Home>Film>Vermaak of Verzoeking

Vermaak of Verzoeking

Hoed u voor de film. Het is vergif voor de ziel, een afgod van deze tijd, een strik van satan. Althans, zo denken de bevindelijk gereformeerden er vanouds over. Bioscoopbezoek en tv-bezit zijn voor velen nog altijd uit den boze. Desondanks kijkt ruim negentig procent van de reformatorische jongeren regelmatig films of tv-series. Hoe verenigen zij dat met de bevindelijk gereformeerde levensbeschouwing? VU-student Martijn den Hollander deed onderzoek.

Het kijken naar films en tv-series is niet vanzelfsprekend verenigbaar met de bevindelijk gereformeerde religieuze waarheden en praktijken. Deze omvatten namelijk een aantal fundamentele theologische bezwaren tegen de film. De film wordt principieel afgewezen vanwege grote moeite met beeld, drama, amusement, illusionisme en erotiek. Hoe denken reformatorische jongeren over deze bezwaren?

Uit het onderzoek zijn vier conclusies te trekken.

1. Twee belangrijke aspecten van de mijdende kerkelijke houding tegenover de film worden door reformatorische jongeren overgenomen.

Het betreft de moeite met amusement en erotiek. Ontspanning is goed, maar mag geen doel in zichzelf zijn. Refojongeren zien het kijken naar een film of tv-serie als een tamelijk nutteloze bezigheid. Vermaak en zin liggen voor hen ver uit elkaar. Bovendien komen in veel films dingen voor die zij eigenlijk niet willen zien. Onbekommerd kijken naar een seksscène en daar ook nog plezier aan beleven, is onmogelijk te verenigen met de bevindelijk gereformeerde levensbeschouwing. Toch heeft de een meer moeite met erotiek in films dan de ander. Voor een enkeling is bij een kus de grens al bereikt, terwijl anderen bij een seksscène een oogje dichtknijpen.

 

2. De genoemde aspecten van de mijdende houding – moeite met amusement en erotiek – zijn voor refojongeren weliswaar zwaarwegend, maar ze worden door hen niet verabsoluteerd.

Het zien van erotische beelden en het doorbrengen van tijd met amusement is in hun ogen niet dermate verwerpelijk dat het ten koste van alles vermeden moet worden. Dat in veel films prikkelende beelden voorkomen is zeker een reden voor terughoudendheid, maar niet voor volledige mijding.

Hetzelfde geldt voor het amusementsaspect: dat het niet goed is om een hele avond achter een scherm te hangen, betekent nog niet dat het kijken naar films en tv-series per definitie onverantwoord is. Hiermee distantiëren de reformatorische jongeren zich van de mijdende opstelling, al doen zij dat wellicht niet bewust. Mijding houdt in: de rok haten die van het vlees besmet is.

 

3. De overige fundamentele theologische bezwaren tegen de film leven nauwelijks bij de reformatorische jeugd. Het betreft de moeite met beeld, illusionisme en drama. De bezwaren tegen de beeldcultuur en tegen een schijnwereld worden nog wel herkend, maar met het argument dat toneel in strijd zou zijn met het negende gebod kunnen de jongeren niets. Toneelspel wordt door hen niet als iets problematisch ervaren.

 

4. In de discussie rond mediagebruik heeft de kerk bij de jongeren niet (meer) het laatste woord. De tijd dat de opvatting van een dominee het einde van alle tegenspraak was, is ook in bevindelijk gereformeerde kring voorbij. De jongeren kunnen goed begrijpen dat de kerk bezorgd is, maar zij vinden het vervelend om steeds gekapitteld te worden. Zij hebben er moeite mee als de kerk voorschrijft wat op het gebied van mediagebruik – los van de afwijzing van tv, waaraan zij gewend zijn – wel en niet geoorloofd is. De jongeren willen de vrijheid hebben om daarin zelf keuzes te maken. Zij gunnen die ruimte ook aan anderen, wat niet betekent dat ze het met ieders (kijk)gedrag eens zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *