Home>Interview>Elke nacht dromen over Auschwitz
rabbijn-evers

Elke nacht dromen over Auschwitz

Dolend door de koude woestijnnacht en reizend op een kompas van vuur en wolken leidde Mozes een miljoenenvolk naar zijn bestemming. Hoe Mozaïsch zijn de leiders van vandaag? Zeven metaforen, zeven reflecties. In deze editie: rabbijn Raphael Evers.

Hoewel geboren na de Tweede Wereldoorlog, tekent de Holocaust zijn leven. Maar ondanks dat, wil Raphael Evers, sinds een jaar opperrabbijn in Düsseldorf, vooral positief in het leven staan. “Auschwitz heeft mij leren overleven.”

tekst Sjoerd Wielenga beeld Albert-Jan ten Napel

Ze (…) legde het kind erin en zette de mand tussen het riet langs de oever van de Nijl. Exodus 2:3-5
“Mosjé die op het nippertje gered wordt van de dood, doet me onmiddellijk denken aan joodse kinderen die in de oorlog door hun ouders werden weggegeven zodat ze gered konden worden. Sommigen werden alsnog verraden. Eén groot drama! Ik ben van 1954; als ik tien jaar eerder was geboren, zou ik ook weggekomen zijn, zoals joden zeggen. Dan zou ik vergast zijn. 1954 en 1945, het zijn dezelfde cijfers, maar voor mij is het een verschil van leven en dood. Mijn moeder heeft als enige van haar familie Auschwitz overleefd; ze heeft daarvoor op verschillende onderduikadressen gezeten, maar ze werd doorlopend verraden en uiteindelijk opgepakt.
Mijn ouders vertelden ons weinig details over de Holocaust. Maar ik had er op jonge leeftijd al besef van, ik voelde de emoties van mijn moeder. Voor haar was het traumatisch, maar omdat ze al achttien was toen ze in het kamp kwam, was haar startsituatie anders dan voor mij; ik was er niet bij. Vanaf mijn vroege jeugd was alles ervan doordrongen: heel beangstigend en bedreigend. Ik had geen ooms, tantes, neefjes en nichtjes meer. Wel kwamen de kamptantes over de vloer, de vrouwen uit ma’s barak die als zussen voor haar waren. Ze spraken eindeloos over de oorlog, maar niet met mij. Dus ging ik zelf op zoek. Op mijn derde kon ik al lezen en vanaf dat moment hadden de meest vreselijke boeken een enorme magneetwerking op mij. Ik groef me in in een enorm drama; ik wilde alles weten.”

Hij tuurt zwijgend voor zich uit, met tranen in de ogen.
“Ik droom er elke nacht over. Dat je in Auschwitz zit, uitgehongerd of vergast wordt. Ik wil zo min mogelijk meer over de oorlog lezen of zien. Dat lukt me gewoon niet meer, het maakt mijn persoonlijkheid kapot. De oorlog tekent mijn hele leven. Omdat mijn moeder verraden is, denk je wel vaak bij mensen die je tegenkomt: zou je er kunnen onderduiken? Toch heb ik niet meer de angst die ik als kind had. Dat leer je wel af. De zwarte gaten in mijn persoonlijkheid hebben mijn identiteit versterkt. Ik wil het oorlogstrauma ombuigen naar iets positiefs. Ik heb erdoor leren overleven, het geeft een impuls voor het leven. Ik geloof niet dat het leven toevallig is. Wij waren als kinderen vromer dan ma, die uit een socialistisch nest komt – hoewel ze erg op het jodendom betrokken was. Na de oorlog zeiden veel mensen: ‘Als een God dit toelaat, dan wil ik er niets mee te maken hebben.’ Maar waar geloof je dán in? In de mensheid? De vraag is niet: waar is God in Auschwitz? Maar: waar was de mens in Auschwitz? Je kunt het geloof niet ontvluchten.”
 

Het gehele interview lezen? Of De Nieuwe Koers een keer proberen?
Download hier de PDF-editie
voor € 4,95.

Hij keek om zich heen en toen hij zag dat er niemand in de buurt was, sloeg hij de Egyptenaar dood. Exodus 2:11-15
“Angst heeft componenten van woede. Mijn moeder was haar hele leven zeer boos over wat ze heeft moeten meemaken. Ze moest door een pad van lijken lopen of ze werd naar de gaskamer gestuurd. Dan dacht ze: dit was het dan. Maar dan ging het op het laatste moment niet door. Een grapje van de nazi’s. Ook vandaag denk ik bij antisemitisme: welk recht hebben ze om dat ons aan te doen? Ik doel niet alleen op de onrust in Israël, maar ook in Europa. Bij mijn zoon in Engeland kwam pas een man met twee messen de sjoel ingestormd. Mijn zoon, een beveiliger, wist hem in bedwang te houden en aan de politie over te dragen. Ik ben zo vaak geconfronteerd met zulke onredelijkheden. Als ik in Amsterdam in de tram stapte, begon het gejoel. De politie werd er dan bij gehaald. Het went. Je weet dat de wereld en ook de media bevooroordeeld zijn, en ze kiezen meestal niet de kant van joden. Maar het heeft weinig zin om daar boos over te worden.”

Drie dagen trokken ze door de woestijn zonder water te vinden. Exodus 15:22
“In 1976, toen ik 22 jaar was, overleed mijn broer Sem door een verkeersongeluk. Hij werd 17 jaar. We waren die dag één jaar getrouwd. Ik was in shock toen ik het hoorde, ik kon het niet geloven. Na zijn overlijden bleek dat mijn moeder de oorlog nog niet had verwerkt. Na de oorlog was er geen tijd om te rouwen, je moest niet zeuren over het verleden. Doorlopen en opbouwen, was het motto. Maar toen Sem overleed, kwam het lijden van Auschwitz naar buiten, samen met het verdriet om Sem. Mijn moeder was in totale rouw…” Evers schiet vol. “Het was heel intensief voor ons als kinderen. Mijn vader ging er wat makkelijker mee om, maar dat lukte mijn moeder niet. Het ging bij haar daarna nog jarenlang over Sem. Haar hele naoorlogse leven was van grote rouw.” Hij huilt zacht. “Maar je moet er doorheen. Het was heel erg om ma te zien lijden. Maar in het lijden was ze heel sterk, ze dramatiseerde het niet. Mijn moeder had profetische dromen. Zo droomde ze in 1944 dat ze op een zonnige dag bevrijd zou worden. Dat is ook gebeurd. Jaren later droomde ze eens dat één van de takken van haar boom…” Evers’ tranen verhinderen hem verder te praten. “…in een blits zou worden afgehakt. Dat is een voorbereiding van Boven dat Sem zou overlijden.

Ja, ik had zeker steun aan God op die momenten. Het is een troost te weten dat als je er zelf niet meer bent het Joodse volk doorgaat. Het leven draait niet om mijn geweldige persoonlijkheid, om mijn eigen leventje. Nee, er zit een goddelijk plan achter. Ik geloof in een goddelijke sturing dat ik – ook bij Sem – door het lijden heen moest. Sems overlijden was een keiharde beproeving. De vraag is: wil je daar Gods hand in zien? Je moet dat willen zien, geloven is een keuze. Maar voor joden is het niet alleen ‘sola fide’, door geloof alleen. Het gaat óók om het uitvoeren van goede handelingen. Daarmee kom je in contact met God zelf. Die riten zijn ook een beproeving, want je moet zóveel doen… Maar ik wil het. God zelf trekt mij er naartoe. Wat dat betreft is het christendom een makkelijke vorm van het jodendom. Jullie hoeven niet zoveel.”

Het gehele interview lezen? Of De Nieuwe Koers een keer proberen?
Download hier de PDF-editie
voor € 4,95.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *