Het kleden van de naakten; wat betekent dat in 2020? De Nieuwe Koers bracht een bezoek aan wat ‘de goedkoopste prostitutiestraat van Nederland’ wordt genoemd. In gesprek met Deborah. ‘Ik durfde niet naar de kerk, bang als ik was om klanten tegen te komen.’ 

tekst Sjoerd Wielenga

Ze noemt haar naam, maar we spreken af dat ze een schuilnaam krijgt. Het maakt haar niet uit welke, zolang het maar niet haar voormalige werknaam is. Ze wil niet dat het interview wordt opgenomen. 

Laten we haar Deborah noemen, naar de wijze en stoere vrouw uit de Bijbel. Want wijs en stoer is de jonge vrouw die ik in het kantoor van christelijke organisatie De Haven ontmoet. Haar maatschappelijk werkster Mariska Koolhaas zit bij het gesprek. 

Deborah, begin twintig, werkte drie jaar in het sekscircuit in Den Haag. Haar leven is een aaneenschakeling van traumatische ervaringen. Als kleuter werd ze misbruikt (“Achteraf weet ik dat het niet normaal is dat je op die leeftijd leert pijpen”) en enkele jaren later mishandelde en misbruikte een bekende van het gezin haar. Bovendien overleed haar vader toen zij nog maar heel jong was. “Ik weet zeker dat als hij was blijven leven – en een goede vader was geweest – mijn leven heel anders was gelopen.”

Als tiener werd ze slachtoffer van een loverboy. “Dat was een oudere jongen, tegen wie ik opkeek en die een soort vaderfiguur voor me was. Maar uiteindelijk verkrachtte hij me.” 
Loverboys zijn jongens die kwetsbare meisjes complimenten en cadeaus geven en zo zorgen dat ze verliefd op hen worden. Vervolgens worden deze meiden afhankelijk van hun ‘vriendje’. Op geraffineerde wijze worden ze daarna in de prostitutie gelokt. 

Na een relatie met een gewelddadige vriend met wie ze samenwoonde (“De politie kwam regelmatig langs”), verhuisde Deborah naar een huis met hoge kosten. Geld had ze niet, maar ze wist wel hoe ze snel veel geld kon verdienen. Op internet vond ze een bordeel, ze stuurde een mailtje en mocht dezelfde dag langskomen om, zegt ze, gekeurd te worden. “Ik ben die dag gelijk begonnen met werken”, glimlacht ze. Hoe ze dat vond? “Verschrikkelijk! Mannen van zeventig of iemand die op je vader lijkt, komen langs. Er waren mannen met hele rare fetisjen. Dat je dacht: oké, moet ik dit echt doen?”
Het zou een legitieme journalistieke vraag zijn om naar voorbeelden te vragen. Maar het voelt ongepast en ik weet bovendien niet of ik het antwoord echt wel wil weten. Deborah praat intussen verder. “Ik vond het werk nooit fijn. Het ging me alleen om het geld. De hele dag hoorde ik de stem van mijn voormalige loverboy in mijn hoofd, die altijd tegen me zei: ‘Jij bent alleen goed voor seks.’”

Toch kwamen veel mannen niet alleen voor hun seksuele behoeftes, maar wilden ze ook hun verhaal kwijt. “Ik was ook een soort psycholoog bij wie ze hun hart luchtten over hun huwelijk of hun kinderen”, vertelt ze. “Soms lieten ze foto’s zien. Het is fijner om met mensen te praten dan handelingen te doen die je niet wilt. Maar negen van de tien keer kwamen ze voor seks.”

De bordeeleigenaren zagen haar “als een robot aan wie ze geld konden verdienen”. “Al ben je ziek en geef je over, als er een klant staat, moet je gewoon aan het werk. Als het echt slecht met me ging, deden ze ineens heel lief omdat ze bang waren dat ik anders zou stoppen.”

Om de dames in de greep te houden, haalden eigenaren fiscale trucs uit die een inkomstenverlaging voor de vrouwen betekenden. Niettemin stroomde het geld bij Deborah binnen. Zo levert een weekend zwart werken in een hotel “makkelijk drieduizend euro” op. 

U las 30 % van het artikel. Het hele verhaal lezen? Koop dit nummer digitaal. Of probeer De Nieuwe Koers 3 maanden voor 3 euro.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *