Journalist Rutger Bregman haalt met zijn boek ‘De meeste mensen deugen’ alle kranten. Tegelijkertijd waarschuwt de remonstrantse theoloog Tom Mikkers voor mild taalgebruik dat het menselijk falen en tekortschieten moet verbloemen. Waar is de kerk in dit verhaal? Lacht die de vragen van schuld en zonde niet weg? Dertien denkers reageren in de november-editie van De Nieuwe Koers. Hier leest u er alvast drie.

Wat is de aanleiding om deze vraag te stellen? De redactie van dit blad heeft de indruk dat het begrip ‘zonde’ uit de mode is geraakt in de kerken. Zo worden tijdens de kerkdienst de Tien Geboden niet altijd meer voorgehouden als spiegel waarin je met je eigen tekorten werd geconfronteerd (hoogstens nog als richtlijn om ‘het goede leven’ te leiden). Ook het liturgische moment van schuldbelijdenis en genadeverkondiging lijkt onder te sneeuwen. 
Uit een onderzoek van het blad OnderWeg onder twintigers en dertigers binnen de Nederlands Gereformeerde Kerken en Gereformeerde Kerken vrijgemaakt scoorden ‘zondebesef’ en ‘breken met zonden’ opvallend laag bij de vraag waar het in de kerk over zou moeten gaan.

Wat niet helpt, is dat christelijke kinderliedjes vaak gaan over het feit dat God het kind zo bijzonder, uniek en geweldig heeft gemaakt. Immers: ‘Er is altijd iets / waar je goed in bent / jij bent ook een ster / in deze circustent.’ De Nieuwe Koers organiseerde er een kleine twee jaar geleden het opvoeddebat ‘Weet je dat je een prinsje bent?’ over. Maar hoe dan wél, vragen christelijke ouders zich af. Wat vertel je je kroost over schuld, zonde en vergeving aan God vragen? De kinderdoop wordt vaak – met de zuiverste intenties – ervaren als ‘inwijdingsfeestje’ in de gemeente en veel minder als ‘afwassing van zonden’. Op de opiniepagina van het Nederlands Dagblad woedde een tijdje geleden een discussie over de doopvragen. Kun je in deze tijd met goed fatsoen nog spreken over een baby die zondig en schuldig ter wereld is gekomen?

Een en ander is ongetwijfeld een reactie op een verstikkend kerkelijk klimaat van schuld en boetedoening. Een correctie – met meer aandacht voor vergeving, geliefd zijn door God, genade, gedragen worden door de Eeuwige, enzovoorts – is begrijpelijk. Maar het maakt de vraag niet minder urgent: wat moeten we met zonde? Wat is het eigenlijk? Gaat het over moraliteit, over wat je niet mag doen of juist wel moet doen? Gaat het over ‘je doel missen’ – en wat is dát dan? Wat vertellen we de kinderen van de gemeente over zonde? 


‘Geloven jullie in de erfzonde?’ ‘Haha, nee, natuurlijk niet’

Hij is de directeur van een theatergezelschap in Amsterdam en vraagt me: ‘Jij bent theoloog, hè? Geloof jij ook?’ Ik antwoord bevestigend, waarop hij opgelucht ademhaalt. ‘Ik was laatst op een theologenfeestje,’ zegt hij, ‘en die lui geloven helemaal niet meer.’ ‘Toch nog wel in de erfzonde?’ had hij vertwijfeld gevraagd. Ze hadden een beetje gelachen. ‘Nee, natuurlijk niet.’ Toen had hij gezegd met opgeheven vinger: ‘Als er iets waar is van dat hele geloof van jullie, dan is het de erfzonde!’ En in één adem door: ‘In mijn uitvoeringen van de Gijsbrecht van Aemstel laat ik de engel bloedend uit het puin kruipen. De recensenten spreken er schande van, want de engel hoort uit de hemel neer te dalen. Maar wat ik daarmee doe, is waar. Theologisch waar!’ Onopgeefbaar concept, dat idee zonde.

Ach, prijs je gelukkig. Prijs je gelukkig dat er nog één plek is in deze hele samenleving waar we aan elkaar toegeven dat we falen

Bij de ingang van een grote, behoudende kerk in Amsterdam staat een dominee handen te schudden van bezoekers. Zij is bekend van tv en heeft voor het eerst zijn kerk bezocht. Hoe ze het vond, vraagt hij. ‘Mooi,’ zegt ze, ‘maar één ding snap ik niet. Dat jullie het nog steeds zo over zonde hebben.’ Dominee Visser, hij was het, kijkt haar aan en zegt: “Ach, prijs je gelukkig. Prijs je gelukkig dat er nog één plek is in deze hele samenleving waar we aan elkaar toegeven dat we falen.” Ze kijkt hem lang aan en er verschijnen tranen in haar ogen. “Ja,” zegt ze dan zacht, “dat is ook zo.”

Misschien zijn het concept ‘zonde’ en de bijbehorende spijt wel het allerbelangrijkste wat de kerk in deze tijd te bieden heeft. Niet moralistisch of vanuit een ivoren toren. Het is een aanbod aan mensen binnen en buiten kerkmuren, voor- en tegenstanders van klimaatprotesten of Zwarte Piet, aan mensen die feiten verdraaien in Twitterdiscussies en in sollicitatiegesprekken, aan onszelf.  

Rikko Voorberg is theoloog, auteur en activist. 


‘Weinig zo heerlijk als een stevige zondeleer’

Het begrip ‘zonde’ is niet bepaald in de mode. Het klinkt naar zwarigheid, negatieve zelfbeelden en lijstjes van wat je allemaal niet mag. Toch is er weinig zo heerlijk en bevrijdend als een stevige zondeleer. Dat zit zo. Als wij ‘zondaren’ worden genoemd, zijn we kennelijk verantwoordelijk voor onze daden. God neemt ons serieus. Hij wuift onze schuld niet weg, zoals je bij onmondige kinderen zou doen. Hij zegt niet dat het allemaal zo erg niet was. 

Ons zondaar-zijn betekent ook dat er wat aan te doen is, en wel door God zelf. Wijzelf kunnen ons niet van onze zonde losmaken. Als we het proberen, levert het slechts frustratie op. Alleen God kan de zonde scheiden van de zondaar. We noemen dat ook wel: rechtvaardiging. God spreekt je vrij, niet omdat je genoeg je best hebt gedaan – dat zou slecht nieuws zijn, want wanneer is het genoeg? Maar je gaat vrijuit doordat Jezus Christus in Gods oordeel geweest is en onze schuld op zich wilde nemen.

Dat klinkt evengoed nog behoorlijk zwaar, maar het alternatief is veel zwaarder. Wij mensen maken de schuld ten opzichte van elkaar, van de planeet en van God namelijk alleen maar meer. Geen boetedoening gaat ons ervan afhelpen. Maar omdat onze schuld ‘zonde’ is, overtreding tegen God, kan Hij er wat aan doen. Alleen God kan de wereld met zichzelf verzoenen en zonden vergeven.

Met moralisme heeft dit niets te maken. Juist wie het zondebegrip afschaft, krijgt met eindeloze moralistische lijstjes te maken. Dat was, zegt Luther, de fout van zijn tegenstanders: zij wilden de zonde uit de mens halen, zoals je de pitjes verwijdert bij het schillen van de aardappels. Maar het moet andersom: de mens moet uit de zonde gehaald worden. Dat doet God gelukkig ook en daarom zijn er zonzijden aan de zonde.

Arnold Huijgen is theoloog en hoogleraar systematische theologie aan de Theologische Universiteit in Apeldoorn.


‘We leven op ijsschotsen en drijven van elkaar af’

Kenmerkend voor de neocalvinistische visie op het kwaad is dat de zonde aan de ene kant niet als een zelfstandige macht wordt gezien (manicheïsme; gnostiek), en dat ze aan de andere kant ook niet een kwestie van ‘navolging’ is (zoals Pelagius leerde). De oorsprong van het kwaad is een raadsel (aldus Berkouwer), maar de zonde zelf is een keuze. De eerste mens werd verleid tot zonde, maar die zonde was wel een daad en niet een macht en vond zeker niet plaats uit macht der gewoonte.

Omdat de zonde een keuze is, wordt de zonde ook wel gezien als menselijke vrijheid die in zichzelf verstrikt is geraakt. De gedachte dat je door de zonde ‘je doel mist’ en niet tot je bestemming komt, komt hiervandaan. 

Vrijheid is vrij-zijn-tot, tot je bestemming komen, beantwoorden aan het goede, eigene en bijzondere dat God in de schepping heeft gelegd

Gerrit Glas

Het tot je bestemming komen is uitdrukking van een positief vrijheidsbegrip. Vrijheid is niet vrij zijn van invloeden van buiten op je wil (negatieve vrijheid). Vrijheid is vrij-zijn-tot, tot je bestemming komen, beantwoorden aan het goede, eigene en bijzondere dat God in de schepping heeft gelegd en waar jij op je eigen, individuele wijze verbonden mee bent en invulling aan geeft. 

Deze benadering is antimoralistisch. Het gaat in de zonde om meer en wat anders dan het overtreden van morele regels en grenzen. Kern van de zonde is de onverbondenheid. Adam en Eva schaamden zich, ze hadden geen tekst meer, draaiden om elkaar heen en gingen de ander beschuldigen. Sprakeloosheid en schaamte leiden tot splijting. Het kwaad manifesteert zich hierin dat we op ijsschotsen leven en van elkaar af drijven. 

Leidt de klassieke zondeleer tot depressiviteit? Nee, alleen een slecht begrepen, moralistische zondeleer stemt somber. De kern van het evangelie is juist bevrijdend en niet machteloos makend. Die moralistische zondeleer heeft overigens wel haar duizenden verslagen, met alle gevolgen van dien, ook psychiatrisch.

Onze tijd heeft afscheid genomen van het moralistische zondebegrip. Maar er is niet een dieper, meer existentieel alternatief voor in de plaats gekomen. We zijn wel dieper doordrongen geraakt van onze onverbondenheid. Maar dat die iets te maken heeft met de werkelijkheid van zonde en genade blijft toch moeilijk voorstelbaar. Dat heeft ook praktische gevolgen. We missen de taal en de receptiviteit om verkeerde dynamiek en foute interacties concreet genoeg te peilen. En soms missen we ook gewoon de moed om het contact met de ander te herstellen. 

Gerrit Glas is psychiater en filosoof en tevens hoogleraar van de filosofie van de neurowetenschappen aan de Vrije Universiteit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *