‘Wij hebben geen andere keus dan onze medemens te dienen’, stelt Elias El-Halabi. Dit is geen studeerkameruitspraak, maar een doorleefde werkelijkheid. Een gesprek met een voorman uit de Grieks-Orthodoxe kerk in Libanon, die er ondanks alle geweld niet over peinst om te vertrekken.

tekst Marjon van Dalen beeld Jaco Klamer

Elias El-Halabi (46) is voorzanger in de Grieks-Orthodoxe kerk in Tripoli. Hij vertelt het niet zonder trots want voorzanger word je niet zomaar. Je moet er wel wat voor in huis hebben. Hij nam de rol over van zijn vader die deze taak tot 1993 bekleedde. “In onze traditie worden de kerkdiensten nog altijd in het Aramees gedaan, de taal die Jezus zelf gesproken heeft.” Hij laat voor het effect een pauze vallen.

Net zoals zoveel Libanezen, is El-Halabi afkomstig uit een echte handelsfamilie. Hun geschiedenis is vergroeid met die van de stad Tripoli (niet te verwarren met Tripoli in Libië). Zijn vader begon jaren geleden in de oude stad een juwelierszaak, hij handelde in goud en specialiseerde zich in gouden sieraden. De juwelierswinkel is overgenomen door de jongere broer, omdat Elias ervoor koos zich toe te leggen op zijn theologiestudie en het werk in de kerk.

“Wij leven al sinds tweeduizend jaar te midden van alle andere volken rondom ons. Ook met de moslims”

Op zijn kantoor in een van de straatjes vlak bij de palmbomenboulevard langs Middellandse zee, wenkt El-Halabi met een royaal armgebaar naar zijn secretaresse dat er koffie aangevoerd moet worden. “Of liever thee? Met munt? Of frisdrank? Zeg het maar.” Een brede glimlach op zijn gezicht, dit is Oosterse gastvrijheid. De stemming is ontspannen, maar die kan in Libanon zomaar omslaan.

Dat blijkt wel uit het verhaal waar El-Halabi mee komt. In Augustus 2013 pleegden extremisten een bomaanslag op de moskee tegenover zijn huis. “De voorpui van onze woning was weggeblazen, alle ruiten lagen aan diggelen. Het is een wonder dat niemand van ons gewond is geraakt.” Zijn moslimbuurman schoot na de aanslag als eerste te hulp. “Met gevaar voor eigen leven kwam hij direct na de explosie naar buiten om te checken of wij nog in leven waren. Hij heeft de scherven voor mijn woning opgeruimd.” El-Halabi noemt het toeval dat zijn huis geraakt werd en niet dat van zijn moslimbuurman. “De aanslag was gepleegd door islamitische fundamentalisten. We zijn allemaal slachtoffer. Mijn moslimbuurman evengoed als mijn eigen familie.” Moslimfundamentalisten van Al Nusra, een beweging gelieerd aan Al Qaida, proberen hun grip op de stad te versterken en op die manier in het Noorden van Libanon hun invloedsferen uit te breiden. “Tripoli is de eerste grote stad vanaf de Syrisch-Libanese grens, en dus een strategische uitvalsbasis.” Vanwege de oplopende politieke spanningen en geweld hebben veel bewoners van Tripoli besloten om te vertrekken, naar de hoofdstad Beirut, of naar het buitenland. El-Halabi legt uit dat eind jaren tachtig twintig procent van de bevolking in Tripoli christen was. “Tegenwoordig is dat nog maar zeven procent.”

Dienen

Vertrekken is voor El-Halabi geen optie. Hij peinst er niet over. “Dit is mijn stad, onze familie woont hier al generaties lang. Wij horen hier en we hebben een taak.” Dat zijn kerk en zijn familie soms voor fikse uitdagingen komen te staan, illustreert een incident afgelopen september. “Ik werd wakker en toen ik uit mijn raam keek, zag ik dat onze kerk was beklad: Worshippers of the cross, prepare yourself for a slaugther. Het stond in grote zwarte letters op de muur geverfd. Ik was in shock. Later bleek dat in diezelfde nacht alle kerken in Tripoli waren beklad met exact dezelfde leus. We werden gewaarschuwd, maar door wie? De leus zaaide angst, niet alleen binnen de christelijke gemeenschap, maar ook onder moslims in Tripoli. Het weerspiegelde niet het beeld van onze onderlinge relaties. De mufti (een islamitische wetgeleerde) van Tripoli kwam nog diezelfde dag naar christelijke leiders in de stad om het incident in scherpe bewoordingen af te keuren en zijn hulp aan te bieden. Het voorval leidde paradoxaal genoeg juist tot versterking van de onderlinge band tussen moslims en christenen in Tripoli.” Zijn stem wordt fel als hij zijn ergernis uitspreekt over de Westerse media. “Die zetten Tripoli soms weg als het Kandahar van Libanon. Maar onze stad is helemaal niet extremistisch. De groepen die verantwoordelijk zijn voor dit soort incidenten, zijn niet representatief voor gewone inwoner van Tripoli. Het zijn de extremisten die hier dood en verderf zaaien.”

Tegengif

El-Halabi neemt nog een slok van zijn thee. Dan gaat hij rechtop in zijn stoel zitten. “De kerk is het belangrijkste tegengif voor moslimextremisme. Juist nu moet de kerk haar getuigenis uitleven in de samenleving. Als christenen hebben wij geen andere keus dan onze medemens te dienen. Wat kunnen wij anders? Dat is onze taak! Met de opmars van ISIS in Irak, Syrie en ook in Libanon, is juist nu een belangrijke rol voor ons weg gelegd in het Midden-Oosten. Onszelf terugtrekken achter onze eigen muren is geen optie. Dat is een doodlopende weg, in de huidige situatie is dat een recept dat leidt tot de dood. Als we onze plaats niet meer innemen, zal onze samenleving leeglopen en deze regio pas echt destabiliseren. Onze scholen in Tripoli hebben een goede naam. Meer dan de helft van onze studenten is zelfs moslim, omdat ons onderwijs van kwalitatief hoog niveau is! Christenen hebben een stempel gedrukt op de kwaliteit van de gezondheidszorg in de ziekenhuizen.”

In zijn dagelijkse werk voor de Middle East Council of Churches, is El-Halabi intensief betrokken bij projecten voor de opvang vluchtelingenkinderen in het zuiden van Libanon. Een gebied waar het geweld van Hezbollah diepe sporen heeft achter gelaten. Vooral kinderen werden er de dupe van. “We proberen ons dienstbaar op te stellen en helpen mee waar het kan. De toegevoegde waarde van de lokale kerk is dat we juist vanuit de relatie ook in explosieve gebieden de toegang en het vertrouwen hebben bij de lokale bevolking.” De kennis en ervaring op gebied van psychosociale hulpverlening uit Zuid-Libanon, past hij nu toe bij de opvang van Syrische vluchtelingenkinderen die met hun ouders zijn neergestreken in Noord-Libanon. Hij kijkt peinzend voor zich uit en schenkt zonder woorden nog een kop thee in. De stemming van het gesprek is bloedserieus geworden. Dan veert hij plotseling op. “Christenen in het Westen beseffen lang niet altijd dat het Midden-Oosten de bakermat is van het christelijk geloof. Jezus liep tijdens zijn leven hier in het Midden-Oosten rond. Onze kerk stamt uit de eerste eeuw.” Hij wil zijn punt duidelijk stellen. Zijn kerk was er al toen in Europa en in andere Westerse landen nog niemand van het Evangelie had gehoord. “Wij leven al sinds tweeduizend jaar te midden van alle andere volken rondom ons. Ook met de moslims, het zijn letterlijk onze buren, al eeuwen. Als we niet met hen samen kunnen leven, dan kunnen we ook niet liefhebben.”

Tanks door de straten

Een maand na de bekladding van de kerken, vinden er in de oude binnenstad van Tripoli hevige gevechten plaats tussen het Libanese leger en moslimfundamentalisten. In de wijk waar El-Halabi woont, vallen in een paar dagen tijd veertig doden, ook gewone burgers. Na onze eerdere ontmoeting in Libanon, zoekt hij nu via skype contact en vertelt hij dat hij al bijna drie dagen opgesloten zit in zijn eigen huis. “Als ik uit mijn raam kijk zie ik tanks van het Libanese leger door de straten rollen. Er klinken schoten, er wordt al dagenlang gevochten. Alle scholen en openbare kantoren zijn gesloten. Iedereen is bang, niemand waagt zich naar buiten, alleen als het echt niet anders kan.” Hij is licht gespannen omdat zijn vrouw juist op dat moment toch even de deur uit is om een kleine boodschap voor het avondeten te halen. “Ze kan me ieder moment bellen op mijn mobiel zodat ik weet dat alles oké is.”

In de afgelopen dagen zijn soldaten van het Libanese leger de stad binnengetrokken om Tripoli te zuiveren van extreme elementen. De spanningen waren hoog opgelopen tussen milities van Al Nusra en het leger. “Bij de gevechten zijn veel winkels geraakt, een paar pandjes bij de juwelierszaak vandaan was veel schade. De winkel van mijn broer is de dans ontsprongen.” El-Halabi vertelt dat het ondanks alles bemoedigend is dat het leger dit keer vastberaden lijkt om alle extreme elementen uit zijn stad weg te jagen. “Maar ieder moment kan er een nieuwe geweldsgolf tot uitbarsting komen.”

El-Halabi worstelt met het dilemma tussen zijn roeping en zijn veiligheid. “Mijn tienerdochters vroegen me gisteren waar ze zich kunnen verstoppen als het geweld nog dichterbij komt. Het was een intens familiegesprek.” Op de vraag wat zijn antwoord was, biecht El-Halabi op dat hij het schuldig moest blijven.

De Middle East Council of Churches is een partner van Kerk in Actie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *