Het Koninkrijk van God is geen toekomstdroom, maar wordt tastbaar en concreet in het hier en nu. Dat maakt het Evangelie niet minder confronterend, zegt Tom Wright.

tekst Hans Burger en Tjerk de Reus

Tom Wright daagt zijn lezers graag uit, of nu gaat om vaktheologen, geïnteresseerde kerkgangers of niet-christenen. Hij trekt concrete conclusies uit Jezus’ victorie over de machten van het kwaad. Daar kijken veel christenen verrast of onthutst van op. Bijvoorbeeld als Wright stelt dat we nu al volop deelnemen aan Gods nieuwe wereld, en ons uiterste best moeten doen het Koninkrijk van Jezus tastbaar te maken. Wright maakt korte metten met het idee dat het vooral om de hemel zou gaan, een gelukzalige staat bij God in etherische sferen. Dat is een fiks misverstand in kerk en theologie, betoogt hij, want het gaat om déze aarde en ónze mensenwereld, als schepping van God. In zijn boek Hoe God koning werd, dat deze maand in Nederlandse vertaling verschijnt, legt Wright uit dat Jezus een nieuwe vorm van mens-zijn mogelijk maakte. Wie Jezus navolgt, kan dankzij de Geest daadwerkelijk een nieuw mens worden, aldus Wright.

“Als de kerk niet toont dat er een betere wereld mogelijk is, waarom zou je je er dan bij aansluiten?”

U legt grote nadruk op het koningschap van God. U stelt dat het Koninkrijk van God herkenbare vorm krijgt in het hier en nu. Maar het is 2000 jaar na Jezus nog allerminst koek en ei op deze wereld.

Wright: “Natuurlijk is het nog geen koek en ei, dat zien we elke dag om ons heen. Wie zijn ogen daarvoor sluit heeft een onjuiste voorstelling van Gods Koninkrijk. Niettemin staat ons leven vandaag in dat grootse perspectief, want de heerschappij van Jezus is begonnen, sinds de opstanding. We zijn dat besef bijna kwijtgeraakt, zeker in het Westen. Er is een soort dualisme voor in de plaats gekomen dat aan Plato herinnert. Dit dualisme komt erop neer dat het Koninkrijk van God louter geestelijk zou zijn: het gaat om de vergeving van zonden en het bereiken van de hemel. Massa’s christenen denken dat dit het centrum van het christelijk geloof is! Voor ons geloof doen de wereld en ons dagelijkse bestaan dan nog nauwelijks ter zake, want die staan tamelijk los van de puur geestelijke aard van het Koninkrijk. Ik denk dat dit een ernstige misvatting is. Ons leven doet ertoe, de wereld doet ertoe, omdat we leven onder de heerschappij van Christus. Het gaat God om deze concrete mensenwereld, die Hij redden en vernieuwen wil. Als je vlucht in een puur geestelijke vorm van geloof, misken je Gods bedoelingen met deze wereld en ook met jouw concrete leven.”

Wright kritiseert een vergeestelijkte vorm van christendom, omdat dit een vlucht uit de werkelijkheid zou zijn. Maar je kunt ook in het andere uiterste vervallen, onderkent Wright. Tegenover een complete scheiding tussen God en wereld, tussen geloof en het dagelijkse leven, staat de gedachte dat God wel zo’n beetje tevreden is met de huidige wereld. In dit laatste perspectief raken God, wereld en mensheid innig verweven. Ook dat is heilloos, legt Wright uit: “Als je ons concrete bestaan in de wereld van vandaag wilt verbinden met het Koninkrijk van God, kun je gemakkelijk afglijden in extremen. Als je God en wereld sterk laat ‘overlappen’, raak je gemakkelijk verzeild in een al te positief verhaal over vooruitgang. God is overal, Hij beaamt ons bestaan, mensen bedoelen ten diepste het goede maar het zou er nog wat beter uit moeten komen. Als je zo denkt, ben je het kruis kwijtgeraakt. Als het Koninkrijk van God min of meer samenvalt met onze wereld, mis je de confronterende betekenis van het kruis. Jezus lijden en sterven betekenen een breuk in alles. Het kruis leert ons dat we ‘nee’ zeggen tegen dingen, voordat we ‘ja’ zeggen. Het Koninkrijk van Jezus heeft een frontlijn, waar de zaken op scherp komen te staan. Die frontlijn loopt dwars door de wereld en ook dwars door ons eigen hart. Als je dat allemaal vergeet, ontstaat er een vloeiend continuüm. Gestaag maar zeker zou deze wereld veranderen in het Koninkrijk van God. De geschiedenis van de mensheid is dan een tevreden stemmend van verhaal vooruitgang, als een gestaag crescendo. Dat is natuurlijk een illusie, hoewel een hardnekkige illusie. Maar wie het kruis kent, begrijpt dat dit te simpel is.”

U schetst de zaken heel evenwichtig, maar toch krijgt u het verwijt dat uw visie op het Koninkrijk tot een theologie van triomf en glorie leidt.

“Dat wordt mij inderdaad wel verweten, alsof ik zou zeggen: ga dat Koninkrijk maar eens even bouwen! Maar nee, bouwen van het Koninkrijk is beslist niet onze roeping. Alleen God bouwt Zijn Koninkrijk. Wel is het onze roeping om te bouwen vóór het Koninkrijk. Dat is een belangrijk verschil, dat ik heb uitgewerkt in Verrast door hoop. Ik geef daar het voorbeeld van de middeleeuwse kathedralen, die door talloze arbeiders werden gebouwd. Vaak waren er vier of vijf generaties mee gemoeid. Denk je eens in hoe die arbeiders eindeloos werkten aan passende stenen of ornamenten, met beitels, hamers, vijlen. Zij deden hun uiterste best op een relatief klein voorwerp, zonder precies te weten hoe dat passen zou in het grootse ontwerp. Zij zouden niet beweren: ‘Wij bouwen de kathedraal’, want zij hadden nauwelijks een idee van hoe het zou worden. Wel is duidelijk dat zij vóór de kathedraal werkten. Elke inspanning die ze leverden was bestemd voor de kathedraal die ooit zou verrijzen. Zo ‘bouwen’ wij vandaag vóór Gods Koninkrijk, vanuit ons geloof dat dit rijk ooit in volle glorie zal doorbreken. Er is weinig reden voor triomfalisme, maar alle reden om ons in te spannen voor het komende Koninkrijk. Want we doen het ergens voor, we werken vandaag vanuit de hoop en het geloof dat God Zijn werk voltooien zal.

Een sleuteltekst is 1 Korintiërs 15, waar Paulus zegt dat in de Heer ons werk niet vergeefs is. Dat staat uitgerekend aan het slot van het grote hoofdstuk over de opstanding. Paulus zegt: wat je nu doet, in het heden, is gerelateerd aan de grote toekomst die God voor mens en wereld in petto heeft. Wij zijn geroepen om steentjes te vervaardigen voor de kathedraal. Wij weten niet wanneer en hoe het Koninkrijk in volheid zal verschijnen. Maar we weten wel dat daden van liefde, genade, wijsheid, schoonheid en gerechtigheid als het ware vooruitgrijpen op de volheid die ooit zal aanbreken. Die daden horen bij Gods nieuwe wereld.”

U benadrukt continuïteit: in het heden kun je als gelovige vooruitgrijpen op Gods toekomst. Daarop heeft de Nederlandse theoloog Bram van de Beek kritisch gereageerd. Hij stelt dat de scherpte van Gods oordeel over de zonde in uw visie ontbreekt, of in elk geval tamelijk zwak is.

“Ik besteed eigenlijk best veel aandacht aan Gods oordeel in mijn boeken. Maar waar hebben we het dan over? Gods oordeel is een ‘nee’ tegen alles wat zijn schepping kapotmaakt en verdraait. De reden waarom God ‘nee’ zegt, is de goedheid van de schepping èn Zijn onveranderlijke voornemen om de verstoorde schepping te herstellen. Als je je uitsluitend concentreert op het oordeel, zit je al snel op de lijn dat de huidige scheppingsorde moet worden verworpen. God zou dan na het Laatste Oordeel iets compleet anders gaan doen. Ik denk dat dit een onjuiste voorstelling van zaken is. In het bijbelboek Openbaring zegt de engel dat God degenen zal vernietigen die de aarde verwoesten. Daarin zit een interessante dubbele ontkenning, die in feite een beaming inhoudt van de goedheid van Gods wereld, hoewel die in gevallen staat verkeert. De wereld is nog altijd Gods wereld, en Hij zal deze wereld herstellen en tot hernieuwde glorie brengen.”

Krijgt het kruis dan een minder sterk accent, als u benadrukt dat de wereld toch Gods wereld blijft, ondanks de staat van verval?

“Nee, want kruis en de opstanding vormen samen de kern van het verhaal. Mijn boek Hoe God koning werd is daar helemaal op toegeschreven. Kruis en opstanding moeten we begrijpen in de juiste verhouding. Het kruis is een heel groot ‘nee’ tegen alle kwaad, blasfemie, destructie en alles wat zich als anti-God profileert. Aan het kruis overwon Christus die machten. De opstanding van Jezus betekent: nu we dat ‘nee’ hebben gehoord, nu het kwaad is vernietigd, nú kan de vernieuwde schepping beginnen. De continuïteit die hierin schuilt is de continuïteit van het gekruisigde en daarna verrezen lichaam van Christus. Als je zegt: er is hier geen continuïteit, dan is mijn antwoord: je moet hier kijken naar de centrale gebeurtenissen en dan zien wat er gebeurt. Het is dezelfde Jezus die werd gekruisigd en daarna in een nieuw lichaam verscheen aan Zijn volgelingen.”

U interpreteert het goddelijke oordeel vooral als bevrijding en als de start van iets nieuws, terwijl andere theologen het als een soort eindpunt beschouwen.

“Oordeel en bevrijding horen bij elkaar. Let bijvoorbeeld op de manier waarop God oordelend optreedt, zoals in het Oude Testament, bij de profeten en psalmdichters. God oordeelt niet uit een boosaardig genoegen, maar om een einde te maken aan de puinhoop die het resultaat is van een opstandige mensheid. Gods oordelen staan in het perspectief van een hernieuwde schepping. Wat de profeten en psalmdichters schetsen, vindt zijn vervulling in het koningschap van Jezus. Lees bijvoorbeeld psalm 96 en psalm 98, dat zijn mijn favorieten! Daarin lees je dat de hele schepping God eer zal bewijzen, niet ondanks het oordeel, maar juist omdát God de wereld zal oordelen! God zal niet het hele zaakje opblazen of vernietigen, maar Hij komt om recht en gerechtigheid uit te oefenen. Om definitief ‘nee’ zeggen tegen het kwaad en om ‘ja’ te zeggen tegen wat goed is.”

In het al genoemde boek ‘Hoe God koning werd’ legt u nogal wat nadruk op het lijden. Niet als toevallig effect van het christen-zijn, maar als een weg waarop het Koninkrijk wordt gerealiseerd. Kunt u dat eens uitleggen?

“Dit is een moeilijk punt, maar het hoort helemaal bij kruis en Koninkrijk. Wie Jezus wil volgen, moet dagelijks zijn kruis opnemen. Dat is een heel serieus punt, en tegelijk een moeilijke uitdaging. In het Nieuwe Testament schemert het besef door dat lijden niet alleen iets is waar je nu eenmaal doorheen moet, maar het is ook een deel van het Koninkrijkbrengende werk van Jezus. Het lijden van Gods kinderen deelt in de ‘instrumentaliteit’ van Jezus overwinning op satan. Jezus’ lijden bracht verlossing, en dat was volstrekt uniek. Tegelijk zegt Paulus: ‘Ik verheug mij over mijn lijden voor u’, omdat het de komst van het Koninkrijk ten goede komt. Hier zie je dat de plaatsbekleding in het teken staat van de overwinning, die allereerst te danken is aan Jezus’ lijden. Dit krijgt een vervolg in het lijden van de kerk. Voor ons in het rijke Westen is dit een lastige kwestie. Er zijn christenen in bepaalde delen van de wereld die nu intens lijden, terwijl wij allemaal interessante en leuke dingen kunnen doen, een conferentie bezoeken, met de kleinkinderen op pad gaan, uit eten gaan in een restaurant. Wij staan enigszins bevreemd tegenover het lijden en daarom is deze dimensie van het Koninkrijk lastig te vatten voor ons.”

In Nederland zijn tal van predikanten geïnspireerd door uw boeken. Het spreekt hen aan dat u het Evangelie relevant maakt voor mensen van vandaag. Vanuit de kerk kunnen we aansluiting vinden bij de beleving, verlangens en waarden van niet-christenen. Maar als je eenmaal in gesprek bent over bijvoorbeeld sociale gerechtigheid, hoe kom je dan uit bij de harde pit het Evangelie: kruis en opstanding?

“Het Evangelie roept tal van echo’s op bij niet-christenen. Bijvoorbeeld als het gaat om gerechtigheid in de samenleving van vandaag. Jezus’ koningschap appelleert aan diepe verlangens in mensen, maar die verlangens zijn vermengd met allerlei andere motieven en opvattingen. Wij verlangen naar een wereld vol vrede, maar slagen er niet in om zelf pure vredestichters te zijn. Die boodschap is nogal confronterend en dat vinden we vaak erg lastig. Hoe je je zou moeten opstellen in een dialoog met niet-christenen kun je niet in een paar instructies vangen. Mensen zullen bijvoorbeeld zien dat de kerk actief is in healing in de samenleving. Dat spreekt aan, men denkt: mooi dat dit gebeurt! Als zij een stapje dichterbij komen, ontdekken ze dat ook de kerk een stapje verder gaat. Vanuit het Evangelie kunnen we niet tevreden zijn met een kwaliteitsverbetering van onderwijs aan kansarmen of betere zorg op het gebied van verslaving. Als de analyse dieper gaat, volgt de ontdekking dat we onze problemen uiteindelijk niet zelf kunnen oplossen, omdat de problematiek ons eigen hart raakt. Op dat punt komen kruis en opstanding ter sprake, als grond van onze redding, reiniging en bevrijding. Het gaat God om vernieuwing van ons mens-zijn, en de kerk kan mensen van buitenaf helpen te ontdekken hoe de wereld een betere plek kan worden: als gevolg van het feit dat we zelf verlost zijn. Je kunt je daarvan vaag bewust worden, maar het wordt pas helder als je bij het kruis belandt, waar Gods bevrijdingsoperatie in het volle licht staat. Om buitenstaanders uit te nodigen deze weg te gaan en deze dingen zich toe te eigenen, zal de kerk daadwerkelijk een ‘koninklijk priesterschap’ moeten vormen en met ontferming in deze wereld staan. Want als de kerk niet toont dat er een betere wereld mogelijk is, waarom zou je je er dan bij aansluiten als buitenstaander?”

Het lastige is, dat veel mensen het verhaal van Jezus gewoonweg irrelevant vinden.

“Dat is eigenlijk altijd zo geweest. Je zult duidelijk moeten maken waarom het goede nieuws werkelijk goed nieuws is. Een aantal jaar geleden, toen Engeland en Australië de finale van het wereldkampioenschap rugby speelden, was ik in Amerika, ik sliep in een hotel. Ik houd erg van rugby, en de finale was buitengewoon spannend. Die werd ’s morgens vroeg gespeeld, Engeland won nipt. Ik liep dus voor dag en dauw in de lobby van het hotel, in nogal opgewonden staat, en ik zag geen mens met wie ik mijn enthousiasme kon delen. Ik wilde de portier omarmen, maar hij zou daar nogal vreemd van opkijken, want Amerikanen hebben geen idee van rugby. De eerste die ik in alle vroegte bij het ontbijt zag aanschuiven, was uitgerekend een Australiër! Ik besefte dat ‘mijn’ goede nieuws een dwaasheid was voor de Amerikanen en een schandaal voor de Australiërs – maar voor ons Britten een grote vreugde! Ik wil hiermee duidelijk maken dat het goede nieuws vraagt om een context. Met het Evangelie zul je ook, bij wijze van spreken, op de markt moeten gaan staan, tussen de mensen. Om daar, net als Paulus tussen de Grieken, in dialoog te treden. Paulus schrok er niet voor terug om dit confronterend te doen. Hij zei op de Areopagus: ‘We hebben een nieuwe Heer!’ Dat was meteen vuurwerk, want alleen de keizer gold als de Kurios, als de Heer. Als Paulus vervolgt met de mededeling dat Jezus uit de dood is opgewekt, concluderen de Grieken dat Paulus gek is. En toch, áls dit goede nieuws wordt verkondigd en gehoord, werkt de Geest. Het Evangelie is de kracht van God tot behoud. Je moet redelijkerwijs uitleggen wat het Koninkrijk van God inhoudt, zo goed als je kunt, maar dat neemt de vreemdheid niet weg. Toch vallen mensen ervoor, en worden erdoor veranderd.”

Dus de kerk hoeft niet bang te zijn een confronterend en dwaas verhaal te vertellen?

“Nee, zeker niet. Maar let op: het Evangelie is tegelijk de meest relevante wijsheid voor mensen die er ontvankelijk voor worden. Dus onder het oppervlakteniveau, waarop het dwaasheid lijkt, herbergt het verhaal van Jezus een wezenlijke betekenis voor mensen. Gaandeweg ontdek je dan dat alle filosofieën in zekere zin zijn opgenomen in dit grote verhaal van kruis en Koninkrijk. Dit punt werk ik uit in Paul and the Faithfulness of God, als het gaat over Paulus en de filosofen. Dit is een belangrijk punt, want teveel christenen denken dat alle heidense filosofieën irrelevant zijn. Maar Paulus zegt in 2 Korintiërs 10 dat Christus elke gedachte ‘gevangen neemt’. Ook de stoïcijnen hebben een deel van de waarheid opgevangen. Het algehele raamwerk van de stoïcijnse levensvisie is verkeerd, maar veel van wat zij zeggen is onderdeel van het grotere, omvattende en ware verhaal van Jezus. Hetzelfde geldt voor de deugdenleer van Aristoteles, waarover ik schrijf in Goed leven. Ik sluit daarbij aan, maar ik benadruk tegelijk dat het Evangelie een volstrekt eigen draai geeft aan de deugdenleer. Het idee van karaktervorming, dat je bij Aristoteles aantreft, is erg behulpzaam om ons hedendaagse morele discours te verhelderen en te bekritiseren. Het verhaal van Jezus vraagt om vernieuwing van binnenuit, en dat komt je niet aanwaaien. Groei vraagt toewijding, ommekeer, strijd, gebed en het leren ervaren van de vreugde die Gods Koninkrijk ons biedt.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *