Home>Column Otto de Bruijne>Otto de Bruijne over een tweede verwondering
zand in open handen

Otto de Bruijne over een tweede verwondering

Ze hadden zich een leven lang ingezet in ‘opgewekte kringen’. Ja, ze zouden hun leven geven voor Jezus. Tot het onwaarschijnlijke gebeurde. Nee, ik moet zeggen, het onwaarschijnlijke hen overkwam. Alles vervaagde.

Na een poosje teleurgesteld buitenkerkelijk, of buitengemeentelijk, te zijn geweest, bleek alles te vervagen tot er op een moment niets meer was, ‘daarboven’. De geloofsboeken uit de boekenkast. Emigratie naar Platland volgde. Was het dan allemaal onzin geweest? ‘Nou, nee. Wel oprecht… En mooi. Maar nu niet meer… Ja, hoe zeg je dat? We staan nog voor dezelfde normen en waarden, maar ‘boven’ is vervaagd.’

Vergeeld fotoalbum

Ik luister met de vraag: Zijn deze laatste tien, twintig jaar van hun leven een voortzetting van dezelfde personen? Of zijn zij nu juist zichzelf geworden? Komt nu hun echte leven? Trekken zij een beknellend jasje uit of stropen zij hun huid af? Pijn of opluchting? Kan mij dit ook overkomen? Een groot deel van mijn leven zou dan opeens onbegrijpelijk worden. Vijftig jaar ‘halleluja’ en dan, opeens, is dat alles niets meer dan een vergeeld fotoalbum op zolder.

Ik ga niet over mijn geloof, maar leen mijn oor bewust voor het geloofswoord, en krijg het geloof te leen. Draag het als rul zand in open handen. Dankbaar.

Er zweeft een vreemd zinnetje boven mijn gedachten. Het zinnetje luidt: ‘Daar gaan wij niet over’. Zij ervaren de vervaging van ‘boven’ als iets dat hen overkwam. Alsof ze er zelf niet over gingen. Wij gaan tenslotte over veel dingen niet. Onze geboorte, het bestaan van de Alpen, dag en nacht, eb en vloed. Kortom, er is een hele wereld waar ik niet over ga. Ik ga ook niet over God. Hij kan vervagen in mijn bewustzijn, maar God tekenen of uitgummen? Dat gaat boven mijn macht. Als Hij wel bestaat, ga ik daar niet over en als Hij niet bestaat ga ik daar ook niet over. Ik ga ook niet over het hiernamaals en al helemaal niet over hemel en hel.

Nieuwe verwondering

Nog iets geks: ik ga zelfs niet over mijn primaire of naïeve opvattingen. Die blijk ik namelijk te hebben, door opvoeding, omstandigheden, levensloop en karakter. Maar ik ga wel over mijn bewustzijn, mijn omgang met die aangewaaide opvattingen. Dan ontstaat een overtuiging. Ik kan die overtuiging bewust bevragen, ombuigen, voeden, versterken, bijstellen, veranderen, relativeren, bagatelliseren. Ik kan ook proberen naar een naïeve staat terug te keren, maar die weg is helaas afgesloten. Eens weten is altijd weten. Dus, dan maar richting de tweede naïviteit; een nieuwe verwondering. Niets is zo mooi als opnieuw verliefd worden op je echtgenoot, zei één van onze oma’s. Maar de slag naar de nieuwe verwondering, waardoor de overtuiging blijft bewegen, groeien en nieuwe vormen vindt, kost velen te veel energie. Zij keren terug tot een kinderlijk ongeloof. Niet meer over praten; ook wel triviaal agnosticisme genoemd. Triviaal omdat het er niet meer toe doet. Moeheid? Onverschilligheid? Geen boosheid, maar alles wordt triviaal.

Ik ben gegrepen door Thora en Evangelie en heb me erdoor laten grijpen, maar zelf geloof ik niet veel. Alles wat ik nu geloof over de Eeuwige is leengoed. Ik ga niet over ‘mijn’ geloof, maar ik zoek wel plekken op waar ik geïnspireerd word en mijn reistas kan vullen; een oase waar ik kan drinken. Is dit het oude woord: ‘Wie de kerk niet als moeder heeft, kan God niet als Vader hebben?’ Ik ga niet over mijn geloof, maar leen mijn oor bewust voor het geloofswoord, en krijg het geloof te leen. Draag het als rul zand in open handen. Dankbaar. Ik ga er heel bewust zelf niet over, want dan zou het vandaag nog vervagen. Zou ik ook zelf vervagen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *