Zingeving is niet weg, zegt de Vlaamse bestsellerpsychiater Dirk De Wachter. Zin is er altijd en overal, maar in onze cultuur is ze verdrongen. Ontmoeting met de mens in nood, de vluchteling, de levensmoede oudere kan de vernietsing keren.

 

Wie wil weten hoe het huis van de Vlaamse psychiater Dirk De Wachter er vanbinnen uitziet, kan met de laatste tien interviews die hij gaf een eind heen. Journalisten vinden het klaarblijkelijk nogal interessant wat ze allemaal tegenkomen nadat ze bij De Wachter op het belletje hebben gedrukt. De gangen van zijn herenhuis, het gesjabloneerde logisch-filosofisch traktaat van Wittgenstein ergens in de hal, portretten van filosofen, een vleugel in de woonkamer, kunst aan de muren, een steil trapje vlakbij de keuken, het souterrain waar De Wachter zijn patiënten ontvangt, en dan ineens, voor wie afdaalt naar de spreekkamer, is daar de tekst ‘Aus der Tiefen rufe ich, Herr, zu dir’, uit een cantate van Bach.

Kennelijk doet het ertoe. Men wil niet alleen weten van de psychiater en zijn podium, maar ook van de decorstukken. “Er gaat geen week voorbij, of er staat een journalist voor de deur”, zegt De Wachter terwijl hij gaat zitten op de roodfluwelen couch in zijn bibliotheek. Die couch zijn we nog nergens tegengekomen. “Dat komt omdat ik hier nog niet eerder met een journalist heb gezeten.”

Een beetje overrompeld is hij wel door al die aandacht. “Ik blijf nog altijd wat verwonderd van het feit dat deze kleine Vlaming tot in Nederland weerklank vindt.” Dat klinkt vals bescheiden, roept hij er meteen achteraan, “maar dat is het niet. Het is mij allemaal erg overkomen de voorbije jaren.”

Door het dak
Wat hem precies overkwam, in een notendop, is dat een uitgeverij op zeker moment nogal sterk bij hem aandrong een boek over psychiatrie te schrijven, dat hij aarzelde, maar toch overstag ging onder de voorwaarde dat hij helemaal zijn “goesting” kon doen, dat hij vervolgens carte blanche kreeg voor een boek dat uiteindelijk, in 2011, onder de titel Borderline Times finaal door het dak van de boekenbeurs ging. En sindsdien is er, zegt hij, “die merkwaardig gehypete toestand” rondom zijn persoon.

Pillen zijn soms echt wel nodig, maar is het de prijs die we willen betalen voor onze honger naar geluk?

In zijn debuut stelt De Wachter een diagnose van de westerse samenleving. Kort en goed komt die hier op neer. We hebben het geloof in een paradijs achter ons gelaten, waardoor we hier en nu gelukkig willen zijn, maar dat lukt ons niet. Dus melden we ons massaal bij de psychiater en bedelen we om antidepressiva.

Na bestseller Borderline Times schreef hij in 2016 De Wereld van De Wachter, waarin hij zich afvraagt of men een zinvol bestaan kan leiden in die wereld zonder God en paradijs, zonder ideologie en tijd. Want pillen zijn soms echt wel nodig, weet De Wachter vanuit zijn psychiatersstoel, maar is het de prijs die we willen betalen voor onze ongebreidelde honger naar geluk?

Noodlottigheid
Generaties voor ons konden zich in de noodlottigheid van hun bestaan – honger, werkloosheid, onrechtvaardigheid – beter schikken, denkt hij. Dat was onlosmakelijk verbonden met de plaats die religie toen in de samenleving innam. Na een leven van tegenslag en misère volgde een hiernamaals van louter blijdschap, en daar kon men zich aan opbeuren. Die tijden zijn voorbij, analyseert De Wachter.

Hoewel hij niet rouwig is om de marginalisering van de “autoritaire kerkelijkheid”, is hij toch bang dat met het badwater ook het kind is weggevloeid. “Zingevende verbindingen, rituelen en gemeenschappelijke ideeën over wat goed is zijn ondergesneeuwd geraakt onder hedonistische genieting.”

Wat is er precies gebeurd?
“Het menselijke ongeluk is van alle tijden, daar is niets nieuws aan. Maar ondanks dat wij vandaag onder zulke goede omstandigheden leven – materieel en sociaal – en ondanks de illusie van vrolijkheid die overal wordt gecreëerd, heeft de geestelijke gezondheidszorg wachtlijsten. Wat er in mijn optiek wezenlijk is veranderd, is het vraagstuk naar de zin van het bestaan. Heidegger parafraserend noem ik het Seinsvergessenheit; de westerse mens doet alsof de zin een soort achterhaald thema is. Alles moet leuk zijn. Zeker in Nederland. Leuk! Leuk! Dan denk ik: dat gaat niet. Soms is het leven lastig, ambetant, zelfs zonder grote rampzaligheden. Uw gezondheid hapert, kinderen maken uw dromen niet waar, uw partner wordt verliefd op een ander, u wordt ouder, u verliest uw baan. We hebben het ongeluk niet voorzien, en opeens is het niet leuk meer. De kunst van het leven is ook een beetje ongelukkig te durven zijn. Maar, zeg ik dan provocatief, dat kunnen we niet zolang leukigheid en genieten de essentie van ons bestaan vormen.”

Dat klinkt tamelijk pessimistisch.
“Ik ben een scherp cultuurcriticus die vindt dat we een probleem hebben, maar ik ben geen apocalyptisch denker. Om me heen zie ik veel geëngageerde mensen. Vandaag nog sprak ik een student die me vertelde zich in te zetten voor de scoutsgroep van mindervaliden, hier in Antwerpen. Die deed dat gewoon zo, omdat het zinvol is. De zin is niet uitgeroeid. Die is er. Maar in onze cultuur wordt-ie naar een tweede plaats gedrongen doordat genot, concurrentie, ambitie en ikkigheid om een eerste plek strijden.”

Tekst Jasper van den Bovenkamp Beeld Wouter Van Vooren

Verder lezen? Download hier de pdf-editie van het julinummer voor € 4,95.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *