Wie de Bijbel in z’n eigen voordeel laat buikspreken, kan maar beter Grunberg gaan lezen, adviseert columnist Willem Maarten Dekker.

Sinds Arnon Grunberg schrijft, heb ik een zwak voor hem. Toegegeven, er zitten een paar onsmakelijke stukjes in zijn boeken. Toen ik in Gstaad 95-98 bij de passage kwam waar de hoofdpersoon de haren rond zijn anus wegknipt met een nagelschaartje, hetgeen tot een bloedbad leidt, heb ik het boek even dichtgedaan. De walging en het absurdisme werden me iets te veel. Maar om de zoveel tijd grijp ik weer naar hem. Dat komt door zijn wereldbeschouwing. Die is niet al te vrolijk, maar wel zo realistisch. Misschien is dat een erfenis die Grunberg van zijn jodendom heeft meegekregen. Waar religie onrealistisch wordt, is het heidendom.

Waar religie onrealistisch wordt, is het heidendom

Neem de roman Huid en haar. Het gaat daarin over een econoom, die er vier relaties op nahoudt, maar met geen van die vier vrouwen is hij gehuwd. Eén ervan is zijn ex-vrouw, bij wie hij ook een kind heeft. De andere drie zijn losse relaties. Een nogal ingewikkeld leven dus. Bovendien houdt elk van deze vrouwen er zelf ook weer andere relaties op na, gehuwd of ongehuwd, hetero en homo. Ook dat zijn allemaal verhoudingen waarin seks een rol speelt. Kortom, een chaos aan relaties. Allemaal mensen van twaalf relaties, dertien ongelukken.

Waarom doen die mensen het niet zonder elkaar? Waarom doorgaan in een web van relaties, waarin we continu elkaar misbruiken en pijn doen? Grunbergs antwoord is genadeloos: omdat wij bedrogen willen worden. ‘Geloof, hoop, en liefde, en de meeste van deze is de liefde’ – het is één groot bedrog. Eigenlijk is de wereld één grote bak van egoïsme en liefdeloosheid, en eigenlijk weten we dat ook allemaal wel. Maar we willen het niet weten. We willen liever bedrogen worden. We bedriegen onszelf met het ideaal van echte, romantische liefde, omdat we de werkelijkheid niet aan kunnen. God en liefde, het zijn allebei manieren om onszelf te bedriegen.

Een harde analyse. Je kunt er omheen lopen of het snel met een aantal vrome woorden dichtsmeren. Maar je zou ook kunnen kijken waar het klopt. Waar misbruiken wij God om onszelf te bedriegen? Waar spiegelen wij ons met onze vroomheid of onvroomheid een fantasiewereld voor? Ik zou zeggen: in ieder geval daar, waar God precies denkt wat wij ook denken, en precies wil wat wij ook willen. Zowel in orthodoxe als vrijzinnige snit komt dat nogal veel voor. God mag eigenlijk nooit iets zeggen of doen wat wij niet zelf willen. Met geniale inlegkunde laten wij de Bijbel zeggen wat wij al dachten. Daarmee bedriegen we onszelf, en slaan we God dood.

God mag eigenlijk nooit iets zeggen of doen wat wij niet zelf willen. Met geniale inlegkunde laten wij de Bijbel zeggen wat wij al dachten

Dan kunnen we beter Grunberg lezen. Hij laat de hoofdpersoon zeggen “dat het misschien een beetje een christelijke gedachte is maar dat het goed is om deze wereld en dit leven als een exil te zien.” In ons exil willen wij bedrogen worden, omdat de werkelijkheid te pijnlijk is. En zo zijn we in onze ballingschap ook nog zonder God. Ook in de kerk.

Willem Maarten Dekker

Geen abonnee, toch lezen? Klik hier en koop de digitale editie van De Nieuwe Koers voor € 4,95

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *