tekst Paul Visser

In Amsterdam voelen veel mensen zich te slim om te geloven. Ze gaan uit van het idee dat geloven een kwestie is van ‘verstand op nul en blik op oneindig’. En als jij daar een goed gevoel bij hebt, is dat prima, want Amsterdammers zijn trots op hun tolerantie! Maar de combi van intelligentie en geloof blijft voor velen een contradictie. Net zoals modieus gekleed gaan en wandelen met God trouwens. Onlangs vertrouwde me een modern geklede en diep gelovige vrouw me toe dat in een seculier gezelschap iemand verbaasd had opgemerkt: ‘Je ziet er uit als één van ons en dan zo gelovig…’ Geloven wordt blijkbaar nog steeds in verband gebracht met een beetje ‘dom en suf’, alle ontwikkelde en hippe gelovigen ten spijt.

Hoog of laag is Hem om het even. De buitenkant doet Hem niks

Gek genoeg ben ik zelf onbewust ook besmet met die gedachte. Want als een hippe dame of intelligente meneer aanklopt en verhaalt dat God haar of hem is overkomen, dan sta ik extra verbaasd. Terwijl ik toch zou moeten weten dat daar geen enkele reden voor is. Bovendien telt onze gemeente genoeg hoog opgeleide en moderne mensen die bewijzen dat dit nergens op slaat. Zit er heel diep toch een soort (aangepraat) minderwaardigheidsgevoel? Gelukkig trekt de Levende er zich niets van aan en gaat Hij zijn eigen ongekende gang. Hoog of laag is Hem om het even. De buitenkant doet Hem niks.

Als God zich aandient, doorbreekt Hij al die oneigenlijke gedachten. Een paar weken geleden werd ik dat opnieuw gewaar. Een bekend figuur binnen de Amsterdamse culturele wereld mailde me: ‘Ik ben in je kerk geweest en wil je graag een keer spreken.’ In de veronderstelling dat hij gebruik wilde maken van ons karakteristieke gebouw voor één of ander evenement, maakte ik een afspraak. Maar tijdens ons gesprek in een Amsterdams café bleek dat er iets heel anders achter zat. Hij verhaalde dat hij zich bijna zijn hele leven ‘onbeschermd’ voelde. Negatieve ervaringen, in zijn jeugd binnen de kerk opgedaan, waren daar debet aan. Die ervaringen hadden er ook toe geleid dat hij het geloof vaarwel had gezegd. Vijftig jaar lang had hij ‘geloven’ afgedaan als iets waar hij te wijs voor was. “Maar geloof het of niet, vorige week maandag is God me plotsklaps overkomen”, zei hij met tranen in zijn ogen, “en ik wist me door Hem omarmd. Het was zo overweldigend en overtuigend, dat ik niet om Hem heen kon. Ik ben de straat opgegaan en als vanzelf werd ik naar je kerk toegetrokken. Die was gelukkig open en ik heb me daar een uur lang in stilte zitten verbazen. Want ik was iets aan de weet gekomen, waar ik zelf met mijn verstand niet bij kon. Nu besef ik dat ik niet te slim was om te geloven, maar niet slim genoeg.”, zo besloot hij zijn relaas. Verwonderd hoorde ik het aan.

Samen zijn we naar de kerk gelopen. Daar pakte ik een Bijbel die openviel bij het loflied uit Daniël 2 – ik had het niet beter kunnen bedenken – en las voor hem de woorden: ‘De naam van God zij geloofd van eeuwigheid tot eeuwigheid, want van Hem is de wijsheid en de kracht. Hij geeft de wijsheid aan wijzen, de kennis aan wie verstand hebben. Hij openbaart diepe en verborgen dingen…’ Daarna hebben we gedankt. Het ontroerde ons beide. Naast me zat een kwetsbare man als een kind zo blij. Toen we elkaar de hand drukten, zei hij: “Ik moet nog veel leren, want op dit gebied voel ik me een kleine jongen.” Hij gaat meedoen met de Bijbelklas, waarbij naast anderen ook al drie jaar een moderne jonge vrouw betrokken is. Zij vertrouwde me diezelfde dag toe dat de bijbelverhalen haar steeds meer te denken geven. Op zo’n dag sta ik opnieuw versteld van God en denk stiekem bij mezelf: Amsterdammers zijn niet goed wijs.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *