Home>Interview>‘Negatieve campagne helpt de kiezer verder’

‘Negatieve campagne helpt de kiezer verder’

Volgens politicologe Annemarie Walter hoeven we niet al te benauwd te doen over negatieve campagnevoering. “Bovendien heeft de kiezer er baat bij. Hij gaat beter geïnformeerd naar de stembus.”

Tekst Jan Kas

Eerst wil Annemarie Walter een mogelijk misverstand uit de wereld helpen. Negatieve campagnevoering hoeft niet zo afkeurenswaardig te zijn als het woord ‘negatieve’ doet vermoeden. “Elke vorm van kritiek op de politieke tegenstander, dus niet alleen een persoonlijke, maar ook een inhoudelijke aanval, is voor mij als wetenschapper negatieve campagnevoering. Ertegenover staat positieve campagnevoering: het aanprijzen van je eigen kwaliteiten, persoonlijke kenmerken en beleidspunten.’’

Walter, als docent en onderzoeker verbonden aan de School of Politics and International Relations van de Universiteit van Nottingham in Engeland: “Negatieve campagnevoering, het aanvallen van een politieke tegenstander, is gericht op het verminderen van de positieve gevoelens die keizers hebben voor die persoon met als einddoel het vergroten van je eigen electorale aantrekkelijkheid.”

“In 2012 promoveerde de Nederlandse politicologe op een onderzoek naar het gebruik van negatieve campagnevoering door politieke partijen in Nederland, Duitsland en Engeland tussen 1980 en 2006. Ze analyseerde partijpolitieke uitzendingen en verkiezingsdebatten en stelde vast dat in de Verenigde Staten veel meer aan negatieve campagnevoering wordt gedaan dan in Europa.”

En nu vijf jaar later?
“In de volksmond wordt ‘negatief’ gekoppeld aan persoonlijke aanvallen. Ik vind het wel meevallen. In Nederland gaan politici ook in verkiezingstijd tamelijk zakelijk met elkaar om.”

Photoshop

Geert Wilders die D66-voorman Pechtold fotoshopt in een pro-Hamas-demonstratie?
“Zo’n persoonlijke aanval past bij de aard van de PVV. Je zag het in 2002 ook met de LPF en Pim Fortuyn. Het privéleven van een politicus wordt in de Nederlandse politiek doorgaans niet relevant gevonden, maar Fortuyn verweet PvdA-lijsttrekker Ad Melkert dat hij pleitte voor het onder dwang tot stand brengen van gemengde scholen terwijl ondertussen zijn eigen kinderen op een particuliere ‘witte’ school zaten. Oppositiepartijen, partijen verder uit het politieke midden en partijen zonder regeringservaring zijn eerder geneigd tot negatieve campagnevoering. Bij anti-establishmentpartijen, die zich verzetten tegen de gevestigde orde, zit het in hun natuurdat ze zich voornamelijk afzetten en gebruik maken van aanvalsretoriek.”

Met zijn gephotoshop ging Wilders een grens over, vond Pechtold.

Gert-Jan Segers van de ChristenUnie speelde onlangs behoorlijk op de man door Mark Rutte neer te zetten als ‘een vijand van gezinnen’?
“Dat zie ik toch als een inhoudelijke aanval, gericht op VVD-beleid dat volgens Segers nadelige gevolgen heeft voor gezinnen. Hij stelde Rutte er verantwoordelijk voor dat gezinnen met één kostwinner veel meer belasting moeten betalen dan tweeverdieners. Dan ging Rutte zelf op het VVD-verkiezingscongres wel een stapje verder door CDA’er Sybrand Buma te vergelijken met een pruilende peuter en te suggereren dat 50Plus-leider Henk Krol niets voor ouderen zou gaan doen maar alleen bezig is met Henk Krol.”

Segers was anders ook wel op dreef. ‘Veilingmeester’ Pechtold van D66 heeft met het afschaffen van de Zondagswet en stervenshulp bij een voltooid leven ‘de christelijke cultuur bij het oud vuil gezet’, zei hij.
“Negatieve campagnevoering hoort bij het politieke bedrijf. Politieke tegenstanders worden niet alleen negatief afgeschilderd om hun electorale aantrekkelijkheid te verminderen, politici zetten zich ook tegen een ‘vijand’ af om zich ideologisch te profileren en de eigen achterban te mobiliseren. Als ze het al niet wisten, weten zijn kiezers dan nu weer waar de ChristenUnie voor staat en waar ze vooral niet voor staat. D66 is op ethisch gebied min of meer de natuurlijke vijand van de ChristenUnie. Ik zag pas nog een tv-spotje uit 2006 waarin André Rouvoet van de ChristenUnie betoogde dat het heel wat verschil zou maken wanneer zijn partij in het kabinet zat of juist D66.”

Negatieve campagnevoering is van alle tijden, zegt u?
“Politici hebben zich er altijd wel van bediend. Ook christelijke politici. Zo liet lijsttrekker Andriessen van de Katholieke Volkspartij zich in 1972 zeer negatief uit over de kwaliteiten van VVD’er Wiegel. Hij mocht dan wel schitteren in debatten, zei Andriessen, maar ‘hij weet weinig en… aan de onderhandelingstafel is hij erg onzeker. Want daar gaat het over zaken’. Van de SGP zie ik overigens niet zo heel veel negatieve campagnevoering, die partij is ook weinig bezig om kiezers aan te trekken buiten de eigen achterban.”

Polarisatie

Is de campagnevoering in de loop van de tijd niet letterlijk negatiever geworden?
“Als mensen dat idee hebben, komt dat door de media. Die benadrukken de persoonlijke aanvallen veel meer dan de inhoudelijke aanvallen. Op de tv worden die eindeloos herhaald en uitvergroot. Dat kan het gevoel geven dat een campagne negatiever is dan daadwerkelijk het geval is. De negativiteit verschilt onder meer per verkiezingsstrijd. Het heeft er mee te maken hoe gepolariseerd het politieke landschap er op dat moment uitziet. Hoe meer polarisatie, des te harder de aanvallen. Neem de confrontaties tussen Den Uyl en Wiegel. Nu veel kiezers zweven tussen verschillende partijen, moet er ook meer om de stemmen gevochten worden. Verder gaan partijen eerder de strijd met elkaar aan als ze in de peilingen dicht bij elkaar liggen.”

“Een onderscheid met Amerika is dat daar ook het privéleven erbij wordt betrokken. De Amerikanen kiezen meer op de persoon, waardoor het daar relevanter gevonden wordt. In Nederland kiezen we eerder op partijen, een politicus is bij ons meer een label van een partij. Het privéleven kan er hooguit toe doen als het de geloofwaardigheid van de politicus of partij ondergraaft. Toen Jack de Vries een relatie aanging met zijn ondergeschikte terwijl hij nog getrouwd was, stond dat haaks op de boodschap van normen en waarden van het CDA. Zoiets schaadt mogelijkerwijs de geloofwaardigheid van de partij.”

Kunnen partijen niet beter uitgaan van hun eigen kracht in plaats van zich af te zetten?
“Dat is positieve campagnevoering. De ChristenUnie kan zeggen: Stem op ons, want wij beschermen het gezin, kijk maar naar ons stemgedrag in de afgelopen periode en naar onze plannen voor de toekomst. Als een politieke partij zich inhoudelijk tegen een andere partij afzet, levert dat de keizer meer informatie op. De ChristenUnie zegt dan ook: Stem niet op de VVD, want die partij is een gevaar voor de gezinnen. Met politieke tegenstellingen is niets mis. Negatieve campagnevoering, bijvoorbeeld in tv-spotjes, kan een mobiliserend effect hebben. Ze is informatiever dan positieve campagnevoering. Er worden argumenten gewisseld. Kiezers zien duidelijk verschillen tussen politieke partijen. Er valt echt wat te kiezen.”

Onderlinge relatie

Zijn er behalve de nadruk op de persoon in de Verenigde Staten meer redenen waarom de campagnevoering in Nederland minder negatief is?
“Het meerpartijensysteem speelt een belangrijke rol. Partijen hebben elkaar in ons land ook weer nodig. Je moet de ander in de campagne niet al te zeer verketteren als je daarna mogelijk weer in een coalitie moet samenwerken. Zo schaadde een felle campagne duidelijk de verhoudingen tussen CDA’ers en PvdA’ers in het laatste kabinet-Balkenende. Om de onderlinge relaties niet onder druk te zetten en kans te maken op regeringsdeelname zullen politici elkaar minder vaak aanvallen. Amerikaanse politici hebben in hun tweepartijensysteem ook minder te verliezen: iedere stem die je tegenstander verliest levert jouw electoraal voordeel op en brengt je dichter bij de positie van president.”

“Ook als kiezers niet op de aanvaller of de aangevallene stemmen en thuisblijven, spint de aanvaller daar nog steeds garen bij. De kans dat negatieve campagnevoering electoraal winst oplevert is in ons meerpartijensysteem minder. Kiezers hebben vaak een ‘keuzeset’ van meer dan een partij. Ze stemmen dan wel niet op je tegenstander, maar evenmin op jou, ze gaan naar een derde partij.”

Negatieve campagnevoering is dus niet altijd effectief?
“Kiezers kijken er wel naar, maar van al te negatief gedoe houden ze eigenlijk niet. Wetenschappelijk is er discussie over de effectiviteit van negatieve campagnevoering. Negatieve campagnevoering slaat vaak terug, degene die de aanval pleegt wordt electoraal zelf minder aantrekkelijk. Als kiezers langdurig worden blootgesteld aan negatieve campagnevoering en alleen maar ruziënde politici voorgespiegeld krijgen, kan dat ook het vertrouwen van de burger in de politiek doen afnemen.”

Is er een grens aan negatieve campagnevoering?
“Als ze niet meer bijdraagt aan het inhoudelijke debat, als het onbeschaafd wordt. Donald Trump noemde Hillary Clinton in zijn campagne een ‘nasty woman’, een ‘duivel’ met ‘enorme haat in haar hart’. Nou, dan zijn de campagnes in Nederland nog behoorlijk beschaafd.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *