De theoloog Stanley Hauerwas mag met zijn 75 jaar inmiddels op leeftijd zijn, onder Nederlandse theologen groeit zijn populariteit. Op 12 februari komt hij naar Nederland (klik hier). Waar staat deze non-conformistische theoloog eigenlijk voor? Een kennismaking. 

tekst Herman Paul en Bart Wallet 

Op een avond was Stanley Hauerwas in New York City te gast bij een neoconservatieve politieke bijeenkomst. Neoconservatieven zijn mensen die denken dat Amerika een christelijk land is. Ze menen dat Amerika geroepen is om christelijke waarden te beschermen – daarom zijn ze tegen abortus en tegen euthanasie – en dat het deze waarden wereldwijd moet exporteren. Op die avond in New York sprak een rooms-katholieke priester uit Ierland, Enda McDonagh. Tot ontzetting van zijn publiek verklaarde deze man dat hij liever in Zimbabwe zou willen wonen dan in de Verenigde Staten. Hoezo?, vroeg iedereen zich af. Wie zou niet in the world’s lead society willen wonen? Waarop McDonagh verklaarde dat hij al bij the world’s lead society hoorde, namelijk, bij de kerk van Jezus Christus – een kerk die aidspatiënten in haar midden verwelkomt, een kerk die samenkomt in de krottenwijken van Rio de Janeiro, ja, een kerk die alle ‘gedaante’ en ‘heerlijkheid’ mist. En juist deze kerk is, christelijk gesproken, the world’s lead society.

Of Stanley Hauerwas die avond van zijn stoel is opgesprongen en luidruchtig zijn instemming met McDonagh heeft betuigd, vertelt het verhaal niet. Wel verklaarde Hauerwas na afloop dat zijn ‘werk’ – de talloze boeken, artikelen en lezingen die hij op zijn naam heeft staan – niets meer is dan een serie voetnoten bij het getuigenis van mensen als McDonagh.

Texaanse knauw

Om meerdere redenen is deze anekdote kenmerkend voor de theoloog, die inmiddels ook in Nederland veel wordt gelezen door vakgenoten. Allereerst omdat het verhaal zich afspeelt in Amerika. Hauerwas is tot in zijn botten een Amerikaan. Wie hem voor het eerst hoort praten – expressief, joviaal, met een kenmerkende Texaanse knauw – waant zich aan de stamtafel van een café in Dallas. Ook zijn schrijfstijl roept allerlei clichés over Amerika op: dat het ‘snel’, ‘leuk’ en ‘oppervlakkig’ zou zijn. (Maar wie dat na twee hoofdstukken nog steeds denkt, moet opnieuw beginnen met lezen!) Bovendien spreekt Hauerwas voortdurend over actuele kwesties in de Amerikaanse kerken, is hij in debat met Amerikaanse theologen die in Nederland vaak nauwelijks bekend zijn en strijdt hij, in vrijwel al zijn opstellen, tegen een typisch ‘Amerikaanse’ gedachte: het idee dat de VS en de kerk van Jezus Christus dezelfde waarden vertegenwoordigen.

Faithfulness

Het verhaal van Enda McDonagh tussen de neoconversatieven in New York zegt óók iets over Hauerwas, omdat hij zo geïnteresseerd is in mensen die de waarheid durven spreken. Het is Hauerwas te doen om faithfulness, om een kerk die in haar doen en laten trouw is aan wat zij belijdt te geloven. Het is hem te doen om christenen die buiten de muren van hun kerkgebouw, op een politieke bijeenkomst, in een kantoortuin, in de schoolbanken of zomaar, leunend over de heg in een praatje met de buurvrouw, de ‘valse verhalen’ van een seculiere cultuur weten door te prikken. Om christenen die zich op maandag herinneren dat ze ’s zondags naar de kerk zijn geweest en daar iets hebben gehoord, iets hebben gevierd, iets hebben gezongen, dat zichtbaar zou moeten worden in hun gedrag op maandag. Hauerwas weet wel hoe lastig het is om weerstand te bieden aan de machten van carrière, geld of gewoonte. Maar juist daarom hoopt hij zo vurig dat de kerk haar leden toerust voor een waarlijk christelijk leven.

Verkeerd dilemma

Hauerwas’ ogen zullen geglommen hebben, op die avond in New York, toen McDonagh sprak over the world’s lead society. Natuurlijk bedoelden de aanwezige neoconservatieven met deze uitdrukking iets anders dan de Ierse priester. McDonagh gaf er een draai aan. Jullie denken dat je bij de vooraanstaanden hoort als je vrij bent om te zeggen wat je wilt, of als je uit je eigen huis in je eigen auto kunt stappen. Maar de kerk gelooft dat de laatsten de eersten zullen worden. In de wereld gaat het misschien om voorspoed en succes, maar Gods koninkrijk is van een andere orde. Daarin tellen geloof en navolging van Christus. Dit

blootleggen van foutieve vooronderstellingen, deze weigering om in dezelfde seculiere termen te spreken als mensen buiten de kerk, kenmerkt ook het werk van Hauerwas. Vraag Hauerwas of hij ergens vóór of tegen is, en de kans is groot dat hij antwoordt: ‘Hé, dat is een verkeerd dilemma, je hebt de vraag niet goed gesteld!’

Praktijk

Een vierde en laatste reden waarom het verhaal van hierboven zo kenmerkend is, heeft te maken met Hauerwas’ visie op theologie. Hauerwas noemt zijn werk een commentaar op het getuigenis van mensen als McDonagh, omdat hij vindt dat theologen geroepen zijn de praktijk van het christelijk geloof te verhelderen. Deze praktijk is zichtbaar op zondag, in het zingen van de gemeente en in de preek van de voorganger, maar ook doordeweeks, als gemeenteleden op hun werk of in de supermarkt getuige zijn van Christus. Of als zij, zoals McDonagh, aidspatiënten in Zimbabwe opzoeken. Theologen hebben niet de taak om christenen voor te schrijven wat ze moeten zeggen, zingen, doen of laten. Hun taak is slechts de kerk te wijzen op inconsistenties en afwijkingen van wat de kerk zelf zegt te belijden (bijvoorbeeld in de apostolische geloofsbelijdenis). Voor Hauerwas staat theologie dus in dienst van de kerk: haar taak is uit te leggen waarom, bijvoorbeeld, het getuigenis van McDonagh beter past bij wat de kerk gelooft dan het programma van de Amerikaanse neoconservatieven.

Overgenomen uit Stanley Hauerwas, ‘Een robuuste kerk, de christelijke gemeente in een postchristelijke samenleving’, onder redactie van Herman Paul, Bart Wallet en Esther Jonker, Boekencentrum, 2010.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *