Hoe rechtlijnig is de SGP? Werd grondlegger Kersten nog een papenhater genoemd, de huidige leider Van der Staaij demonstreert schouder aan schouder met de roomsen tegen christenvervolging.

tekst Jasper van den Bovenkamp beeld Jaco Klamer

Zelf zegt de SGP altijd al constructief met de regering meegedacht te hebben, dus: waar hebben we het over? Nou, misschien moeten we er nog steeds een beetje aan wennen dat de partij zich zo amicaal bij het Haagse pluche ophoudt. En dan die vrouw in Zeeland. En dat Kamerlid, joviaal lachend voor een knalroze Powned-microfoon. Is er een wissel omgegaan in de achterkamers van de staatkundig-gereformeerden?

Het is een aantal zaterdagen geleden toen we SGP-leider Kees van der Staaij in de Haagse buitenlucht op een bankje zagen zitten. Rechts van hem zit Abouna Noël Mosa Al-Kas Toma, priester van de Syrisch-Katholieke Kerk in Irak. Links een Nigeriaanse christin, die met een felgeel gewaad vrolijk afsteekt bij haar staatkundig-gereformeerde buurman. Op hun borst dragen ze alle drie een batch: We are N (nasrani, Arabisch voor christen). Vrij vertaald: wij zijn allemaal broeders en zusters in de Heer.

Het mag wel ironisch heten dat de SGP in 1932 tegen een wetsvoorstel stemt dat smalende godslastering moet verbieden, terwijl dezelfde partij in 2013 afschaffing van die wet probeert te verijdelen.

We spoeden ons een krappe eeuw terug ’s lands politieke kronieken in. Daar zien we hoe dominee Gerrit Hendrik Kersten op 10 november 1925 met de afschaffing van het gezantschap bij de paus een heuse nacht op zijn naam weet te schrijven. Die nacht is geen gevalletje op zich. Kersten en zijn gevolg hebben helemaal niks met de roomsen – en dat mag men weten ook. Zo klinkt uit de vooroorlogse gelederen van de partij meermaals de suggestie dat in de bisschop van Rome de antichrist schuilt. De kritiek is niet mals, maar de repliek liegt er ook niet om. Men noemt de oprichter van de Staatkundig Gereformeerde Partij een ‘papenhater’.

En weer terug naar 2014, het jaar waarin Van der Staaij tijdens de demonstratie in Den Haag een vuist maakt tegen christenvervolging, samen met onder meer – jawel – die roomsen. Deze zaterdag in augustus lijkt het antipapistische gebrom uit der mannenbroeders kelen voorgoed te smoren. Want, zeggen de drie daar, op dat bankje: wij zijn allemaal christenen.

Beduchtheid

Veel contrastrijker gaan we het in de annalen van de partij later niet terugvinden. Hoe is dit mogelijk? Kees van der Staaij kijkt daar zelf anders tegenaan. Oppervlakkig gezien kun je de SGP-huiver voor Rome vroeger en de sympathie voor de wereldkerk en de oosters-orthodoxe kerk vandaag gemakkelijk tegen elkaar uitspelen. Maar wie dat doet, heeft zich te weinig verdiept in de historische context waarin de partij zich toen bewoog. “Er was veel breder in de maatschappij beduchtheid voor het rooms-katholicisme, dat zich sterk profileerde. Lange tijd kon je als protestant gemakkelijker in een islamitisch dan in een rooms-katholiek land leven. Tot in de vroege twintigste eeuw maakten veel Nederlanders zich zorgen over die machtsontplooiing van de katholieke kerk. En de SGP was gewoon op haar post, daar waar het gevaar dreigde.”

Nog even terug naar die demonstratie tegen christenvervolging. U was daar, samen met onder meer oosters-orthodoxe en rooms-katholieke christenen. Zijn dat uw broeders en zusters? “Het zijn geloofsgenoten met wie we ons verbonden weten en met wie we strijden voor vrijheid.”

En wat betekent dat? “Kijk, ik ga hier – zeker als politicus – niet de grenzen trekken tussen wat ik goed vind en wat niet, aan welke kerk dan ook. We nemen stelling tegen de vervolging die christenen in het Midden-Oosten ondervinden, die ernstige vormen heeft aangenomen met het geweld van IS in Irak. Als partij komen we met overtuiging op voor allen die daar verdreven worden. Ik bekijk dan niet eerst door een vergrootglas of de bewuste mensen het SGP-gedachtegoed zijn toegedaan.”

Strikt genomen is de SGP-steun voor vervolgde christenen dan vooral een humanitaire kwestie. “Het weegt voor onze partij absoluut zwaar mee dat het om christenen gaat. Natuurlijk, we zullen ook opkomen voor yezidi’s die worden verdreven en onthoofd. Maar we voelen eerst en vooral een bijzondere verbondenheid met allen die zich christen noemen, met iedereen die zegt te geloven dat bij Christus het heil te vinden is en dat Hij de Zoon van God is.”

Zoals bijvoorbeeld de Rooms-Katholieke Kerk dat belijdt. “Als je met elkaar door gaat spreken, ervaar je natuurlijk dat er verschillen zijn. Zelf had ik die ambivalente gevoelens ook tijdens gesprekken in de koptische kerk, twee jaar geleden in Egypte; in gesprek met de ene christen merk je dat het voor hem vooral een zaak van cultuurreligie is waarin de persoonlijke relatie met God weinig betekenis heeft, terwijl je bij de ander tot je vreugde en verrassing ontdekt dat hij ook de bijbelverklaring van Matthew Henry gebruikt.”

Doorn in het oog

Dat de staatkundig-gereformeerden vandaag de dag toch wat kameraadschappelijker met de wereldkerk optrekken, zou Kersten een doorn in het oog zijn geweest. Het is geen relevante tegenstelling, vindt Van der Staaij, “en ik ben gewoon ook helemaal niet krampachtig bezig met dit soort dingen, zo van ‘oh, als we dit doen, dan is dat een verandering ten opzichte van dat.’ Nee, we bekijken positief waar we zelf staan vandaag, en dat doen we vanuit een warme verbondenheid met het gedachtegoed zoals de SGP daar alle dagen vorm aan heeft gegeven.”

Die formulering veronderstelt een zekere consistentie in de grondslagen van de partij. Maar is die evenwichtigheid er eigenlijk wel? Het mag wel ironisch heten dat de SGP in 1932 tegen een wetsvoorstel stemt dat smalende godslastering moet verbieden, terwijl dezelfde partij in 2013 afschaffing van die wet probeert te verijdelen. “Het laat zien”, zegt Van der Staaij, “dat je niet kunt volstaan met het kopiëren van dat wat in het verleden is gezegd. Vanuit de verbondenheid met dezelfde onderliggende uitgangspunten moet je telkens opnieuw bekijken wat een specifieke kwestie betekent voor de situatie vandaag.”

Slap verhaal

Maar wat bedoelt Van der Staaij dan te zeggen, als hij in 2013 in de Volkskrant schrijft dat het ‘zowel vanuit het Nederlandse recht als vanuit het internationale recht duidelijk is dat er geen enkel fundamenteel bezwaar tegen een verbod op smalende godslastering aan te voeren is’? En wat wil hij duidelijk maken met de frase: ‘Dat gold in 1932, toen de wet werd ingevoerd, en dat geldt nog steeds in 2013’?

Uw voorgangers dachten daar kennelijk tóch anders over. “In de twintiger en dertiger jaren van de vorige eeuw kende Nederland een veel christelijker klimaat. De SGP oordeelde toentertijd dat de formulering van de wet te indirect was. Feitelijk vonden ze het gewoon een slap verhaal, en daarom stemden ze tegen. Ze waren bang dat die hele wet vooral een symboolwaarde had, dat ze niet daadwerkelijk toegepast zou worden. De context nu is heel anders. Nederland is sterk geseculariseerd en degenen die van de wet afwilden, namen aanstoot aan het feit dat God in het wetboek werd genoemd. Weg met Hem! Ik kan het helaas niet mooier maken. De actie was erop gericht de secularisatie door te zetten en daarachter ging een geestelijke strijd schuil. Vanuit dat motief zou ik er dankbaar voor zijn als de bepaling er gebleven was.”

In de vooroorlogse SGP – en toen ook breder, bij andere christelijke partijen – was men beducht om aan bepaalde grondrechten te tornen, omdat ze christelijk Nederland misschien zouden openzetten voor allerlei verderfelijke opvattingen.

U beschrijft op fraaie wijze een overeenkomst tussen 1932 en nu, maar er is vooral een groot verschil. De politieke handelwijze van de SGP is veranderd van principieel naar meer pragmatisch. “Nee, dat is veel te scherp gesteld. Ook in de begintijd van de partij werd met amendementen al geprobeerd wetgeving te beïnvloeden. En ook toen al worstelden ze met de vraag hoe geharnast ze in bepaalde afwegingen moesten staan. Je moet de kwestie veel meer zien in het licht van de veranderde maatschappelijke en politieke context. In de beginjaren van onze partij werd tijdens de discussie over subsidiëring van de Olympische Spelen stevig gedebatteerd over de exegese van een tekst uit Timoteüs, die stelt dat de lichamelijke oefening van weinig nut is. Kamerleden schroomden niet elkaar met citaten uit de Institutie van Calvijn om de oren te slaan. De afstand van onze huidige boodschap tot de geseculariseerde hoofdmoot is aanzienlijk gegroeid.”

Onveranderlijk

Maar is het niet wat gemakkelijk om het gedachtegoed van de SGP carte blanche te geven, al naar gelang het toneel van tijd en omstandigheden wisselt? De partij staat toch ergens voor? Ongeacht de culturele, maatschappelijke en politieke situatie vaart ze toch sinds 1918 eenzelfde koers? De koers in lijn met het Goddelijk getuigenis, dat onveranderlijk is, toch? “Op sommige gebieden gaat het zonder meer om blijvende, universele waarden”, zegt Van der Staaij. “Denk aan de bescherming van leven, het opkomen voor Israël, ons pro-familybeleid. Dat zijn punten die aan het hart van onze partij raken. Maar de hoogte van de kinderbijslag is voor ons een minder principiële zaak, al vinden we het heel belangrijk om families en gezinnen te steunen.”

U noemt Israël. In de naoorlogse jaren wilde de SGP rituele slacht strafbaar stellen. Historicus Bart Wallet geeft in 2011 in Trouw een historische analyse van de wisselende rollen in politiek Nederland als het gaat om de visie op rituele slacht. Over uw partij schrijft hij: ‘Naast het “vreselijk lijden voor deze dieren” kon de orthodox-protestantse partij het ritueel slachten ook niet terugvinden in de mozaïsche wetgeving in het Oude Testament en moest het dus uit de latere Joodse traditie komen. En die erkende de SGP niet.’ Hoe verklaart u het dat de SGP vandaag fel voorstander is? “Bij dit onderwerp zie je inderdaad dat we in toenemende mate zijn gaan beklemtonen dat de grondrechten bescherming moeten bieden aan burgers. In de vooroorlogse SGP – en toen ook breder, bij andere christelijke partijen – was men beducht om aan bepaalde grondrechten te tornen, omdat ze christelijk Nederland misschien zouden openzetten voor allerlei verderfelijke opvattingen. Nu zijn die rechten vooral belangrijk om niet in de waan van de dag te verdrinken, een beschermend schild tegenover een meerderheid die volstrekt wenst te breken met de christelijke moraal. Vanuit dat oogpunt én de ontwikkelingen van de voorbije decennia is vanuit onze gelederen het contact met Israël en de betrokkenheid op de Joodse gemeenschap gegroeid. We willen voor hun vrijheid opkomen.”

Maar de vraag was: Hoe kan de SGP die bocht van honderdtachtig graden nemen? “Tja, ook op theologisch vlak zie je dat er de laatste halve eeuw veel veranderd is rondom de visie op Israël. In steeds meer reformatorische kerken is men van de vervangingstheologie opgeschoven naar ‘we hebben oog voor de bijzondere plek die Israël inneemt’.”

Onderwijsvrijheid

Daarmee is de vraag hoe de SGP zich van een volstrekt contra naar een uitgesproken pro manoeuvreert evenwel nog altijd niet beantwoord. Heeft het dan toch iets te maken met een omslag van principiële naar pragmatische politiek? Conservatief publicist Bart-Jan Spruyt vroeg zich eerder dit jaar in het Reformatorisch Dagblad af hoe het mogelijk is dat de stoere calvinisten deals sluiten met een kabinet dat tegelijkertijd doende is de ooit fel bevochten onderwijsvrijheid aan te tasten. Van der Staaij reageert in dezelfde krant dat het geen zin heeft dan maar recalcitrant overal tegen te gaan stemmen of het kabinet te laten vallen. ‘Een botte oppositiehouding tegenover begrotingsplannen van het kabinet helpt de onderwijsvrijheid geen steek verder.’

Dat klinkt toch wel een beetje pragmatisch. “Principes zijn voor ons altijd ongelooflijk belangrijk geweest om onze stellingname in dit wetsvoorstel te bepalen. We staan er nu exact hetzelfde in als tien jaar geleden. Van pragmatisme is dus helemaal geen sprake. Ik noem het liever politiek verantwoord gedrag: als je iets doet, dan denk je na over de gevolgen. Wat bereik je ermee de regering op te blazen? Helpt het je dichter bij je doel te komen?”

In hoeverre strookt deze redenering met het denken van de SGP van weleer? “Een constante denktrant in de geschiedenis van onze partij is: zorg dat je als christen je doel verder brengt en bedenk daarbij wat goed is in de ogen van God. In de tijd van Kersten betekende het dat een ingezonken christelijk blok tot de orde moest worden geroepen. Hij koos daarbij vaker de shocktherapie. Nu is het verstandiger het gesprek en gemeenschappelijke aanknopingspunten te zoeken. Dat vind ik politiek verantwoord gedrag.”

Maar uw partij zette na de oorlog de Joden een hak door rituele slacht te willen verbieden. Dat is dan toch gewoon onverantwoorde politiek geweest? “Nee, absoluut niet. De situatie toen was compleet anders dan vandaag, net als de discussie rondom ritueel slachten. De context verschilde echt wezenlijk met die van nu.”

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *