Liefde voor het volk (niet voor het land) verbindt de kerk met Israël

Hangt de passage in de kerkorde van de PKN over de band tussen kerk en Israël ‘van misverstanden en vaagheden aan elkaar’? Dat suggereert een aantal theologen vandaag in dagblad Trouw. Ze willen van die alinea af. Volgens René de Reuver valt het wel mee: niet de liefde voor het land, maar voor het volk verbindt de kerk met Israël, zegt hij in ons jongste nummer.

tekst René de Reuver beeld Johanne de Heus

Afgelopen zomer nam Israël een wet aan waarin het land officieel wordt gedefinieerd als ‘Joodse natiestaat’. Het was voor schrijver Maurits de Bruijn de druppel. Hij schreef in de Volkskrant: ‘Juist zij die van het land houden, kunnen niet langer de andere kant op kijken.’ Geldt dat ook voor de kerk, die zegt van Israël te houden?
Als Nederlandse zoon van een Joodse moeder, en daardoor dus Joodse jongen, beschrijft Maurits de Bruijn in zijn aangrijpende essay hoe zijn mooie droom als zevenjarig jongetje over Israël is vervlogen. Het gedroomde land van de Bijbel blijkt een harde samenleving te zijn.
Afgelopen zomer bezocht hij Israël voor de vierde keer. Voor het eerst maakt hij kennis met de Palestijnse gebieden. In zijn woorden: ‘Met de realiteit achter de muur: de checkpoints, de vluchtelingenkampen, de openluchtgevangenissen’.
Zijn jongensdroom spatte uit elkaar. Trots heeft plaatsgemaakt voor schaamte en frustratie. Of hij na zijn openlijke reflectie nog wordt toegelaten in Israël is de vraag. Kritische stemmen zijn niet welkom. Terwijl vragen stellen eigen is aan het jodendom. Eén van de religieuze plichten van ouders is kinderen leren vragen te stellen. De Bruijn roept ieder die van het land houdt op: kijk niet langer weg! Blijf kritisch, liefde ziet scherp.
Hij is niet de enige die forse kritiek oefent op het regeringsbeleid van Israël. Steeds meer klinkt deze kritiek, zowel binnen als buiten Israël.
Deze kritiek trof mij tijdens de reis die ik als scriba eerder dit jaar maakte naar Israël en de Palestijnse gebieden. Ze kwam niet alleen van Palestijnse maar ook van Joodse zijde. Menigeen is uiterst kritisch over de recente ontwikkelingen, de politieke leiding aan Joodse en Palestijnse zijde en de toekomst van Israël. Hun verhalen van trauma’s en dromen, pessimisme en hoop maakten diepe indruk op me.

Onopgeefbaar verbonden
Hoe staat de Protestantse Kerk hier nu in? Als eerste zet ik een streep onder het woord kerk. Kerken hebben een eigen verantwoordelijkheid en rol. Een kerk is geen actiegroep, politieke partij of belangengroepering.
Met Israël weet de Protestantse Kerk zich op unieke wijze verbonden. De kerkorde spreekt over een ‘onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël’ (art. I-7). Let wel: niet met de regering of de staat, maar met het volk Israël. Deze verbondenheid is principieel. God, de Vader van Jezus Christus is niet met de kerk maar, met het oog op zijn hele schepping, met Abraham begonnen. Daarom ziet de Protestantse Kerk zichzelf als een kerk ‘die zich, delend in de aan Israël geschonken verwachting, uitstrekt naar de komst van het Koninkrijk van God’ (Kerkorde, art. I-1). Het is dus niet onze ‘liefde tot het land’ (Maurits de Bruijn) die ons met het Israël verbindt, maar de verkiezing van God. Zijn verkiezing is geen gril, maar ‘onberouwelijk’ (Romeinen 11:29). God heeft Abraham en zijn volk als eersteling verkozen. De kerk is er pas later bijgekomen.
Deze theologische notie bepaalt de relatie van de Protestantse Kerk tot Israël. Het impliceert dat we niet wegkijken van de concrete situatie, maar uitkijken naar de komst van Gods koninkrijk. Deze verwachting ijkt de relatie tot een familieband. We zijn immers kinderen van dezelfde God en Vader. Een relatie waarin trouwens ook Palestijnse zusters en broeders delen. Wie bij Christus hoort, hoort immers ook bij elkaar.

We kijken niet weg van de concrete situatie, maar kijken uit naar de komst van Gods koninkrijk

Een familierelatie is eigensoortig. Familieleden kies je niet, maar zijn je gegeven. Liefde is geen voorwaarde voor familie; hopelijk leidt de familieband wel tot liefde.
Dit geldt ook voor de relatie van de Protestantse Kerk tot Israël en tot Palestijnse christenen. Het betekent heel concreet dat je elkaar van tijd tot tijd ontmoet en deelt in elkaars vreugden en zorgen. Dit was het doel van mijn werkbezoek eerder dit jaar. In diverse gesprekken kwam de vraag aan de orde waarvoor te danken en wat te bidden bij het zeventigjarig bestaan van de staat Israël. De input van Joodse en Palestijnse zusters en broeders heeft ons geholpen dit gebed te formuleren.

Bruggen bouwen
De familierelatie bepaalt de relaties die we aangaan en de projecten die we als kerk in Israël en de Palestijnse gebieden steunen. Met als gemeenschappelijk doel het zoeken van gesprek, het bouwen van bruggen tussen Joden en Palestijnen en het stemgeven aan hen die geen stem hebben.
Wat betreft het complexe Joods-Palestijnse conflict legt de Protestantse Kerk de nadruk op het volkenrecht en de internationale verdragen over mensenrechten. Dit conflict moet niet naar Nederland worden geïmporteerd. Als kerk weten we ons geroepen om het onderlinge gesprek te zoeken, relaties te verstevigen en te investeren in elkaar.
Maurits de Bruijn heeft gelijk: in de huidige weerbarstige en complexe situatie past geen wegkijken. Het komt aan op vooruitkijken. Op verwachting van de komst van Gods rijk dat de huidige werkelijkheid kritiseert en herschept. Tot die tijd zoekt de Protestantse Kerk het Joods-christelijke gesprek en geeft zij gehoor aan haar oecumenische en diaconale roeping.

René de Reuveris scriba van de Protestantse Kerk in Nederland.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *