“Jesse Klaver is echt een politieke belofte, laten we hopen dat dat zo blijft”, grapte Mark Rutte in zijn Correspondents Dinner eerder dit jaar. Wie de media afgelopen weken in de gaten hield, zag in de scherts van onze minister-president een profetische notie ontluiken. De jeugdige fractievoorzitter van GroenLinks lijkt niet meer kapot te kunnen. Is deze jongeman werkelijk klaar voor het pluche, zoals hij zelf denkt? En concurreert hij voor een plekje in de coalitie straks met de kleine christelijke partijen?

tekst Jasper van den Bovenkamp en Felix de Fijter

Na stekkerdoosactrice Jolande Sap en de goedmoedige tussenpaus Bram van Ojik was daar ineens het frivole hoofd van Jesse Klaver. Hallo, zei hij afgelopen april op het partijcongres, volgende week word ik dertig en sommigen zouden misschien zeggen dat ik nog een snotneus ben, maar het afgelopen jaar ben ik meer dan één jaar ouder geworden.

Zo, dat we het wisten. Maar laten we wel wezen, het getuigt van enig vermogen tot zelfrelativering om met een dergelijk intro je toespraak te toonzetten. Want dat Klaver een jonkie is in de Haagse wereld, dat heeft-ie zelf maar al te goed door. Dat hij tegelijk zo’n tomeloze ambitie aan de dag legt – de grootste worden op links – maakt hem daarentegen wel een tikje kwetsbaar.

Met zijn uitgesproken groene profiel en aandacht voor sociale gerechtigheid oogst Klaver onder christenen zonder meer sympathie

Politiek verslaggever voor het Nederlands Dagblad Gerard Beverdam moet nog maar zien of Klaver in staat is z’n grote woorden straks in daden om te zetten. “Als hij zich echt in de campagne weet te vechten, zal hij getest worden. Weet hij eigenlijk wel inhoudelijk waar hij het over heeft? Kan hij de verantwoordelijkheid wel aan? Klaver lijkt met weinig moeite z’n oneliners te kunnen verkopen en hij is een begaafd spreker. Maar inhoudelijk vind ik ‘m niet zo concreet; het zijn vooral veel warme teksten. Zijn z’n ideeën wel voldoende gerijpt om Nederland werkelijk een andere richting op te sturen? Aan de onderhandelingstafel koop je niks met mooie woorden.”

Beverdam voorspelt dat andere partijen zich straks in de campagne veel moeite zullen getroosten de GroenLinks-jongen een toontje lager te laten zingen. “Hij is wel erg vroeg aan het front. Persoonlijk had ik het verstandig gevonden als GroenLinks hem nog een tijdje in de Kamer had gehouden, zodat-ie zich wat verder had kunnen ontwikkelen.”

Justin Trudeau

Klaver is een opvallende nieuwkomer, zegt politiek journalist Hans Goslinga van dagblad Trouw. “Hij is jong en doet me denken aan de Obama van 2008, en meer nog aan de nieuwe Canadese premier Justin Trudeau.” De 45-jarige Trudeau won – heel verrassend – de Canadese parlementsverkiezingen in 2015. Hij versloeg zittend premier Stephen Harper, die veel kritiek kreeg op zijn strenge immigratiebeleid. Met z’n halflange, donkere lokken, z’n optredens in hemdsmouwen, zijn open houding ten aanzien van vluchtelingen toont hij volgens Goslinga op verschillende fronten gelijkenis met de enthousiaste Klaver.

Trudeau schetste, kort na de presidentsverkiezingen, een nieuw soort staat. “Er is geen dominante cultuur. Er zijn wel gedeelde waarden: openheid, respect, compassie, de bereidheid hard te werken, naar elkaar om te zien en te streven naar gelijkheid en rechtvaardigheid. Die eigenschappen maken ons tot de eerste postnationale staat”, zo vat Goslinga samen. “En in zijn eenvoud lijkt het idee meer uitzicht te bieden dan de multiculturele benadering, die sterk de nadruk legt op afkomst en identiteit, en de meer populaire benadering die van immigranten aanpassing eist aan een nationale identiteit.”

De christelijke politiek heeft zich ontwikkeld van klein-rechts naar een constructief front waar mee te praten valt

Of Klaver een even verrassend lot is beschoren als zijn Canadese collega, hangt voorlopig nog van de speculaties aan elkaar. Voor het Torentje is het misschien nog wat vroeg, maar een denkbaar scenario is dat VVD, CDA en D66 straks op zoek gaan naar een vierde partij voor de benodigde coalitiezetels. In dat geval konden GroenLinks en de CU nog weleens om een plekje gaan vechten, denkt Goslinga. “Ik kan me niet voorstellen dat de SGP daar nog bij aan zal haken. Dat lijkt me niet waarschijnlijk.”

Minder honkvast

Van serieuze electorale concurrentie tussen GroenLinks en de christelijke politieke partijen is volgens Beverdam in ieder geval géén sprake. “Natuurlijk, de nieuwe generatie christelijke kiezers is in haar stemgedrag minder honkvast dan haar ouders, en ja, Klaver zal zeker een deel van de christelijke kiezers aanspreken. Met zijn uitgesproken groene profiel en zijn aandacht voor sociale gerechtigheid oogst hij onder hen zonder meer sympathie. Aan de andere kant is GroenLinks op veel thema’s echt veel te libertair.”

Het pleidooi van Klaver doet denken aan het eerste verkiezingsprogram van het CDA

Toch weet Klaver bepaalde thema’s politiek zo in te kleuren dat een aanzienlijk deel van het christelijke kiezerspotentieel zich in zijn vergezichten zal herkennen. Denk aan zijn openheid naar vluchtelingen, de strijd tegen economisme en natuurlijk de pogingen een duurzame transitie van de samenleving te bevorderen. Kan hij op deze onderwerpen zwevende CU’ers over de streep trekken? “In een deel van de CU-hoek en op de linkerflank van het CDA klinkt het Klavergeluid kiezers als muziek in de oren”, zegt Beverdam. “Tegelijkertijd heeft GroenLinks al lang niet meer het alleenrecht op dit soort onderwerpen. Tot in de SGP toe wordt er tegenwoordig over duurzaamheid nagedacht. Sinds er serieuze verdienmodellen aan verduurzaming te koppelen zijn, vindt rechts het thema net zo interessant als links.”

Daar komt bij dat op gebieden als de vrijheid van onderwijs en de medische ethiek veel christelijk kiezerspotentieel toch zal terugdeinzen voor het GroenLinks-geluid, denkt Beverdam. “Dan zitten ze bij Segers veiliger.”

Uitgesproken figuur

De CU heeft met Gert-Jan Segers een “uitgesproken figuur” in de gelederen, vindt Goslinga. “Een heldere politicus, misschien iets principiëler dan Arie Slob en iets meer geneigd om de CU wat meer ideologisch voor het voetlicht te brengen. Arie Slob was erg pragmatisch; verschillende malen heeft hij de kabinetten-Rutte uit de brand geholpen.” Goslinga constateert dat de CU – en in toenemende mate ook de SGP – zich steeds nadrukkelijker in het midden nestelen.

Voor Klaver is zijn religieuze inspiratie iets als ‘de handen uit de mouwen steken’

Evenwel lijkt de toon die Klaver aanslaat soms meer idealistisch vuur te bevatten dan die van de voormannen van de twee christelijke getuigenispartijen samen. Heeft hij niet gewoon heel tactisch een aantal van die christelijke thema’s bij CU en SGP weggepikt en ze van nieuw elan voorzien? Beverdam meent van niet. “Juist Segers en Van der Staaij zoeken voortdurend naar nieuwe manieren om in een bijna volledig geseculariseerde samenleving te getuigen, op zo’n manier dat ze ook nog eens serieus worden genomen. Ik denk dat de christelijke politiek zich – in de beeldvorming althans – heeft ontwikkeld van klein-rechts naar een constructief front waar mee te praten valt.”

In die zin zijn SGP en vooral de CU ook voor GroenLinks meer een concurrent dan in het verleden, denkt Beverdam. “Doordat ook de christelijke partijen nadrukkelijk in gesprek gaan met de seculiere wereld, spelen ze zich bij andere groepen kiezers in de kijker. Segers, Van der Staaij en Klaver begrijpen heel goed dat ze bij nieuwe kiezers vertrouwen moeten winnen, willen ze straks stemmen krijgen. Ze gooien zich daarom op een persoonlijke manier in de strijd. Juist omdat ook voor CU- en SGP-stemmers een stem op de eigen partij steeds minder vanzelfsprekend wordt, knokken de voormannen harder om de sympathie.”

Ruimte voor religie

Of met Klaver, die een katholieke opvoeding genoot en voorzitter was van de jongerentak van het Christelijk Nationaal Verbond, binnen GroenLinks meer nadruk op religie komt te liggen, is volgens Beverdam nog maar de vraag.

“Je hebt binnen de partij van oudsher een platform voor geloof en politiek, De Linker Wang, maar dat is niet veel meer dan een slapende onderstroom.” De ND-journalist heeft niet de indruk dat Klaver die gaat wakker kussen. “Als je de politiek van GroenLinks christelijk wilt duiden, kun je dat alleen via concrete thema’s als vluchtelingenopvang, solidariteit en duurzaamheid doen.”

Voor Klaver is zijn religieuze inspiratie iets als ‘de handen uit de mouwen steken’, herinnert Beverdam zich uit een interview met Volkskrant Magazine. “Hij zoekt het in waarden als empathie en mededogen, en dat is op zich natuurlijk allemaal prima, maar daarmee kan ik hem nog geen christelijke politicus noemen. Of het moet zijn dat hij met z’n warme woorden soms nogal prekerig overkomt.”

Achterlijk

Goslinga ziet wel dat GroenLinks ontspannener met religie omgaat. In de tijd van Femke Halsema zag hij een bijna paternalistische benadering ten aanzien van de religieuze minderheden. Ze profileerde de partij in een vrijzinnige richting. “Religie was in de ogen van Halsema iets achterlijks, een struikelblok op weg naar individuele ontplooiing. Religie, dat is kolonisatie van de burger, heeft Halsema zelfs gezegd. In Nederland hebben de meeste mensen zich al ontworsteld aan het juk van het christendom en, zo dacht ze, dat zal met de moslims ook wel gebeuren. Ze moeten een verlichting doormaken.”

Klaver kiest met z’n pleidooi tegen het economisme nadrukkelijk weer het sociaal-economische spoor. Hij heeft de Franse econoom Piketty omarmd en naar de Tweede Kamer gebracht. Goed getimed, denkt Goslinga. “Ook in Amerika zie je dat economische ongelijkheid – de gigantische kloof tussen de rijkste 1 procent en de rest van de bevolking – een steeds belangrijker thema wordt. De democratische presidentskandidaat Bernie Sanders is daar heel succesvol mee.”

Het pleidooi van Klaver doet, al is het een vaag begrip, een beetje denken aan Niet bij brood alleen, het eerste verkiezingsprogram van het CDA, stelt Goslinga. Wellicht niet zomaar werd hij ook uitgenodigd te spreken op het Christelijk Sociaal Congres in 2015. Dat werd – in elk geval in CDA-kringen – toch wel als historisch beschouwd. Klaver gaf in zijn speech aan de inspiratie voor zijn economische pleidooi te ontlenen aan Jan Peter Balkenende en zijn normen- en waardendebat.

Concurrentie

De vraag of Klaver lonkt naar de stem van de christelijke kiezer, lijkt dan ook legitiem. Aan het katholieke nest van Klaver en zijn CNV-verleden wil Goslinga niet al te veel ontlenen. “Bij de vorige verkiezingen zag je dat de CU op geen enkele manier kon profiteren van de leegloop bij het CDA. De lekkage aan de linkerflank van het CDA is wel gestopt. Klaver heeft daar met andere woorden weinig meer te halen.”

Ook volgens Beverdam is er weinig reden om te denken dat GroenLinks haar pijlen in de campagne op het christelijke kiezerspotentieel zal richten. De laatste jaren heeft hij althans geen pogingen waargenomen in die markt in te willen breken, zegt hij.

Waar de partij wél concurrentie zal zoeken, is nog moeilijk te zeggen, stelt Beverdam. “In zijn heftige verzet tegen het economisme zou je zeggen: Klaver gaat de strijd met de VVD of het huidige VVD/PvdA-kabinet aan. Maar de kaarten op links zijn nog niet helemaal geschud. Ik houd de mogelijkheid wel open dat er bij de PvdA nog een wisseling van de wacht komt. Als Asscher aantreedt, zal Klaver het nog weleens moeilijk kunnen gaan krijgen een onderscheidend geluid te laten horen.”

In de peilingen kan Klaver rekenen op de sympathy vote, zo blijkt uit de tweewekelijkse peiling van Ipsos naar de bindingskracht van partijen. De unieke voorkeur (het aandeel kiezers dat maar één partij overweegt) is met 1 zetel niet groot. Het CDA (8) en de VVD (10) hebben bijvoorbeeld een veel sterkere achterban. Maar op het vlak van voorkeur (kiezers die voorkeur hebben voor een partij, maar ook andere overwegen, scoort GroenLinks met 10 zetels al veel hoger. En in de peiling naar de sympathie (kiezers die voorkeur hebben voor een andere partij, maar de partij wel overwegen) laten Klaver en GroenLinks met 49 zetels alle andere partijen achter zich.

“Sympathie alleen is echter niet genoeg”, zegt Goslinga. “Een kiezer zoekt vaak toch ook een nadrukkelijke verbinding met het verkiezingsprogramma.” Een goede mix van die twee leidt bij elke verkiezing wel tot een verkiezingsheld. En ja, die held zou Klaver best kunnen zijn.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *