‘Progressieve christen chanteert conservatieve medegelovige’

Vonden conservatieve christenen de laatste decennia vooral de seculier-liberale meerderheid tegenover zich, steeds vaker moeten zij zich nu verantwoorden tegenover progressieve medechristenen, schrijft theoloog Henk-Jan Prosman in reactie op het commentaar van Stefan Paas.

In zijn commentaar in De Nieuwe Koers van juli 2018 reageert Stefan Paas op een lezing die ik heb gehouden voor Conservatief Café in Gouda. Die lezing ging over de rol van de staat in het naoorlogse immigratiebeleid.

Eerst even dit. Paas geeft mij onjuist weer als hij schrijft dat “de naoorlogse immigratie een complot was van antichristelijke elites”. Ik gebruik deze woorden niet. Wel spreek ik over ‘staatsraison’, waarmee bedoeld wordt dat ook democratische overheden zaken na kunnen streven die het eigen belang dienen en ingaan tegen dat van de burger of de samenleving. Mijns inziens is dat zeker in het naoorlogse immigratiebeleid aan de orde. Ook brengt de auteur mij in verband met “rechts-romantische dromen van een blank, volkschristelijk Nederland”. Ik spreek in mijn lezing juist kritisch over het latente racisme van bijvoorbeeld Enoch Powell; de Britse conservatief die al in de jaren zestig waarschuwde voor de ontwrichtende effecten van massa-immigratie.

Betoogtrant
Even los van deze dubieuze weergave: het gaat me vooral om de betoogtrant van het stuk. Die is namelijk illustratief voor een breder fenomeen dat ik waarneem. Conservatieve christenen moeten zich steeds vaker verantwoorden tegenover medechristenen, waar voorheen vooral de seculier-liberale meerderheid om tekst en uitleg vroeg. Daarbij is sprake van een merkwaardige onevenwichtigheid. Terwijl de conservatieve criticus zijn visie nadrukkelijk moet onderbouwen, volstaat het voor de liberaal vaak om zijn of haar morele gevoeligheid te tonen – ook wel virtue signalling genoemd – en de bijbehorende verwijten te maken van racisme, xenofobie en gebrek aan empathie.

Het is bijvoorbeeld opvallend dat in de christelijke pers buitengewoon kritische commentaren verschijnen over de Hongaarse premier Viktor Orban, terwijl hij nu juist het maatschappelijk belang van het christendom onderkent. Wat betreft de kerken vind ik het veelzeggend dat bijvoorbeeld de PKN vooral Beatrice de Graaf en Bernhard Reitsma naar voren schuift, die ten aanzien van respectievelijk veiligheid en de islam, het vertrouwde links-liberale standpunt uitdragen. Zo wordt een valse tegenstelling gecreëerd: echte christenen zien in de huidige maatschappelijke ontwikkelingen volop uitdagingen voor een authentiek, empathisch christendom, terwijl conservatieve gelovigen zich met hun kritiek op islam, immigratie en multiculturalisme slechts voor het karretje van het populisme laten spannen.

Morele chantage
In plaats van elkaar te kritiseren op een tekort of een teveel aan christelijke naastenliefde, meen ik dat er een dieperliggend probleem is, dat een gedeelde zorg van christenen zou moeten zijn. Mijn diagnose is dat christenen in het immigratiedebat als het ware moreel gechanteerd worden. Ze worden geacht vanuit christelijke barmhartigheid mee te werken aan een immigratiebeleid dat op een dieper niveau juist de ondergang beoogt van wat nog rest van het Europese christendom. De politiek van massa-immigratie strookt met een beleid dat het traditionele christendom altijd als een obstakel heeft beschouwd voor de liberale en progressieve ambities van de seculiere staat. Het aanwenden van immigratie om godsdienstige tradities en burgerlijke structuren te verzwakken noem ik, met de Britse journalist en apologeet Peter Hitchens, ‘staatsmulticulturalisme’.

Het is hierbij wel van belang dat we niet primair kijken vanuit een moreel, of zelfs moralistisch perspectief, maar naar de gewijzigde verhouding van de staat en de burgerlijke samenleving. Het gaat erom oog te hebben voor die momenten waarop overheidsbeleid het vermogen van burgers en christenen om hun eigen leven vorm te geven onder druk zet. Een van de gevolgen van de multiculturele ideologie en de politiek van massa-immigratie is dat burgers voor steeds meer zaken aangewezen zijn op de overheid. De overheid domineert het sociale domein en functioneert als een soort neutrale arbiter in de cultuurconflicten die de dogma’s van multiculturalisme, mensenrechten en diversiteit nu eenmaal met zich meebrengen. De laatste decennia heeft dit geleid tot een uitdijende rol van de staat op gebieden die vroeger tot het domein van gezin, kerk of school behoorden. Nu grote delen van het maatschappelijk leven, zoals de zorg en het onderwijs, zijn gedelegeerd aan de staat en de markt, vormen vandaag het huwelijk en het gezin – als de laatste bastions van burgerlijke vrijheid – het doelwit van door de staat aangestuurde ‘emancipatie’.

Als je het immigratiebeleid beziet tegen de achtergrond van deze fundamentele verschuivingen in de Nederlandse samenleving, kun je je afvragen of christenen zich hier niet veel kritischer toe zouden moeten verhouden. Je kunt overigens ook denken aan het feit dat het in diverse Europese landen voor christenen veel moeilijker is een asielstatus te verkrijgen dan voor moslims (zoals onlangs het geval bleek te zijn in het Verenigd Koninkrijk) en aan de gebrekkige belangstelling in ons eigen land voor geweld tegen christelijke asielzoekers.

Het is allesbehalve christelijke bewogenheid die ten grondslag ligt aan het immigratiebeleid. Het liberale oordeel over het christendom als een onderdrukkende kracht die ‘emancipatie’ in de weg staat, is hardnekkig en treft zowel het traditionele christendom als de kansarme, christelijke immigrant. Demonstreert dit nu dat het slechts moeizaam tot de liberale geest doordringt dat christenen ook slachtoffers kunnen zijn, of dat het liberale cultuurideaal wezenlijk vijandig staat tegenover het christendom?

Mentaliteitsverandering
De christelijke deugdzaamheid waar opiniemakers als Paas zich op laten voorstaan, reflecteert een mentaliteitsverandering onder christenen. In toenemende mate beschouwen christenen de zegeningen van de liberale samenleving als de hunne en zijn ze te naïef over de rol van de staat. Dit betreft niet alleen immigratie en multiculturalisme, maar ook de obsessieve aandacht voor seksuele diversiteit, zoals je die bijvoorbeeld bij de Evangelische Omroep aantreft. Het is alsof gelovigen eerst de seculiere verwijten van intolerantie en homofobie hebben geïnternaliseerd en nu willen bewijzen dat ‘de liberale verworvenheden’ bij hen in goede handen zijn. Christenen en niet-christenen rekenen zich rijk met al die individuele vrijheden die de staat hun zo genereus toebedeelt. Slechts weinigen realiseren zich dat die individuele vrijheden zijn ingeruild voor essentiële burgerlijke vrijheden die ons juist tegen de inmenging van de staat beschermden.

Deze ontwikkeling keert zich steeds openlijker tegen het christendom. Nu al zien we, zoals ook historica Amanda Kluveld betoogt, dat conservatieve gelovigen het eerste slachtoffer zijn van wetgeving die bedoeld zou zijn om gelijkheid en diversiteit te garanderen. Het is mijn inschatting dat christenen, zeker als zij werkzaam zijn in de publieke sector, steeds vaker de staat op hun weg zullen vinden in de vorm van de rechter, de ambtenaar of dediversity officer. Er zullen dagen komen dat we – met enige nostalgie wellicht, maar daarom niet minder terecht – terug zullen verlangen naar het nu zo verfoeide cultuurchristendom.

Henk-Jan Prosman is theoloog en als predikant verbonden aan een PKN-gemeente in Nieuwkoop.

beeld Niek Stam

3 thoughts on “‘Progressieve christen chanteert conservatieve medegelovige’

  1. Helemaal mee eens. Als niet-gelovige vind ik de laatste alinea enigszins discutabel, maar overigens een oprecht ” Bravo” voor een stellingname die vandaag de dag helaas als politiek incorrect wordt afgeserveerd.

  2. Helemaal eens. En dat voor een agnost. De laatste alinea vind ik niet geheel consistent met het voorafgaand lucide betoog Niettemin: Een verademing tijdens het politiek correcte gepalaver waarmee wij dagelijks worden geïndoctrineerd.

  3. Victor Orban onderkent het belang van het Christendom? Ja, dat gold ook voor Hendrik Verwoerd, een zeer serieuze christen en MP van Zuid Afrika. In het parlement werd aan het begin en het eind van een bijeenkomst gebeden en tussen die twee gebeden werden immorele en racistische wetten uitgevaardigd. Misschien moeten we mensen toch meer beoordelen op hun daden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *