Hij leefde tussen de statige colleges en karakteristieke pubs. Hier werkte hij, hier kwam hij tot geloof in Christus, hier ontsproot Narnia aan zijn fantasie. Een wandeling door de stad van dichter, schrijver en apologeet C.S. Lewis.

Tekst en beeld Arie Kok

Er is tegenwoordig maar één manier om het station van Oxford te verlaten, door de uitcheckpoortjes. Dat moet op die koude decemberdag in 1916 anders geweest zijn. De achttienjarige Jack Lewis bezocht de stad voor het eerst om toelatingsexamen te doen. Hij liep de verkeerde kant op en belandde in de weilanden bij Botley. Over de wandeling terug naar de stad, door het winterse landschap, schreef hij aan zijn vader: ‘De stad heeft mijn stoutste dromen overtroffen, nooit zag ik zoiets moois.’

De liefde voor boeken was bij Lewis al begonnen in zijn ouderlijk huis.

Met zo’n aanbeveling kan de beroemde stad alleen nog maar tegenvallen. De trein van Londen Paddington naar Oxford doet er deze vroege avond een dik uur over. Op de tussengelegen stations haasten netgeklede forenzen zich naar huis, de Evening Standard in de ene hand, een leren aktetas in de andere. Langzaam winnen de groene heuvels het van de lelijke voorsteden. Smalle weggetjes kruipen tegen de heuvels op. De heggen langs de wegen staan op openbarsten. Een grijs stenen bruggetje staat al sinds mensenheugenis op instorten, maar houdt de oevers van een kabbelend riviertje nog steeds bij elkaar. De First Western Railway zoemt door centraal Engeland. De coupé is vrijwel leeg als het speakertje boven de deur Oxford aankondigt.

De bronzen os staat er wat verloren bij, aan de overkant van het plein voor het station. Oxford staat vooral bekend om het universitaire leven in de colleges, maar ooit begon het met ossen die door een voorde in de Thames trokken, en een nonnenklooster dat in de achtste eeuw op die plek werd gebouwd. Sinds de dertiende eeuw trokken studenten uit heel Engeland en van het continent naar de kloosters van de stad voor het betere onderwijs. Kloosters zijn het niet meer, maar de ruim dertig colleges die samen Oxford University vormen, bepalen nog steeds de sfeer in de binnenstad: statige zandstenen gebouwen met weelderige ornamenten rond gazonnen die er zelfs in dit vroege voorjaar frisgroen bij liggen. Een keur aan nationale en internationale grootheden legde hier de basis voor een glansrijke carrière. De schrijver, dichter en apologeet C.S. Lewis is een van hen.

De torens van de colleges gloeien na in de avondzon, die langzaam wegkruipt achter een donderwolk. University College rijst hoog op aan High Street. De poort staat open, studenten lopen in en uit. Een beschaafd bordje op een paaltje maakt duidelijk dat bezoekers op dit uur niet welkom zijn. Tot dit college werd Lewis toegelaten, nadat zijn gebrek aan talent voor wiskunde nog bijna roet in het eten had gegooid. Zijn voor een jongen van die leeftijd onvoorstelbare belezenheid redde hem.

De liefde voor boeken was bij Lewis al begonnen in zijn ouderlijk huis. Waar je ook keek, schreef hij later, overal zag je stapels en planken met boeken. Op regenachtige dagen waren het zijn vrienden. Dan trok de jonge Jack zich terug in de literaire werelden die al lezend voor hem opengingen. Aan dit gelukkige leven kwam abrupt een einde toen zijn moeder overleed. Jack was toen negen jaar oud, zijn broer Warren twaalf. Al snel besloot vader Albert zijn zoons naar strenge Engelse kostscholen te sturen, waar de jongens niet gelukkig waren. De relatie met zijn vader zou tot diens dood complex blijven.

Voordat Jack met zijn studie kon beginnen, riep de oorlog. Alle Engelse mannen van achttien jaar en ouder die fit genoeg waren, werden geacht hun bijdrage te leveren op de slagvelden van Noord-Frankrijk. Lewis ging, raakte al snel lichtgewond en keerde spoorslags terug naar een ziekenhuis in Engeland om te herstellen. Pas in januari 1919 keerde hij terug naar zijn kamers op het college. De studenten woonden intern, werden dagelijks gewekt door de hun toegewezen scouts, zodat ze tijdig aan het ontbijt zaten. Niet aanschuiven was verdacht. Daarna volgden de colleges. Lewis schreef zich in voor de studie klassieke talen en literatuur, Literae Humaniores, het intellectuele vlaggenschip van het college, een toegang tot algemene wijsheid.

Hotel Eastgate ligt even verderop in High Street. Vanuit het raam bij de receptie domineert de toren van Magdalen College het uitzicht, het college waar Lewis het grootste deel van zijn academische leven doorbracht. Honderd meter naar het westen ligt het statige Merton College, het werkterrein van J.R.R. Tolkien. Het hotel ligt er precies tussenin. De bevriende schrijvers prikten hier vaak een vorkje. De eetzaal is onherkenbaar verbouwd, maar een plankje aan de muur schraagt sierlijke banden van de Narnia-reeks, Lord of the Rings en de verzamelde brieven van Lewis. Daaronder een plaquette van Middle Earth, de wereld van Lord of the Rings. Volgens de overlevering was het onder dit dak dat Lewis de verlovingsring om de vinger van Joy Davidman schoof, de Amerikaanse vrouw die op latere leeftijd op wonderlijke wijze in zijn leven kwam. Daarover later meer.

Het vervolg van de speurtocht naar de herinneringen aan C.S. Lewis begint de volgende ochtend bij Blackwell’s, misschien wel de grootste en beste boekhandel van Engeland. De voorgevel van het pand wekt niet de indruk dat er vijf uitgestrekte etages met boeken achter schuilgaan. Voor in de winkel is een hele kast ingeruimd voor het werk van Lewis dat nu nog te koop is. De Narnia-reeks domineert, maar zijn apologetische boeken zijn ook goed vertegenwoordigd in nieuwe jubileumuitgaven. Om de hoek vult J.R.R. Tolkien twee kasten, met diverse edities van The Hobbit en Lord of the Rings. Bij het Waterstone’s-filiaal aan de overkant van de straat delen de vrienden een afdeling met andere beroemde Oxford-alumni, zoals Julian Barnes, Graham Greene, W.H. Auden, T.S. Eliot, Evelyn Waugh en Margareth Thatcher, die juist deze dag begraven wordt.

Nog in 1998 werd het de Lewis-toerist niet gemakkelijk gemaakt in Oxford. Nynke Dijkstra deed verslag van haar ervaringen in het maandblad Reveil. Bij de plaatselijke VVV ontstond er verwarring en werd na enig zoeken een foldertje tevoorschijn gehaald. In 2005 beklaagde Ronald Brind, oud-buurjongen van Lewis, zich dat alle Oxford-beroemdheden geëerd worden met ronde blauwe plaquettes op hun woon- of geboortehuis, maar dat die van C.S. Lewis ontbrak. Dan is er toch veel veranderd in een paar jaar tijd. Brinds boek A guide to the C.S. Lewis Tour in Oxford ligt prominent in de winkel. Op de website van de Lewis Foundation is een goed gedocumenteerde wandeling te downloaden. Vanaf Blackwell vertrekt eens per week een wandeling langs de plekken die herinneren aan de ‘Inklings’, de literaire vriendenclub rond Lewis en Tolkien. Hebben de verfilmingen van Narnia hun werk gedaan en van Lewis postuum een ster gemaakt?

Voor een etalage aan St. Giles staan twee oudere dames druk te gebaren. Ze dragen brilmonturen uit de vorige grotebrillenmode, de tongval is onmiskenbaar Amerikaans. ‘There it is, the famous C.S. Lewis pub!’ ‘The bird and the baby’, noemden de mannen van de Inklings hun stamkroeg liefkozend. Eagle & Child is een pub zoals een pub hoort te zijn, al sinds 1650. Geschrobde klinkervloer, zware houten balken tegen een laag plafond, de geur van verschaald bier en een loketje waar je je bestelling fish and chips met azijn kunt afhalen. Het is lunchtijd, alle tafeltjes zijn bezet. De beroemde haard in de ruimte waar ooit elke dinsdagochtend de Inklings bij elkaar kwamen brandt niet. Alleen een zwart-wit portretfoto van Lewis herinnert bezoekers aan de discussies over de eerste versies van Narnia, Lord of the Rings of het werk van een van de anderen. Het bier ging rond, sigarenrook benam het uitzicht, de fauns, eenhoorns en hobbits vulden de ruimte, de schone letteren werden geleefd.

De wandeling gaat verder langs het huis waar Lewis overnachtte tijdens zijn eerste bezoek aan de stad. Het staat er stil en gesloten bij. Even verderop, net voorbij de muren die Magdalen College van de binnenstad scheiden, is een begraafplaats waar de dichters Hugo Dyson en Charles Williams ter aarde besteld zijn. De Inklings-vrienden worden genoemd op het keurige informatiebord bij de ingang. De staat van de begraafplaats is tekenend voor de ongemakkelijke omgang die Engelsen hebben met de dood. Een deel van de graven ligt er overwoekerd en vervallen bij, de stenen scheefgezakt of zwaar bemost. Dood lijkt hier ook echt dood. Dysons graf is sober maar keurig. Blijkbaar heeft hij nog nabestaanden die hem 45 jaar na zijn dood in ere houden. Het graf van Charles Williams is twintig jaar ouder en zwaar overwoekerd, de steen zelf steekt er fier bovenuit.

‘Jack Lewis zei dat hij wel graag over mythen las en nadacht, maar dat hij ze helemaal niet als waarheid beschouwde. Tolkien had een volkomen andere opvatting. Hij zei dat mythen hun oorsprong hebben in God, dat zij iets van Gods waarheid behouden, zij het vaak in verwrongen vorm.’

In oktober 1925 begon Lewis met zijn werk als docent aan Magdalen College, uit te spreken als ‘Mohdlin’ College. Niet minder dan negen Nobelprijswinnaars begonnen hier hun academische loopbaan. Op deze woensdag in april heerst er een rust of het zomervakantie is. De kloostergang is vrijwel leeg, hier en daar steekt een haastige student over. Vanachter een deur met het bordje ‘Song School’ klinkt een volle, klassieke tenor. Het is streng verboden op het gras te lopen. De kapel is donker en leeg. Tegen de wanden het sierlijke houtsnijwerk dat Engelse kerken kenmerkt. De banken staan tegen de zijkanten, in het midden prijkt de lessenaar met de opengeslagen Heilige Schrift. Je gaat hier vanzelf liederen als The Old Hundred of het alternatieve volkslied Jerusalem van Parry neuriën. Elk college heeft zo’n eeuwenoude kapel, waar elke dag – zonder uitzondering – een Evensong wordt gehouden. Voor elke student of wetenschapper, gelovig of niet, is de christelijke traditie tastbaar aanwezig.

In deze kapel kwam Lewis wekelijks, behalve de eerste jaren, toen hij nog niet geloofde. Zijn werk- en woonvertrekken waren in The New Building, een militair aandoend nieuw gebouw van het college, dat er ook alweer vierhonderd jaar staat. Op de deurposten van de benedenverdieping staan de namen van de bewoners naast deurbelletjes, maar deze middag blijft alles potdicht.

Een bruggetje over het water leidt naar Addison’s Walk, een sereen wandelpad dat de gebouwen van het college scheidt van de beroemde hertenweide. Vanaf het pad is Lewis’ woonvertrek aan de achterkant van het gebouw goed te zien, volgens Brind op de eerste etage, rechts van het middengebouw, met uitzicht op het park. Even verderop hangt een in brons gegoten gedicht aan de muur. ‘I heard in Addison’s Walk a bird sing clear. This year the summer will come, this year, this year, etc.’ Was getekend, C.S. Lewis. Op dit pad wandelde hij met Tolkien en Dyson na een zware maaltijd en een glaasje port, ook die cruciale avond. Al jaren spraken ze over het christelijk geloof. Vader Albert had hem in de traditie opgevoed, maar Jack en zijn broer bezochten al jaren geen kerk meer. Langzamerhand, eerst bij Warren, ontstond er bij de broers toch weer belangstelling voor religie en werd voor hen aannemelijk dat er een macht buiten jezelf bestaat. Warren begon ook weer diensten te bezoeken, Jack ging soms met hem mee. Op die avond in september 1931 had hij stevig getafeld met Tolkien en Dyson. Na de maaltijd maakten de vrienden een wandeling over Addison’s Walk. Het gesprek ging over mythen. Lewis-biograaf George Sayer vertelt daarover: ‘Jack zei dat hij wel graag over mythen las en nadacht, maar dat hij ze helemaal niet als waarheid beschouwde. Tolkien had een volkomen andere opvatting. Hij zei dat mythen hun oorsprong hebben in God, dat zij iets van Gods waarheid behouden, zij het vaak in verwrongen vorm. Voorts zei hij dat men door mythen te verwoorden, door verhalen vol mythische wezens te schrijven, Gods werk ten uitvoer zou kunnen brengen. Terwijl Tolkien sprak, woei er een geheimzinnige windvlaag door de bomen die Jack opvatte als een boodschap van de godheid, al zei zijn verstand hem dat hij zich niet moest laten gaan. Tolkien legde vervolgens uit dat het christelijke verhaal een mythe is die door een werkelijk bestaande God bedacht is, een God wiens sterven degenen die in Hem geloofden kon transformeren. Wilde Jack de betekenis van het verhaal voor zijn eigen leven ontdekken, dan moest hij de sprong wagen.’ Kort daarna schreef Lewis aan een vriend dat hij van een geloof in een god tot een beslist geloof in Christus was overgegaan.

The Kilns ligt verscholen achter heggen. Groot is het huis niet, meer een soort uitgebouwde bungalow. Op de muur prijkt toch het ronde blauwe bordje: ‘C.S. Lewis, scholar and author, lived here 1930-1963′. De tuin houdt tegenwoordig bij de heg op. De hectaren die Warren en Jack in 1930 bij het huis kochten, zijn grotendeels opgenomen in het C.S. Lewis Nature Reserve. Bij de smalle ingang staat een plattegrond. Het paadje naar het meertje is nog steeds modderig. Hier zwommen de broers bij mooi weer, hier wandelden ze als er even niet gewerkt hoefde te worden. Oxford is hier ver weg, Headington Quarry is in de loop van de jaren dichterbij gekomen, nieuwbouw heeft het huis inmiddels omsloten.

Het innerlijk van het huis blijft vanochtend verborgen. Er wonen Amerikaanse studenten in en je mag er alleen naar binnen tijdens een rondleiding. Die is op een tijdstip dat niet te combineren valt met de terugreis naar Londen. Achter deze witgeschilderde raampjes stond destijds dus de kast die zo’n grote rol speelde in de Narnia-verhalen. Lewis begon aan de beroemde reeks toen hij tijdens de Tweede Wereldoorlog vier Londense kinderen te logeren had. Er zal een bril op een bureau liggen, een vulpen ernaast. Een degelijke Remmington-schrijfmachine op een hoek, wat bruinleren boeken in de kast en tapijten op de vloer.

The Kilns is ook het huis waar Lewis’ complexe verhouding tot het vrouwelijk geslacht beslag kreeg. Mrs. Moore had er enige tijd een kamer toen ze oud en afhankelijk werd. De oudere lady was de moeder van zijn vriend Paddy Moore, die sneuvelde op het slagveld in de Eerste Wereldoorlog. Lewis kwam veel bij haar over de vloer, maar geen enkele biograaf heeft uitsluitsel kunnen krijgen of er ook sprake was van een liefdesrelatie. Lewis ging met haar om als met een moeder, logeerde vaak bij haar en verzorgde haar ook toen ze dementerend was.

In The Kilns woonde Lewis ook met Joy Davidman toen zij ziek werd en de liefde tussen hen beiden gestalte begon te krijgen. De Amerikaanse vrouw kwam bij hem langs om te ontsnappen aan een slecht huwelijk. Ze had hem horen spreken op de radio en wilde hem ontmoeten. Aanvankelijk was hun verhouding kil. Lewis vond haar lomp in haar Amerikaanse omgangsvormen. Hij trouwde met Joy voor de wet, uitsluitend om haar echtscheiding in Amerika erdoor te krijgen. Toen Joy kanker bleek te hebben, ontwikkelde zich een intense liefdesverhouding. Na haar overlijden schreef Lewis, aanvankelijk anoniem, zijn meest persoonlijke boek, A grief observed, in het Nederlands vertaald door H.M. van Randwijk onder de titel Verdriet, dood en geloof.

Lewis bleef in The Kilns wonen, ook toen hij afscheid had genomen van Magdalen College en in Cambridge aan de slag ging. De faculteit Engels op Magdalen wilde een groter aandeel moderne literatuur in het curriculum opnemen. Lewis vreesde de afkalving van het Oudengels en was zeer verheugd toen hem spontaan een leerstoel in Cambridge werd aangeboden. Eind 1954 hield hij er zijn inaugurele rede, een scherpe analyse van de tijdgeest. Zijn Oxford-periode was officieel afgesloten.

De straten van Headington Quarry zijn smal en leeg. Voor de huizen troosteloze grindtuintjes, waar oude auto’s in geparkeerd staan. Het dorp is bijna een eeuw geleden door Oxford opgeslokt en herbergt vooral mensen die in de buitenwijken in de autofabrieken werken. Vaders en moeders leveren op de fiets hun kinderen af bij het kleuterschooltje op de heuvel. De pub aan de overkant van de straat bestaat al meer dan honderd jaar, maar zit op dit vroege uur potdicht. Om de hoek bij het schooltje loopt het pad verder omhoog, naar de kerk die helemaal boven op de heuvel staat. Fietsers wordt vriendelijk gevraagd op het kerkhof voetgangers voorrang te verlenen. Afstappen is niet nodig, zolang er maar niet gehinderd wordt. Vrolijke kinderstemmen dwarrelen tussen de graven, fleurige jasjes steken af tegen het grijs van de oude kerk. De meeste graven zien er goed onderhouden uit.

De levende Lewis is te vinden in de kerk. De deur van de Holy Trinity Church staat op een kier. Binnen is niemand te zien, van achteruit klinken opgewonden stemmen. Er liggen kussens op de banken met namen en persoonlijke emblemen. Achter in de kerk is het speelgoed opgeborgen, voor het scheefgezakte bibliotheekje is meubilair opgestapeld. De eenvoud is koning in deze dorpskerk. Jack en Warren kwamen er wekelijks, en nog steeds zit er leven in de parochie. In een nis achterin staat een foto van Jack, tussen een avondmaalskelk en wat onduidelijke snuisterijen. Tegen de muur bungelt een ingelijste poster van Narnia aan een stuk stroomdraad. Het Narnia-raam is te vinden in de linkerwand, wit uitgeslepen, eeuwigheidsbestendig, de ochtendzon schijnt er krachtig doorheen.

De weg naar de dode Lewis wordt gewezen door een groen bordje dat op een tuinhek is getimmerd. Het graf is sober, een platte, liggende, grijze steen. Twee zijden rozen liggen ernaast. De uitgebeitelde tekst is nauwelijks meer leesbaar. ‘In loving memory of my brother Clive Staples Lewis, born Belfast 29th November 1898, died in this parish 22nd November 1963.’ Daaronder een citaat uit Shakespeare’s King Lear: ‘Men must endure their going hence.’ De tekst stond op het kalenderblaadje van de dag waarop zijn moeder overleed. Vijftig jaar na zijn dood zal C.S. Lewis’ naam worden bijgezet in de Poet’s Corner in Westminster Abbey, tussen Shakespeare, Chaucer, Dickens en vele andere grootheden.

Korte levensloop C.S. Lewis

29 november 1898, geboren als Clive Staples Lewis in Belfast, Noord-Ierland

13 december 1916, toegelaten tot University College Oxford

17 november 1917, naar het slagveld, Arras, Frankrijk

13 januari 1919, pakt studie in Oxford op

20 maart 1919, debuteert met Spirits in Bondage

1 oktober 1925, tutor English Language and Literature aan Magdalen College Oxford

10 oktober 1930, verhuizing naar The Kilns, Headington Quarry

19 september 1931, neemt het christendom aan als een ‘ware mythe’

Augustus 1941, begin radiotoespraken voor de BBC

16 oktober 1950, publicatie eerste deel Narnia, The Lion, the witch and the wardrobe

4 juni 1954, hoogleraar in Cambridge

23 april 1956, huwelijk voor de wet met Joy Davidman

21 maart 1957, kerkelijk huwelijk met Joy Davidman

13 juli 1960, Joy Davidman overlijdt

22 november 1963, C.S. Lewis overlijdt op de dag dat president Kennedy wordt vermoord

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *