Jasper van den Bovenkamp zwaait af als hoofdredacteur

Medehoofdredacteur en uitgever Jasper van den Bovenkamp neemt per 31 december 2018 afscheid van opinieblad De Nieuwe Koers.

In 2016 raakte hij als eindredacteur bij het blad betrokken en in 2017 werd hij medehoofdredacteur. Ook gaf hij sindsdien, via Vakmaten Uitgevers, het tijdschrift uit.
Met veel plezier en toewijding heeft hij zich voor het opinieblad ingezet, zegt hij. “Tegelijk heeft een grondige bezinning het afgelopen halfjaar me op het standpunt gebracht dat ik mijn werkzame leven over een andere boeg wil gooien. Per 1 januari 2019 ga ik onder de naam STUDIOJC verder als schrijver, journalist en maker van journalistiek-culturele evenementen. Ook wil ik eindelijk het boek gaan schrijven waaraan ik al zo vaak vergeefs begonnen ben.”
Felix de Fijter, met wie Van den Bovenkamp sinds 2017 het hoofdredacteurschap deelde, blijft betrokken bij De Nieuwe Koers.

Met het onderstaande hoofdredactioneel nam hij in het decembernummer afscheid.

Afgelopen maand heb ik mijn oma begraven. Ze is 94 jaar geworden. Bij haar graf, waar wij stonden op een koude middag in november, verscheen uit het niets een klein roodborstje. Mijn oma hield van vogels. Als er weer eens wat landde in haar tuin, wees ze altijd naar buiten. ‘Kijk, een merel.’ ‘Kijk, een musje.’ Vaak waren het roodborstjes die er neerstreken. Soms kende ze een inboorling niet, en dan zocht ze hem op in een groot vogelboek. Zodat ze ook die bij zijn naam kon noemen.

Nu zij zelf was uitgevlogen, kwam dit roodborstje haar opzoeken. Het bracht een laatste ode, een salut namens alle vogels. Dankbaar voor haar liefde en alle korstjes brood. Een paar keer vloog hij langs de opening heen en weer – en toen verdween hij ritselend in het struikgewas. 

De woorden die op dat moment werden gesproken stierven weg in de kilte, terwijl de hommage van het vogeltje vleugels kreeg.

Als medehoofdredacteur van dit blad heb ik me geregeld de spreker aan de rand van het graf gevoeld. Er moest iets gezegd. Er werd een onderwerp gezocht, een richting, een invalshoek, er werd geprobeerd klank en kleur te geven aan een overtuiging, een vermoeden, hoop. 

Huub Oosterhuis, die ik ter gelegenheid van zijn 85e verjaardag interviewde, herkent zich in de stotterende Mozes. Dat stotteren is niet zomaar een lichamelijk gebrek, zegt hij daar wijselijk over. Het staat voor iets groters: hij die het zeggen moet, kán het niet zeggen. ‘Zend maar een ander.’

In het klein herken ook ik – en wie die de pen hanteert niet? – mij in die verlegenheid. Meer en meer, nu terugkijkend in het bijzonder. Wat heb ik gezegd? Wat heb ik geschreven? Hoe is het dienstbaar geweest?

De taal is een machtig instrument in het alledaagse. Ze kan een grote bek van repliek voorzien, de gladde prietpraat plooien. Maar als het erop aankomt, als wij bij een graf staan, als wij drentelen voor de poorten van kamp Moria, als wij een wanhopig mens zoeken, dan zwenken woorden van ons heen. 

Zich van die onmacht bewust kan de pen ‘dat wat moet gezegd’ soms tóch zeggen. Ik hoop dat het mij, in het vorm en inhoud geven aan dit blad, enigszins is gelukt. En anders spijt het mij. 

Met dit nummer neem ik van u afscheid. Aan mijn gewaardeerde collega Felix de Fijter vertrouw ik de toekomst van dit tijdschrift zonder aarzeling toe. Hij zal er in jubeljaar 2019 – De Nieuwe Koers wordt dan vijftig! – mee verder gaan. Het ga u en dit blad goed. 

Het liefst zou ik nu ritselend in het struikgewas verdwijnen. Maar ik ben geen vogeltje.

Jasper van den Bovenkamp
hoofdredacteur

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *