Het hoge tempo waarmee Den Haag bezuinigingen in de ouderenzorg doorvoert, is op de werkvloer nauwelijks bij te benen. Geestelijk verzorger Margriet Sprong maakt zich grote zorgen. Demente bejaarden moeten met gevaar voor zichzelf en hun omgeving alleen thuis blijven wonen. Maar ze ziet ook kansen: de lokale gemeenschap kan actiever worden betrokken.

tekst Marjon van Dalen

“We zijn we zo ver doorgeschoten in onze individualisering dat we de mens met zijn relaties niet meer in het oog hebben. De ouderenzorg moet veranderen, want zo kan het niet verder.” Aan het woord is Margriet Sprong, ze werkt al twaalf jaar als geestelijk verzorger bij zorgorganisatie Riederborgh in Ridderkerk en weet als geen ander wat er speelt. In haar kantoortje rinkelt non-stop de telefoon. Als ze over de gang loopt, groeten bewoners haar bij de voornaam, iedereen lijkt haar te kennen. Ze is met huid en haar betrokken bij de veranderingen die de minister wil doorvoeren in de zorg. Juist daarom maakt Sprong zich ernstig zorgen over het tempo waarmee Den Haag bezuinigingen in de ouderenzorg wil doorvoeren. “Dat kunnen we in de praktijk niet bijbenen. Ik ben bang dat de belangen van ouderen hiermee in het gedrang komen en dat ze straks de dupe gaan worden van het nieuwe beleid.”

“De zoon van 65 vindt dat de thuiszorg de boodschappen maar moet doen”

Omdat het kabinet wil dat mensen thuis oud worden, verdwijnen veel instellingen. Tegelijkertijd staan wel 10.000 mensen op de wachtlijst voor een plek in een verzorgings- of een verpleeghuis. Bijna de helft van hen wacht al langer dan een jaar. Volgens veel zorginstellingen is er sprake van een maatschappelijk probleem, maar het ministerie vindt dat het wel meevalt. In een uitzending van Nieuwsuur in augustus dit jaar vertelt advocate gezondheidsrecht Tessa van den Ende hoe dit komt. “Op papier worden mensen weggedefinieerd. Zo houden we de schrijnende en acute gevallen op papier beperkt.” Maar de werkelijkheid is weerbarstiger.

Margriet Sprong spreekt haar zorgen uit over ouderen die in onverantwoorde omstandigheden nog zelfstandig thuis wonen. “Mensen met beginnende dementie bijvoorbeeld kunnen niet meer terecht in een zorginstelling. Ik verwacht dat er zomaar ongelukken plaats kunnen vinden, mogelijk zelfs met fatale afloop. Je kan niet van de thuishulp of van de familie verwachten dat ze zeven dagen per week, 24 uur per dag toezicht houden. Als je een keer vergeet om het gas uit te draaien, kan het al verkeerd aflopen. Dat vind ik triest. Helaas mogen wij gewoon niet meer iedereen opnemen. Een oudere moet tegenwoordig heel wat mankeren voordat hij in een instelling terecht kan.”

De verbouwing van zorgcentrum Riederborgh is misschien wel symbolisch voor de omslag die de zorgsector maakt: het spiksplinternieuwe pand waar Sprong werkt, is nog maar een paar jaar geleden opgeleverd. Toch wordt er nu alweer een fikse verbouwing tegenaan gegooid. Bouwvakkers sjouwen af en aan met grote glazen wanden om de open ruimtes naast de balustrade hermetisch af te sluiten. Ze vindt het te gek voor woorden. “De architect had in de woontoren gekozen voor een open structuur. Cirkelvormige open balustrades, zodat bewoners makkelijk een praatje kunnen maken met buren aan de overkant. Maar toen de bouwplannen op de tekentafel lagen, waren de huidige bezuinigingen vanuit Den Haag nog niet voorzien. Door het nieuwe beleid zullen we in verhouding veel meer demente bejaarden krijgen. De open balustrades worden nu weer dichtgetimmerd omdat het anders te gevaarlijk voor hen is. Ze zouden op een onbewaakt ogenblik zomaar over de rand kunnen vallen.”

Schuivende panelen

Het gevolg van het nieuwe beleid is niet alleen dat zorginstellingen een heel andere plaats gaan innemen, maar ook dat de mantelzorgers cruciaal worden. Tussen deze schuivende panelen moet Sprong manoeuvreren. “Waar ik me in de huidige discussie over de ouderzorg enorm aan kan storen is dat er zo vaak over zorgbehoeftige ouderen gesproken wordt, en zo weinig met hen. Vaak gaat het alleen maar over de betaalbaarheid van de zorg, of vinken we af welke voorzieningen er zijn: een grotere kamer, een extra douchebeurt of de garantie dat de huishoudelijke hulp blijft. Maar als je echt praat met ouderen weet je dat veel van hen ten diepste verlangen naar iets heel anders: ze willen gezien worden en van betekenis zijn. We vergeten soms dat ouderen ook iets te geven hebben. Ze dragen een schat aan levenservaring en wijsheid met zich mee. Het schrijnende is dat hun verlangens vaak niet worden gehoord. Er is zoveel eenrichtingsverkeer van ‘ons’ als gezonde participerende burgers naar ‘hen’, de zorgbehoeftigen.

Sprong refereert aan een gesprek dat ze een tijdje geleden voerde met een oudere heer die dik tevreden is met de praktische zorg die hij ontvangt, maar daar toch een knagend gevoel aan overhoudt. “Hij vertelde me dat je er als oudere eigenlijk niet meer bij hoort. Je wordt weggezet, net als een plant die altijd mooi voor het raam heeft gestaan. Op een gegeven ogenblik wordt hij een beetje weggeschoven en wordt hij nog een beetje minder, tot hij helemaal wordt vergeten. Hij is uit het zicht. Dat is met mensen ook zo.”

Margriet probeert in haar werk op creatieve manier verbindingen te leggen tussen Riederborgh en andere maatschappelijke partijen. Niet alleen omdat de overheid een terugtrekkende beweging maakt, maar ook vanuit haar visie dat zorg niet alleen een issue is voor professionals, maar voor de hele gemeenschap. Met succes koppelt ze nu al voor het vierde jaar middelbare scholieren voor hun maatschappelijke stage één-op-één aan ouderen die zorg van Riederborgh ontvangen in het zogenaamde ‘maatjesproject’. Voor mevrouw Van der Weele, 78 jaar en weduwe, is die ontmoeting met een scholier een hoogtepunt in haar week. “Kijk, deze oude bonkaarten uit de oorlog, die heb ik pas laten zien aan haar. Dat vond ze heel interessant, ook de verhalen uit de oorlog, daar had ze helemaal geen idee van, hoe ons leven toen was. Maar ik wil het ook leuk houden. Daarom heb ik pas voorgesteld dat we samen uit eten zouden gaan naar een pannenkoekrestaurant. Heel gezellig hebben we het gehad.” Maar het hoogtepunt voor Mevrouw van der Weele was afgelopen jaar. “Toen ben ik een middagje mee geweest naar de middelbare school, want ik wilde ook wel eens iets van haar leefwereld meemaken.”

Boodschappen

Dat eenzaamheid een probleem is waar veel ouderen mee kampen, hoort Margriet Sprong ook veelvuldig terug in de verhalen uit de wijk. Iedere maand begeleidt ze een intervisiegroep van zorgprofessionals die zorg verlenen aan hulpbehoeftige ouderen die nog thuis wonen. Dat zo lang mogelijk thuis wonen ook niet altijd ideaal is, blijkt als de verhalen op tafel komen. In een vergaderzaaltje bovenin de woontoren van Riederborgh schuift een groep vrouwen aan waarvan de meesten al een ochtenddienst in de wijk achter de rug hebben. In de groep worden ervaringen en leerpunten uitgewisseld. “Het valt me op dat veel ouderen waar ik kom weinig mensen om zich heen hebben”, brengt een van de verzorgenden in. Ze noemt het voorbeeld van een echtpaar van dik in de tachtig. Beiden sukkelen zozeer met de gezondheid dat ze hun eigen boodschappen niet meer kunnen halen. De zoon van 65 vindt dat de thuiszorg dit maar moet doen. Verder hebben ze eigenlijk niemand. Met de krimpende budgetten, moeten de thuiszorgers hun taken steeds strakker afbakenen. Boodschappen doen kan dan niet meer. De verzorgende heeft een creatieve oplossing gevonden. “Ik heb skype op de computer gezet zodat ik het boodschappenlijstje van oma kon doormailen naar de kleinzoon. Die mopperde eerst nog dat hij te druk was met zijn band. Maar ik heb hem ervan overtuigd dat hij best zijn handen uit de mouwen mag steken omdat wij hier ook geen tijd voor hebben.”

De rest van de groep herkent het beeld dat eenzaamheid en een klein sociaal netwerk een groot probleem is voor veel ouderen. “Laatst was ik bij een alleenstaande dame van zeventig, ze had driehonderd euro contant op tafel klaar gelegd. Tweehonderd euro voor de zoon, en honderd euro voor de kleinzoon. Ze vertelde me dat ze dit doet omdat ze anders bang is dat ze niet meer komen.”

Doeners

Margriet drukt de zorgverleners op het hart dat ze ondanks alles de gevende kant moeten proberen te versterken en het netwerk van de oudere moeten mobiliseren. “Jullie moeten deze mensen over het dooie punt heen helpen en hen verbinden aan een buurvrouw of een iemand anders uit het netwerk om een match te maken. We zijn allemaal Florence Nightingale types, echte doeners. Maar in de toekomst moeten we meer netwerkers worden. Met dit overheidsbeleid en de krapper wordende budgetten, kunnen wij dit werk niet meer allemaal zelf doen.”

Sprong is ervan overtuigd dat met het oog op de toekomst de lokale gemeenschap rondom een zorgcentrum veel actiever betrokken kan worden bij de zorg voor ouderen. “Toen ik hier begon als geestelijk verzorger, deed ik alles nog zelf. Maar daar ben ik al snel vanaf gestapt. Vrijwilligers, dat waren toen vooral nog de rolstoelduwers. Nu heb ik ook vrijwilligers die huiskamervieringen leiden. Je kan veel meer bereiken door de sociale gemeenschap actief in te schakelen. Veel mensen verlangen naar verbondenheid en willen best iets goeds doen voor een ander. Ik wil mensen uitnodigingen om van betekenis te zijn voor elkaar. Ik kijk vooral naar gaven die mensen hebben. De voorzanger op de wekelijkse zangochtend in Riederborgh bijvoorbeeld. “Deze oudere man heeft echt een zangtalent, en een schat aan levens- en zangervaring. Daar moeten we op inspelen! Ik heb hem gevraagd om voorzanger te zijn. Je ziet dat ook vergeetachtige ouderen juist door zijn zangtalent enorm gestimuleerd worden. Ieder mens heeft ook iets te geven. De koffie en de koek wordt met grote toewijding uitgedeeld door een jonge knul van begin twintig met het syndroom van Down. Hij woont niet in Riederborgh, maar hij komt iedere doordeweekse ochtend heel plichtsgetrouw meehelpen. Dat is prachtig om te zien. De ouderen houden echt van hem. Het mes snijdt hier echt aan twee kanten.” De ‘Gasterij’ ofwel de kantine van het wijkcentrum naast Riederborgh, mag als het aan Sprong ligt veranderen in de huiskamer van de wijk. Een ontmoetingsplaats voor buren waar een kaartje kan worden gelegd, maar waar ook vragen en hulpverzoekjes kunnen worden uitgewisseld. En omdat kleine kinderen altijd zo’n positieve impuls geven, is er tegenwoordig ook iedere week een peuterochtend in Riederborgh waarbij ouderen en peuters uit de crèche elkaar ontmoeten. En op een burenavond die Sprong pasgeleden organiseerde voor omwonenden van Riederborgh, is het idee geboren om een telefooncirkel op te zetten. Inmiddels zijn er al tal van belmaatjes in en buiten Riederborgh die elkaar elke dag even bellen om te informeren hoe het gaat. Een simpel idee, maar de verbinding moet wel tot stand komen. Sprong stuurt onder de dienst geestelijke verzorging inmiddels met succes een groep van 45 vrijwilligers aan in Riederborgh, en van haar mogen het er zelfs nog meer worden. “Ook lokale kerken mogen een actievere rol spelen, we moeten met elkaar opnieuw uitvinden hoe we als gemeenschap de zorg voor onze ouderen handen en voeten gaan geven. Duidelijk is dat de overheid het niet meer gaat doen.”

Margriet Sprong-Brouwer is auteur van het boek Ouderen doen ertoe.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *