‘Dagenlang ben ik op stap geweest met een loden kist met daarin het gebalsemde lichaam van mijn overleden broer. Op het vliegveld rolde hij bij de bijzondere bagagestukken tussen de ski’s van de lopende band. Dat was een bizarre ervaring. Zijn sterven heeft in mijn leven een radicale omkeer teweeggebracht ‘

tekst Marjon van Dalen beeld Albert Jan ten Napel

Laurent Nouwen (71) is de twaalf jaar jongere broer van de internationaal geprezen christelijke auteur Henri Nouwen. De levensloop van de Nouwen-broers vertoont een opmerkelijke parallel: allebei besluiten ze op het hoogtepunt van hun carrière afstand te nemen van succes en aanzien. Henri is priester en een gevierd professor aan de vooraanstaande Harvard universiteit in Amerika als hij besluit te stoppen met zijn werk om voor de zwaar gehandicapte Adam te gaan zorgen. Hij verruilt zijn universitaire burelen voor een kamer in Daybreak, een leefgemeenschap voor verstandelijk gehandicapten bij Toronto.

“Met zijn overlijden plantte hij een nieuwe geest, een nieuwe inspiratie in mij”

Laurent is advocaat en vennoot bij het voorname advocatenkantoor NautaDutilh in Rotterdam wanneer hij op zijn 54e het besluit neemt om het roer rigoureus om te gooien. “Ik heb de deur van het kantoor achter me dichtgetrokken en ben vrachtwagenchauffeur geworden om hulpgoederen naar Oekraïne te rijden. Ik vond dat Henri’s vrienden daar mijn hulp nodig hadden.”

Een nieuwe geest

Aan de keukentafel van zijn statige herenhuis aan de Avenue Concordia in Rotterdam vertelt Laurent Nouwen gepassioneerd over zijn broer.”Henri overleed volkomen onverwacht aan de gevolgen van een hartaanval. Dat was in 1996. Na zijn dood heb ik pas beseft wat een enorme impact Henri heeft gehad met zijn boeken, maar ook met zijn leven. Opeens kreeg ik reacties van over de hele wereld, bakken vol. Oud-studenten uit Amerika, lezers uit allerlei landen. Henri hield met iedereen contact, zo was hij en dat heeft hij altijd gehouden. Niet als de professor, maar eenvoudig van mens tot mens. Hij was dan wel priester en hoogleraar, maar daaraan ontleende hij geen enkele autoriteit.”

“Henri wist een diepe snaar te raken bij zijn lezerspubliek. Hij toonde zijn kwetsbare kant in zijn boeken; daarin zat zijn kracht vermoed ik. Lezers vonden herkenning. Hij was er diep van doordrongen dat ieder mens breekbaar is, eenzaamheid kent en liefde nodig heeft. Onverschilligheid kende hij niet, over niets in het leven. Hij was een gevoelig mens. Altijd bleef hij met grote nieuwsgierigheid en verbazing naar deze wereld kijken. Na zijn dood werden mijn ogen geopend voor wie hij werkelijk was en wat hij te zeggen had, ook aan mij. Ik besefte dat mijn arme broer een enorme missie had vervuld. Hij wilde de mensen doen beseffen dat ieder van hen een geliefde zoon of dochter van God is en blijft. Onafhankelijk van welke wereldse waardering dan ook. Zijn sterven heeft in mijn leven een radicale omkeer teweeggebracht. Met zijn overlijden plantte hij een nieuwe geest, een nieuwe inspiratie in mij.”

Henri verwierf zich behalve als professor in de religie en psychologie wereldwijde faam als schrijver. Hij schreef meer dan veertig christelijke boeken die over de hele wereld werden gelezen. Ze werden in alle grote wereldtalen vertaald. Eindelijk thuis is zijn bekendste titel. In 2011 werd het door de lezers van Trouw uitgeroepen tot het beste spirituele boek van de twintigste eeuw. Wereldwijd gingen er meer dan zes miljoen exemplaren over de toonbank. Aan de hand van een schilderij van Rembrandt, neemt Henri Nouwen de lezer mee op zijn persoonlijke ontdekkingstocht naar de diepere betekenis van de gelijkenis van de Verloren Zoon. Eerst identificeert hij zich met de zoon, die zoekt naar warmte en erkenning. Maar later ziet hij dat het zijn opdracht is te worden als de vader, die heeft geleerd te ontvangen en te geven. Hillary Clinton vertelt op de achterflap dat dit het boek is dat haar leven het meest ingrijpend heeft beïnvloed.

Terwijl de koffie op het aanrecht van de grote ouderwetse woonkeuken doorpruttelt, draait Laurent nog snel een sjekkie. Een blauw pakje Brandaris ligt op de keukentafel. In de kooi voor het hoge keukenraam zingt een gele kanarie er lustig op los, alsof hij zijn baasje wil evenaren. In de tuin staat een hoge boom waarin de lenteknoppen op barsten staan. Met een peuk in zijn mondhoek tilt Laurent de vogelkooi op. “Ik breng hem even naar de woonkamer, anders leidt het zo af.” Laurent gaat zitten in zijn zwarte bureaustoel op wieltjes, handig bekleed met een los schapenvachtje. Wat direct opvalt aan Laurent is de treffende gelijkenis met zijn broer Henri: niet alleen in uiterlijk, maar ook in zijn energieke manier van praten. Met een dosis humor en doorspekt met de nodige filosofische spitsvondigheden, vertelt Laurent zijn verhaal. Dat hij vroeger de kost verdiende als advocaat is niet verbazingwekkend. “Als Henri overkwam uit Amerika logeerde hij vaak bij ons. Hij had zijn eigen kamer hier boven bij ons in huis. Hij leidde een heel gedisciplineerd leven en las iedere dag een paar uur in de Bijbel om zijn batterij op te laden. Vaak hardop, dat konden we hier in de keuken horen, vooral de evangeliën. Hij bevroeg me op de keuzes die ik maakte in mijn leven. ‘Laurent, ben je tevreden met je leven?'”

De noot die gekraakt moest worden

Henri is altijd oprecht geïnteresseerd geweest in het leven van zijn broer. “Waarom kies je voor deze carrière? Ben je met de goede dingen bezig? Henri daagde me constant uit tot zelfreflectie. We hadden een goede en open band, over alles in het leven konden we een boom opzetten. Die kritische onderzoekende geest hadden we van huis uit meegekregen. Het leven niet voor lief nemen, vraagtekens zetten bij het gewone, alles bediscussiëren, dat was ons met de paplepel ingegoten. Maar tegelijk leefden we in totaal verschillende werelden. Henri doceerde in die jaren religie en psychologie aan de Universiteit van Harvard in Amerika. Ik had een gezin en moest gewoon de kost verdienen op het advocatenkantoor waar ik toen werkte. Zullen we een paar dagen naar zee gaan?, kon Henri zomaar opperen. Dan moest ik echt uitleggen dat dat niet zomaar ging, dat ik klanten had die op me wachtten. Pas na zijn dood heb ik begrepen dat ik de noot was die gekraakt moest worden.”

Op de piek van zijn academische carrière neemt Henri afscheid van aanzien en succes en besluit om in een leefgemeenschap voor gehandicapten te gaan wonen om daar de zorg op zich te nemen voor Adam, een zwaar geestelijk en lichamelijk gehandicapte jongen. Adam kon niet praten en niet lopen zonder hulp. Henri zag het als zijn geestelijke roeping. Geen voor de hand liggende keuze voor een professor, maar Henri vond dat het leven aan de universiteit zijn geestelijke groei in de weg stond. Laurent: “Opmerkelijk is dat de boeken die hij schreef in de periode dat hij voor Adam zorgde, uiteindelijk wereldwijd het meest werden gelezen. Je zou kunnen zeggen dat die de meeste vrucht hebben gedragen.” Bij alles wat Henri deed stelde hij zich de vraag hoe hij zijn leven en zijn sterven tot een geschenk voor anderen kon maken. ‘Zoals de Vader mij in de wereld heeft gezonden, zo zend ik ook u.’ Dit vers was voor Henri de kern. Afdalen, Christus volgen op de weg naar beneden.

Laurent herinnert zich nog als de dag van gisteren dat hij een telefoontje kreeg van tv-producent Jan van den Bosch. Die was naar aanleiding van Henri’s boek Eindelijk thuis bezig met een televisieproductie over het thema van de Verloren Zoon. Henri zou samen met een televisieploeg van de EO afreizen naar de Hermitage in Sint Petersburg om opnames te maken bij het schilderij van Rembrandt. Henri was daarvoor speciaal overgevlogen uit Amerika en net een paar dagen in Nederland. Jan van den Bosch belde: “Je broer heeft een hartaanval gehad, hij ligt in Hilversum in het ziekenhuis.” De reis naar Sint Petersburg zou er nooit meer van komen, want binnen enkele dagen overlijdt Henri in het ziekenhuis. “Dat was een schok voor ons, zijn hartaanval kwam volledig onverwacht. Hij was pas 64.”

Een gekleurde kist

Op 25 september 1996 wordt de uitvaartdienst gehouden in de Catharijnekerk in Utrecht, het is dezelfde kerk waar Henri in 1957 tot priester werd gewijd. Direct na de uitvaartplechtigheid reist Laurent met het lichaam van zijn broer naar Canada. Henri’s lichaam moet in een gesloten loden kist gelegd worden om mee te mogen in het vliegtuig. Laurent: “Ik ben dagenlang met Henri onderweg geweest. Dat was een intense ervaring. Dit was het laatste wat ik voor mijn broer kon doen. Wij hadden besloten dat Henri begraven moest worden bij zijn Daybreak-familie in Toronto.” Als Laurent daar aankomt is iedereen in shock. “Een paar dagen eerder was Henri als een gezond man vertrokken. Nu stond er een prachtige gekleurde kist voor hem klaar, beschilderd door de gehandicapte bewoners van Daybreak. Daar hebben we Henri ingelegd en we hebben twee dagen en nachten een wake gehouden. Uit alle uithoeken stroomden mensen samen om rond zijn kist herinneringen aan zijn leven uit te wisselen. Dat was bijzonder ontroerend. Uiteindelijk is hij daar op 28 september begraven.”

Kort nadat Henri overlijdt, moet Laurent ook zijn vader begraven en krijgt zijn vrouw een hersenbloeding. Ze is rechter maar kan haar beroep niet langer uitoefenen. Een jaar na het overlijden van zijn broer besluit Laurent een stichting op te richten om de geestelijke nalatenschap van zijn broer Henri te beheren en concreet uit te dragen. Laurent: “Henri heeft mij geholpen om wereldse waardering los te laten. Geen kind van de wereld zijn, maar van God. Ik ben gaan inzien dat mijn diepste anker in Hem ligt. Ben ik dan absurd of zie ik het leven opnieuw?!”

Terwijl hij nog een kop koffie inschenkt, vertelt hij dat hij over een paar weken een vrachtwagentje gaat brengen naar de Oekraïne. “In het jaar voordat hij stierf had Henri contacten aangeknoopt met Oekraïne en was hij daar ook naartoe gereisd. Ik heb op Henri’s contacten voortgeborduurd en ben bij verschillende NGO’s betrokken geraakt. Ik werk samen met jonge Oekraïners om hun wereld te humaniseren, zoals ik dat noem. We werken voor gehandicapten, psychiatrische inrichtingen, weeskinderen en vrouwen uit de gevangenis. Die mensen leven in Oekraïne in mensonwaardige omstandigheden, als afval, bijna letterlijk. Vorig jaar heb ik vijfhonderd matrassen gebracht naar een psychiatrisch ziekenhuis in Lviv. In een ruimte die geschikt is voor driehonderd kinderen zijn 1850 psychiatrische patiënten opgehokt, sorry dat ik het zo zeg. De Oekraïners voelen zich daar zelf ook ellendig over, maar ze hebben geen ander voorbeeld. De Sovjetmaatschappij is een groot kamp en daar moet je in zien te overleven. Ik ben in Henri’s spoor verder gegaan. Nu heb ik de mogelijkheid om mensen die kwetsbaar zijn bij te staan. Henri zou erom glimlachen denk ik, als hij mij daar zou zien…”

‘Ook al laat ik mij vaak bang maken door onheilssignalen uit de wereld om mij heen, ik blijf geloven dat de paar jaren die wij doorbrengen op deze aarde deel uitmaken van een veel groter gebeuren, dat zich uitstrekt van ver voor onze geboorte tot ver na onze dood. Ik zie het als een gezonden zijn naar deze wereld van de tijd, een missie die stimulerend is en zelfs opwindend, vooral omdat Degene die mij heeft gezonden wacht tot ik terugkom en vertel wat ik geleerd heb.’ (Henri Nouwen)

‘Adam onderrichtte en genas. Hij genas het innerlijk en gaf vrede, moed, blijheid en vrijheid aan mensen die vaak nauwelijks in staat waren te erkennen dat zij gewond waren. De aanwezigheid van Adam, zijn ogen vooral zeiden: “Wees niet bang. Je hoeft niet weg te lopen bij je pijn. Als bij me blijft en naar mij kijkt zul je ontdekken, dat je – net als ik – een geliefd kind van God bent”‘ (Henri Nouwen over Adam, de gehandicapte jongen die hij verzorgde)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *