Het stof van Nashville is neergedaald, de kanonnen worden schoongemaakt, maar het gesprek is bepaald niet afgelopen. Om dat gesprek te kunnen voeren en analyseren, is een beter zicht op de theologische grondlijnen in de discussie onontbeerlijk, zegt Stefan Paas.”Christelijke ethiek denkt niet louter vanuit de (gevallen) schepping, maar ook vanuit de toekomst van Gods koninkrijk.”

tekst Stefan Paas beeld Studio Vandaar

In de auto op weg naar de Theologische Universiteit Kampen luister ik naar een interview met Sjaak Bral op radio 1. De Haagse cabaretier vertelt over de research die hij voor zijn nieuwe show heeft gedaan. Die research speelde zich vooral af in parenclubs, bordelen en darkrooms. Op de vraag van de interviewer wat zijn vrouw daarvan vond, antwoordt Bral: ‘We laten elkaar vrij. Als de zielen versmolten zijn, geeft het niet als de lichamen hun eigen weg gaan’.

Als mens vind ik daar wat van, maar de theoloog in mij stelde met enig tevredenheid vast: ‘Aha, gnostiek!’. Die oeroude ketterij, waartegen veel vroegchristelijke schrijvers streden, blijkt nog springlevend te zijn. Het gaat hier om de gedachte dat je je ziel ‘bent’, en je lichaam ‘hebt’. Of anders gezegd: het lichaam is een soort vlezige en minderwaardige kerker van de ziel. Als dat zo is, kun je twee kanten op: het lichaam tuchtigen om de ziel te bevrijden van lichamelijke ballast, of het lichaam z’n gang laten gaan omdat wat het lichaam doet de ziel toch niet raakt. Bral kiest de weg van hedonisme, maar het is de keerzijde van ascese.

“Christelijke ethiek denkt echter niet louter vanuit de (gevallen) schepping, maar ook vanuit de toekomst van Gods koninkrijk.”

De schrijvers van het Nieuwe Testament verzetten zich in hun tijd al tegen dit denken. Wij zijn geen zielen die toevallig in een lichaam wonen. Je zou kunnen zeggen: de hoofdstroom van het christendom benadrukt dat je je lichaam bént en blijft. We belijden de ‘wederopstanding van het vlees’. Wat je met je lijf doet, heeft direct gevolg voor je menszijn, je geluk, je relaties, ook je verhouding tot God. Als je goed wilt leven, menswaardig, doe je dat met vlees en bloed en andere lichaamssappen. God heeft onze lichamelijkheid omarmd door mens te worden, en aan ons gelijk te zijn. De consequentie van dit mensbeeld is, zoals de Amerikaanse ethicus Stanley Hauerwas zegt, dat christelijke ethiek ook gaat over wat we doen met onze geslachtsdelen.

Wat je met je lijf doet, heeft direct gevolg voor je menszijn, je geluk, je relaties, ook je verhouding tot God

Stefan Paas

Maar wat betekent dit nu in de praktijk? Hoe ‘werkt’ christelijke morele bezinning op seksualiteit? Als ik ‘christelijk’ zeg, bedoel ik bezinning die zich er niet van afmaakt met ‘zo is het altijd geweest’ of ‘dit is toch uit de tijd’. Het gaat om reflectie die de Bijbel serieus neemt als morele autoriteit, en die in gesprek is met de christelijke traditie. Zonder concrete standpunten te verdedigen, wil ik hier een poging doen om te verhelderen hoe de ‘ethische kaart’ eruitziet waarmee christelijke theologie werkt. Kort door de bocht kun je zeggen dat christenen bij hun denken over het goede leven altijd rekening moeten houden met ‘schepping’ en ‘herschepping’. In het hier en nu schuiven als het ware twee continenten over elkaar: Gods bedoelingen zoals we die overgeleverd hebben gekregen uit het gelovig lezen van de (gevallen) schepping, en Gods bedoelingen zoals die uit de toekomst van zijn koninkrijk op ons afkomen in Jezus Christus. En waar die twee werkelijkheden over elkaar schuiven, ontstaan nogal eens schokken en trillingen. Dat hoort bij het leven in ‘de laatste dagen’.

Neem nu de Nashville-verklaring die in januari het land in rep en roer bracht. Even afgezien van toon en concrete standpunten, valt op dat de verklaring bol staat van termen als ‘Gods plan’, zijn ‘ontwerp’ of zijn ‘bedoeling voor Zijn schepping’. De verklaring wordt gestempeld door zorg over de huidige westerse cultuur die dit ontwerp van God, dat het welzijn van mensen beoogt, verwerpt en achter zich laat. Kortom, het gaat hier om een visie die uitgaat van het bestaande: Gods bedoelingen zijn duidelijk geopenbaard in het verleden, aan het begin van de wereld, en afwijken van dat ‘plan’ of ‘ontwerp’ zal ons schaden.

Meer van De Nieuwe Koers? Probeer het 3 maanden voor € 15 euro

In klassieke theologische taal spreken we hier van een vorm van ‘natuurrecht-ethiek’. Dit is de gedachte dat Gods bedoelingen voor de mens (ook voor niet-christenen) minstens ten dele zichtbaar zijn in de schepping. Als ik opnieuw de zaak wat versimpeld mag voorstellen: in onze moraal en wetgeving moeten we volgens deze benadering uitgaan van het feit dat mensen vrijwel altijd mannelijke en vrouwelijke lichamen hebben, en dat alleen seks tussen man en vrouw tot voortplanting kan leiden. Of zoals de Nashville-verklaring het schreef: ‘Bepaalde verschillen tussen man en vrouw weerspiegelen Gods oorspronkelijke bedoeling met zijn schepping, en zijn gericht op het welzijn en de bloei van de mens’.

Klooien met de natuur

Het gaat hier, voor de duidelijkheid, niet om een simpel aflezen van moraal uit biologische gegevens. In dat geval zijn we gauw klaar, want homoseksualiteit, interseksualiteit en genderdysforie zijn ook biologische gegevens. Natuurrecht-ethiek leest de natuur door de lens van een bepaalde theologie, waarbij bijvoorbeeld veel nadruk ligt op Genesis 1:27 (‘mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen’). Tegelijk stelt men ook dat zelfs niet-christenen in staat zouden moeten zijn dit goddelijk ‘ontwerp’ af te lezen uit de natuur. Men zet dit kracht bij door er bijvoorbeeld op te wijzen dat homoseks in alle tijden en alle culturen ‘verdacht’ was, en alleen een plaats had in sterk hiërarchische verhoudingen (zoals in het oude Griekenland) of in specifieke instituten (zoals tempelprostitutie). Dit alles werpt een bedenkelijk licht op moderne Westerse samenlevingen, waarin transgenders en homohuwelijken min of meer ‘normaal’ zijn geworden – de laatste meer dan de eerste, overigens.

Men kan dit wegzetten als ‘conservatief’, maar daarmee staat deze benadering nog niet op zichzelf. Zij sluit aan bij breder gedeelde zorgen over de westerse vervreemding van de ‘natuur’. Denk aan genetische manipulatie van gewassen, of nu zelfs van kinderen. Of denk aan de enorme milieucrisis, die wel degelijk te maken heeft met een mens die zich als het ware ‘tegenover’ de natuur opstelt en die vormt en kneedt naar eigen inzicht. In onze samenlevingen bestaat een veel bredere zorg om het ‘klooien met de natuur’, waarbij de gevolgen vaak ongewis en waarschijnlijk onbeheersbaar zijn. Wat seksualiteit betreft: openstelling van het huwelijk voor homo’s leidt direct tot de vraag hoe het dan moet met kinderen. In een geruchtmakend artikel in De Groene Amsterdammerschreef Britta van Beers vorig jaar over nieuwe IVF-technieken die het mogelijk maken dat ook homoseksuele paren ‘een genetisch eigen kind’ krijgen, met behulp van een draagmoeder. In hoeverre draagt dit bij aan verdere commercialisering van de voortplantingsmarkt en het ontstaan van ‘designbaby’s’? Raken we totaal losgezongen van de natuurlijke voortplanting? Hier kunnen we ook denken aan het ontstaan van meeroudergezinnen, waarbij kinderen soms vier ouders hebben, en na scheiding en hertrouwen nog meer. Om van grootouders te zwijgen. Niet iedereen staat daarbij te juichen; ook seculiere opiniemakers en deskundigen hebben hierover hun zorgen geuit. Dus hoewel de Nashville-verklaring focust op seks en gender, echoot hij wel een bredere conservatieve zorg rondom ‘vervreemding van’ of zelfs ‘opstand tegen’ de natuur. 

Hoewel ‘Nashville’ focust op seks en gender, echoot hij een bredere conservatieve zorg rondom ‘vervreemding van’ of zelfs ‘opstand tegen’ de natuur

Stefan Paas

Tegelijk kan christelijke ethiek niet louter conservatief zijn. Terecht schrijft de Engelse ethicus Oliver O’Donovan dat conservatisme uiteindelijk het bestaande als maatstaf neemt, en dat een christen daarmee nooit genoegen kan nemen. Ook is het erg moeilijk om consequent te zijn met zo’n benadering. Als we Gods ontwerp altijd moeten volgen, hoe zit het dan bijvoorbeeld met voorbehoedsmiddelen? Ik vermoed toch dat ook veel van de ondertekenaars van het Nashville-document wel degelijk bereid zijn Gods ‘bedoelingen’ met seks ietwat bij te sturen. En is het ook niet wat al te gemakkelijk om bij het onderscheid man/vrouw of bij heteroseksualiteit alle nadruk te leggen op het ‘ontwerp’ van God, maar tegelijk elke vorm van (toch ook biologisch verankerde) genderdysforie of homoseksualiteit toe te schrijven aan de zondeval? Hoezeer men dan ook benadrukt dat ieder mens zondig is, het risico van farizeïsme is levensgroot: de ander opzadelen met lasten die men zelf niet wil dragen. En als de algemeen gedeelde inzichten van niet-christenen tot op zekere hoogte ook een indicatie mogen zijn van Gods bedoelingen, wat heeft het christenen dan te zeggen dat in onze samenleving homoseksuele relaties massaal worden gesteund? 

Ten slotte: denken vanuit natuurrecht doet vrijwel altijd ook een beroep op het duidelijk zichtbare kwaad dat het gevolg is van het schenden ervan. Dat overspel schade aanricht, dat kan vrijwel iedereen wel zien. Ondanks Sjaak Bral. Maar, zoals een voorganger mij ooit vroeg, wat voor kwaad doet een getrouwd homopaar? Wie beschadigen ze ermee? Of waarom is het nou zo erg als iemand in grote psychische nood, na een zorgvuldige procedure, zijn of haar geslacht laat veranderen? Eén van de problemen met een beroep op de ‘natuur’ in zulke kwesties is dat het voor het overgrote deel van de Nederlanders volstrekt onduidelijk is wat voor kwaad hier zou geschieden. Integendeel, voor de meesten is het juist goed dat mensen recht kunnen doen aan hun geaardheid. En velen ervaren het als oneerlijk en onbarmhartig dat de een dat wel mag en de ander niet, terwijl die er niemand kwaad mee doet.

Meer van De Nieuwe Koers? Probeer het 3 maanden voor € 15 euro

Christelijke ethiek denkt echter niet louter vanuit de (gevallen) schepping, maar ook vanuit de toekomst van Gods koninkrijk. In Jezus Christus kwam die toekomst binnen in onze wereld. En dan gebeuren er bijzondere dingen, ook met de moraal. Zie de serie uitspraken van Jezus over de voorouderlijke overleveringen in het Evangelie naar Matteüs: ‘Ooit is tegen u gezegd…, maar ik zeg u…’. De eerste christenen worstelden daarmee. Ze hadden geleerd dat God vogels, vissen en landdieren had geschapen – zo was Gods ontwerp in Genesis 1. Natuurlijk wisten ze dat er biologische ‘tussenvormen’ waren: amfibieën, vleermuizen, schaaldieren. En vermoedelijk was juist hun aard als ‘tussenvormen’ een reden dat deze dieren onrein waren. Maar dan krijgt Petrus te horen dat wat God rein heeft verklaard niet onrein mag heten. ‘Slacht en eet’. Of neem de besnijdenis, een ‘eeuwig verbond’. Nooit had God dit herroepen. Sterker nog, Jezus zelf was besneden! En toch besloten de eerste christenen de besnijdenis af te schaffen, omdat nieuwe ervaringen op hun weg kwamen: de Geest was ook gekomen over onbesnedenen. 

Ordeningen van de nacht

Hoe verhoudt de nieuwe wereld zich tot de oude? Wordt de schepping vervangen? Gerestaureerd? Of zodanig vernieuwd dat het oude ontwerp nog te zien is, maar dan toch als onderdeel van een totaal nieuwe architectuur? Christelijke theologen nemen hier verschillende posities in. De een is ‘voorzichtiger’ dan de ander. Sommigen benadrukken het totaal nieuwe en onverwachte van Gods rijk meer dan anderen. In elk geval zien we in het Nieuwe Testament zelf de spanningen die het oproept. Als Jezus vragen krijgt over het huwelijk, benadrukt hij dat scheiden niet mag, want ‘wat God heeft samengevoegd, mag de mens niet scheiden’. Maar dan komt er toch een uitzondering: bij overspel mag het. En later zal Paulus nog weer een uitzondering geven: als de niet-gelovige partner wil scheiden, mag het. Op een andere vraag over het huwelijk spreekt Jezus volledig vanuit de toekomst: ‘In de hemel wordt niet getrouwd of ten huwelijk gegeven’. Het huwelijk is tijdelijk, te relativeren vanuit de toekomst.

En wat te denken over slavernij of politiek? Telkens zie je dat Paulus ‘zijn’ mensen aanspoort om geen aanstoot te geven, bestaande ordeningen te respecteren, maar tegelijk benadrukt hij het relatieve en tijdelijke ervan. Het zijn de ‘ordeningen van de nacht’, en in Christus is hoe dan ook geen ‘slaaf of vrije, geen mannelijk of vrouwelijk’.

Hoe ver gaat dit? Zou je hier bijvoorbeeld voluit nadruk mogen leggen op het nieuwe en vernieuwende werk van de Geest van de toekomst, en door die lens kijken naar onze ingewikkelde biologische realiteit van hetero’s en homo’s, interseksuelen en gendersysforen, en wat dies meer zij? Zou die seksuele verscheidenheid vanuit Gods toekomst niet juist een teken mogen zijn van relativering van het bestaande? Een voorteken van vrijheid en diversiteit? Sommige charismatische theologen schrijven pleiten ervoor om juist zulke ‘queer’ identiteiten meer centraal te stellen als doorbrekingen van het traditionele patroon van menselijke seksualiteit. Tegelijk kun je hier ook vragen hoe ver dit kan gaan. Betekent dit dat uiteindelijk iedereen z’n eigen identiteit kan kiezen, ongeacht de natuurlijke werkelijkheid? Beland je zo niet opnieuw in gnostiek? Zijn er überhaupt morele grenzen aan seksuele expressie tussen volwassenen? Is elke relatievorm uiteindelijk oké? Telkens zie je dat Paulus aanspoort bestaande ordeningen te respecteren, maar tegelijk benadrukt hij het relatieve en tijdelijke ervan.

Vrijzinnig of homofoob

In elk geval hoop ik dat duidelijk is dat we er niet komen met alleen ‘Bijbelteksten plukken’. Dat gebeurt heel veel, van ‘homoseks is een gruwel!’ tot ‘God is liefde!’. Daarmee wordt de discussie niet beslecht. Mensen die serieus naar de Bijbel luisteren, en naar Gods wil proberen te leven, kunnen blijkbaar verschillend uitkomen als het erom gaat Gods stem te verstaan met betrekking tot ons seksuele leven. Natuurlijk kunnen we elkaar vervolgens proberen weg te zetten als ‘vrijzinnig’ of ‘homofoob’, maar ook dat biedt geen weg vooruit. Het zou helpen, denk ik, als we bij ons Bijbelgebruik meer deze kaart van christelijke morele bezinning in ons achterhoofd hielden. Misschien helpt het ons om meer erkenning te geven aan standpunten die van de onze afwijken, misschien helpt het ons ook om kritischer te kijken naar onze eigen standpunten.

Stefan Paas is hoogleraar missiologie en interculturele theologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en hoogleraar missiologie in Kampen. Najaar 2018 werd hij voor een jaar gekroond tot Theoloog des Vaderlands.

3 thoughts on “Nashville, schepping en herschepping

  1. Paas schrijft: “Terecht schrijft de Engelse ethicus Oliver O’Donovan dat conservatisme uiteindelijk het bestaande als maatstaf neemt, en dat een christen daarmee nooit genoegen kan nemen.”

    Dat is volgens mij onjuist (al heeft Oliver O’Donovan het ongetwijfeld gezegd): conservatisme neemt het verleden niet als maatstaf, maar gebruikt het als vergelijkingsmateriaal. Het verleden dicteert de toekomst niet, maar verleent reliëf aan voorgenomen toekomstplannen.

  2. Hoe gaan we dan om met pedofielen? Zij kunnen er toch ook niets aan doen ?
    Je moet er toch niet aan denken dat zo iemand aan jouw kind komt maar ja…..
    Hij is zo geschapen en heeft zijn gevoelens.

  3. Dank. Een verhelderend exposé dat helpt om een weg te vinden in dit ingewikkelde veld. Wat in de bijbel op spanningsvolle wijze bij elkaar gehouden wordt, hebben ook wij bij elkaar te houden. “Nashville” zie ik in dit verband als een reactie c.q. correctie op de (in de afgelopen decennia) brede opmars van een Koninkrijksethiek die Galaten 3: 28 hoog in het vaandel draagt. Op zeker moment, als het te snel gaat, meldt dan de andere pool zich vanzelf, met scheppingsordeningen en al. Want het beloofde Koninkrijk is er al, maar het is er ook nog niet. En met beide hebben we te leven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *