Op de kansel heeft een lekenpreker niks te zoeken

Voegt een universitaire scholing van predikanten vandaag eigenlijk nog wel iets toe? Theoloog André Poortman dacht opnieuw over die vraag na, toen hij afgelopen maand vernam van een meisje in Duitsland dat van de middelbare school zonder enige academische achtergrond zo mocht doorrennen naar de preekstoel van haar kerk.

tekst André Poortman beeld Davitha van de Kuilen

Met haar achttien jaren is Eva Steinhaus de jongste predikant van Duitsland, meldde LutheranWorld.org afgelopen maand. Ze heeft geen theologische opleiding, maar beschikt naar eigen zeggen wel over ‘de gave om vrijmoedig over het geloof te kunnen spreken voor een grote groep’. De jonge Lektorin maakt deel uit van een experiment van de Evangelisch-Lutherse Kerk in Hannover, waarmee de geloofsgemeenschap jonge mensen wil motiveren voor een kerkelijk ‘ambt’.
In Nederland kennen we een soortgelijk fenomeen: Preek van de Leek. In een stuk of tien Nederlandse steden, waaronder Amsterdam, Den Haag, Gouda, Leeuwarden en Amersfoort, beklimmen gelovigen en ongelovigen (geen theologen) met enige regelmaat de kansel en houden ze een praatje. Die verhandelingen kunnen soms best inspirerend, verrassend, creatief of inhoudelijk zijn. Maar wie voor een theologisch doorwrochte uiteenzetting naar de kerk komt, zal teleurgesteld de terugreis aanvaarden.
Tegelijk moet ik bekennen dat ik van reguliere erediensten óók heel geregeld beteuterd huiswaarts ben gekeerd, terwijl ik toch vrolijk met de stammen naar het huis des Heren was opgegaan. Op de kansel mocht dan een academisch geschoolde theoloog staan, ik vroeg me soms in alle bescheidenheid af wat dat precies mocht betekenen.

Ik moet bekennen dat ik van reguliere erediensten óók heel geregeld beteuterd huiswaarts ben gekeerd

Commerciële kanalen
Even een klein zijspoor. In 2006 begon ik, als opstap naar de universitaire theologische studie, aan de opleiding Godsdienst Pastoraal Werk. Zo heette die opleiding toen nog, en terecht, want je werd opgeleid tot pastoraal of kerkelijk werker. Heel officieel heet de opleiding nog steeds zo, maar via de commerciële kanalen noemt men haar liever hbo-theologie. Studenten adopteren het gedrag onbeschroomd: ze studeren theologie. Klinkt nét even lekkerder dan: ik doe GPW. GP-wat? Precies.

Dit artikel verscheen in het septembernummer (2018) van De Nieuwe Koers. Meer lezen? Koop de digitale editie, of neem een (proef)abonnement

In mijn beleving is hbo-theologie een bescheiden contradictio in terminis.Is theologie immers niet eerst en vooral een academische discipline? Is een pastoraal werker wel een theoloog? Goeie vragen.
Maar tegelijk dus – ik grijp even terug op de ontluisterende bezigheid die onder een kansel zitten soms kan zijn: wat is theologie eigenlijk voor een wetenschap als die afgestudeerde predikanten, die al te vaak niet verder komen dan een praatje, haar representanten te zijn? Wat is precies de meerwaarde van vier, vijf of zes jaar intellectueel ploeteren, als dit het resultaat is?

Stevige klus
In hun veelgeprezen Christelijke dogmatiek (2012) omschrijven VU-hoogleraren Gijsbert van den Brink en Kees van der Kooi theologie als ‘nadenken over het geloof in God’. Je zou een tikje sceptisch kunnen zeggen dat je hiervoor de universiteit niet nodig hebt, omdat elke gelovige waarschijnlijk nadenkt over haar of zijn geloof in God. Oké, niks tegenin te brengen.
Nou ja, wilde ik maar aangeven, je voelt hier toch de schoen een beetje wringen. Vanuit een geloofsstandpunt gaat het in de theologie over het meest wezenlijke: de kern van het bestaan en zijn veronderstelde oorsprong. Het bestuderen van die thema’s is nogal een klus. En over klussen gesproken: een stevige klus in huis zien we het liefst uitgevoerd door een degelijk opgeleide ambachtsman of -vrouw. Je wilt niet dat het plafond naar beneden dondert zodra de stukadoor de deur dichttrekt. Wie de meerwaarde van een theoloog wil beschrijven, bedient zich in de regel van een heel andere logica. Ik kan u uit ervaring vertellen dat weinig mensen geïnteresseerd zijn in de kwaliteit van een theoloog, in de ambachtelijke zin van het woord bedoel ik dan. Veel vaker krijg je in een gesprek teksten voor de voeten geworpen als: je moet geloven als een kind. En dat leer je niet op de universiteit, laat men er meestal op volgen.
Ik vind dat nonsens, maar ook begrijp ik wel een beetje de spanning die men met zo’n tekst op het vak van de theoloog wil zetten. Want wat onderscheidt academische theologie nou helemaal van het zomaar grasduinen in wat reflecties op God en geloof?
Allereerst: als theoloog doe je een grondige kennis op van de Bijbel (de primaire op schrift gestelde bron van het christelijk geloof) en haar grondtalen. Eminent onderdeel van de opleiding is het vak hermeneutiek. In zijn omvangrijke studie naar de Bijbelse hermeneutiek, Tussen tekst en lezeromschrijft Arie Zwiep hermeneutiek als het overbruggen van twee werelden: de wereld van de tekst en de wereld van de lezer. Als het gaat om de Bijbel, die door veel christenen als een rechtstreeks door God geïnspireerd boek wordt gezien, is dit een bijzonder precaire aangelegenheid. Aan de academie wordt bij uitstek hermeneutische gevoeligheid aangewakkerd en gecultiveerd. Als theoloog word je geacht in staat te zijn enige distantie tot je eigen geloofstraditie en haar bronnen te kunnen betrachten en een hermeneutische brug te slaan tussen de wereld van de tekst en de wereld van de lezer.

Wat onderscheidt academische theologie nou helemaal van het zomaar grasduinen in wat reflecties op God en geloof?

Dogmatiek
Een ander aspect van de academische theologie is de systematische reflectie op het geloof in God. Dat is wat anders dan kennisnemen van een of andere dogmatiek, hoe waardevol ook. Volgens het duo Van den Brink en Van der Kooi wordt het werk van systematisch theologen gekenmerkt door twee dingen: zij doen dit alles allereerst bewust nadenkend en in de tweede plaats in het perspectief van het geloof in God. Het laatste hebben ze gemeen met andere gelovigen, het eerste met andere ‘-ologen’. Die andere ‘-ologen’, dat zijn collega’s van de universiteit. Academische theologie gaat dus verder dan het zomaar nadenken over geloof in God, wat elke gelovige en ook veel niet-gelovigen doen.
En dan speelt er nog wat anders, te weten: van academische theologie wordt verantwoording gevraagd. Van den Brink en Van der Kooi onderscheiden in hun dogmatiek drie fora waartoe theologie (en daarmee de theoloog) zich vakmatig heeft te verhouden: de academie, de geloofsgemeenschap en de samenleving. De academie heeft volgens hen belang bij een open en kritisch-wetenschappelijke benadering van vragen die in en rondom godsdiensten spelen. Daarbij is het eerdergenoemde vermogen tot een kritische distantie belangrijk. De samenleving kent het belang dat vertegenwoordigers van verschillende geloofstradities van elkaar weten en de verschillende tradities kennen. Een theoloog behoort goed geïnformeerd te zijn over wat andersgelovigen beweegt. Een opleiding die zich met name op de geloofsgemeenschap richt, mist daardoor twee van de drie fora die om een verhouding vragen: de academie en de samenleving.

Exclusief
Theologie is in mijn optiek een voluit academische discipline en daarmee heeft zij een wat exclusief karakter. Een kerkelijk werker, ook al heeft hij of zij een stevige theologische bagage, is nog geen theoloog. Net zomin is een sociaalpedagogisch hulpverlener een psycholoog, en een verpleegkundige een arts. De universiteit en het hbo richten zich beide op een ander discours en de moderne flirt van het hbo met de universiteit bevreemdt me dan ook een beetje. In dat academisch foefelen ontstaat er een soort hybride kindje dat je het beste Universiteit Light zou kunnen noemen, ook al verandert er aan het niveau en het discours van het hbo niks wezenlijks. Op die Universiteit Light worden dan natuurlijk geen GPW’ers en SPH’ers meer opgeleid, maar hbo-theologen en hbo-psychologen, want dat is sexyer. Ik denk dat het allemaal geen recht doet aan het hbo als een opleiding met een duidelijk eigen karakter, dat zich op andere vragen richt dan de universiteit. Omdat de universiteit de vraag naar het waarom beantwoordt, kan het hbo zich richten op het hoe van dat waarom.

De moderne flirt van het hbo met de universiteit bevreemdt me 

Vrijmoedigheid
Blijft over de vraag of de gemeente er wel zo mee gediend is, met die theologen. Er zijn vast meer mensen die als Eva Steinhaus met vrijmoedigheid over hun geloof kunnen spreken voor grote groepen. En waarom zouden we hen dan niet motiveren, net als de Evangelisch-Lutherse Kerk in Hannover dat doet? Is de gemeente misschien zelfs niet beter af met een kerkelijk werker die vooral pastoraal is gevormd en opgeleid in het omgaan met de concrete geloofsvragen die in een gemeente spelen?
Volgens mij is er helemaal niets mis mee dat hbo-opgeleide kerkelijk werkers een rol hebben in de gemeente. Ik weet uit ervaring hoe gedegen de opleiding tot pastoraal werker is. Kerkelijk werkers kunnen een heel eigen en volwaardige positie hebben in het gemeenteleven en de opbouw van de gemeente. Wat mij betreft trekken we echter een streep bij de kansel. Op de kansel wordt het Woord bediend en vanuit gereformeerd perspectief is dat niets minder dan de bediening der verzoening. Juist daar komt het aan op een meer dan zorgvuldige omgang met de tekst van de Bijbel en gevoeligheid voor de finesses van de systematische en Bijbelse theologie. Stuk voor stuk academische disciplines. De preek en de bediening van de verzoening vragen om niets minder.

Filosofisch café
En als die grens geldt voor kerkelijk werkers, dan al helemaal voor leken en niet-gelovigen. Ik zou ze in een filosofisch café ruimhartig een vrijplaats bieden. Maar op de kansel en in de kerk gaat het om het geloof in God en – nogmaals, vanuit gereformeerd perspectief: om de verzoening van mensen – en daar hebben zij tamelijk weinig te zoeken. Althans, niet op het preekgestoelte.

Dit artikel verscheen in het septembernummer (2018) van De Nieuwe Koers. Meer lezen? Koop de digitale editie, of neem een (proef)abonnement

Hoe zit het dan met die teleurstelling waar ik mee begon: het gebrek aan academisch gehalte op de preekstoel? Wat ik niet bedoel, is dat ik zit te wachten op abstracte preken, die over de hoofden van de gelovigen heen banjeren, oren niet bereiken en harten niet beroeren. Waar ik naar zoek, zijn preken die blijk geven van een grondige exegese en studie. Een preek die in staat is mijn eigen vooronderstellingen op een hoop te vegen, samen met allerlei misplaatste dogmatische kaders die mijn blik op de Schrift vertroebelen. Ik zoek naar predikanten die als een hermeneut bruggen slaan, met respect en eerbied voor de wereld van de tekst en met een voorzichtige vertaling naar de wereld van ons als lezers. Ik zoek naar predikanten die bovenal mystagoog zijn en mij inwijden in het geheim van de verzoening. Dat zoek ik, in plaats van een associatief en moralistisch verhaal over hoe ik me op mijn werk behoor te gedragen of preken waarbij het geloof in God wordt voorgesteld als niets meer dan een psychologische prothese.

Ik zoek naar predikanten die bovenal mystagoog zijn en mij inwijden in het geheim van de verzoening

Preken is a hell of a job. En daarom heb ik tot op heden geen reden de noodzaak van een academische theologische opleiding te relativeren. Integendeel, ik zou willen dat meer predikanten zich bewust zijn van hun status als theoloog en ook als theoloog predikant zijn. En wat ik met nadruk wil stellen: die predikanten bestaan en ik ken ze. Maar wat ik hierboven heb beschreven, is precies de reden waarom ik zuinig ben op de theologie als academische discipline en waarom ik de aanduiding ‘theoloog’ wil reserveren voor iemand die is opgeleid aan de universiteit. Een hbo-opleiding tot kerkelijk werker is wezenlijk iets anders dan een opleiding tot theoloog. Juist in het onderscheid ligt de waarde van beide. De kerkelijk werker kan een belangrijke aanvulling zijn op een academisch opgeleide predikant. Sterker nog, misschien is de kerkelijk werker wel bij uitstek de noodzakelijke aanvulling op de predikant als theoloog. Op die manier kan een bekwame en goed opgeleide kerkelijk werker met pastorale vaardigheden die gemeente pastoraal dienen en een predikant vrijspelen om zich bezig te houden waar hij als theoloog voor is opgeleid: de bediening van het Woord en de bediening van de verzoening in de preek, met alles erop en eraan.

André Poortman is theoloog en promoveert momenteel op voltooid leven en mensbeelden.

Dit artikel verscheen in het septembernummer (2018) van De Nieuwe Koers. Meer lezen? Koop de digitale editie, of neem een (proef)abonnement

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *