Home>Commentaar Stefan Paas>De revolutie en de elite

De revolutie en de elite

De moeizaamheid van het formatieproces – met het overleg tussen D66 en CU als stugste onderdeel – laat zien hoe weinig partijen er zijn overgebleven die nog een compromis kunnen sluiten met ideologische tegenpolen, zegt Stefan Paas in het komende nummer van De Nieuwe Koers. “Momenteel overheerst een andere geest, die van de alomvattende systeemkritiek, het totaaldenken. Onze theologische voorouders zouden spreken over de geest van de (Franse) Revolutie.”

Die geest waait, zover ik kan zien, uit drie hoeken. Op links zien we het bij Thieme, Roemer, en ook bij Klaver. Wat ze gemeen hebben is: alomvattende kritiek op het ‘neoliberale systeem’, en een programma dat min of meer willens en wetens is ingericht op het frustreren van compromissen. Thieme en Roemer willen niet eens regeren, en Klaver bleek niet in staat over zijn schaduw te springen. In het felle licht van het absolute bleek die schaduw onvindbaar.

Op rechts zien we het ook. Wilders is al een tijd bezig met zichzelf onmogelijk te maken. Zijn programma (als het zo mag heten) is alleen uitvoerbaar (en zelfs dan niet) als de PVV de absolute meerderheid heeft. En de sjieke nieuwkomer Baudet grossiert ook al in totaalkritiek: de ondergang van het Avondland is aanstaande. Alleen de afbraak van het ‘partijkartel’ en een totale culturele omwenteling kan de zaak redden.

Allemaal zien ze de ander als het grote probleem; de zonde wordt altijd elders geparkeerd

Ondanks hun verschillende programma’s en doelen, hebben deze partijen veel gemeen. Bij hen heeft de elite het altijd gedaan. Die elite is (al naargelang) moslimknuffelend of juist wit-racistisch, cultuurhatend of juist eng-nationalistisch, kosmopolitisch of juist bekrompen. Ook willen ze allemaal een maatschappelijke ‘beweging’, want alleen wanneer ze de overgrote meerderheid hebben, kunnen ze samenwerking vermijden. En allemaal zien ze de ‘ander’ als het grote probleem; de zonde wordt altijd elders geparkeerd.

De echte scheidslijn loopt echter niet tussen ‘elite’ en (veelal zelfbenoemde) minderheden. Het belangrijkste verschil is te vinden tussen een vorm van politiek die probeert het ergste kwaad te beteugelen, en een vorm van politiek die het vrederijk op aarde wil stichten. Die laatste vorm krijgt momenteel de overhand, want mensen hebben nu eenmaal de onuitroeibare behoefte om voor God te spelen.

Wat verloren dreigt te gaan, is het midden: het stapje voor stapje doorrommelen, hier en daar iets verbeteren, jezelf kleiner maken dan de zaak, misschien niet van heler harte samenwerken met politieke andersdenkenden, kortom het politieke ambacht zelf. Dat is exact waar die vermaledijde elite altijd goed in is geweest. Dus als er straks een kabinet is, wees dan dankbaar dat er nog politici zijn die het risico durven nemen afgebrand te worden omdat ze bereid zijn samen te werken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *