Troubadour Paul Cherryseed Cuijpers vertelt verhalen en zingt liedjes. Het grote publiek is niet zijn comfortzone. ‘Ik moet dan blijven denken: eigenlijk is dit een grote huiskamer.’

“Singer-songwriter noem ik mezelf niet, al ben ik het in zekere zin wel. Wat ik doe voelt breder. Ik wil verhalen vertellen en liedjes daarbij zingen. Overal waar het maar kan. Liedjes van hoop en verlossing. Troubadour omschrijft daarom beter wat ik wil doen.

“Soms zit je in de woestijn, maar dan kun je ook Gods genade ervaren.”

Na mijn studie Journalistiek wilde ik niet bij een krant werken. Het kost me teveel energie om bij het schrijven met van alles rekening te moeten houden. Het nieuwsjagen ligt me ook niet. Ik ben de administratie ingerold en heb dat een tijdje gedaan. Nu werk ik af en toe tijdelijk, bij het Leger des Heils, de post of ik ga asperges steken. Dat is nodig om rond te komen. Met een vaste baan zou ik te weinig toekomen aan de muziek. Ik heb altijd in verschillende bandjes gespeeld. Toen ik dat in 2010 na een tijdje weer oppakte en gitaarles nam, zeiden anderen dat ik er meer mee moest gaan doen. Ik was de laatste die daarvan overtuigd was, omdat ik er een beetje bevreesd voor was in mijn eentje op verschillende plekken te komen. Van nature voel ik me niet snel ergens thuis. Dat heeft ook te maken met dingen die in mijn jeugd zijn gebeurd.”

Zaadjes planten

“Dat het anders liep komt door een weekend bij l’Abri in Eck en Wiel. Ik kwam daar vaker. Zoals zij geloof met het dagelijks leven verbinden spreekt me aan. De vraag of ik meer met muziek moest gaan doen zat in mijn hoofd. Het was in het kersenseizoen en had een bakje meegenomen. Op een avond speelde ik een liedje voor de groep. Toen vroegen ze me om nog een liedje, nog een liedje en nog een liedje, tot het middernacht was. Hun enthousiasme trok me over de streep, misschien moest ik het er toch maar op wagen. De laatste dag waren er nog kersen over. Te weinig om uit te delen aan iedereen, te veel om te zien hoeveel het er waren. Ik dacht: misschien kunnen we op elk bord een kers neerleggen. Er waren 34 gasten. Ik bleek er precies genoeg te hebben, op elk bord een. Dat vond Rob Ludwick, de gastheer, zo bijzonder dat hij in zijn gebed dankte voor Mr. Cherryseed. Dat bevestigde me in mijn keuze voor de muziek te gaan. Ik heb toen ook de naam Paul Cherryseed aangenomen, ik mag zaadjes voor het Koninkrijk planten. Inmiddels voelt het als een extra doopnaam.

Het begon allemaal heel klein. Ik ging ergens op straat spelen, voor mensen die voorbij komen. Gospels, inspirerende popliedjes van bijvoorbeeld Paul Simon of Paul McCartney en eigen liedjes. Daar vertel ik verhalen bij. Op straat gaat dat soms wat lastig. In huiskamers, in de gevangenis of in kerkdiensten gaat dat veel beter. Meestal zijn het kleine anekdotes, ontmoetingen die ik heb gehad met mensen. Dat doe ik spontaan, ik heb geen uitgewerkt programma. Het kan elke keer anders zijn. De muziek en de verhalen zijn allebei even belangrijk. Er moet iets zijn in de wereld zoals God die geschapen heeft waardoor melodieën en akkoorden ook verhalen zijn. Ik kan zo genieten van bepaalde akkoordwisselingen. Het liedje ‘Caspar’ bijvoorbeeld begint met een serie akkoorden in de d-variant, waarbij de bas gelijk blijft. Dat past bij de tekst. In ‘Now is the time’ werk ik met dissonanten, waardoor er onrust ontstaat. Dat past bij dat liedje, je verwacht dat er iets moet komen, iets wat er nog niet is.”

Een grote huiskamer

“Het was niet de bedoeling iets op te nemen. Dat mijn album The dessert, the dew and the dawn er nu ligt komt omdat de mensen die me hoorden optreden ernaar vroegen. Nu ben ik er ook wel blij mee. Het opent deuren. Laatst heb ik voor een zaal met 1300 mensen gespeeld. Je ziet het publiek dan bijna niet meer voor je zitten. Ik probeer dan aan bepaalde mensen te denken, zodat ik het persoonlijke erin houdt. Het bleek te werken. Mensen waren echt ontroerd. Ze zeiden dat er een bepaalde rust vanuit ging. Ik moet dan blijven denken: eigenlijk is dit een grote huiskamer. Dan gaat het wel.

The dessert, the dew and the dawn staat voor mij voor het leven. Dat klinkt cliché, maar dat geeft niet. Soms zit je in de woestijn, maar dan kun je ook Gods genade ervaren. Daar gaan de liedjes van de dauw over. Dauw staat in de Bijbel voor genade die God wil geven. Uiteindelijk kom je altijd uit bij dat feest dat je met God wilt vieren. Dat je Zijn zoon of dochter bent, dat je niet verlaten bent, de ochtendstond. De liedjes waren er al, ik heb later die driedeling gemaakt. Niet als drieslag, per se in die volgorde. Het zijn dingen die ik zelf heb meegemaakt en die ik ook om me heen zie. God heeft de wonden uit mijn jeugd genezen. Ze bepalen niet meer wie ik ben, ik ben geen slachtoffer meer en ik speel ook niet voor slachtoffers. Maar ik weet wel wat het is om in de woestijn te zitten. Daardoor kan ik denk ik dicht bij mensen komen. Ik zal nooit vanzelfsprekend een podiumbeest worden. Het is prima dat ik me van nature niet makkelijk ergens thuisvoel. Daardoor moet ik blijven zoeken naar de afhankelijkheid van God.”

Paul Cherryseed Cuijpers (33) is troubadour, woont in woongroep Overhoop in Utrecht-Overvecht en is genomineerd voor de Aanmoedigingsprijs van de Zilveren Duif Award 2014.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *