Masaaki Suzuki is een van de belangrijkste Bach-interpreten ter wereld. Behalve Japans hij ook nog gereformeerd. ‘Er is niets in deze wereld dat niet door God geschapen is. Ook kunst komt van Hem.’

tekst Rienk Blom beeld Niek Stam

Het is een historische dag voor de Theologische Universiteit Kampen. Voor het eerst in haar bestaansgeschiedenis wordt er een eredoctoraat uitgereikt. En dan niet eens aan een theoloog, maar aan een musicus. De wereldberoemde dirigent, organist en klavecinist Masaaki Suzuki is de gelukkige. “Het is een te grote eer voor mij. Ik had nooit verwacht een eredoctoraat te krijgen. Het klinkt misschien een beetje raar, maar ik weet nog steeds niet zo goed waarom ik het krijg.”

“Het geloof is niet alleen voor de zondag of voor de kerkdienst bedoeld”

Volgens de universiteit is dat ‘vanwege zijn bijzondere verdiensten op het terrein van de interpretatie van de cantates van Johann Sebastian Bach en de expliciete verbinding die hij aanbrengt tussen Bachs muziek en de inhoud van het christelijk geloof.’ Zelf ziet Suzuki zijn rol echter net even anders: “Het is niet mijn taak als musicus de theologie of filosofie achter de muziek uit te leggen. Ik moet de muziek zo goed mogelijk uitvoeren en daarmee de muziek voor zichzelf laten spreken. De uitleg mag gedaan worden door andere autoriteiten.”

Gereformeerde Japanner

Suzuki is een gelovig man, die, gereformeerd als hij is, de muziek ervaart als godsgeschenk. “Als kind heb ik een christelijke opvoeding gehad. Net als mijn moeder was ik lid van Protestantse Unie. Mijn vrouw heeft me meegenomen naar de gereformeerde kerk, waar zij gedoopt is. Dankzij haar ben ik gereformeerd geworden.”

Zijn liefde voor muziek is hem met de paplepel ingegoten. “Mijn vader was een groot muziekliefhebber, met Chopin als favoriete componist. Elke keer als ik op de piano iets van Chopin speelde, gaf mijn vader mij aanwijzingen. Om er vanaf te zijn besloot ik orgel en klavecimbel te gaan spelen,” vertelt Suzuki breeduit lachend. Zijn liefde voor Bach is eveneens door zijn vader gevoed. “Toen ik elf was gaf hij me een opname van de Hohe Messe onder leiding van Karl Richter. Ik deed de hele dag niks anders dan naar die opname luisteren.”

In de jaren tachtig van de vorige eeuw kwam Suzuki naar Nederland om te studeren bij klavecinist Ton Koopman en organist Piet Kee. “Toen ik in hier kwam was ik geschokt. Ik wist niet dat Nederland zo gereformeerd was. We besloten al snel om lid te worden van de Nederlands Gereformeerde Kerk. Op dat moment begreep ik dat God ons naar dit land gestuurd had, zodat we meer dingen over de gereformeerde kerk konden leren.”

Er zijn veel contacten tussen gereformeerden in Japan en Nederland. “Verschillende theologen van mijn kerk in Japan studeerden in Kampen. Sommige hoogleraren uit Kampen bezoeken mijn concerten, zoals emeritus hoogleraar De Ruijter (praktische theologie) en professor Van Houwelingen (Nieuwe Testament). Dr. Wolter Rose (universitair docent Semitische talen) is eveneens een groot muziekliefhebber. Rose gaf zelfs een college over Bachs muziek ter voorbereiding van mijn eredoctoraat. Dat wekte mijn verbazing. In Japan ben ik wel eens gevraagd om college te geven over kerkmuziek maar daar zijn de studenten theologie meestal niet zo in geïnteresseerd.”

Kerkmuziek

Hij mag dan een van de belangrijkste Bachvertolkers zijn, in zijn opvatting over kerkmuziek blijkt Suzuki minder Luthers dan Bach. Luther was van mening dat muziek het geloof kon opwekken. Het Evangelie krijgt nog meer zeggingskracht zodra het meerstemmig wordt gecomponeerd. Op die manier kan muziek voertuig zijn van de Heilige Geest. Een gezongen evangeliemotet kan zo fungeren als uitleg van de Bijbel, als praedicatio sonora. Bach was het hier helemaal mee eens. Zijn cantates en passionen moeten we ook zien als gezongen preken.

Suzuki lijkt eerder een beetje Kuyperiaans. “Ik heb lang geleden geleerd dat ons geloof een belangrijke plaats heeft in het dagelijks leven, het is niet alleen voor de zondag of voor de kerkdienst bedoeld. Er is niets in deze wereld dat niet door God geschapen is. Ook kunst komt van Hem.”

“Ik voer heel vaak kerkmuziek uit, ook in een concertsetting. Voordeel daarvan is dat veel mensen kennis kunnen nemen van de Bijbel, alles wordt uitgelegd in de programmaboekjes. De Bach-cantates voeren we in Japan niet in de kerk uit, want niemand verstaat het. En vertalen is geen optie, daarmee doe je geen recht aan de muziek van Bach. Het is ook helemaal niet de bedoeling om muziek in de kerk zo goed mogelijk uit te voeren. Het belangrijkste is om God te loven. Een Bach-cantate eindigt altijd met een eenvoudig koraal. Om dat te kunnen zingen moet je repeteren. Maar dat is raar, je repeteert het gebed ook niet. Soms moeten we een nieuwe psalmmelodie oefenen voordat de kerkdienst begint, maar dat voelt voor mij ook altijd een beetje vreemd en ingewikkeld.”

Klassieke verzoeningsleer

Bij de promotie ’s middags klinkt ook muziek. Suzuki heeft een aantal musici verzameld om een tweetal cantates uit te voeren, waaronder BWV 4 Christ lag in Todesbanden. In het koraal van Luthers hand worden theologische begrippen uitgelegd. Elke strofe is gebaseerd op bijbelteksten en heeft zijn eigen kernwoord. Deze worden ook in de muziek uitgebeeld. In de tweede strofe bijvoorbeeld, bezingt de tekst de macht van de dood en dus is ‘Der Tod’ onontkoombaar aanwezig. Bach schreef er noten bij die klinken als zuchten. De tenor brengt in vers drie als een evangelist de blijde boodschap: Jezus heeft de zonde weggedaan en de dood zijn angel (Stachel) ontnomen. Dat wordt gevierd met uitbundig spelende violen. De klassieke verzoeningsleer die in deze cantate doorklinkt, sluit perfect aan op de theologie die hier in Kampen bedreven wordt.

Wie is Suzuki?

Masaaki Suzuki (1954, Kobe, Japan) is de zoon van twee christelijke musici. Al vanaf zijn twaalfde speelde hij orgel tijdens de zondagse kerkdiensten. Hij studeerde orgel, klavecimbel en improvisatie bij respectievelijk Piet Kee, Ton Koopman en Klaas Bolt aan het Amsterdams Conservatorium. Hij behaalde verschillende prijzen op internationale concoursen. Sinds 1990 staat hij aan het roer van het Bach Collegium Japan, een internationaal zeer hoogstaand ensemble dat zich specialiseert in muziek uit de Barok van componisten als Bach, Handel en Buxtehude. Met dit ensemble nam hij alle cantates van Bach op. De eerste persing van deze Bach integrale was in Japan binnen een week uitverkocht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *