Home>Interview>‘Kerk hoeft niet te streven naar succes’

‘Kerk hoeft niet te streven naar succes’

Stefan Paas legt in zijn nieuwe boek uit hoe de kerk vandaag een ‘licht voor de volken’ kan zijn. Dat lukt per definitie niet door plannetjes te smeden en te mikken op groeicijfers.

(Abonnees van De Nieuwe Koers krijgen 20% korting op de toegangsprijs voor het debat over het boek van Paas bij AKZ+.)

tekst Tjerk de Reus beeld Albert Jan ten Napel

“Jouw relaties met je buren zijn van betekenis voor God”, zegt Stefan Paas, “ook als die buren geen discipelen van Jezus worden.” Dit klinkt mooi, maar ook een beetje explosief. Veel gelovigen gaan ervan uit dat de wereld bevolkt wordt door verloren zielen die bekering nodig hebben. Dit wil Paas niet simpelweg naar de prullenbak verwijzen, want het Evangelie biedt inderdaad verlossing. “Maar dwangmatige bekeringsdrang is onnodig. Het heil van God strekt zich verder uit dan wij zien”, zegt Paas, die hierover een uitdagend boek publiceerde: Vreemdelingen en priesters. “Met streven naar succes hoeft de kerk zich niet bezig te houden”, gelooft hij. “En met de leus ‘zielen winnen voor het Lam’ moet je voorzichtig zijn. De kerk is altijd een minderheid geweest, en ik denk dat dit ook bijbels is.”

“Er worden meer mensen gedragen door het gebed en de lofprijzing in de gemeente dan we zelf beseffen”

Paas typeert het doel van de kerk als priesterschap: de kerk vertegenwoordigt God bij de wereld, maar ook de wereld bij God. Dit krijgt gestalte in de liturgie en in de voorbede, en in verbindingen die christenen aangaan met hun omgeving. “Centraal in mijn boek staat een uitgebreide bijbelstudie over ballingschap, diaspora en vreemdelingschap. Daarin rijst een beeld op van de christelijke gemeente als een priester, die als zodanig een licht voor de volken is, zich betrokken weet bij haar omgeving en in haar vieringen gestalte geeft aan lofprijzing aan God.” Hoewel Paas’ stellingnamen soms revolutionair klinken, krijgt hij veel positieve reacties op zijn boek. “Wat ik te berde breng, raakt mensen kennelijk in hun eigen denkproces. Een kerk die met allerlei toeters en bellen bij de tijd wil blijven, voelt ongemakkelijk. Het besef vreemdeling én priester te zijn, kan nieuw elan geven.”

Laten we beginnen bij de bekende ‘zendingsopdracht’ van Jezus: ‘Maak alle volken tot mijn discipelen…’ Daar is geen woord Spaans bij.

“Klopt, maar vergis je niet: wij zijn geneigd dit heel individualistisch op te vatten. Je kunt die uitspraak van Jezus ook vertalen met: ‘discipelen uit alle volken’. Dan zit er een meer vertegenwoordigend element in. Dit komt ook overeen met Paulus’ visie op gemeentevorming. Hij zegt ergens dat zijn werk af is, en hij reist weer verder – terwijl hij op dat moment een paar gemeentes heeft gesticht, zónder dat iedereen in die regio van Jezus heeft gehoord. Paulus doopt ook hele huishoudens, waarbij je je kunt afvragen of elk lid daarvan, tot en met de slaven toe, persoonlijk een keuze voor Christus heeft gemaakt. Als je dit toch veronderstelt, doe je dat vooral vanuit onze hedendaagse individualistisch cultuur, waarin het allemaal aankomt op mijn eigen bewuste keuzes en afwegingen. Wij staan er, in ons culturele besef, uiteindelijk allemaal alleen voor. In de cultuur waarin Paulus zich bewoog, en waarbij de Bijbel aansluit, ben je als mens onderdeel van allerlei verbanden: de familie, de sociale context, de geloofsgemeenschap. Dat heeft in de Bijbel veel meer gewicht dan wij doorgaans aanvoelen.”

“Het is goed om ‘de vrede voor de stad’ te zoeken, zonder het idee dat die stad christelijk zal worden”

Toch valt de individuele spits niet weg te poetsen uit Jezus’ toespraken. Denk maar aan de ‘rijke jongeling’, die als enkeling voor het blok wordt gezet.

“Zeker, dat is een belangrijke lijn in de evangeliën, die het belang van onze individuele keuzes bevestigt. Je wordt aangesproken op je verantwoordelijkheid en wat er dan gebeurt, heeft groot gewicht. Maar voor de kerk van nu, in ons land en in West-Europa, vind ik het belangrijk om vooral die andere lijn naar voren te halen. In een andere cultuur dan de onze zou je misschien meer de individualiteit moeten benadrukken. Bijvoorbeeld in Korea, waar volwassen kinderen nog heel lang afhankelijk zijn van de mening en visie van hun ouders. Maar wij zijn zo door-en-door geseculariseerd dat we niet goed kunnen plaatsen waarom Paulus over het huwelijk tussen een gelovige en een ongelovige kan zeggen: de vrouw is geheiligd in de man, of omgekeerd. En wat betekent het dat Job offers brengt voor zijn volwassen kinderen, voor het geval dat ze zouden hebben gezondigd? Kan een ander dat voor jou doen, in jouw plaats? Bij de verwoesting van Sodom en Gomorra zegt God dat Hij deze steden wil sparen omwille van tien rechtvaardigen, als die er zouden wonen. Israël wordt een priestervolk voor de volken genoemd – zonder dat die volken daarom hebben gevraagd. Zo zie je dat in de Bijbel het individu niet losstaat van de verbanden waar hij in leeft. De notie van plaatsvervanging of vertegenwoordiging is eigenlijk heel krachtig aanwezig.”

Uit je boek valt op te maken dat dit perspectief ook nieuw is voor jezelf.

“Dat is inderdaad zo. Het is vooral een rol gaan spelen toen wij in 2005 naar Amsterdam verhuisden. Ik begon toen dieper dan ooit te beseffen wat het betekent dat we in een bijna geheel geseculariseerde cultuur leven. Dan moet je je droom opgeven – als je die ooit al had – dat de hele cultuur gewonnen moet worden voor Christus. Of dat ‘de wereld’ getransformeerd moet worden door de kerk. Ik leerde in die situatie veel van de bijbelboeken waarin de ballingschap van Israël centraal staat. Het volk had ‘in den vreemde’ weinig om op te bogen, ze werden op zichzelf teruggeworpen. Maar dat leidde niet tot pessimisme! Er ontstond een positieve betrokkenheid bij de wereld waarin ze zich bevonden. In Amsterdam leerde ik om op een ‘ballingschapsmanier’ naar de kerk te kijken. Belangrijk is dan notie dat het goed is om ‘de vrede voor de stad’ te zoeken, zonder het idee dat die stad christelijk zal worden. Juist toen is mijn besef van de betekenis van vertegenwoordiging gegroeid. Als christen hoor je volop bij de plaats waar je woont, de gemeente van Christus bevindt zich middenin een seculiere context – en juist als zodanig vertegenwoordigt zij God bij de mensen. Zonder grote pretenties, maar wel met een duidelijke oriëntatie op het Evangelie van de opgestane Heer. Omgekeerd geldt ook: de kerk vertegenwoordigt de stad of het dorp bij God. De noden van de omgeving brengt de kerk voor Gods aangezicht, maar ook de dank voor zegeningen.”

De gedachte is dat het heil van God zich via de gemeente verspreidt, ook naar mensen die zichzelf niet als christen zouden definiëren. Dat is toch ook wel een spannende gedachte.

“Dat is het zeker, maar ik hoop wel dat je gezien hebt dat ik me verzet tegen een mechanistische visie of ‘leunstoeltheologie’, waarin de persoonlijke relatie met Christus niet meer van belang is, omdat iedereen er op zijn manier wel komt. Kijk, of het goed komt met mensen, in hun verhouding tot God – daar gaan wij niet over. Dat is aan God. Als gemeente brengen we mensen uit onze omgeving bij God, en tegelijk streven we naar wat ik noem ‘betekenisvolle relaties’ met de omgeving. Dan heb je het over inhoudelijke communicatie van het Evangelie, zodat het heil ook echt kan stromen en het getuigenis klinkt. En als die relaties er zijn, in een gespreksgroep of rond een buurtmaaltijd, wees dan ontspannen over wat er uitkomt, hoe ver het gaat, of die mensen nu echt in de hemel komen. Deze relaties zijn voor God niet zonder betekenis. Theologisch is dit perspectief verwant aan de bijbelse notie van het ‘verbond’. Dat zijn we min of meer kwijtgeraakt, en dat merk je vooral aan de devaluatie van de kinderdoop. In een individualistische sfeer is de kinderdoop onbegrijpelijk. Waarom dopen we kinderen? Omdat een kind dat zelf nog niet kan kiezen en kan geloven, geheiligd is in ánderen die geloven. We worden dus gedragen door het geloof van onze ouders en van de gemeente. Van dit besef zouden we iets moeten terugwinnen. Het geeft ontspanning, ook in de missionaire praktijk. We mogen geloven dat meer mensen worden gedragen door het gebed en de lofprijzing in de gemeente, dan we zelf geneigd zijn te beseffen.”

‘Ontspannend’ is een passende typering van je boek. Jouw benadering verlost christenen van de deprimerende gedachte dat alles afhangt van hun dadendrang.

“Ik pleit in elk geval voor bescheidenheid en voor het afschaffen van grootse doelstellingen. Evangeliseren en mensen dienen, dat zijn goede dingen in zichzelf. Ze worden niet pas goed als je er succes mee hebt. In het missionaire gesprek kun je niet alle gewicht leggen op de bewuste keuze voor Jezus, als oplossing voor de eeuwige verlorenheid. Alsof het allemaal van jou afhangt en jij de ander deze dreigende werkelijkheid moet inprenten. Je introduceert dan een dynamiek die niet gezond is. Het wordt bijna geestelijke chantage: ‘God wil jou redden, en als je dat niet aanvaardt, ga je naar de hel.’ Dat is geen goed nieuws, maar eerder gewetensdwang. Het appelleert ook aan een soort egoïsme aan de kant van de mens, dat je je eigen zielenrust veilig moet stellen. Je zou meer moeten focussen op de eer van God en de heerlijkheid van zijn Naam. In het evangelisatiegesprek zou je rust en tijd moeten nemen voor je medemens, je laten leiden door naastenliefde en de ander behandelen zoals je zelf behandeld zou willen worden.”

Je gebruikt vaak het woord “lofprijzing”, als hoofdactiviteit van de christelijke gemeente. Maar hedendaagse christenen hebben zo hun geloofstwijfels en aarzelingen, seculier als ze zijn.

“De lofprijzing is een breed begrip wat mij betreft. Daar hoort ook, zoals ik ergens in het boek schrijf, de ‘taal van het klagen’ bij. In de liturgie brengen we ons bestaan in al zijn veelstemmigheid voor het aangezicht van God. Vreugde, weerbarstigheid, zorgen en dank, dat alles heeft een plek. Dus ook geloofstwijfels, die inderdaad niet vreemd zijn voor christenen. Daarbij moeten we niet het idee koesteren dat onze diepste twijfels of vragen ‘opgelost’ worden. Daar is de liturgie niet voor. De liturgie is eigenlijk nergens goed voor, het gaat hier om de zaak zelf: ons leven voor Gods aangezicht brengen. Dat heeft geen therapeutisch bijoogmerk en ook geen ‘functie’ in de zin dat we onze twijfels of vragen kwijtraken of dat ons zelfbeeld positief bevestigd wordt. De liturgie leeft van het besef dat de diepe, existentiële scheuren in ons bestaan erkend mogen worden, en dat die zich niet laten vangen in het schema probleem-oplossing. We vieren feest om niet, we storten tranen van machteloosheid en we brengen de dank aan God als er ‘voorproefjes’ en tekenen zichtbaar zijn van Gods hoopvolle aanwezigheid in mensenlevens.”

Stefan Paas: Vreemdelingen en priesters. Christelijke missie in een postchristelijke samenleving, Boekencentrum, € 19,90

‘Weldadig, maar nog niet concreet’

“Er gaat rust uit van Vreemdelingen en priesters“, vindt Jan Wolsheimer, predikant in Woerden. Volgens hem zit er in boeken over gemeenteopbouw en missionair werk doorgaans veel ‘hijgerigheid’, gericht op groeicijfers en op resultaat. “Bij Stefan is dit helemaal afwezig, en dat vind ik weldadig. Prachtig hoe dit voortkomt uit een ontspannen visie op de kerk, die niet ‘relevant’ hoeft te zijn, maar wel een priesterlijke taak vervult.”

Wolsheimer vindt het overtuigend hoe Paas’ betoog uitloopt op de lofprijzing: “Maar na dat mooie slothoofdstuk had ik liever gezien dat Paas verder had geschreven. Hij reikt veel aan, en dan denk je: hoe gaan we dit concreet maken, welke tools heb ik nodig om op een nieuwe manier kerk te zijn? Ik heb behoefte aan handvatten, zodat je in de praktijk iets kunt met de mooie visie die Paas ontvouwt. Jammer dat hij dit heeft nagelaten.” Maar je kunt het ook als een uitdaging opvatten, vindt Wolsheimer. “Ik heb een Facebookgroep opgestart om met collega’s te sparren: wat kun je praktisch met de visie uit Vreemdelingen en priesters?”

‘Woordkeus kan bij katholieken tot misverstanden leiden’

Het spreekt Jeroen Smith, pastoor in Leiden, erg aan dat het woord ‘priesters’ figureert in de titel van Paas’ boek. Hij las als katholiek dit protestantse boek met veel interesse, vooral “de grondige analyse van zeven modellen van missie, en de kritische reflecties van Paas daarbij.” Smith heeft waardering voor de kernovertuiging van het boek: “Ik vind mooi hoe Paas uitlegt dat christelijke gemeenschappen zonder bijbedoeling moeten lofprijzen, evangeliseren en dienstbaar zijn. We mogen onze blik op de Heer en het heil van de naaste gericht houden, zonder een strategische dubbele agenda! Dat Paas dit vanuit de eerste brief van Petrus een ‘priesterkerk’ noemt, doet me natuurlijk deugd, maar voor katholieken kan deze woordkeuze tot een misverstand leiden. Dan concludeert men al gauw: de priesters knappen het wel op! Ik geef er de voorkeur aan te spreken over ‘het algemeen priesterschap van de gelovigen’.”

Paas biedt wat Smith betreft een doordachte weg voor de lokale missie. Wat hij mist: “De aansporing om in lang gebed en onderscheiding de wil van Jezus te zoeken en die proberen te volbrengen.” Dit is volgens pastoor Smith de vorm bij uitstek van missie en evangelisatie.

Reacties

Samenvatting

2 thoughts on “‘Kerk hoeft niet te streven naar succes’

  1. Pingback: Materiaal Jaarthema 2016-2017 – Oosterkerk zeist

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *