Op een voormalige vuilnisbelt bij Zarzis, in Tunesië, liggen honderden lijken van gevluchte mensen die de overkant niet haalden. Ernaast strekken de sebkha zich uit. Voor hoogleraar Amade M’charek staat er, sinds ze de Bergrede las, een ongelofelijke spanning op dit gebied. ‘Gij zijt het zout der aarde.’ Gij. Ze kijkt om zich heen: vuilnis, botresten en een koloniaal zoutwingebied. 

tekst Jasper van den Bovenkampbeeld Jelte Bergwerff

Nee, de tekst van de Bergrede kende ze nog niet. Thuisgekomen van haar reis naar Tunesië afgelopen jaar met de ploeg van Zembla, waar ook journalist Ton van der Ham bij was, die haar vervolgens uitnodigde de eerstvolgende Amersfoortse Bergrede uit te spreken, dacht ze: laat ik eens iets doen wat ik heel lang niet heb gedaan; een bijbel pakken. 

De Amersfoortse Bergrede is een jaarlijkse lezing van een meer of minder bekende Nederlander waarin wordt gereflecteerd op een passage uit de overbekende toespraak van Jezus. Vorig jaar was dat Bas Heijne, in 2016 Joris Luyendijk, eerder Désanne van Brederode. En nu, op 12 februari, zal hoogleraar antropologie aan de Universiteit van Amsterdam Amade M’charek het spreekgestoelte beklimmen.

Vaag had ze van de Bergrede gehoord, dat wel. Maar niet per se vanuit haar eigen religieuze achtergrond. M’charek groeide op in Tunesië, in een gezin met een islamitische achtergrond. Ze was als kind meer toegewijd dan haar eigen ouders, en verdiepte zich aan de hand van haar opa in de islam. Op haar elfde kwam ze naar Nederland, waar ze van lieverlee van het geloof af raakte. Een existentiële, moeilijke, maar onvermijdelijke weg. “De masculiene verhalen, die je zowel in de islam als in het christendom aantreft, vormden voor mij meer en meer een problematische positie. Ik wilde een andere kant op bewegen. Het geloof belemmerde me. Tegelijk verliet ik daarmee een ankerpunt in mijn leven, en dat was bij tijden best beangstigend.” 

Die bijbel kon ze overigens niet vinden, zegt ze lachend. Het was te lang geleden. 

Dan maar de internetversie. Volgende probleem: hoe begin je nou aan zo’n tekst? “Ik heb vroeger de Bijbel wel ter hand genomen, maar dan zonder iemand die uitlegt hoe je zo’n tekst moet begrijpen en ontleden. Dan verdwaal je er toch snel in.” En makkelijker was het er na al die jaren niet op geworden, merkte ze al snel. “De taal is archaïsch en heel context-specifiek.” Ze raadpleegde haar echtgenoot: Duits, protestantse achtergrond, “niet meer belijdend, inmiddels agnostisch”. Met deze exegeet terzijde begon ze de Bergrede te spellen. 

Mobiliserende tekst

Het is een directieve, mobiliserende tekst, merkte ze al snel. “Jezus vertelt zijn apostelen hoe ze zich moeten gedragen en hij serveert ze de morele waarden die daarbij horen. Houd ze niet voor jezelf, zegt hij, maar draag ze uit.”

De mensen die naar hem luisteren, zijn “in the same plane”, ze begrijpen al waar hij het over heeft, zo ontdekte de antropoloog in haar. “Jezus bedient zich van een bloemig, beeldend taalgebruik. Zijn taal is van een compleet andere orde dan bijvoorbeeld het wetenschappelijke jargon van vandaag, waarin je heel precies en eenduidig moet omschrijven. Hij is ook anders dan de Nederlandse spreektaal, waarin je bij voorkeur recht voor z’n raap bent. Het is een monoloog vol spreekwoorden en kwinkslagen, die door de omstanders wordt begrepen omdat ze een gemeenschap vormen. Het Arabisch, dat ik goed ken, heeft ook veel beeldspraak, het is een gelaagde taal. Elke keer dat ik de tekst opnieuw lees, word ik geraakt door andere uitspraken. De woorden zijn vloeibaar, ze nemen de ruimte, of je het nu wilt of niet.”

We redden soms liever ons eigen hachje dan dat we ons en publique uitspreken tegen foute dingen. Daartegenin zegt de Bergrede: gij zijt het licht

Amade M’charek

Wat de hoogleraar na alle lezing en herlezing nog steeds raakt, is de roep om bescheidenheid. Het deed haar denken aan een recent artikel van Bas Heijne in NRC over mensen “high up in the business” die allemaal tetteren over morele waarden en met veel toewijding deugd na deugd agenderen, maar ondertussen “ik weet niet hoeveel miljoen verdienen.” Dat vindt M’charek maar een gratuite aangelegenheid. “Ze roepen vanuit een makkelijke positie.”

Tegelijk constateert ze bij de burgers op zeeniveau het omgekeerde probleem, namelijk: een zekere angst of verlegenheid “het goede te propageren”. “Onze samenleving is natuurlijk best wel individualistisch. We redden soms liever ons eigen hachje dan dat we ons en publiqueuitspreken tegen foute dingen. Daartegenin zegt de Bergrede: gij zijt het licht, zorg dat u niet onder een tapijt wegraakt, want dan verspreidt het zich niet. Ik lees dat als een universele boodschap, voorbij de christelijke gemeenschap.”

Honderden lijken

Nog mooier verwoord vond M’charek die oproep in de regel ‘gij zijt het zout der aarde’. Dat heeft een beetje te maken met haar reis naar het strand van Zarzis in Tunesië afgelopen september, legt ze uit, waar sinds de vluchtelingencrisis jaarlijks honderden lijken aanspoelen van migranten die op de Middellandse Zee verdronken in hun vlucht naar een beter bestaan. Door lokale vissers en vrijwilligers worden de doden uit het water gehaald. Net buiten deze stad ligt een voormalige vuilnisbelt, waar de lijken provisorisch worden begraven. Provisorisch, want na een flinke bui spoelt het zand weg en komen de lichamen weer naar de oppervlakte. “Men probeert er het beste van te maken, maar als je er loopt, voel je aan alles dat dit niet klopt. Botresten die zich mengen met afval, bijvoorbeeld.” Naast deze heuvel, die nu een tjokvol massagraf is, liggen de zoutvelden, de zogenoemde sebkha

Het hele verhaal lezen? Koop het jongste nummer online, of sluit een proefabonnement af.

Op deze plek, tussen vuilnisbelt en zoutveld, komt voor M’charek alles bij elkaar. Europa dat de vluchtelingen niet hoeft, dat zelfs niks met de lijken wil. Is zij het zout der aarde? Hoe retorisch wil je het hebben.

Ze kijkt naar de zoutvelden. Al sinds de jaren ’40 van de vorige eeuw wordt hier door de Fransen zout gewonnen. Europa houdt er ’s winters zijn wegen begaanbaar mee, het wordt gebruikt in onze keukens en apotheken. Tonnen en tonnen zout worden er voor een habbekrats weggehaald. “Hoewel Tunesië sinds 1956 onafhankelijk is, lopen diverse koloniale contracten met Frankrijk tot op vandaag gewoon door.” 

Van de zoutvelden, M’charek noemt ze “het witte goud voor Europa”, gaat haar blik weer terug naar de vuilnisbelt, waar het lichamelijk overschot van grote hoeveelheden vluchtelingen een nauwelijks te bevatten verhaal vertellen. Die vrijwilligers, die de dode lichamen een laatste eer willen bewijzen door ze een graf te geven, hoe krakkemikkig ook, zijn zij misschien het zout der aarde? Burgers, die ondanks gebrek aan politieke steun en financiële middelen, een daad van medemenselijkheid stellen?

‘Indien nu het zout smakeloos wordt, waarmee zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer toe, dan om buitengeworpen, en van de mensen vertreden te worden.’ Zo luidt het vervolg van deze regel uit de Bergrede.

“Je zou kunnen zeggen dat de mensen die op de zee het leven hebben gelaten, behandeld zijn als smakeloos zout. We wilden ze in Europa niet hebben; ze zijn daardoor tot afval geworden en op een vuilnisbelt begraven. Wat je ook kunt overwegen, is dat wíj, Europeanen, die elkaar tot individuen degraderen, die zich steeds minder bewust zijn van het feit dat ze deel uitmaken van een grote gemeenschap, ook van Verweggistan, waar we immers naartoe gaan om zout te halen en ook om de intelligentsia weg te trekken, de zogenoemde brain drain, dat wíj dat smakeloze zout geworden zijn.”

Wíj, Europeanen, die elkaar tot individuen degraderen, zijn zich steeds minder bewust van het feit dat ze deel uitmaken van een grote gemeenschap

Amade M’Charek

U hebt de stichting Drowned Migrant Cemetry opgericht, waarmee u geld wilt ophalen om de drenkelingen te kunnen identificeren en ze in Tunesië een fatsoenlijk graf te geven. Waarom vindt u dat belangrijk?

“Ik weet nog dat ik die enorme stoet met lijkauto’s op de Nederlandse snelwegen zag, waarin de lichamen van MH17-slachtoffers werden vervoerd. Er werd een grote inspanning geleverd om ze te identificeren en ze waardig naar hun laatste rustplaats te brengen. Haren, botten, schoentjes: alles werd met zorg en respect behandeld. We trokken wetenschappelijke kennis uit de kast en mobiliseerden onze experts. Prachtig! Maar wat een schril contrast met hoe we de slachtoffers in de Middellandse Zee behandelen. Het MH17-proces hier is nog lang niet afgerond, terwijl de doden – in 2015 en 2016 ging het nog om zesduizend mensen per jaar – maar blijven aanspoelen op de stranden. Ik dacht: er wordt vast wel iets geregeld. Maar toen ik me er tegenaan ging bemoeien, ontdekte ik dat er gewoon niets wordt georganiseerd. Uit mijn verbazing hierover is de stichting geboren.” 

Het hele verhaal lezen? Koop het jongste nummer online, of sluit een proefabonnement af.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *