Met de aanslagen in Parijs is het oude debat weer stevig opgelaaid. Al die ellende in de wereld komt vooral doordat mensen geloven in een opperwezen. Dat maakt ze blind en fanatiek, en boven democratische wetgeving verheven. Is het een gelukkig toeval dat juist nu het nieuwe boek ‘In naam van God’ van Karen Armstrong verschijnt? Tjerk de Reus stelde er vier vragen bij. 

tekst Tjerk de Reus

  1. Waar ligt de schrijver wakker van?

Karen Armstrong is de religieuze expert van de Westerse wereld, waarschijnlijk de best gelezen theoloog van onze tijd. Haar boeken zijn in allerlei talen beschikbaar en worden goed verkocht. Maar ze heeft altijd wat uit te leggen, want religie… dat is toch een agressief goedje? Religie dreigt toch altijd uit de hand te lopen? Van dergelijke vragen zou Armstrong in het jaar 2015 wel eens extra wakker kunnen liggen. Want de aanslagen in Parijs en de wereldwijde onrust zijn voor veel mensen een reden om religie, geweld en intolerantie op één hoop te gooien. Veel westerlingen zullen ernstig knikken bij de stelling dat de meeste oorlogen in religie hun oorzaak vinden. En dát is inderdaad iets om wakker van te liggen. Onze perceptie kan kennelijk sterk vervormd worden door de media en door actuele gebeurtenissen die ons angstig en bezorgd maken, zodat we populaire, maar oppervlakkige ideeën gemakkelijk beamen. Want dat religie en geweld níet tot elkaar veroordeeld zijn, blijkt zonneklaar uit de geschiedenis van de religie. En precies daarover gaat Armstrongs nieuwe boek, dat juist in de week van de aanslagen in Parijs in het Nederlands verscheen: In naam van God – Religie en geweld.

Een rode draad in Armstrongs boek is het tegenwicht dat religie vormt voor machtsaanspraken, uitbuiting en hebzucht.

  1. Wat verrast in dit boek?

Als je veronderstelt dat religie en geweld gemakkelijk een fusie kunnen aangaan, zal je veel bevestiging vinden in Armstrongs boek. Maar dan zul je ook verrast worden door de talloze momenten waarop religie een tegenwicht biedt voor agressie, geweld en oorlog. Volgens Armstrong, die in dit boek de lange geschiedenis van de religie bespreekt – van de oertijden tot op vandaag – is religie begonnen als iets wat gemeenschapvormend was, houvast bood en saamhorigheid bracht. In een latere fase van de mensheid deed bezit zijn intrede – ná de fase waarin wij vooral op beren en herten joegen – en in die ‘agrarische periode’ nam het eigendom toe en al snel ook de maatschappelijke ongelijkheid, om een moderne term te gebruiken. Deze economische kwestie was een bron van afgunst en jaloezie, en leidde uiteindelijk tot agressie en oorlog. Het is niet moeilijk om aan te voelen dat Armstrong hier een punt heeft. Oorlogen worden vrijwel altijd gevoerd om de meest voor de hand liggende redenen: eigen gewin en voordeel, macht en invloed. Zo simpel zit de menselijke geschiedenis ook wel weer in elkaar – al is het zeer nuttig om daar een boek van ruim zeshonderd pagina’s over te lezen, zoals In naam van God.

  1. Wie schrikt van dit boek?

Vooral mensen die denken dat ze ‘neutraal’ zijn en het seculiere denken als de grote oplossing zien voor de moderne samenleving, zij komen van een koude kermis thuis, na lezing van Armstrongs boek. Ze zullen ontdekken – wat ze natuurlijk allang hadden moeten doen – dan niemand neutraal is. Als je die gedachte toelaat, zie je meteen dat de grote bewegingen in het Westen die vrijheid, vrede en geluk beloofden, juist extreem gewelddadig waren. Om te beginnen Franse Revolutie in 1789, maar natuurlijk het ook bij ons zo salonfähige Marxisme, dat in het communisme een bloederige politieke vertaling kreeg. Kennelijk worden mensen uitermate wreed als ze in de sfeer van een ideologie van maakbaarheid  terecht komen. Pogingen de wereld te verbeteren vanuit een groots seculier visioen zijn doorgaans uitgelopen op een vorm van gewelddadigheid, waarbij de plegers van religieus geïnspireerde bloeddorstigheid bedremmeld staan te kijken. Een rode draad in Armstrongs boek is het tegenwicht dat religie vormt voor machtsaanspraken, uitbuiting en hebzucht. Maar deze ziel van de religie is toch ook wel vaak weggedrukt, ook door talloze christenen in de loop der eeuwen. Wat dit betreft is Armstrong zeer reëel en nederig: we zijn allemaal betrokken in het kwaad van deze wereld, zowel seculiere als religieuze mensen. Ons past deemoed en de durf om kritisch te kijken naar de rol van bijvoorbeeld het rijke Westen in de wereld in de afgelopen honderd jaar.

  1. Waar zit de blinde vlekken van de schrijver?

Op Armstrongs weergave van allerlei historische gebeurtenissen valt best kritiek te leveren, bijvoorbeeld door kenners van de uiteenlopende godsdiensten. Maar dat zal de hoofdlijn van het boek ongemoeid laten: religieus extremisme moet je vaker begrijpen tegen de achtergrond van politieke en economische factoren, dan vanuit ‘het wezen’ van bijvoorbeeld de islam of het christendom. Onder christenen die zich bijbelgetrouw noemen is dit een forse blinde vlek. Juist nu het nieuwe jaar begonnen is met een terroristische aanslag relatief dicht bij huis, zal het eindtijd-denken weer welig tieren, met tal van complottheorieën. Angst vormt een voedingsbodem voor wilde speculaties over het precieze programma van Jezus’ wederkomst, waarmee je je als zuiver bijbels christen intensief zou moeten bezighouden. Het probleem hiervan is niet alleen de amateuristische bijbeluitleg die hier altijd weer mee gepaard gaat, maar ook het onvermogen om in alle nuchterheid de actuele nieuwsfeiten te begrijpen. Een boek als dat van Karen Armstrong kan je wat dit betreft verlossen van je oogkleppen, omdat ze een feitelijke analyse geeft van de manier waarop religie werkt, ten goede en ten kwade. Leerzaam, want nuchterheid en grondig nadenken zijn nog altijd nuttige idealen.

Karen Armstrong: In naam van God. Religie en geweld, De Bezige Bij, € 29,90

One thought on “Religie en geweld zijn niet tot elkaar veroordeeld

  1. Beste Tjerk
    Ik ken Karen Armstrong uit mijn Engelse periode. Ze was een typische intelligente veelschrijfster. Maar nauwkeurigheid liet veel te wensen over. Ik heb één keer de degen met haar gekruist, over een artikel in The Guardian waarin zij beweerde dat Luther de r.k. kerk had verlaten om te kunnen trouwen met Katharina von Bora. Onzin natuurlijk. Ze verwarde de situatie kennelijk met Hendrik VIII en Anne Boleyn. Haar vriendelijk geschreven maar nooit iets gehoord.
    Met een vriendelijke groet
    Rochus Zuurmond

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *