Onlangs had ik een akkefietje met iemand die meestal christelijk stemde, maar bij de afgelopen verkiezingen op de Partij voor de Dieren had gestemd. Normaal gesproken interesseert het me niet zo wat iemand stemt, maar het fascineert me wel dat een christen kan stemmen op een uitgesproken antireligieuze partij. Immers, de PvdD was de verkiezingen ingegaan met de slogan: ‘Onverdoofd ritueel slachten? Doe er wat aan!’ Volgens mij was het de eerste keer in onze geschiedenis dat een politieke partij met een antireligieuze leus reclame maakte. De PvdD verwees hiermee naar haar onzalige wetsvoorstel uit 2011 dat zij, ondanks negatief advies van de Raad van State, er in de Tweede Kamer doorheen had gedrukt. Toen het ook nog 116 stemmen kreeg, stak de Senaat er gelukkig een stokje voor.

Overdreven

In de discussie die deze stemmer en ik hadden, bleek dat hij mijn oordeel over de PvdD overdreven vond. Antireligieus? Niets van waar. De partij neemt het op tegen dierenleed. Dat orthodoxe joden en moslims daarmee het leven onmogelijk wordt gemaakt, is slechts een bijkomstigheid. Dezelfde redenering horen we tegenwoordig rondom jongensbesnijdenis. De KNMG vindt dit een ‘schending van de integriteit van het lichaam’ en verklaarde in 2010 dat zij goede redenen ziet voor een ‘wettelijk verbod’. De artsenorganisatie riep daartoe toch niet op, vanwege de praktische complicaties van zo’n verbod en vanwege haar ‘respect’ voor religieuze gevoelens.

Goede bedoelingen

Aan de goede bedoelingen ligt het heus niet. Het probleem is: antigodsdienstigheid wordt altijd verpakt in mooie idealen van vooruitgang, gelijkheid en broederschap. Een samenleving moet daarom niet alleen beschermd worden tegen kwade bedoelingen, maar ook tegen een overmaat aan goede bedoelingen. Acties als die van de PvdD en de KNMG laten zien dat antireligiositeit in een seculiere samenleving vooral zichtbaar wordt in selectief omgaan met begrippen als ‘leed’. Immers, er is in Nederland sprake van allerlei vormen van dierenleed of schade bij kinderen. Denk aan sportvissen of het castreren van huisdieren. Wat kinderen betreft: een groot onderzoek toonde onlangs nog aan dat oudere vaders veel meer kans hebben op kinderen met autisme, ADHD of verslavingen (gezondheidsnet.nl, 27 feb. 2014).

Morrelen aan grondrechten

Wonen in de stad is ook slecht voor kinderen: stadsbewoners leven gemiddeld anderhalf jaar korter, door luchtvervuiling. Toch hoor je de KNMG nooit over een wettelijk verbod op het krijgen van kinderen op latere leeftijd of op het wonen in de stad. Blijkbaar is voor onze artsen religieuze schade erger dan andere schade. De PvdD – het moet gezegd – heeft in 2014 geprobeerd in Amsterdam het sportvissen te verbieden, hetgeen (voorspelbaar) op niets uitliep. Maar waarom dit niet eerst geprobeerd, voordat je aan grondrechten gaat morrelen? Religieus gemotiveerd dierenleed is voor de PvdD blijkbaar erger dan ander dierenleed. En als dat niet ‘antireligieus’ is, wat is het dan?