tekst en beeld Alain Verheij

De opa van Alain overleed vorige maand. 86 jaar werd hij. Voor hem, maar ook een beetje voor iedereen die geliefden ziet wegvallen in coronatijd, is deze gedachtenis. “De vrouw die net weduwe is geworden, krijgt van ons allemaal een ongemakkelijk aaitje over haar scheenbeen.”

Voorbijgangers kijken wantrouwend richting de achtertuin van mijn ouders. Het lijkt of er zo’n berucht ‘fuck-coronafeestje’ gaande is, met twaalf illegaal samenscholende wijndrinkers. Mijn moeder vraagt zich hardop af of we een boete zullen krijgen als een van die mensen de politie gebeld heeft. ‘Dat gooien we dan wel boven op de uitvaartkosten’, besluit ze, want we toosten vanmiddag op het leven van haar overleden vader.

Om onze kwetsbare medemensen heen moeten gemeenschapjes ontstaan. Groter dan ‘leden van één gezin of huishouden’, kleiner dan complete kerken

Politici zeggen dat de huidige pandemie de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog is. Dat vind ik zielig voor mijn opa, die 86 jaar is geworden en dus pech had tijdens beide crises. De Hongerwinter moest hij als tienjarig jochie beleven, tijdens COVID-19 behoorde hij als tachtiger tot de risicogroep. Hij was een van de steeds schaarser wordende mensen die zowel weten hoe bloembollen smaken, als hoe Facebook werkt.

Lees het volledige artikel in De Nieuwe Koers. Of koop dit nummer online.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *