Home>Huwelijk, relaties en gezin>Samenwonen? God betrekken is het belangrijkste

Samenwonen? God betrekken is het belangrijkste

Wie heeft ze niet in de gemeente: jonge stellen die eerst gaan samenwonen, voordat ze – eventueel – gaan trouwen. In onze artikelenreeks over huwelijk en relaties deze maand de vraag: waarom bieden steeds meer kerken ruimte aan samenwonen? 

Gert en Josine (zie kader) woonden samen voordat ze gingen trouwen. Niet ideaal vinden ze zelf, maar ze voelden zich door God bevestigd in hun keuze. Vroeger zouden Gert en Josine stevig vermaand zijn. Een kerkelijk bevestiging zou alleen kunnen plaatsvinden als ze eerst in het openbaar schuldbelijdenis hadden gedaan. Maar inmiddels laten steeds meer kerken de teugels vieren. Waarom eigenlijk? En welk verhaal komt ervoor in de plaats? Maikel de Kreek (39) is predikant van de Nederlands Gereformeerde Kerk in het Gelderlandse Doetinchem en Simon van der Lugt (52) van de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt van Delft. Beiden hebben gemeenteleden die samenwonen. De Kreek is “het stadium gepasseerd om na te denken over de vraag of je mag samenwonen of moet trouwen,” zegt hij. Van der Lugt wil graag dat ze trouwen, maar ziet samenwonen op zichzelf niet als een grote zonde.

Hameren op regels
Waarom is De Kreek dat stadium voorbij? “Belangrijker is dat de mensen zelf dat stadium óók allang zijn gepasseerd,” zegt hij. “Dat komt omdat we jarenlang bijbelse teksten teveel beoordeelden op wat mag, maar vooral op: wat mag niet? Met het wijzen op de regels blokkeer je een gesprek. Zoekers snappen daar niets van.”

Belangrijker dan de kwestie of je ‘wel of niet mag samenwonen’ vindt De Kreek de vraag: betrekt een samenwonend stel God en de gemeente bij de relatie? Zeker in een missionaire context kan de kerk niet meer blijven hameren op het aambeeld dat samenwonen niet deugt, stelt De Kreek. “Het mooiste is als ze voor het huwelijk kiezen, maar zo niet, dan maakt me dat niet uit. Het belangrijkste is dat ze God in hun relatie betrekken en Jezus volgen.”

De vraag is of De Kreek niet te gemakkelijk voorbijgaat aan de Bijbelse lijn over het huwelijk. Jezus volgen kan ook juist betekenen dat je ervoor kiest om te trouwen. Het verhaal is bekend: de Bijbel spreekt consequent van een huwelijk en vergelijkt daar zelfs de relatie tussen God en de gemeente mee. Bovendien staat dit publiekelijk gesloten verbond in het licht van het toekomstige Koninkrijk – de bruiloft van het Lam. Een levenslang huwelijk is toch minder vrijblijvend dan samenwonen? “Helemaal waar. Ik ken die prachtige bijbelteksten uiteraard ook. Maar waarom gelden die alleen voor het burgerlijk huwelijk? In een samenlevingscontract leg je ook een belofte af. En een huwelijk is ook niet per definitie levenslang, weten we. De stellen die ik spreek vinden samenwonen helemaal niet vrijblijvend; ze zeggen: ik wil met jou samen verder; maar we geven geen feest voor twintigduizend euro.”

Ook Simon van der Lugt constateert dat stellen samenwonen niet vrijblijvend vinden. Maar sterker dan De Kreek hecht hij aan het burgerlijk huwelijk. Belangrijker dan dat vindt hij dat er een duidelijk onderscheid gemaakt moet worden tussen het gedrag en de bijbelse waarden van een stel. In 2012 schreef hij er een kerkenraadsnotitie over. Het gaat de Delftse kerkenraad allereerst niet om de vorm van de relatie – getrouwd of samenwonend – maar om de vraag of vriend en vriendin bereid zijn om met God te leven en zich willen laten onderwijzen door de kerkenraad. Maar dat wil niet zeggen dat het de kerkenraad niet uitmaakt of je nu trouwt of samenwoont, vertelt Van der Lugt. “We stimuleren samenwonenden om te trouwen, omdat dit volgens ons de meest bijbelse manier is. We gaan in gesprek over de bijbelse waarden van relaties. Dat zijn bijvoorbeeld: heb je een exclusieve relatie, blijf je elkaar levenslang trouw, vorm je een gezin in de samenleving en de gemeente en weerspiegelt je relatie die van God en Zijn gemeente?”

Stamhoofd
Het is Van der Lugt te gemakkelijk om het burgerlijk huwelijk één op één gelijk te stellen aan het bijbelse huwelijk. “Veel mensen denken dat het burgerlijk huwelijk naadloos aansluit op de bijbelse tijd. Maar destijds werd je uitgehuwelijkt, en werd het huwelijk gesloten door een stam- of familiehoofd. Weer later zou de kerk eeuwenlang huwelijken sluiten, in plaats van de overheid. Ons huidige burgerlijke huwelijk is relatief nieuw. Kortom, er zijn verschillende culturele vormen en je kunt niet zeggen: er is maar één vorm en alles wat daarvan afwijkt is slecht.”

We moeten ons dus niet blindstaren op een vorm en op gedrag, stelt Van der Lugt, maar op de waarden erachter. “Het simpele feit dat mensen niet trouwen maar samenwonen, is geen reden tot alarm. Maar als een stel zegt: ‘Wij bepalen zelf wel wat we doen en wat de Bijbel ervan zegt interesseert ons niet’, dan is er wél reden voor alarm! Maar we merken he-le-maal niet dat stellen niet met ons willen praten.”

De kerkenraad van Delft ziet samenwonen an sich dus niet als een publiekelijke zonde en zal samenwonende gemeenteleden dan ook niet van het avondmaal houden; als een huwelijk volgt, kan dit ook kerkelijk worden bevestigd. Samenwonen blijkt “nogal eens een keuze te zijn zonder veel reflectie vanuit het geloof,” constateert Van der Lugt. Mensen hebben vooral praktische of financiële redenen. Maar stel nu dat een stel zegt: ‘Als samenwonenden streven wij ernaar om naar bijbelse waarden een relatie te vormen. Het enige wat ontbreekt is het boterbriefje.’ Wat dan? Van der Lugt: “Ik heb dat nog niet meegemaakt, maar als dat ooit gebeurt dan zijn we er dankbaar voor dat een stel er zó instaat. Het kan ook zomaar gebeuren dat als een stel hun partnerschap laat registreren we dat in de kerk willen bevestigen en vieren.”

Zo ziet Maikel de Kreek het ook. “Dan zeg ik: hartstikke tof dat jullie voor elkaar kiezen en ga met Gods wijsheid. We bidden voor hen tijdens een reguliere kerkdienst. Kortom, we maken het kenbaar in de gemeente in plaats van er een taboe van te maken.”

Missionaire praktijk
Voordat hij in Delft gemeentepredikant werd, was Van der Lugt dertien jaar in Rotterdam werkzaam als missionair predikant onder Surinaams-Hindoestanen. Daar kwam zijn bezinning op cultuur, waarden en gedrag op gang, vertelt hij. “Door mijn confrontatie met andere culturen heb ik meer oog gekregen voor verschillende vormen die dezelfde bijbelse waarden belichamen. De zoektocht naar iemands bezieling geeft meer focus en levert veel spannender pastorale gesprekken op dan te hameren op iemands gedrag.”

Ook bij De Kreek kleuren persoonlijke ervaringen zijn huidige opvattingen over relatievorming. Zijn ouders kwamen op latere leeftijd tot geloof en hij werd als jongen van twaalf jaar gedoopt. “Toen ik tot geloof kwam, zag ik dat mensen de kerk verlieten omdat ze moe werden van het oordelen over tal van thema’s. Als we in 2035 niet de deuren willen sluiten moeten we wat veranderen. Ik wil dat mensen bij Jezus komen in plaats van zich van Hem af te schoppen.”

In een missionaire context kun je niet om samenwonende stellen heen, menen de predikanten. “Ik kom vrijwel geen stellen tegen die allebei een christelijke achtergrond hebben,” zegt De Kreek. “Vaak komen veel mensen via hun gelovige partner tot geloof; maar wonen ze allang samen. Wie ben ik om dan te zeggen: ga uit elkaar, haal eerst het boterbriefje en dan mag je weer samenwonen?”

Dat roept de vraag op of een kerkenraad in naam van God het – ook in een missionaire context – nog ergens niet eens mee mag zijn. Mag dan alles? De Kreek: “Ieder mens heeft zich te verantwoorden aan God. Natuurlijk kan ik als kerkelijk leider sturen. Maar ik wil geen oordeel vellen of tucht toepassen bij samenwonen. Zoiets is wél aan de orde bij zaken als overspel of one night-stands. Daarin ben ik niet zo tolerant.”

Als predikant ziet De Kreek dus geen vermanende rol voor zichzelf weggelegd, maar een begeleidende. “Ik wil naast die twee mensen staan en vragen: hoe leef je je relatie met God? Ga je samen bidden, lees je samen uit de Bijbel? Veel mensen zien hun geloof als een privékwestie die ze niet delen met anderen, zelfs niet binnen een relatie. Dat geldt ook voor getrouwde mensen. Daarom voer ik vijf gesprekken met stellen die gaan trouwen of samenwonen. Vaak zitten daar partners bij die niet of nog niet geloven. Geweldig om dat gesprek aan te gaan!”

In Delft kwamen samenwonende stellen tot geloof en werden ze lid van de gemeente. Van der Lugt: “Het gedrag van mensen is geen voorwaarde om toe te treden tot onze gemeente. Na pastorale gesprekken trouwen mensen dan vaak alsnog.”

Droom
Het gaat de beide predikanten dus allereerst niet om de juridische kant, maar om de geestelijke kant van de relatie. Maar zo hebben ze het als theologiestudenten niet geleerd in de collegebanken van Apeldoorn (De Kreek) en Kampen (Van der Lugt). De Kreek: “Daar leerde ik de regels en dat wie zich daar niet aan houdt, schuldbelijdenis moet afleggen. Maar de praktijk blijkt weerbarstiger dan de theorie.” Van der Lugt geeft toe dat, toen hij begon als predikant, zenuwachtig werd als iemand samenwoonde. “Maar destijds vonden we het als vrijgemaakten ook al heftig als iemand trouwde met iemand uit de christelijk-gereformeerde kerk…”

Hij wil maar zeggen: door de tijd heen vindt er een verschuiving van standpunten plaats. Hoe reageert Van der Lugt nu op mensen die bang zijn voor een hellend vlak en menen dat de kerk door zijn benadering in verval raakt? “Dan zeg ik: word wakker uit je droom. Realiseer je dat de kerk in elke tijd moet kijken hoe we Gods woord toepassen. Er is geen boven de cultuur uitgaande huwelijksnorm die we moeten handhaven. Dat getuigt van onbekendheid met je eigen geschiedenis. Bovendien heb je geen keuze in deze dynamische tijd. Neem je verantwoordelijkheid en vertrouw op Gods Geest. Ik heb geen enkel gevoel dat we afglijden tot een waterig christendom.”

 

‘Het liefste was ik braaf vanuit huis getrouwd’

Gert (28) en Josine (31) woonden tien maanden samen voordat ze trouwden. Toch houden ze een pleidooi voor het huwelijk.

Wat was de reden dat jullie gingen samenwonen?

Josine: “Vanwege financiële problemen woonde ik, na jaren zelfstandig gewoond te hebben, weer bij mijn moeder. Maar door een conflict moest ik van haar op korte termijn het huis verlaten. Omdat we wisten dat we wilden trouwen en ik weinig geld had, stelde Gert voor dat ik bij hem introk. Lastig, want in mijn gereformeerde bondsnest had ik altijd geleerd dat samenwonen voor het huwelijk geen optie was. ‘Daar rust geen zegen op,’ zei mijn moeder toen ik het vertelde. Daardoor werd ik bang dat als ik wél zou gaan samenwonen, ik Gods toorn over mezelf zou afroepen en onze relatie zou stuklopen.”

Gert: “Mijn ouders zijn, hoewel ze gereformeerd-vrijgemaaakt zijn, minder moeilijk. Mijn moeder zei jaren geleden al eens over een studentenstel dat ‘moest’ trouwen: waarom wonen ze niet eerst samen?”

Deden jullie uitgebreid bijbelstudie naar het onderwerp?

Gert: “Nee, want er staat veel over het huwelijk in de Bijbel, maar niet over samenwonen. Uiteraard hebben we er voor gebeden. Ik ging er vanuit dat als God het niet goed zou vinden, we vanzelf onrustig zouden worden. Dan konden we alsnog een ander besluit nemen. Maar het tegenovergestelde bleek het geval.”

Josine: “Blijkbaar vervloekt God zo’n keuze niet per se. Het voelde vanaf het begin heel goed.”

Maar, zeggen critici, niet alles wat goed voelt hoeft ook goed te zijn; de bijbelse lijn wijst op een huwelijk.

Gert: “Ja, maar de Bijbel geeft geen pasklare antwoorden, bijvoorbeeld wat je moet doen als je na ruzie met je moeder op straat komt te staan. God heeft ons een eigen verantwoordelijkheid gegeven.”

Josine: “We zijn gaan samenwonen met het oog op het huwelijk, niet om het huwelijk na te apen. Als je ‘gewoon’ gaat samenwonen doe je dat wel.”

Gert: “Op seksueel gebied stelden we nog duidelijker grenzen. Bovendien zorgden we dat we nog echt verkering hadden, bijvoorbeeld door elkaar mee uit te vragen en gescheiden bankrekeningen te houden. Het samenwonen moest een voorspel zijn op het getrouwde leven.”

Josine: “Wij zijn niet per se voor samenwonen, maar vinden: als je kunt trouwen, ga dan trouwen. Het liefste was ik braaf vanuit huis getrouwd. Het huwelijk is een betere vorm omdat je hardop in het openbaar commitment uitspreekt naar elkaar en naar God. Het is goed dat dit ritueel er nu is geweest. Vroeger dacht ik nog weleens: is hij wel de juiste? Na mijn ‘ja’ en mijn handtekening denk ik dat nooit meer.”

Hoe zou de kerk wat jullie betreft moeten reageren? 

Gert: “In onze orthodox-hervormde stadsgemeente was het geen punt. De dominee vond het een zaak tussen God en ons. Ook gemeenteleden deden niet zo moeilijk, als wij het enigszins beschaamd vertelden.”

Josine: “De kerk moet oprecht geïnteresseerd luisteren naar de motieven van een stel. Maar ik geef toe dat het lastig is. Alle situaties verschillen, terwijl een kerkenraad één lijn wil trekken.”

De namen Gert en Josine zijn gefingeerd.

 

Onderzoek
Uit onderzoek van het Nederlands Dagblad in 2012, blijkt dat in ruim de helft van de gemeenten binnen de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt), Christelijke Gereformeerde Kerken, Nederlands Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Bond een (toenemend) aantal leden ongehuwd samenwoont. Ongeveer 80 procent van de 1400 ondervraagde voorgangers in deze kerken stelt dat de Bijbel ongehuwd samenwonen verbiedt. In de kleine gereformeerde kerken proberen zestig tot tachtig procent van de voorgangers vooral in gesprek te blijven met stellen die samenwonen. In de GKV en de CGK kiest een kwart van de kerkenraden ervoor om stellen die samenwonen onder tucht te stellen. In kerken waar samenwonen voorkomt, denken kerkenraden genuanceerder en grijpen ze minder snel naar het middel van de tucht.

Reacties

Samenvatting