Zijn ouders waren medeoprichters van de SP. Zelf koos Wouter Beekers, toen hij christen werd, voor het CDA. En deze maand begint hij als directeur van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie.

tekst Sjoerd Wielenga beeld Rufus de Vries

Wouter Beekers nipt aan zijn koffie verkeerd in het Wester Paviljoen in Rotterdam. Door de grote ramen is er uitzicht op de Nieuwe Binnenweg. Buiten trekt een veelkleurigheid aan mensen voorbij. Een loeiende politiesirene snerpt door het gesprek. Wouter Beekers kijkt er nauwelijks van op. Hij komt regelmatig in het grand café, dat in de volksmond wordt afgekort tot ‘WP’. Toevallig zijn dit ook zijn voorletters. Wouter Pieter. Pieter – vernoemd naar zijn katholieke opa, van wie hij al iets van het Evangelie meekreeg. En misschien was het dankzij deze opa wel dat hij waardering kreeg voor de katholiek-sociale beweging. De ChristenUnie zou daar meer aandacht moeten krijgen, vindt hij. Maar daarover later meer. Beekers praat niet in snelle oneliners. Hij zoekt soms naar woorden. Is meer een beschouwer. Bescheiden ook. Maar ook iemand die zijn mond opentrekt als hij het nodig vindt – en daarbij de controverse niet schuwt.

“Socialisten willen het koninkrijk op aarde bouwen. In de kerk zag ik mensen die zeiden: het koninkrijk is vooral het werk van God.”

“Ik kom uit een rood nest”, zegt Beekers. “Mijn ouders waren medeoprichters van de Socialistische Partij en zijn daar nog steeds actief in. Ik heb in het SP-milieu veel moois geleerd. Het engagement bijvoorbeeld. Mijn ouders zijn zó doordrongen van passie voor kwetsbaren in de samenleving. De betrokkenheid die ik heb meegekregen, koester ik.” Hoewel Herman Beekers en Ineke Palm uit een katholiek nest komen, voeden ze hun kinderen niet op in het christelijk geloof. Wel hoort Beekers via zijn grootouders van moeders kant – behoudende katholieken – van de God van de Bijbel. Zij nemen hem met Kerst mee naar de nachtmis en geven hem een kinderbijbel. Ook gaat hij naar christelijke scholen. Een educatieve reis naar Rome in de vijfde klas zorgt voor een volgend stapje richting God. Of, zoals hij het zelf zegt: “God heeft zich in die periode aan mij willen openbaren.” Terwijl hij met een vriend, Michiel van Egmond, door de oude, keizerlijke tuinen van Rome wandelt, praten ze over het geloof. Wouter toont zijn gebruikelijke nieuwsgierigheid. Totdat Michiel zegt: “Alles wat ik vertel over Jezus gaat ook over jou. Hij heeft ook voor jou aan het kruis gehangen. Hij vraagt ook van jou een keuze.” Beekers neemt de vraag serieus en het nieuwsgierige gevoel wordt vanaf dat moment een lange worsteling waarin alle grote vragen een rol spelen. “Ik dacht: wil ik dit geloven? Kan ik dit geloven? En hoe zit het dan met het lijden in de wereld? En hoe zit het met de mensen die geen Michiel van Egmond kennen die hun deze vraag stelt?”

In de jaren die volgen, blijft Beekers nadenken over de vraag van Michiel, maar tot een bekering komt het niet. Ook niet als hij tijdens zijn studie geschiedenis een relatie krijgt met Hadassa, een christelijke studente. Beekers gaat met haar mee naar een jonge, gereformeerd-vrijgemaakte gemeente in het centrum van Rotterdam.

Wat zag je daar?

“Ik ontmoette tijdens maaltijden van de huiskring van Hadassa mensen die echt geraakt werden door het Evangelie, maar niet op alle vragen een antwoord hadden. En toch bleven ze voor Jezus kiezen. Vanuit mijn SP-achtergrond had ik het idee dat christenen vooral dure woorden hebben, maar uiteindelijk vaak huichelaars zijn. Maar in die kerk en ook bij mijn schoonfamilie zag ik hoe het Evangelie mensen in beweging zet. Ik zag vrijwilligerswerk, sociale betrokkenheid en een enorme passie voor een jongerenproject in een achterstandswijk.”

Wat was het verschil met het SP-milieu? Dat was ook sociaal en gepassioneerd.

“In de kerk was het meer ontspannen. Socialisten willen het koninkrijk op aarde bouwen. In de kerk zag ik mensen die zeiden: het koninkrijk is vooral het werk van God. Christus’ liefde leeft in hen en vanuit die bewogenheid zien ze om naar anderen. Maar wél in het besef dat het niet valt of staat bij wat ze doen. Dat is een belangrijk verschil. Maar Hadassa en mijn schoonfamilie vroegen natuurlijk: waar sta jij, Wouter? Ik wilde niet onder sociale druk een geloofskeuze maken, dus ik zei: ik ben een ongelovige jongen. Take it, or leave it. We zijn in 2005 getrouwd. Omdat ik niet geloofde, werd het huwelijk niet bevestigd in de kerk.”

Dus je bent pas tijdens je huwelijk echt tot geloof gekomen?

“Ja, dat is héél apart gegaan. Het besef drong door dat het een smoes was dat ik niet vanwege de sociale druk van een huwelijk wilde kiezen voor Jezus. Die grote levensvragen waren ook smoezen geworden. Ik realiseerde me dat Jezus een plek in mijn leven had ingenomen en dat ik God als Vader wilde hebben. Als ik eens met Hadassa meeging naar de kerk, merkte ik hoe dat binnenkwam. Of als ik stiekem, als experiment, een gebed deed. Ik werd zó aangeraakt, het was zó echt. Van de ene op de andere dag voelde ik: dit is het, ik wil die sprong maken. Ik zei out of the blue tegen Hadassa: ik wil me laten dopen.”

“We leven niet meer in de tijd van levenslange loyaliteit. Daar moeten we een beetje relaxed in zijn.”

Gedoopt werd hij. En hoe. Tegen zijn ouderling zei Beekers dat hij gedoopt wilde worden door onderdompeling. Niet echt de gewoonte bij gereformeerd-vrijgemaakten, maar dat wist Beekers niet. “Ik wilde mijn oude leven begraven en opnieuw opstaan met Christus. Een onderdompeling symboliseert dat.” De ouderling vond het een geweldig idee en de gemeente week voor de gelegenheid uit naar een evangelisch kerkgebouw met doopbad. Michiel van Egmond en toenmalig missionair predikant Simon van der Lugt dompelen Beekers onder. “Misschien een gekke metafoor, maar het was een warm bad. Zoals de mensen om mij heen stonden; dat was een heel emotioneel moment. Ik had echt het gevoel dat ik thuiskwam. Het feest dat er vanwege mijn doop gevierd werd raakte me. Ik kijk er met grote dankbaarheid op terug. Nu ik eraan terugdenk, krijg ik weer kippenvel.”

Kort na zijn doop wordt Beekers lid van het CDA. “Al rond mijn achttiende was ik kritisch over het socialistische denken. Ik vond dat je niet alles van de overheid kunt verwachten. Ook vond ik de SP te activistisch. Door mijn groei richting God, geloofde ik ook niet dat de ideale samenleving ooit bereikt zou worden. In mijn werk aan de Vrije Universiteit maakte ik kennis met de christelijk-sociale traditie. Omdat ik in Rotterdam zag dat christenen een enorme minderheid vormen, werd ik lid van het CDA, de grootste christelijke partij. In toenemende mate ergerde ik me aan het feit dat de partij weinig deed met die traditie. Ik vond het CDA te oppervlakkig rechts, maar ik vroeg me ook af: wordt er nog een lans gebroken voor religie in de samenleving? Op de VU deed ik daar onderzoek naar. Zo sprak ik regelmatig met Gert-Jan Segers, toen WI-directeur van de ChristenUnie. Ik merkte dat de ChristenUnie iets wilde met de C, terwijl het CDA die C juist ballast vond.”

Doordat Gert-Jan Segers Tweede Kamerlid werd, kwam er een vacature. Jij solliciteerde, terwijl je nog CDA’er was. Je had ook kunnen denken: niet de ChristenUnie, maar het CDA heeft mij nodig.

“Ik heb de balans opgemaakt en me afgevraagd of ik iets kan betekenen voor het CDA. Als ik me uitsprak, was dat als publiekelijke criticus. Daar help je die partij ook niet mee verder, vond ik.”

Waarom niet? De partij kan toch goed gebaat zijn met een hofnar, een criticaster of een horzel?

“Laat ik het positief uitdrukken. Ik zag de vacature van het WI van de ChristenUnie en dacht: wow, dit is een plek waar ik veel relevanter kan zijn dan als ‘hofnar van het CDA’. Maar ik vond het geen gemakkelijke stap, ik ben geen CDA’er geworden om een paar jaar later van partij te veranderen. Ik had een gevoel van loyaliteit. Maar we leven niet meer in de tijd van levenslange loyaliteit. Daar moeten we een beetje relaxed in zijn.

Je kunt dat laf noemen. Ja, dat is het ook. Daar draai ik niet omheen. Ik heb in de strijd die ik binnen het CDA voerde een stap teruggezet. Dat vonden sommige mensen jammer. Maar er waren ook mensen die zeiden: we blijven elkaar als christelijke politici tegenkomen. CDA en CU zullen vaker zij aan zij komen te staan, juist als het gaat om de plek van religie in de samenleving.”

“We moeten aan de kiezers duidelijk maken welk verschil christelijke politiek maakt.”

En zo begint Wouter Beekers deze maand als directeur van de Mr. G. Groen van Prinsterer Stichting – zoals het WI officieel heet. Doel: langetermijnvisie ontwikkelen voor de christelijk-sociale politiek. Wat worden onder Beekers’ leiding de speerpunten? “Allereerst wil ik zoeken naar een nieuwe verhouding tussen markt, staat en samenleving. Hoe hervorm je de verzorgingsstaat zodat er ruimte is voor maatschappelijke initiatieven waarin burgers verantwoordelijkheid nemen voor hun omgeving?” Binnen die verhouding wil Beekers meer ruimte vragen voor mensen en organisaties die actief zijn in de samenleving en zich hierin laten inspireren door een religie. “Geloof kan een belangrijke motivatie zijn. Dat zie je bij het Scharlaken Koord, Youth for Christ, Stichting Present, de Voedselbank of het Max Havelaar-keurmerk. In Nederland moet daar ruimte voor blijven.”

Je komt op voor het maatschappelijk middenveld. Dat klinkt als een typisch CDA-verhaal.

“Hier kunnen de partijen vaak ook samen optrekken. Maar bij het CDA gaat het bij het maatschappelijk middenveld vooral over de grote maatschappelijke organisaties, zoals de woningcorporaties. Het gaat mij vooral om ruimte voor actief burgerschap, ook buiten die instituties. Ik wil daar bij de CU op een nieuwe manier naar kijken. Concreet wil ik ook lokale CU-politici handvatten geven waar ze in de praktijk iets mee kunnen. Ik wil rondetafelgesprekken, internetfora en bijeenkomsten organiseren.”

Wat is je droom voor Nederland?

“Mijn droom is dat mensen zich actief inzetten voor de samenleving. Dat is een uitdaging in een tijd waarin mensen zich niet zo makkelijk meer binden. Mooi voorbeeld is een basisschool waar ouders op een flexplek kunnen werken en in de pauze overblijfouder kunnen zijn. We moeten zoeken naar een overheidsbeleid dat voor zulke goede initiatieven ruimte biedt. Ik wil daarbij ook kijken naar wat we kunnen leren van de katholieken. Eind negentiende eeuw bedachten katholieken het subsidiariteitsbeginsel. Uitgangspunt was dat de staat alleen dingen moet regelen die de samenleving zelf niet kan. Dat is een grote overeenkomst met het christelijk-sociale denken. Het verschil is dat protestantse politiek – dankzij Abraham Kuypers soevereiniteit in eigen kring – uitgaat van het idee dat alles begint in de samenleving. Katholieken denken meer vanuit de staat. Binnen de CU is daar vaak kritiek op. Maar ik zie het als een uitdaging om dit katholiek-sociale denken mee te nemen in de partij door mensen uit die traditie aan het woord te laten. Protestanten en katholieken staan zij aan zij in het religiedebat in Nederland. Maar we moeten ons ook inzetten voor geloofsvrijheid van moslims en joden; denk aan de discussies rond besnijdenis en ritueel slachten.” Daarbij wil Beekers als nieuwe directeur het belang van christelijke politiek duidelijk maken. “We willen onderzoeken waar CU-politici lokaal tegenaan lopen. Je ziet namelijk dat ook orthodoxe christenen actief zijn voor SP, PVV, GroenLinks of PvdA. Ik verbaas me erover dat christenen GroenLinks stemmen, als ik lees wat mijn collega bij het WI van GroenLinks, Dick Pels, schrijft over de plaats van religie. Hij is voorstander van een door de overheid geleide ontkerstening van de samenleving. We moeten aan de kiezers duidelijk maken welk verschil christelijke politiek maakt.”

De grote vraag is welke stijl Beekers hiervoor kiest. Eerder wist hij de schijnwerpers op zich te richten met een anti-PVV-manifest. En rond zijn promotie aan de Vrije Universiteit, vorig najaar, riep hij in een interview in het Nederlands Dagblad zelfs op tot een nieuwe schoolstrijd – ouders moeten veel meer waken over de christelijke identiteit van de scholen, zei hij. Beekers schuwt de controverse dus niet. Is dat zijn stijl van opereren? “Misschien komt het wel door mijn SP-verleden? Zo’n rol past mij wel. Het hoort ook bij de plek van een WI in een politieke partij – een tegenkracht. Ik stel graag kritische vragen bij beleid. En af en toe werp ik een steen in de vijver. Niet om de steen te werpen, maar om het denken op gang te houden. Ik wil de boel wel opschudden.”

Wie is Wouter Beekers?

• Wouter Beekers wordt in 1979 in Nijmegen geboren.

• Van 2000 tot 2005 studeert hij geschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

• In 2010 organiseert hij binnen het CDA een beweging die zich middels een manifest uitspreekt tegen de gedoogconstructie met de PVV.

• Van 2004 tot 2012 werkt Beekers aan het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme aan de Vrije Universiteit. Hij promoveert in 2012 op de geschiedenis van de volkshuisvesting.

• Deze maand volgt hij Gert-Jan Segers op als directeur van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie.

• Wouter Beekers woont in Rotterdam en is getrouwd met Hadassa. Samen hebben ze drie kinderen. Ze gaan naar de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) van Rotterdam-Delfshaven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *