tekst Stefan Paas beeld ANP

In het debat over standbeelden van koloniale onderdrukkers en slavenhouders zien we een botsing tussen nationale mythen, zegt Stefan Paas. Het gaat om de vraag wie ‘wij’ zijn en welke gedeelde herinneringen ‘ons’ vertegenwoordigen.

De dood van George Floyd, een van de vele zwarte mannen in de Verenigde Staten die jaarlijks omkomen door politiegeweld, leidde tot een storm van protest die de hele wereld over ging. Die storm waait nu ook in vergaderzalen en parlementen. Racisme en politiegeweld spelen inmiddels een belangrijke rol bij de Amerikaanse verkiezingen, terwijl hier te lande premier Rutte voor het eerst toegaf dat racisme een ‘systemisch probleem’ is in Nederland. Dan gaat het over bewezen discriminatie bij de belastingdienst, op de huizenmarkt, bij sollicitaties of schooladviezen, en bij het optreden van de politie.

Opmerkelijker was misschien dat Rutte ook stelling nam in de jaarlijks terugkerende rituele dans rondom Zwarte Piet. Hij is daarover ‘anders gaan denken’, meldde hij, vooral na gesprekken met zwarte mensen. Ik vermoed dat die ommezwaai van de premier nog meer zegt over het veranderende klimaat in Nederland dan allerlei ferme uitspraken over ‘institutionele vooringenomenheid’ bij de belastingdienst. Immers, echt overtuigde aanhangers van een apartheidsstaat zijn er in Nederland nauwelijks. Dat het niet aangaat om een sollicitant te weigeren vanwege zijn achternaam of huidskleur, daarover is bijna iedereen het wel eens. Maar bij Zwarte Piet gaat het om een nationale traditie, een symbool waarmee miljoenen Nederlanders zijn opgegroeid. Het is iets van ‘ons’. Zulke symbolen zijn veel moeilijker te bespreken – laat staan te veranderen – dan wetgeving. Maar juist daarom is het zo belangrijk hierover te praten. Immers, hoe kan een symbool ‘typisch Nederlands’ zijn als een deel van de Nederlanders zich hierdoor diep gekwetst en afgewezen voelt?

De geschiedenis fotoshoppen?

Dit gesprek over nationale symbolen laaide ook weer op over standbeelden. In het kielzog van de Black Lives Matter-demonstraties sneuvelde het standbeeld van de slavenhandelaar Edward Colston in Bristol. Hij was bepaald niet de enige. Op Wikipedia is een lange lijst te vinden van verwijderde of besmeurde standbeelden in de Verenigde Staten, Nieuw-Zeeland, het Verenigd Koninkrijk, België, Zuid-Afrika en India. Het gaat dan meestal om beelden van figuren die al langere tijd omstreden waren, bijvoorbeeld vanwege hun aandeel in het uitmoorden van oorspronkelijke bevolkingen (zoals Columbus), hun inzet voor slavenhandel of uitbuiting van koloniale wingewesten, of simpelweg hun stuitende wreedheid (bijvoorbeeld Leopold). Daarbij breidde de revolutionaire ijver zich ook uit naar minder omstreden figuren, zoals Churchill en zelfs Gandhi. Immers, bijna iedereen heeft weleens iets gezegd of gedaan wat bij nader inzien niet zo fraai oogt. Zoals het vaak gaat bij dit soort bewegingen worden activisten nogal eens meegesleept door hun eigen revolutionaire vuur. Zo pleitte BLM-activist Shaun King zelfs voor het verwijderen van alle beelden en schilderingen in kerken waarop een blanke Jezus te zien is. In Nederland richtte de boosheid zich niet alleen op het standbeeld van erkend massamoordenaar J.P. Coen in Hoorn, maar ook op dat van Piet Hein, die relatief onschuldig was aan koloniale wandaden.

Net als bij Zwarte Piet (en grotendeels om dezelfde redenen) laait de emotie bij zulke acties hoog op. Daarbij raakt de aandacht vaak gericht op extreme uitingen, zoals die van King. Zo raken we gemakkelijk het zicht kwijt op de waarheid in het protest. Bij spontane protestbewegingen als BLM, waarbij zich ook vaak allerlei halvegaren en beroepsextremisten aansluiten, is het gemakkelijk om karikaturen te scheppen en zo de redelijkheid in hun protest te negeren. Zo hoor je vaak het verwijt aan BLM-activisten dat die veel te hoge eisen stellen aan historische figuren. Er is geen persoon zo groots of er kleeft wel een vlekje aan. Moeten we nu alleen nog standbeelden oprichten van volstrekt onkreukbare personen? Sander van Walsum protesteerde alvast bij voorbaat in zijn Volkskrant-commentaar (12 juni): een verleden dat is schoongewassen, is het bestuderen niet waard. Nog verder ging de Britse premier Johnson in een interview in The Daily Telegraph (14 juni). Hij meende dat de protesten tegen standbeelden neerkomen op het ‘fotoshoppen’ van de geschiedenis.

Dit is 30 procent van het artikel. Verder lezen? Neem een abonnement? Of koop dit nummer digitaal.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *