Krankjorum

tekst Willem Maarten Dekker

Dat wij in onze tijd de infantilisering van het christendom meemaken, wist ik al wel. Mijn goede vriend Wessel ten Boom schreef er ooit een artikel over, waarin hij een liedje voor de lijdenstijd aanhaalt uit het officiële kerkelijke materiaal, waarmee onderweg naar het hoogfeest van Pasen de diepe geesten van onze kinderen worden verduisterd: “Geel dan denk ik aan de zon, lekker buiten op ’t balkon. Aan narcissen op een rij. Was ik maar zo mooi als zij!” Ik dacht in mijn naïviteit dat we daarmee het dieptepunt wel hadden bereikt. Maar nee.

Sinds kort zijn sommige gemeenten ertoe overgegaan mondkapjes te gebruiken in de kerkdiensten. En natuurlijk, ik had het kunnen weten: dat moest meteen weer religieus gesanctioneerd en begeleid worden. Daar verscheen “een gebed bij het opdoen van mijn mondkapje”. Afkomstig van een Canadese voorganger en overgenomen door – nota bene – de Wereldraad van Kerken. Dit is nog erger dan de doophengel. Huiver maar mee.

‘Schepper God,
nu ik mij gereed maak om de wereld in te gaan
help me om het dragen van dit mondkapje te zien als een sacrament.

Laat het een ‘uiterlijk teken van innerlijke genade’ zijn,
een tastbare en zichtbare levenswijze
om mijn naasten lief te hebben als mijzelf.

Christus, de Zoon,
nu mijn lippen bedekt worden,
leg mijn hart zo open
dat mensen me kunnen zien lachen
in de rimpels bij mijn ogen.

Nu mijn stem gedempt wordt,
help me helder te spreken,
niet alleen met mijn woorden
maar met mijn daden.

Heilige Geest,
nu het elastiek mijn oren raakt,
herinner me zorgvuldig te luisteren
en vol zorg te zijn voor ieder die ik ontmoet.

Laat dit eenvoudige mondkapje
schild en banier zijn,
en laat iedere adem die het bevat
gevuld zijn met uw liefde.

In uw drie-enige naam en in die liefde bid ik.
Amen. Amen.’

Het hilarische dieptepunt van dit pseudo-gebed ligt waarschijnlijk bij ‘nu het elastiek mijn oren raakt’. Daar houd ik het echt niet meer uit. Werkelijk elk detail van het opzetten van het mondkapje wordt van een religieuze betekenis voorzien, zoals hier het aanraken van de oren. Eerder al wordt het dragen van het mondkapje vergeleken met een sacrament, wat niets minder dan godslasterlijk is. Een sacrament is een aards middel waardoor de eeuwige genade, de genade van de God die niemand kan zien zonder te sterven, tot ons komt. Dat vergelijken met het opdoen van een mondkapje is een verplatting van het geloof die alleen kan opkomen in een samenleving die eigenlijk al niet meer weet van het heilige. Het gebed wordt trinitarisch opgebouwd, want van alles kun je religie maken. Het is een koud kunstje een trinitarisch gebed te maken bij het dagelijkse kakken van mijn hond. Maar komt mijn hond daardoor in de hemel? Of zijn uitwerpsel?

Religie is ongeloof, zei Karl Barth. En hij had gelijk.

One thought on “Krankjorum

  1. Voor het lezen van deze column was ik best wel positief gestemd. Na het lezen van deze column ben ik toch iets verdrietiger dan daarvoor.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *