Mag het over seks gaan in de literatuur? Voor veel mensen is dat geen punt, maar in de christelijke wereld zijn er moeiten. Het lijkt wel alsof een groot deel van het christelijke publiek er een sjibbolet van gemaakt heeft: als er in een roman een erotische scène voorkomt, dan wordt het boek meteen afgeschreven. Een krasse vorm van censuur, die fnuikend is voor literatuur.

tekst Frank Dijkstra

Door christenen geschreven literatuur kiest meestal de weg van de minste weerstand. De ingewikkeldheid van het seksuele leven wordt opgeofferd aan het ontkennen of het generaliseren daarvan. Daardoor is dit levensgebied in de letterkunde van de twintigste eeuw vrijwel zonder slag of stoot in handen gevallen van schrijvers die vanuit andere, niet-religieuze levensopvattingen schrijven. Schrijvers die gelovig zijn, hoeven zich niet preutser voor te doen dan dit wezenlijke onderwerp van hen als gelovigen vereist. Ze hoeven alleen maar naar de Bijbel, naar de middeleeuwse letterkunde, ja, naar de geschiedenis van de belangrijke literatuur tot en met de Romantiek te kijken, om te weten dat ze zichzelf nodeloos in het keurslijf van de ontkenning hebben gehesen.

Als je thema’s als seksualiteit vermijdt, wordt literatuur bloedeloos, saai en braaf.

Als literatuur over de werkelijkheid gaat zoals die is, dan dus ook over de onaangepaste werkelijkheid. Zelfs inclusief misschien moreel minder fraaie gedachten en handelingen van mensen. Een kenmerk van literatuur is showing, not telling. Niet vertellen ‘hij voelt zich verdrietig’, maar beschrijven wat er gebeurt, waaruit de lezer zelf kan afleiden dat hij verdrietig is. Bij seks en erotiek gaat het dan al gauw om een meer expliciete beschrijving. Het verschil tussen pornografie en een vrijmoedige literaire beschrijving is niet altijd duidelijk. Pornografie beschrijft seksuele handelingen om de lezer seksueel te prikkelen. Dat is niet het primaire doel van literatuur. Een voorbeeld van literaire schrijvers die vrijmoedig seksualiteit beschrijven, zijn Willem Jan Otten (Specht en zoon) en Vonne van der Meer (Het limonadegevoel).

Een klein land als Nederland heeft heel veel buitenland. We kunnen ons door dat buitenland laten inspireren. Bijvoorbeeld door de Engels-Amerikaanse schrijfster Susan Howatch (geboren 1940). Wereldwijd zijn er meer dan 20 miljoen van haar romans verkocht. Ik geef een misschien wat lang citaat uit haar roman Ultimate Prizes (1989). Het is beter iets te laten proeven van haar stijl dan een samenvatting in mijn eigen woorden te geven.

In 1942 ontmoet de gehuwde aartsdeken Neville Aysgarth (40 jaar) tijdens een diner bij de bisschop de dertien jaar jongere Miss Dido Tallent. ‘Aartsdeken’ is de vertaling van het Engelse woord archdeacon. Het is een hoge functionaris in de Anglicaanse Kerk. Rechtstreeks onder de bisschop werken twee archdeacons.

‘Zodra ik haar zag, bedacht ik hoe passend het was als zij zichzelf een wren [= een vrouwelijke marinier, maar ook een winterkoninkje] zou noemen. Ze was tenger, had heldere ogen en ze was snel, scherp en beweeglijk. Haar donkere haar golfde onberispelijk. Haar glanzende uniform dook in en uit haar smalle taille en haar scharlaken lipstick benadrukte haar witte tanden. Ze had een kleine boezem, maar dat maakte mij niet uit. Ik ben niet zo’n man die geobsedeerd is door de symbolen van het moederschap. Ik hou van benen. Natuurlijk kon ik de benen van Miss Tallent niet van top tot teen zien, maar een glimp van haar enkels inspireerde mij om mij haar glimmende dijen voor te stellen. Ik was zo geabsorbeerd door deze krachtige fantasie, dat ik Charlotte Ottershow’s introductie nauwelijks hoorde en moest vragen om haar naam te herhalen. “Hebt u nog nooit van mij gehoord?” riep Miss Tallent verbaasd uit. “Wat moet u dan een teruggetrokken leven leiden.”

“Aartsdekens leiden nooit een teruggetrokken leven”, repliceerde Charlotte. “Deze trekt voortdurend door het noorden en westen van de diocese om zich misdragende geestelijken weer op het goede spoor te brengen.”

“Wat gebeurt er dan in het noorden en het westen van de diocese?”

“Niet veel, de andere aartsdeken speelt liever croquet.”

“Wat is er mis met croquet? Ik ben dol op alle spelletjes met ballen”, zei Miss Tallent met een overweldigend onschuldige stem en met een zeer directe blik naar mij met haar brutale, heldere ogen. Ik schraapte mijn keel, terwijl ik mij verward afvroeg of de dubbelzinnigheid opzettelijk was en ik vroeg mijzelf af waarom ik plotseling niet meer in staat was om aan iets anders te denken dan aan seks.’

Dit citaat staat in het begin van de roman van bijna vijfhonderd pagina’s. Het zet meteen de toon. Een gewetensvolle, getrouwde geestelijke in de Anglicaanse Kerk raakt plotseling geobsedeerd door een andere vrouw. Seksuele fantasie speelt daarbij een belangrijke rol. Het boek laat zien hoe deze obsessie te maken heeft met zijn verleden en zijn achtergrond. Vanaf zijn vroegste jeugd is Aysgarth bezig geweest de hoogste prijzen (ultimate prizes) na te jagen. Dat brengt hem op gespannen voet met de waarden die hijzelf hoog wil houden. Het gaat niet alleen over seks, maar ook over de spanning tussen zijn geloof en het leven met al zijn hartstochten, zoals honger naar macht en eerzucht. Gekweld en op de rand van de afgrond moet hij uiteindelijk de waarheid over zichzelf, zijn huwelijk en zijn verleden onder ogen zien. Uiteindelijk is zijn ultieme prijs: overleven.

Deze en andere romans kunnen het Nederlandse lezerspubliek en Nederlandse schrijvers inspireren. Het gaat om een prachtig, vitaal en hartstochtelijk ingrediënt van het leven: vuurwerk dat ook een vuurwerkramp kan worden. Niet voor niets gebruikt het Hooglied heftige beelden: ‘Sterk als de dood is de liefde, beklemmend als het dodenrijk de hartstocht. De liefde is een vlammend vuur, een laaiende vlam.’ Als je thema’s als seksualiteit vermijdt, wordt literatuur bloedeloos, saai en braaf.

Susan Howatch

Ultimate Prizes is een van de Starbridge-romans van Susan Howatch. Daarnaast schreef zij drie zogenaamde St. Benet’s-romans. Howatch schreef deze in totaal negen romans van 1986 tot 2004. Ze spelen in de jaren dertig tot en met de jaren negentig van de vorige eeuw. Het zijn romans met een literaire, theologische en psychologische diepgang. Ondanks de heftige thema’s die erin aan bod komen, zijn ze van een lichtere toon dan veel Nederlandse christelijke literatuur. Ook is er geen sprake van preutsheid en zelfcensuur. Van deze romans zijn er twee in het Nederlands vertaald. De eerste (Glittering Images / Betoverend beeld) werd in 1988 uitgegeven door de Boekerij in Amsterdam. De tweede (The High Flyer / Carrière) in 2002 door Uitgeverij Boekencentrum.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *