Michael Afanasyev is aanhanger van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster en wil zijn proefschrift aan de TU Delft binnenkort verdedigen in een piratenpak, want piraten zijn een belangrijk onderdeel van het geloof. De universiteit heeft hem dat echter verboden. Eerder al werd de religieuze dracht van deze zogenoemde pastafari’s niet geaccepteerd, bijvoorbeeld bij het inleveren van paspoortfoto’s waarbij de gelovige een vergiet op z’n hoofd droeg. Dat is toch raar? Joden een keppeltje, moslima’s een hoofddoek, pastafari’s een vergiet.

‘Spaghetti-evangelie is overduidelijk een parodie’
Taede Smedes, godsdienstfilosoof, theoloog en publicist:

“Is het pastafarisme een echte religie of een parodie? Eerder dit jaar weigerde de burgemeester van Eindhoven een foto van iemand met een vergiet op het hoofd voor een rijbewijs. De rechtbank in Den Bosch steunde de burgemeester en beriep zich op een uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. De motivatie luidde dat de leer niet getuigt van voldoende ernst om serieus als levensbeschouwing te gelden. Arjan Lubach maakte zich hierover op Twitter kwaad. Hij meende dat in deze casus een rechter een oordeel velde over religie, en dat paste niet.

Lubach heeft wellicht een punt, maar toch blijft het een lastige kwestie. Want duidelijk is dat de uitvinder van het pastafarisme, Bobby Henderson, wel degelijk de intentie had een parodie te maken toen hij het Spaghetti-evangelie schreef. Op basis hiervan kan ikzelf het pastafarisme als levensbeschouwing dan ook niet serieus nemen.

De vraag is echter of het bij de Delftse pastafarirel over religie gaat. of simpelweg over kledingvoorschriften. Afanasyev zegt in de Volkskrant: ‘Wie is de TU Delft om te bepalen wat voor mijn religie belangrijk is?’ De vraag is of de universiteit daar überhaupt iets over zegt. Bij een promotie, zo zegt de TU Delft, hoort passende, ingetogen kleding. Een keppeltje of een kruisje zijn eventueel toegestaan, als bescheiden uitingen van een persoonlijke overtuiging. Dat lijkt me redelijk. Dat een piratenpak niet mag, lijkt me ook redelijk. Dat Afanasyev nu naar het College voor de Rechten van de Mens stapt, is absurd – maar goed, het past bij de ‘religie’ die hij zegt aan te hangen.”

Lees dit nummer digitaal. Of sluit een (proef)abonnement af. Wie voor 31 december voor een jaarabonnement kiest, krijgt 20 euro korting.

 

‘Eis niet op wat je de ander in wezen niet gunt’
Lody van de Kamp, rabbijn, spant zich in voor de interreligieuze dialoog:

“De vraag of voor pastafari’s ook de vrijheid van religie moet gelden, roept de vraag op wat nu eigenlijk religie is. Voor godsdiensten, of voor andere soorten van levensbeschouwing, geldt het grondrecht van vrijheid van religie. Voor een heleboel andere groeperingen geldt vrijheid van meningsuiting en vrijheid van expressie. In een publicatie van de parlementaire assemblee van de Raad van Europa worden de pastafari’s aangeduid als aanhangers van een na-aperij van het geloof. Overigens, heel knap en heel intelligent ontwikkeld.

Op basis van deze vaststelling, maar ook op basis van het hanteren van symbolen voor hun god, zoals het spaghettimonster – een kluwen pasta met gehaktballen en oogjes op stelen – komt deze leer niet verder dan de parodie op godsdienst. En voor parodie op godsdienst is in ieder geval het grondrecht van vrijheid van godsdienst niet bedoeld.

Met de vrijheid van meningsuiting en van expressie zal deze groepering het moeten doen. Dat geeft mogelijkheden. Maar misschien net niet genoeg om daarmee ook de dresscode bij een promotie op de universiteit te kunnen aanpassen.

Door middel van de vergiet en een kluwen spaghetti wordt de draak gestoken met religie, geloofsgoed en levensbeschouwing. En dan nu wel op dezelfde manier te eisen dat die grondrechten die religie in een democratische samenleving nodig hebben om het geloof te kunnen belijden ook voor deze parodie van toepassing zijn, dat is op zijn minst verwonderlijk.

Draag pastafarianisme uit, met of zonder monsters. Maak geloof belachelijk, maar eis dan niet op wat je de ander in wezen niet gunt.”

‘Het begrip godsdienst kent begrenzing’
Sophie van Bijsterveld, hoogleraar Religie, recht en samenleving aan de Radboud Universiteit Nijmegen:

“Eerder dit jaar oordeelde de rechtbank dat het zogenaamde ‘pastafarisme’, de leer van de ‘Kerk van het Vliegend Spaghettimonster’, niet aangemerkt kon worden als een godsdienst of levensovertuiging in de zin van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001. Deze conclusie is volkomen terecht. In lijn met de rechtspraak van het Europees Hof oordeelde de rechtbank dat in juridische zin een godsdienst- of levensovertuiging een zekere graad van ‘begrijpelijkheid, serieusheid, samenhang en importantie’ moet vertonen. Van voldoende ‘serieusheid’ was in dit geval geen sprake.

Van de begrippen ‘godsdienst’, ‘levensovertuiging’, ‘kerk’ en ‘belijden’ zijn geen juridische definities voorhanden. Toch kunnen deze begrippen alleen reële juridische betekenis hebben wanneer deze ook een beginzin kennen.

Dat is met alle juridische begrippen zo. Zo niet, dan worden die begrippen onhanteerbaar en wordt het kind met het badwater weggegooid. Dat geldt ook voor ‘vrijheid van godsdienst of levensovertuiging’. Ook niet elke door een godsdienst of levensovertuiging ingegeven handeling wordt door het recht als ‘belijden’ ervan aangemerkt, ook al wordt dat door de aanhanger ervan misschien wel zo ervaren.

Terecht is de rechter – juist vanwege de vrijheid van godsdienst of levensovertuiging – terughoudend met interpretaties. Zo zien wij dat soms slechts vereisten worden geformuleerd die nodig zijn om met het concrete geval uit de voeten te kunnen, zoals onder meer de vereiste van een ‘minimumorganisatie’ voor een kerkgenootschap. Door deze manier van benaderen, blijft er ook ruimte voor ontwikkeling en houdt het recht een openheid naar de toekomst.

En de zogenaamde ‘pastafari’s’ dan? Natuurlijk hebben zij net als ieder ander allerlei andere rechten, zoals vrijheid van meningsuiting, vereniging en vergadering. En verder: vrijheid van handelen binnen de gewone grenzen van de wet.”

Lees dit nummer digitaal. Of sluit een (proef)abonnement af. Wie voor 31 december voor een jaarabonnement kiest, krijgt 20 euro korting.

One thought on “Ook voor pastafari’s moet vrijheid van religie gelden

  1. Wat jammer dat drie deskundigen het niet voor elkaar krijgen om in kort bestek inhoudelijke argumenten te geven voor hun opvatting dat de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster geen echte religie inhoudt.
    Taede Smedes zegt: het Pastfarisme is bedoeld als parodie dus kan ik het niet serieus nemen. Dus als iemand parodie als stijlmiddel gebruikt kan je hem per definitie niet serieus nemen, wat de inhoud van zijn boodschap ook is? Dus geen enkele cabaretier heeft een serieuze boodschap? Mag je dan serieuze boodschappen alleen maar droog en humorloos brengen, zoals traditionele religies? Hoe bepaal je eigenlijk wat serieus is en wat niet? Overigens zijn er ook christelijke cabaretiers en eisen Pastafari’s niet dat je ze serieus neemt, alleen dat ze gelijk behandeld worden met andere gelovigen.
    Om te bepalen of een geloofsuiting toegestaan moet worden tijdens een promotieceremonie, verschuilt Smedes zich zonder toelichting achter een ander vaag criterium waar je alle kanten mee uit kan: redelijkheid. Een keppeltje toestaan is ‘redelijk’, een piratenpak verbieden is ook ‘redelijk’. Naar het CRM gaan is ‘absurd’, onredelijk dus. Tot zover Smedes’ oordelen, maar waar blijven de argumenten?
    Lody van de Kamp vindt het Pastafarisme maar na-aperij van echte religie. Je kunt net zo goed beweren dat het Christendom na-aperij van het Jodendom is, en de Islam na-aperij van allebei. Waarom tellen die wel als echte religie? Veel Joden zien in het Christendom zelfs een parodie van het joodse geloof. Van de Kamp vindt dat pastafariërs het maar met de vrijheid van meningsuiting moeten doen. Ook hebben ze natuurlijk nog de vrijheid van vereniging. Maar waarom is dat eigenlijk voor de ‘echte gelovigen’ niet genoeg? Waaraan ontlenen die het recht op nog meer bescherming?
    Van de Kamp spant zich in voor ‘interreligieuze dialoog’. Zijn betoog klinkt meer als een monoloog. In elk geval bepaalt hij van te voren wie er wel en wie er niet aan de dialoog mee mag doen.
    Sophie van Bijsterveld noemt het oordeel van de rechtbank dat het Pastafarisme niet voldoende serieus is om juridisch als religie mee te tellen ‘volkomen terecht’. Zij legt niet uit waarom. Er bestaat geen definitie van godsdienst, zegt ze, maar het recht moet wel met dit soort begrippen ‘uit de voeten kunnen’. Daarom geeft het recht aan die begrippen een ‘beginzin’. Anders valt alles onder zo’n vaag begrip en ‘gooien we het kind met het badwater weg.’ Pastafari’s moeten zich houden aan de ‘gewone grenzen van de wet’.
    Dit blijft zo volstrekt vaag, dat je elke willekeurige ‘beginzin’ kunt formuleren voor juridisch lastige begrippen om er makkelijker mee ‘uit de voeten’ te kunnen, en daarmee dus elke willekeurige rechtzoekende kunt uitsluiten van rechtsbescherming. Dat wordt ten aanzien van religie mogelijk gemaakt door een schijnbaar duidelijk en objectief criterium te nemen, bijvoorbeeld ‘serieusheid’, dat eigenlijk net zo vaag is als het begrip waarvoor het een verduidelijking moet zijn, namelijk ‘religie’. Dat lijkt het alsof je via een objectief criterium vaststelt dat iemand helaas niet in aanmerking komt voor bescherming, terwijl de invulling van dat criterium in feite willekeurig is. Van Bijsterveld zegt hierover: ‘Door deze manier van benaderen, blijft er ook ruimte voor ontwikkeling en houdt het recht een openheid naar de toekomst.’ Maar ten aanzien van Pastafarisme is er helemaal geen openheid, en de ontwikkeling kan ook een heel verkeerde kant op gaan.

Laat een reactie achter op Derk Venema Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *