Je vindt weinig symboliek in het werk van Henk Helmantel. “De schepping heeft op zich al zoveel geheimen. ‘Des Heren is de aarde en haar volheid.’ Daar hoef ik niets diepzinnigs aan toe te voegen.”

tekst Jurgen Tiekstra beeld Corné Sparidaens

Toen Henk Helmantel zestien jaar was, leende hij de Solex van zijn vader en reed hij van Noord-Groningen naar Gent. In de Vlaamse stad stapte hij over de drempel van de Sint-Baafskathedraal en liep hij naar de Vijdkapel waar het monumentale vijftiende-eeuwse altaarstuk Het Lam Gods hing. De hele dag zat en stond de jonge Groninger naar het meesterwerk uit 1432 van de gebroeders Van Eyck te kijken. Elk halfuur sloot en opende een suppoost de luiken van het olieverfschilderij. Slechts één keer die dag verliet Helmantel de koele binnenruimtes van de kerk om zich buiten in de zon te warmen en een boterham te eten. Daarna posteerde hij zich weer voor het befaamde veelluik.

“Ik keek naar de ongelooflijke intensiteit”, vertelt hij. “Naar de kleurbehandeling, de stofuitdrukking, de compositie, de expressie van de mensen erop. Onvoorstelbaar. Onvoorstelbaar. En naar de boodschap. Daar had ik toen nog wat minder kijk op, hoor. Maar Het Lam Gods is één stuk evangelie.”

Helmantel is inmiddels 71 jaar oud. Hij zit in het atelier in zijn woonhuis – een eigenhandig door hem herbouwde middeleeuwse pastorie in het hart van Westeremden. In dit dorp, met nog geen vijfhonderd inwoners, werd hij in 1945 geboren in een kwekersgezin. Hij zit nog elke zondag in de kerk waar hij destijds gedoopt werd: een in de Amsterdamse Stijl gebouwd godshuis even verderop.

“Misschien is het mijn taak te wijzen op aspecten die ook weleens ondergesneeuwd raken: dat er nog steeds schoonheid en harmonie is”

Als klein kind al was hij begiftigd met een opvallend tekentalent. En zelf raakte hij al jong vervuld door de scheppingskracht van potlood of penseel op papier. “Ik had een grote honger om iets te maken van de werkelijkheid om mij heen: ik zette al een stilleven op, ik zat uit het raam te kijken, ik maakte een landschap, een portret. Ik heb me ook altijd sterk verbonden gevoeld met de Bijbel, waarmee ik ben opgegroeid. Dus ik probeerde een portret te maken van David, of een apostel. Dat was dan sterk verwant aan de klassieke schilderkunst, zoals Rembrandt of Rubens dat deed. Op mijn elfde of twaalfde begon dat al heel nadrukkelijk.”

Rothko

Anno 2016, na vijftig jaar kunstenaarschap, is Helmantel een klinkende naam. Hij staat voor zeventiende-eeuws ogende stillevens en kerkinterieurs, die met een verbazingwekkende precisie zijn geschilderd. Maar bij nadere bestudering blijkt Helmantel duidelijk beïnvloed door de moderne schilderkunst, waaronder de geabstraheerde kleurvlakken van de door hem bewonderde Piet Mondriaan. Met Helmantel is het behalve over Rembrandt en Vermeer ook goed praten over de Franse impressionisten, over Vincent van Gogh, Karel Appel of Mark Rothko.

“Ik ben een ongelooflijke kijker”, vertelt hij. “Ik ben nooit zomaar ergens. Altijd ben ik aan het kijken: naar die boerderij, naar die boom, naar de slingering van die weg, naar de lucht. Als ik zondagmiddag door de tuin loop, of ’s morgens vroeg, als het licht heel anders is, dan loop ik misschien al voor de duizendste keer door diezelfde tuin. Maar iedere keer kijk ik intens. Naar de compositie. Naar een boom; groeit die goed, of zit er dood hout in? Of: wat zijn die kloostermoppen toch mooi aan de buitenkant van ons huis. Dat blijft mij maar bezighouden.”

“Ik overdrijf niet als ik zeg dat ik wel honderd keer in het Rijksmuseum geweest ben. Maar iedere keer sta ik weer naar Het Joodse Bruidje van Rembrandt te kijken, naar de asperges van Adriaen Coorte, naar De lezende Vrouw en Het Straatje van Vermeer, naar een kerkinterieur van Saenredam. Dat zijn schilderijen die mij al tientallen jaren fascineren, en iedere keer wil ik dat weer opnieuw beleven.”

In zijn atelier leunt een metershoog schilderij tegen de muur, van het weidse interieur van de Pieterskerk in Utrecht. Links tegen een kast is een stilleven met kweeperen gezet. Aan de muur hangt een bescheiden schilderij met daarop tweeduizend jaar oud Romeins glaswerk, waarvan Helmantel en zijn vrouw overigens verzamelaar zijn. Op de grond een klein stilleven dat nog in het beginstadium verkeert: een handjevol tuinbonen. Rechts in de hoek van de kamer staat een hoog bruinhouten tafeltje waarover een ivoorkleurig doek is gedrapeerd. Daarop liggen wormstekige peren, knoflookbollen, een opengebarsten brood, een schaal met rode uien, en er staat een donkere bokaal. Met dit sobere tafereeltje – zorgvuldig gerangschikt, in zijn eeuwige zoektocht naar harmonie – is Helmantel nu bezig. Het licht komt van rechts, uit een vensterraam. Het is licht uit het noorden – het mooiste en meest constante dat Helmantel kent. In al zijn stillevens komt die lichtinval terug.

Symboliek

“Er zit heel weinig symboliek in mijn werk”, zegt de schilder. “De schepping op zich draagt al zo veel geheimen in zich dat ik daar niet noodzakelijkerwijs iets diepzinnigs aan hoef toe te voegen, door met symboliek te wijzen op welke plek God daarin heeft. De schepping is al een loflied ter ere van God. Zoals je dat in Psalm 24 tegenkomt: ‘Des Heren is de aarde en haar volheid.’ Die ene zin verwoordt wat ik heel diep vanbinnen voel.”

Hij is qua religieuze overtuiging van de orthodoxe snit, zegt hij zonder omwegen. “Daar heb ik goede redenen voor.” Als gereformeerde groeide hij op. Inmiddels is zijn kerk deel van de Protestantse Kerk Nederland (PKN), maar in de praktijk is niks veranderd, omdat de hervormden zich bij een kerk in het naburig dorp Zeerijp hebben gevoegd. Kortgeleden las hij een afscheidsinterview met Arjan Plaisier, de vertrekkende scriba van de PKN. Hij beklemtoonde het belang van het geloof in ‘de opgestane Christus’. “Toen dacht ik: jij bent mijn man. Jij gaat voor de dingen waar het echt omgaat. Met vrijzinnigheid kan ik helemaal niks. Ik vind het vaak heel interessante mensen, die vrijzinnigen. En ik neem er ook graag kennis van, want je moet weten hoe die mensen denken. Maar ik kan er niet mee uit de voeten.”

“De dingen die iets meegemaakt hebben, worden voor mij altijd mooier.”

Hoe zouden zijn schilderijen eruitzien als hij niet meer zou kunnen geloven? “Daar ben ik zelf ook benieuwd naar. Ja, kijk, die vraag kan ik moeilijk beantwoorden, want het is niet zo. Wat ik wel opvallend vind, is dat ik nogal eens hoor van mensen die mijn werk bekijken: ‘je voelt gewoon dat hier een religieuze dimensie in zit, zonder dat die direct benoemd wordt’. Het zit hem vooral in dat diepe respect voor de schepping. Nou is het ook weleens zo dat mensen mij verwijten dat ik niet refereer aan mijn eigen tijd. Dan zeggen ze: ‘Jij schept een prachtige wereld van harmonie en rust, maar de wereld is goed van slag.’ Altijd al geweest trouwens, hoor. Maar nu zeker ook. En dan zeggen ze: ‘Daar reageer jij helemaal niet op.’ Ja, dat is ook zo. Maar dan zeg ik op mijn beurt: als er kunstenaars zijn die dáár iets mee kunnen, doe dat vooral. Misschien is het mijn taak te wijzen op aspecten die ook weleens ondergesneeuwd raken: dat er nog steeds schoonheid en harmonie is. Je zou het ook kunnen uitleggen als een protest tegen alle dingen die niet deugen. Mensen, let op: dit bestaat ook.”

“Ja, ach”, herneemt Helmantel zich: “Ik doe wat bij mij past.” Want los van alles is de kalmte en harmonie in zijn werk ook een kwestie van inborst. “Dat denk ik, ja. Het schijnt dat ik nogal een evenwichtig figuur ben, die zich niet snel van de wijs laat brengen. Ik heb mijzelf aardig onder controle, al zeg ik het zelf.”

Overigens ademen zijn schilderijen ook de streek waarin hij is opgegroeid en waaruit hij nooit vertrekken zal: het Groningse Hogeland. “Wij hebben hier een heel klaar landschap, heel helder, niet echt gezellig. Het is geen Drenthe hier. Dit is Gróningen: weidse uitzichten, heldere lijnen, de dorpen kun je in de verte al zien liggen. Die klare taal komt op één of andere manier terug in mijn werk.”

Estheet

Helmantel leidt de weg door het museum dat hij aan huis heeft. Sinds Hemelvaartsdag is het weer voor publiek geopend. De sobere stenen ruimtes, met matwitte muren en donkere plafondbalken, hangen dit keer vol met eigen schilderijen. Waaronder veel nieuw werk. In een kleine zijruimte hangen drie panelen met op elk de beeltenis van een Middeleeuws sacramentshuisje. Hij trof ze aan in de kerken op het Zweedse eiland Gotland in de Oostzee. Het zijn kastjes die daar nog steeds aan de verweerde kerkmuren hangen, bedoeld om alles voor de eucharistie in op te bergen. De aanblik van de sacramentshuisjes ontroerde hem, vertelt hij: de mensenhanden die ze lang geleden gemaakt hebben, het verfijnde ijzerwerk, de eenvoudige houten deurtjes vol robuust karakter.

Hij noemt zichzelf ten diepste een ‘estheet’. Hij is geen theoloog, historicus of theoreticus van zijn eigen werk. Het is heel simpel: als iets zijn pas doet inhouden, dan moet dat naar olieverf vertaald worden. Het is een innerlijke drang die hij al in zich droeg toen hij zijn ouders nog in de kwekerij moest helpen. Alles kan zijn oog trekken. Helmantel heeft zelfs ooit kartonnen dozen vereeuwigd.

“De dingen die iets meegemaakt hebben, worden voor mij altijd mooier. Bijvoorbeeld: jaren geleden moest hier gewerkt worden in verband met de herbouw van ons huis. De aanlegger van de verwarming had een notitieboekje bij zich: hélemaal versleten, okerachtig oranje van kleur aan de buitenkant. Zó mooi. Hij stond op het punt het weg te doen. Ik vroeg hem: mag ik dat boekje hebben? Ik heb het daarna een paar keer geschilderd. Maar een aardappelschilbak die vandaag gekocht wordt en volgend jaar de sporen van gebruik draagt; dat boeit mij evenzeer.”

Zelfs de verschijning van mensen, ook al komen ze nooit voor in zijn schilderijen, trekt zijn oog. “Dat geldt vooral voor vrouwen, dat ik af en toe denk: tjongjonge, wat schilderachtig. Ik was een keer in het Van Gogh-museum, waar een Japanse dame naar een schilderij keek: ze had een soort mantelpakje aan, heel geraffineerd, met een paraplu. Fan-tas-tisch. Ik dacht: ‘Já. Een schilderij.’ Dat overkomt mij vaak.”

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *