Daniël de Wit is een blanke, heteroseksuele, hoogopgeleide, Nederlandse man van 29 jaar, heeft een uitstekende baan, is gelukkig getrouwd, woont in een fijn huis en wordt ’s nachts badend in het zweet wakker. Is dit nou het leven? De schrik slaat hem om het hart. Hij stapt hij op z’n fiets, om er in Kirgizië pas weer af te komen.

tekst Jasper van den Bovenkamp beeld Wegen van de Wereld

In zijn leven was hij nooit ergens zo zeker van als van deze reis, zegt Daniël de Wit via Skype, terwijl hij zich zojuist met een kopje thee in een hangmat heeft genesteld. Hij verblijft momenteel een paar dagen in Teheran. Met reisgenoot Eric fietste hij een klein weekje eerder Iran binnen. Bij de grenspost waren ze supervriendelijk, zegt Daniël, en ook best wel een beetje nieuwsgierig natuurlijk naar die twee gekken die op hun stalen rossen duizenden kilometers asfalt hadden versleten.

Slechts 25 kilo bagage nam hij vanuit Nederland mee. Verder liet hij alles achter: familie, vrienden, baan, huis en echtgenote. Wat die laatste betreft: ja, dat kwam hem best wel op wat kritiek te staan. Ben je net twee jaar getrouwd, ga je met je welvaartsonrust onder de snelbinders tienduizend kilometer fietsen. Of Daniël wel helemaal lekker was. Ja hoor, dat was hij. “Sharon, mijn vrouw, was nog enthousiaster dan ikzelf. Als er iemand is geweest die me heeft aangemoedigd dit te gaan doen, dan was zij het wel.”

En zo fietste hij weg uit Hoevelaken, nadat hij zijn baan als consultant had opgezegd en nog een keer hartstochtelijk naar Sharon had gezwaaid, terwijl hij zijn huis steeds kleiner zag worden.

MIDDELMATIG BESTAAN
Escapisme in z’n zuiverste verschijning. Daniël is de laatste die het zal weerspreken. “Ik geef ruiterlijk toe dat het een vlucht is. Een vlucht voor het middelmatige bestaan waarin ik mezelf zag wegzinken. Of dat laf is? Ik kreeg een hekel aan de zelfgenoegzame en luimakende zekerheid die mijn bestaan me gaf. Ik had veel te veel privileges in deze wereld, vond ik, maar ondertussen profiteerde ik er schaamteloos van.”

Als we psycholoog Nienke Wijnants moeten geloven, slaan we hier de spijker van het dertigersdilemma op z’n kop. Existentiële vragen bestormen hem of haar die zich wentelt in voorspoed en niet beter weet of de wereld is een bubbelbad. Is dit het dan? Dodelijk onrustig word je ervan.

Dat klopt helemaal, zegt Daniël. Nachten lag hij wakker. In gedachten schetste hij op het plafond de contouren van z’n dilemma’s. Weggaan of thuisblijven? Samen of alleen? Moest hij de wereld verbeteren of hielp dat allemaal toch niet? Toen was vriend Eric daar. Hij ging naar Kirgizië fietsen, zei hij. “Dit kwam dus regelrecht op m’n padje. En geloof me, voor mij was het een dappere daad om ‘ja’ te zeggen. Ik had in m’n leven altijd maar wat aangerommeld, en het ging allemaal zo makkelijk. Het was wel even welletjes zo. Dit gaan we doen, dacht ik. Doei.”

DCIM100GOPROGOPR1526.

Stervenskoud was het de eerste maanden. Het regende en het sneeuwde en de temperatuur schommelde giftig rond het vriespunt. “Dat je denkt: guttegut, wat ben ik aan het doen? Zit je voor de zoveelste keer te klappertanden bij een vuurtje. O ja, op een gegeven moment ben je dat zat. Maar in een hoekje gaan zitten janken? Nee. Je moppert wat, en dan ga je verder.”

Daniël trapte stevig door naar Zuid-Europa. Daar zou het droog zijn, en warm. Niets was minder waar. Dag na dag kreeg hij stortregens op z’n kop en soms zat er een verdwaalde sneeuwvlok tussen. Zaten ze weer, bij dat vuurtje.

Maar dit is de ellende uitvergroten, haakt hij in, want zo’n fietsreis is vooral inspirerend, leuk, bijzonder en dat soort dingen. “Ik heb me de laatste weken eigenlijk geen moment afgevraagd of ik gelukkig ben. En volgens mij ben je dan gelukkig. Kijk, wat ik bedoel: na Istanbul was de eerste stad van betekenis Trabzon, helemaal in het oosten. Dat is 1.500 kilometer verderop. Tussen die twee steden in leid je een heel eenvoudig leven; je eet, je fietst, je slaapt en je poept. That’s it. Ik voel me superfit.”

STUDENTENFEEST
Onderweg ontmoet je trouwens ook leuke mensen, vergeet Daniël bijna zeggen. In Venetië bijvoorbeeld werd hij uitgenodigd voor een studentenfeest. “We liepen daar met onze fietsen over al die bruggetjes te zeulen en toen zei een meisje tegen ons: ‘Wat zijn jullie eigenlijk aan het doen?’ Ik zei: ‘Tja, wee-knie.’ En toen mochten we mee. Fantastisch toch? Probeer in Venetië iemand te vinden die géén toerist is. Zit je daar ’s avonds met studenten van de lokale universiteit bier te drinken.”

Daniël maakte meer avontuurtjes mee. Toen hij zich voorbereidde op een nachtje strenge vrieskou, kreeg hij een slaapplek aangeboden in een hamam. En in Armenië was hij meerdere keren te gast op een bruiloft. “Als je in die streken langsfietst en ze tikken met twee vingers tegen hun kin, bedoelen ze eigenlijk te zeggen: wil je wat drinken? Of, beter: wil je mee dronken worden? Dat proberen we natuurlijk te matigen. In Tbilisi hebben we ‘m een paar keer goed geraakt, maar je wilt de volgende dag toch verder.”

Van die anekdotes kan Daniël er als het moet wel honderd vertellen. Het Griekse boertje dat naast z’n tent stopte met een grote tas kebab. De politie in Turkije die drie keer per avond checkte of Daniël en z’n makker veilig zaten. De Iraniër die alleen Farsi sprak en z’n Engelstalige zoon een slaapplek liet regelen voor de vermoeide fietsers. Die keer dat hij met Albenese jongeren karaoke stond te blèren op een heidens feest van Sovjet-snit. Verboden wodka drinken en verboden popliedjes zingen met de high-society van Teheran. Hectoliters mierzoete thee in Turkije.

Het is voor de geboren Veluwenaar slechts empirische bekrachtiging van wat hij al tevoren dacht: gastvrijheid is van alle plaatsen. “Ik geloof sterk in het goede van de mens. Onderweg word ik voortdurend in dat geloof bevestigd.” Via CouchSurfing, een internationaal gastvrijheidsnetwerk, lag hij de voorbije maanden gratis en voor niks bij tal van locals op de bank. En lukte het een keer niet, dan sloeg hij een paar haringen in de grond.

26703063463_5530a943bb_o

CULTUREEL WANTROUWEN
Het leuke van reizen per fiets, zegt Daniël, is dat je niet alleen landschappen, maar ook culturen heel langzaam ziet veranderen. Nog grappiger vindt hij de ontdekking dat elke beschaving zijn culturele buurman wantrouwt. “‘Hier in Europa gaat het wel, maar kijk uit voor je fiets in Albanië’, zeggen ze dan. Of: ‘Ben je niet bang dat ze je ontvoeren in Iran?’ In Italië beginnen ze je te waarschuwen voor de Kroaten. De Kroaten zijn boos op de Bosniërs, de Montenegrijnen op de Italianen en de Turken, de Albanezen voelen zich door iedereen belazerd en de Grieken zijn boos en bang voor alles wat los en vast zit: ‘Hier in Griekenland zijn we vriendelijk en gastvrij, maar in Turkije moet je echt opletten, daar zijn veel bomaanslagen.’ De Turken geven toe dat het in het zuiden onveilig is, maar waarschuwen je vooral voor Georgië en Armenië. In Georgië zijn ze dan weer doodsbenauwd voor Iran. In Iran zijn ze boos op de Arabieren. Nou, en zo gaat dat maar door. De vooroordelen over een buurland of een aangrenzende cultuur zijn zelden waar.”

Al fietsend kwam Daniël erachter dat “iedereen wel wat lult over de ander” en dat dat op zich prima is. “Het heeft geen zin je eigen cultuur met een andere te vergelijken om op die manier de ene boven de andere te verheffen. Het is mensen eigen dat ze hun eigen leefwijze en gewoonten de beste vinden en andere manieren per definitie als ondergeschikt beoordelen. Best logisch. Het tegenovergestelde daarvan – je eigen cultuur relativeren – is wat mij betreft een zinloze bezigheid. In het begin had ik er wel een handje van, hoor. Dan was ik de hervormd-gereformeerde jongen van de Veluwe die een kijkje in de wereld kwam nemen en dan oordeelde dat die plattelandsboeren in hun Hollandse biotoop echt niks van het leven snapten. Moesten ze ‘es hier komen kijken. Nee, zo moet je niet denken. Je leeft allemaal gewoon je leven op een bepaalde manier, je volgt tradities en bedenkt nieuwe dingen en dat is oké, daar hoef je niks tegenover te stellen. In de basis lijken mensen allemaal vooral op elkaar.”

Iets wat bijna al die volken met elkaar delen: geloof. “Iedere cultuur sterft van de religie. Op een stoere jongen na ben ik nog geen weldenkende atheïst tegengekomen. Hier in Iran is religie een vanzelfsprekend onderdeel van de small talk: waar geloof je eigenlijk in? Dat je christen bent is dan een prima antwoord. Ze snappen het, en het is akkoord. Maar dat je nergens in gelooft, nee, dat maken ze niet mee.”

ONGELOOFLIJK VEEL GELUK
Heeft een halfjaar over de aardbol fietsen de onrust gedoofd? Daniël heeft geen idee. “Ik maak me er eigenlijk niet zo druk om hoe ik me straks in Nederland precies voel en wat ik ga doen. Misschien ga ik een baan zoeken, misschien promoveren. Ik zie wel. Maar je bedoelt natuurlijk: heb je nou wat geleerd van die reis? Ik kan je melden dat ik me bewust ben geworden van de verantwoordelijkheid die ik als blanke, jonge, hoogopgeleide, heteroseksuele, West-Europese man draag tegenover miljoenen andere wereldburgers. Man, wat heb ik ongelofelijk veel geluk gehad dat ik in Nederland ben geboren. Vanaf Albanië kon ik niet meer uitleggen waar ik mee bezig was. Zekerheden opzeggen omdat je wat kriebels hebt? Onbestaanbaar.”

Vanuit Iran is hij inmiddels op weg naar Kirgizië. In Bishkek, de hoofdstad, scheiden zich de wegen. Eric pakt de trein naar Nederland en gaat studeren, Daniël laat zijn vrouw invliegen en trapt samen met haar nog ettelijke honderden kilometers door naar Beijing, China. Daar zullen ze met hun fietsen overigens niet de enigen zijn, als we singer-songwriter Katie Melua moeten geloven. There are nine million bicycles in Beijing / That’s a fact.

Volg Daniël via wegenvandewereld.nl

2 thoughts on “Pelgrimeren tegen postmoderne onrust

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *