Als de agenda van Carla Dik-Faber een ijkpunt heeft, dan is het zonder twijfel kwetsbaarheid. Ongeboren leven, gehandicapte kinderen, de schepping in barensnood en zelfs het vingervervende meisje van Marlene Dumas: wat weerloos is verdient bescherming.

tekst Jasper van den Bovenkamp beeld Jaco Klamer

Carla – “zeg alsjeblieft geen u” – was een paar weken geleden bij de tentoonstelling The Image as Burden van Marlene Dumas. In de kamers van het Stedelijk Museum voelde ze ineens een diepe verbondenheid met de kunstenaar wiens levenswerk in menig recensie als pessimistisch wordt weggeschreven. Nu ze de tentoonstelling met eigen ogen gezien heeft, begrijpt ze weinig meer van die kritiek. Ze ontdekte in het oeuvre van Dumas juist iets heel kwetsbaars. Neem ‘The Painter’ bijvoorbeeld, een meisje dat met beide handjes onder de verf haar beschouwer indringend aankijkt, zoals alleen een teleurgesteld kind dat kan, daaruit sprak een tederheid, zegt Carla, “een broosheid die mij ontroerde.”

Met hart en ziel zet de politicus zich voor dat broze in. De missie om gebrokenheid te helen is boven twijfel verheven het ankerpunt van haar agenda en tegelijk een duidelijke stip op haar politieke horizon.

Kunsthistoricus

Dat Carla in het Stedelijk rondzwerft heeft overigens niks te maken met culturele interesse voor de bühne. Ze is behalve parlementariër ook kunsthistoricus, en dan doe je weleens een museumpje. Had Leen van Dijke haar tweeënhalf jaar geleden, vlak voordat ze zich wilde inschrijven bij de Kamer van Koophandel, niet gebeld met de vraag of ze naar Den Haag kwam, dan had haar toekomst gewis in de kunst gelegen.

Aldus geschiedde niet. Carla zit sinds 2012 voor de ChristenUnie in de Tweede Kamer en voert het woord op terreinen als landbouw, natuur, energie, infrastructuur, milieu, medische ethiek, volksgezondheid en cultuur. En dat doet ze met groot genoegen, vertelt ze. “Ik ben mij er iedere dag van bewust hoe bevoorrecht ik ben. Wel heb ik echt mijn eigen stijl moeten ontwikkelen, bijvoorbeeld in mijn bijdrage aan het debat.”

“De zorg voor medemensen zit er bij christenen diep in, maar Gods schepping komt er bekaaid van af.”

Daar zegt ze iets. Want hoewel met ze ongetwijfeld met overgave en plezier en toewijding aan haar Kamerlidmaatschap invulling geeft, in de opening van het Achtuurjournaal, chocoladekoppen in De Telegraaf en spannende scoops van leurende journalisten vinden we van Carla Dik-Faber niet dagelijks terug. “Bij de grote talkshows heb ik inderdaad nog niet gezeten; maar ik kijk terug op een paar mooie interviews in landelijke en regionale kranten. Daar ben ik zeker niet ontevreden over.”

Maar, haast Carla zich te zeggen, opzichtig in het blikveld van journalisten lopen en hijgerig in hun microfoons blazen, dat is aan ChristenUnie-parlementariërs in het algemeen en derhalve ook aan haar niet besteed. “Natuurlijk wil je je verhaal zo goed mogelijk voor het voetlicht brengen, maar dan wil je ook echt met een verhaal komen. Zichtbaar scoren, desnoods met ellebogenwerk, dat staat echt heel ver bij mij vandaan. Het gaat om mijn inhoudelijke bijdrage aan het debat, dáár wil ik goed in zijn.”

En goed betekent voor de politicus: resultaatgericht. “Aanvankelijk debatteerde ik vooral met het kabinet, maar gaandeweg heb ik geleerd dat juist het onderlinge debat met andere parlementariërs belangrijk is. Je zoekt telkens nieuwe verbindingen en legt ook contact met inspirerende mensen uit het land om mensen voor je standpunt te winnen. Om alle processen goed te leren kennen en te begrijpen hoe je als Kamerlid het beste jouw punten kunt agenderen, heb je minstens een jaar nodig.”

Geen lijstjes afturven

Geheel zonder succes is Carla’s streven naar doeltreffende politiek niet gebleven: ze werd vorig jaar door De Persdienst uitgeroepen tot het op één na effectiefste Tweede Kamerlid. “Heel bijzonder”, zegt ze daar nu over. “Ik werk helemaal niet op die manier, dat ik lijstjes aan het afturven ben en zo. Ja, die verkiezing heeft me echt bemoedigd.”

Om in de politiek resultaten te boeken, ook al halen ze niet allemaal de voorpagina, is het achter de coulissen hard werken, erkent Carla. Ze stapt ‘s morgens om kwart over acht in Veenendaal op de trein, rent in Kamer van het ene naar het andere debat, belt, mail, leest en hapt onderweg naar een vergadering haar lunch weg, en komt na een lange dag hard werken rond half twaalf ‘s avonds weer thuis. Behalve gisteravond, want toen was er een laat debat over het energieakkoord, dus boekte ze een hotelletje. Het toen scheidende Kamerlid Esmé Wiegman gaf haar destijds een belangrijke les mee, zegt Carla. “Als het maar even kan, ga altijd naar huis”, zei ze. “Het is zo waardevol om de dag samen met je gezin te beginnen. En dat is echt waar.”

Afijn, zo verlopen er drie, vier dagen per week, met uitzondering van vrijdag, want die dag gebruikt Carla voor werkbezoeken. Afgelopen vrijdag was ze bijvoorbeeld in Groningen, om met bewoners, de Commissaris van de Koning, de voorzitter van het Universitair Medisch Centrum Groningen en de Veiligheidsregio te spreken over de gevolgen van gaswinning. En die vrijdag, zegt ze, die is haar heilig. “Als je wilt, kun je je in Den Haag begraven in stapels papier en de vergadertijger uithangen. Ik heb er helemaal geen hekel aan, sterker nog, het politieke debat moet hier plaatsvinden. Maar de verhalen van mensen, wat hen bezig houdt, dáár gaat het om.”

Amendementen

De parlementariër lijkt dat bepaald niet goedkoop te bedoelen. Want die verhalen kunnen haar echt raken en inspireren. Zo sprak ze met ouders van meervoudig complex-gehandicapte kinderen die zich grote zorgen maakten over de nieuwe wetgeving. Ze zouden hun kinderen mogelijk niet langer thuis kunnen verzorgen, maar naar een instelling moeten doen. “Sommige moeders waren daar buitengewoon bezorgd over. In de Kamer heb ik me hard gemaakt voor de positie van die kinderen. De Wet langdurige zorg zoals we ‘m aanvankelijk kregen gepresenteerd, was zogezegd een instellingswet. Hij ging niet over mensen, maar over instellingen. Door tal van amendementen in te dienen, hebben we er langzaamaan een wet van kunnen maken die over mensen ging. En zo werd het mogelijk dat de gehandicapte kinderen thuis verzorgd konden blijven worden.”

Ook sprak de politicus met moeders van kinderen met een downsyndroom. Ze confronteerden haar met de schokkende realiteit in de spreekkamer van de gynaecoloog. De werkelijkheid van artsen die bij de twintigwekenecho constateren dat het een downkindje wordt en dan zeggen: ‘Joh, maar je hoeft het niet geboren te laten worden’, en vervolgens aandringen op een abortus. Carla smeedde allianties met de Nederlandse Patiënten Vereniging en verschillende seculiere ouderverenigingen zoals stichting De Upside van Down, om in Den Haag duidelijk te maken dat ze geen strijd voert in de marge van de samenleving, maar een debat dat zich afspeelt in de baarmoeder van de maatschappij.

Ondanks haar moedige verzet tegen de moraal van maakbaarheid en haar pleidooi voor keuzevrijheid van moeders die hun kind een leven gunnen, loopt Carla in de Haagse vergaderzalen tegen veel muren op. “In een abortusdebat word je als ChristenUnie-politicus aan de kant geschoven als ‘de partij die tegen abortus is, en dat weten we nu wel’. Er wordt niet meer naar je geluisterd. Vooral D66 heeft daar last van. Mijn betoog om ouders niet onder druk te zetten hun downkindje te aborteren vatten ze op als een verkapt anti-abortusverhaal. Kennelijk moet ik dat meedragen, dat ze me niet begrijpen, dat ze niet luisteren. Maar ik laat me niet in een hoek duwen. Ik weet heel goed hoe ik in zo’n debat sta. Het gaat mij erom dat ouders alsjeblieft de vrije keus krijgen om hun kind wél ter wereld te brengen. Ik wil naast die vrouwen staan, een arm om hun schouders leggen.”

Een tikje dubbel vindt Carla de houding van D66 overigens wel. Aan de ene vergadertafel voert ze samen met de democraten een strijd voor kinderen met een beperking, aan de andere tafel – bij een debat over zwangerschapsafbreking bijvoorbeeld – heeft ze het de partij nog nooit voor deze kinderen horen opnemen. Een ambiguïteit die de ChristenUnie-politicus niet kan volgen. “Inmiddels kan ik er binnen de kaders van de politieke context mee handelen. Het scheelt dat het twee verschillende woordvoerders zijn.”

Bekaaid

Behalve met het kwetsbare mensenleven houdt Carla zich ook bezig met de zorg voor schepping en natuur. Carla’s bijdrage aan het debat bestaat behalve een discussie met andere parlementariërs ook uit een strijd in eigen gelederen, zegt ze. “De zorg voor medemensen zit er bij christenen diep in, maar Gods schepping komt er bekaaid van af.”

Neem dan de linkse kerk, de seculiere idealist, de GroenLinksers van de aarde. Zo het mogelijk was hadden zij al voor de schepping het rentmeesterschap over Moeder Aarde als thema geagendeerd. “We hebben het laten gebeuren”, ziet ook Carla. “De christelijke politiek had hier bovenop moet springen, juist omdat het om de kwetsbaarheid van Gods schepping gaat. Het is een schepping die volgens Romeinen 8 zucht.”

Maar valt het thema duurzaamheid niet terug te kapen? Carla is druk bezig in haar achterban het onderwerp in de spotlights te zetten, zegt ze. Over niet al te lange tijd bijvoorbeeld wil ze met organisaties als de Raad van Kerken, Micha Nederland en andere clubs die zich druk maken over natuur en schepping een Groene Synode organiseren. “Juist om de verantwoordelijkheden die we als christenen hebben laten liggen, weer onszelf eigen te maken. De plannen zijn nog prematuur, maar ik vind het belangrijk dat het nu eens goed op de kaart wordt gezet, zodat we mensen kunnen aansporen tot concrete stappen in hun eigen leven. Denk aan onze manier van koken, de kleding die we aantrekken en de energie die we gebruiken.”

In haar pleitrede voor duurzame christenen weet Carla zich geruggensteund door paus Franciscus. “Wat een geweldige man. Zijn oproepen rondom Kerst om mensen bewust te maken van voedselverspilling, dat is echt taal naar m’n hart. En hij werkt op het moment aan een groene encycliek, dat gaat over de relatie tussen mens en milieu. Ik zie het nog wel gebeuren dat de paus het klimaat gaat redden.”

Als de ChristenUnie haar grondbeginselen dit voorjaar dermate verruimt dat katholieken niet langer bezwaard zijn zich bij de partij aan te sluiten – dat voelen ze zich nu wel, omdat de ChristenUnie ergens nog een relatie onderhoudt met de Drie Formulieren van Enigheid, die op een aantal plekjes nogal lelijk doen over het katholieke volksdeel – dan komt het allemaal mooi samen. Door Franciscus’ groene encycliek geïnspireerd gaan de toestromende katholieken met de ChristenUnie de duurzaamheidsoorlog zeker winnen.

Hoe dan ook, Carla ziet uit naar de samenwerking. Ze zegt zich zeer verbonden te voelen met deze broeders en zusters. “Ik heb op een katholieke middelbare school gezeten, veel van mijn vrienden zijn katholiek. En daarnaast: de studie kunstgeschiedenis was zeer katholiek geïnspireerd. Zonder die kerk was er nauwelijks kunstgeschiedenis geweest.”

Muzikaal ensemble

En ongetwijfeld had de muzikale traditie er ook op ingeleverd. Er zou bijvoorbeeld geen Stille Nacht hebben geklonken tijdens het kerstdiner van de ChristenUnie. Maar dankzij priester-dichter Joseph Mohr en het muzikaal ensemble van de Haagse fractie klonk het in volle glorie. Want muziek maken, dat kunnen ze. “We hebben met verschillende fractieleden wat gespeeld. Er was een pianist, een gitarist en een violist. Zelf speelde ik cello. Het was erg leuk om te doen, maar niet helemaal perfect.”

Dat de nootjes van Carla misschien niet allemaal zuiver waren, is vooral te wijten aan haar drukke bestaan. “Ik ben heel blij met mijn werk, maar het doet me echt verdriet dat ik niet meer toekom aan muziek maken. De cello staat thuis tegen de muur. Politiek en muziek gaan kennelijk niet samen. Eigenlijk is dat heel jammer. Met muziek kun je soms zoveel meer zeggen dan met woorden.”

Hmm, de eerstvolgende bijdrage aan een abortusdebat op de cello? “De Tsjechische politicus Václav Havel, ook cellist, heeft volgens mij eens iets gespeeld in een politieke context, in plaats van zijn bijdrage te formuleren. Maar ik vraag me af of onze Kamervoorzitter dat zal appreciëren.”

Carla Dik-Faber (geb. 1971) zit sinds 20 september 2012 namens de ChristenUnie in de Tweede Kamer. Daarvoor was ze onder meer Statenlid van de Provincie Utrecht en gemeenteraadslid in Veenendaal. Ze is gehuwd en heeft een geadopteerde dochter, Odile.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *