Bert Wiersema, vader van vier kinderen en kinderboekenauteur, verloor drie jaar geleden zijn 31-jarige dochter aan borstkanker. Begin dit jaar werd bij hemzelf beenmergkanker geconstateerd, in een vergevorderd stadium. “Ik denk dat de duivel een pesthekel aan mij heeft. Dat troost me.”

Bert (61): “Ik heb de ziekte van Kahler, beenmergkanker. In een agressieve vorm. Je skelet wordt weggevreten. Het kan nog een paar jaar duren, maar uiteindelijk gaat de ziekte het winnen. Ik krijg m’n sokken zelf niet eens aan, dus ik word vertroeteld als een baby. Fantastisch. Maar stel nu dat mijn vrouw Nelie over tien jaar ook zo ziek wordt, wie verzorgt háár dan? Dat houdt me bezig. Toch weet ik: God zorgt, altijd. En ze is een sterke vrouw, maar zoals ze zelf zegt: de sjeu is er dan wel af. We hebben het gewoon hartstikke goed samen, veel gelukkiger dan wij kun je niet worden. En nu we op het punt staan elkaar kwijt te raken, wordt dat alleen maar waardevoller. You don’t miss your water ‘till your well runs dry, hè.”

“Als we naar bed gaan, hebben we de gewoonte nog even een serie te kijken. Dan liggen we lekker tegen elkaar aan en dat geeft een dubbel gevoel; wat heerlijk, maar ook: dit kan straks niet meer. Soms komt de waarom-vraag dan op, maar die heeft gelukkig niet de overhand. Vroeger, tijdens catechisatie, moesten we de catechismus uit ons hoofd leren en ging de halve les op aan spiekbriefjes onder tafel doorgeven, maar ik ben toch blij dat ik de eerste Zondag uit mijn hoofd heb geleerd: dat je het eigendom bent van Jezus Christus en dat zijn plan met jou vaststaat, dat het goed komt. Die wetenschap stijgt overal boven uit. Als God alles in de hand heeft, zijn je waarom-vragen niet meer belangrijk. Ik vraag me nog steeds af waarom mijn dochter jong moest sterven, maar ik denk niet dat ik daar straks boven nog mee zit. 

Zelf heb ik dan ook geen angst voor de dood, al heb ik afgelopen jaar meerdere keren op het randje gelegen. Toen ik voor een openhartoperatie zo’n kapje op m’n mond kreeg, dacht ik: als ik straks wakker word, zie ik Jezus staan, óf ik zie allemaal toeters en slangen aan m’n bed hangen. Gek genoeg had ik toen nog wel even zin in die toeters en slangen. Het lijkt me geweldig om in de hemel te zijn, maar ik heb hier op aarde nog zo ontzettend veel om voor te leven …

Dit is dertig procent van het artikel. Koop deze editie online. Of profiteer van een uniek aanbod. En lees De Nieuwe Koers 4 maanden voor maar 8 euro.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *