste: waardigheid. De vooral zwarte betogers die in 1963 in Washington naar Martin-Luther King’s ‘I have a dream’-speech luisterden, hadden die waardigheid wél. Net als al die stille tochten van de afgelopen decennia ook waardigheid kenden: nette kleding, onder de demonstranten ook dominees, kinderen en rolstoelen, zingend demonstreren bij slecht weer, hoofdband om of plakkaat in de hand, slechts lijdzaam verzet bij politie-ingrijpen. Dit werd standaard waardig demonstratiegedrag.

Maar ook het waardigste demonstratiegedrag staat niet garant voor het succes van een beweging. De boodschap moet wel aanslaan, bij delen van de bevolking, en uiteindelijk ook bij delen van de organisatie die het mikpunt is van de acties. De acties moeten ‘een snaar raken’. In hoeverre dat lukt, hangt af van zowel zeer individuele factoren – het ‘gezicht van de actie’ – als van de voor het oog onzichtbare onderstroom van gevoelens in delen van een samenleving, of de natie als geheel.

Neem de man die in hetzelfde jaar 1963 in Nederland begon als ‘anti-rookdokter’: dr. Lenze Meinsma (1923-2008). Vaak was hij als directeur van het Wilhelmina Kanker Fonds op radio en tv, maar hij werd weggelachen. Zanger Frans Halsema (1939-1984) zong een badinerend lied over de man met zijn ‘onemanshow’. In Nederland werd het pas in 2008 verboden om in horeca en openbare gebouwen te roken, bijna een halve eeuw later. Wat Martin Luther King daarentegen betreft, zijn ‘beweging’ had het een stuk beter voor elkaar. In de VS werd in 1964, een jaar na de beroemde toespraak dus, de Civil Rights Act aangenomen die de zwarten volledige burgerrechten gaf.

Anti-rookdoktor Lenze Meinsma werd op radio en tv weggelachen

Succes van de morele kruisridders hangt sterk af van de vraag of groepen in de bevolking de eisen overnemen in hun poging zichzelf te emanciperen. De strijd tegen de slavernij duurde een eeuw, en werd lang gedragen door de opkomende industriële middenstand in Engeland. Hiermee trachtte men te bewijzen dat zij ‘de natie’ beter vertegenwoordigde dan de moreel falende heersende feodale klasse van plantage-eigenaren en handelaren. Dat de industriëlen van het type serviesproducent Wedgwood zelf hun arbeiders nog slechter behandelden dan de slaven in Amerika, doet er hierbij niet toe. Wel dat de arbeiders uiteindelijk óók de petities begonnen te tekenen. In hún emancipatie wilden zij vergeleken worden met slaven.
De actievoerders voor afschaffing van Zwarte Piet eisen in wezen een plaats voor henzelf op het nationale podium op. Waarom is deze actie van zo weinig activisten toch zo succesvol? Een aantal onzichtbare factoren speelt hierbij een rol. Denk aan het nationale zelfbeeld, het verlangde karakter van de natie en de nationale eer. Ook een belangrijke factor: leeft de natie in voorspoed of in tegenspoed? In tijden van economische crisis, burgeroorlog of internationale conflicten hebben de mensen wel wat beters te doen – overleven bijvoorbeeld – dan zich druk maken over een publiek kinderfeestje.

Bierdrinkende katholieken

De periode rond 1900 is voor de factor ‘eer van de natie’ leerzaam. Na de afschaffing van de slavernij en de Burgeroorlog (1861-1865) waren de Amerikanen het over de grote zaken wel eens: kapitalisme, republiek, grondwet. De enorme immigratie uit Europa van ook veel bierdrinkende katholieken maakte de protestantse elites zenuwachtig. Zo kreeg de strijd van vasthoudende vrouwen tegen de kroeg en alcohol, het abolitionisme, steeds meer aanhang, tot in 1919 alcohol in het hele land bij wet verboden werd. Het ging dus deep down om de vraag: welke natie willen wij zijn? En wie bepaalt dit? Dat een van de gevolgen van De Drooglegging de opkomst van de maffia was, dat deed er niet toe. Kruisridders denken alleen aan verovering of herovering, niet wat er daarna moet of kan gebeuren.

Kruisridders denken alleen aan verovering of herovering, niet wat er daarna moet of kan gebeuren

De strijd tegen alcohol hing dus samen met het gewenste zelfbeeld van Amerika, en met de vraag wie de Leitkultur bepaalden. Het gaat vaak ook om nationale eer. De Britten vonden zichzelf eind 18e eeuw superieur aan die afvallige Amerikaanse kolonie omdat zij thuis géén slavernij hadden. In het succes van de strijd tegen tabak speelt nationale eer ook een rol. De snelheid waarmee deze eeuw de rookverboden overal ter wereld werden doorgevoerd, had alles te maken met de globalisering, én met de Olympische Spelen. Elke luchthaven wilde net zo schoon zijn als die in het buitenland, zeker als in voorbeeldland Amerika. Voor de Olympische Spelen in 2008 in Peking vaardigde China subiet een verbod af op roken, en ook op het ‘onbeschaafde spugen’.

De Nieuwe Koers een keer proberen? Download hier de PDF-editie voor € 4,95 of sluit een (proef)abonnement af.

Speelt in Nederland die nationale eer ook? Wis en waarachtig. Neem het vuurwerk met oudjaar, dat nu ook de politie wil verbieden. Naast factoren als milieuvervuiling, angstige dieren en kans op oogletsel en rellen, loopt deze toch typisch Nederlandse traditie op zijn eind omdat in de VS, en elders, de gemeente een siervuurwerk organiseert. Wij zijn dus primitief, zeggen de vuurwerkverbieders. Het succes van de strijd tegen Zwarte Piet kent een soortgelijke dynamiek: het hulpje van de Sint moet wijken omdat men in het buitenland, lees: Amerika, de beste man racistisch vindt. En aan de universiteiten werken intussen veel mensen uit Amerika en andere landen die deze folklore te bizar voor woorden vinden, ook al gingen hun ouders nog enthousiast naar de white minstrel shows, waar de spot werd gedreven met Afro-Amerikanen.

Zelfbeklag

De Zwarte Piet-discussie en de genderneutrale taal- en toilettenlobby zijn vooral een gevolg van de dominante ‘zedelijkheid’ in heel het seculariserende Westen: die van het slachtoffer. In onze turbokapitalistische cultuur die maar één maatstaf kent – uiterlijk succes – grijpen steeds meer mensen naar het excuus dat zij ergens slachtoffer van zijn. Discriminatie bijvoorbeeld. Dit soms terechte zelfbeklag is de keerzijde van de droom van de burger van nu: de ‘individuele autonomie’. De voorstanders van de pil van Dijkstra bij een ‘voltooid leven’ willen dat Nederlanders juist wél weer een gidsland is voor de hele wereld: iedereen moet ‘de eer aan zichzelf’ kunnen houden.
In de meeste sociale bewegingen die succes hebben, gaat het dus om emancipatie, erkenning en eer. Aangezien de behoefte aan emancipatie en erkenning moeilijk te bestrijden is, kunnen burgers die de geweldloos verbreide opvattingen van actievoerders willen bestrijden daarom misschien het beste de eer aanvoeren. Kraken is oneervol voor pandeigenaren, zomaar euthanasie plegen is oneervol voor ‘de waardigheid van de mens’, en ga zo maar door. Maar om succesvol tegen de opkomende ‘tijdgeest’ in te gaan, is veel en langdurig creatief campagnevoeren nodig. De neoliberalen en evangelicals in Amerika laten zien dat succes dan niet uitgesloten is. Want, het kan verkeren, zoals onze dichter Bredero ooit zei.

De auteur is hoogleraar Ontwikkelingen in de Publieke Opinie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *