Home>Opinie>Opvoeden op de brokstukken van je eigen geloof

Opvoeden op de brokstukken van je eigen geloof

 

Wat doe je als je het belangrijk vindt om je kinderen kennis te laten maken met God, maar twijfelt aan alles waar je ooit in geloofde? Hoe geef je vorm aan de geloofsopvoeding als je zelf meer vragen dan antwoorden hebt? Journalist Marlies Hanse woont met haar gezin in Berlijn en worstelt al jaren met deze vragen. Voor De Nieuwe Koers gaat ze opnieuw op zoek naar antwoorden.

‘Hallo, God!’, roept mijn vierjarige zoon enthousiast als we tussen de middag met elkaar aan tafel zitten. ‘Ik ga even kijken of hij er wel echt is, mama.’ Hij loopt naar het raam, gaat op zijn tenen staan en kijkt omhoog. ‘God, ben je daar?’ Hij wacht even, herhaalt zijn vraag nog een keer. We zijn allemaal stil. ‘Ik hoor niks. Zie je wel, mama, God bestaat niet.’ Triomfantelijk kijkt hij me aan, alsof hij zojuist een groot mysterie heeft ontrafeld. ‘Ik denk dat God wel bestaat,’ zeg ik ietwat aarzelend. ‘Ik zie en hoor Hem ook niet, maar als ik muziek luister of over het strand loop, voel ik dat God er wel is.’ Hij haalt zijn schouders op. ‘Ik denk het niet’, mompelt hij, terwijl hij een flinke hap neemt van zijn boterham met pindakaas.

Overzichtelijke wereld

De eerste twintig jaar van mijn leven waren doordrenkt van het christelijk geloof. Ik voelde me geborgen in de zekerheid dat God er altijd was en de Bijbel maakte mijn wereld overzichtelijk. Ik droomde als jong meisje dat ik samen met Jezus door de winkelstraat liep en als tiener stak ik in volle overgave mijn handen naar hem omhoog. Ik leidde jarenlang een Alpha-cursus in onze gemeente, was vaak te vinden in de evangelische boekwinkel en probeerde dag in dag uit Jezus centraal te stellen.

Toch ontstonden er langzaam barstjes. Vragen die voorheen alleen door anderen werden gesteld, kon ik niet langer naast me neer leggen. Mijn stille momenten met God werden minder. Ik trouwde met mijn jeugdliefde en verhuisde naar Duitsland. Mijn wereld werd letterlijk en figuurlijk groter. Ik kreeg vrienden die er een totaal ander wereldbeeld op nahielden, kwam via de dansscene waarin mijn man werkt in aanraking met een cultuur die kunst en moderniteit ademt, en ontdekte dat de aarde onmogelijk in zes dagen geschapen kon zijn. Samen deden we ons best opnieuw aansluiting te vinden in een kerkelijke gemeente, zonder succes. Ik worstelde met christelijke dogma’s. Zo raakten we bevriend met een boeddhistisch, homoseksueel stel. Door deze vriendschap zette ik niet alleen mijn vraagtekens bij wat ik had meegekregen over seksualiteit en geaardheid, maar ook bij het zonde- en helvraagstuk. Het idee dat dierbare familieleden en vrienden die niet in de God van het christendom geloven voor eeuwig verloren zouden gaan, daar kon ik niet langer mee leven. Toch was de God van mijn jeugd me te dierbaar om afscheid van te nemen. Dat ik niet langer in staat was mijn geloof te definiëren, nam ik voor lief. Mijn kinderen zou ik kennis laten maken met God, maar hoe ik dat zou doen, dat was een kwestie voor later.

Bijna vijf jaar geleden werd ik moeder: de hoogste tijd om de brokstukken van mijn enthousiaste zwart-witgeloof bij elkaar te rapen en mijn geloof opnieuw vorm te geven. Maar wat me vóór die tijd niet lukte, bleek ook nu een complexe opgave. Hoe gaf ik opnieuw vorm aan mijn geloof als ik twijfelde aan bijna alles wat ooit zo zeker leek?

Marlies Hanse groeide op in Woerden. In 2010 verhuisde ze naar Duitsland, waar ze na een tijdje in Osnabrück en Heidelberg gewoond te hebben met haar man en twee kinderen neerstreek in Berlijn. Vanuit de Duitse hoofdstad schrijft ze met name over educatieve onderwerpen voor bladen als Margriet, Radar+, Ouders van Nu, Flair en Kiind Magazine. Lees haar essay verder in het meinummer van De Nieuwe Koers!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *