Tijd om rechts-romantische dromen en links-stedelijk idealisme vaarwel te zeggen

We moeten ons langzaamaan christelijk gaan instellen op een multiculturele samenleving, betoogt Stefan Paas. En daarbij hoort: dag droom van blank, volkschristelijk Nederland, maar ook: tot ziens overgeïdealiseerde naastenliefde.

De meesten van ons hebben graag mensen om zich heen die op hen lijken. Je begrijpt elkaar gemakkelijker, je vertrouwt elkaar sneller, je leent elkaar eerder iets uit. Dat is allemaal heel menselijk en niemand hoeft zich ervoor te schamen. Het is dan wel lastig dat we in een open samenleving wonen waar al sinds jaar en dag mensen naar toe komen: op de vlucht, op zoek naar werk of vanwege de liefde.

Inmiddels heeft ruim 22 procent van de Nederlanders een niet-Nederlandse achtergrond. Een recent WRR-rapport liet zien dat inwoners van buurten waar veel mensen van verschillende herkomst wonen zich onveiliger voelen, dat de sociale samenhang er minder is en dat er ook meer delicten worden gepleegd.

De predikant Henk-Jan Prosman, zelfverklaard aanhanger van PVV en Forum voor Democratie, hield een paar maanden geleden een lezing over onze snel veranderende samenleving in het Conservatief Café. Daarin zei hij dat de naoorlogse immigratie een complot was van antichristelijke elites die het volk onderling verdeeld wilden maken, zodat zij meer macht naar zich toe konden halen. Mogelijk appelleert zo’n complottheorie aan de gevoelens van sommige christenen. Een onderzoek van het Amerikaanse PEW-instituut liet dit jaar nog zien dat christenen in Europa kritischer staan tegenover immigratie dan andere burgers, en dat kerkgaande christenen het meest kritisch van allen zijn.

Vooral de komst van islamitische migranten roept verzet op. Daarbij speelt het verlies van een gevoel van samenhang, de zorg elkaar niet meer te begrijpen, en vooral ook de angst voor een toekomst waarin ‘de islam’ het hier overneemt. Hoewel dat laatste op geen enkele manier door feiten wordt gesteund (integendeel), zijn zulke gevoelens moeilijk weg te redeneren. Daarvoor zit het verlangen naar het ‘eigene’ te diep in ons.

Tegelijk kan een christen zich niet laten leiden door nostalgie. Niet alleen was het vroeger heus niet zo ideaal; de multiculturele samenleving gaat niet meer weg. De meeste christenen zullen vluchtelingen bovendien fatsoenlijk willen opvangen. Maar zij zullen afscheid moeten nemen van rechts-romantische dromen van een blank, volkschristelijk Nederland. En ook van het soort links-stedelijk idealisme dat Nederland min of meer gelijkstelt aan een christelijke gemeente die uit pure naastenliefde iedereen moet opvangen. Laten we ons christelijk instellen op een multiculturele samenleving, om te beginnen door in onze eigen woonplaats veel te investeren in contacten met medechristenen uit andere culturen en met moslims. Het is zaak om empathie te ontwikkelen, gevoel voor ‘de ander’. Misschien is daarvoor een generatie nodig, maar hoe eerder we beginnen, hoe beter het is. Het gaat hier om niets meer of minder dan leren de ander te zien als een mens voor wie Christus wilde sterven.

Stefan Paas schrijft voor De Nieuwe Koers maandelijks een commentaar bij de actualiteit.

One thought on “Tijd om rechts-romantische dromen en links-stedelijk idealisme vaarwel te zeggen

  1. Je ziet, hoort en leest het steeds vaker: mensen worden weggezet om hun gevoelens. Hoewel het in bovengenoemd stuk lijkt mee te vallen, bespeur ik toch ook hier op de achtergrond een dergelijke houding:
    – je bent bang. Dat is fout.
    – je bent nostalgisch. Kan niet.
    – je maakt je zorgen. Niet nodig man.
    – je bent behoudzuchtig. Niet OK.
    – je bent wantrouwend. Niet het voorbeeld van Christus.
    Deze kort-door-de-bocht-conclusies worden getrokken op slechts twee gronden:
    1. Vermeende christelijke uitgangspunten: diepe en brede begrippen als ‘barmhartigheid’ en ‘naastenliefde’ worden dusdanig groot en simpel gemaakt dat andere, evenzeer christelijke begrippen, zoals bijv. ‘gerechtigheid’, totaal uit beeld raken. Op basis van deze insteek wordt vervolgens anderen de maat genomen – niet in de laatste plaats m.b.t. zijn of haar ‘goed-christen-zijn’. Waar we vroeger over uiterlijkheden elkaar de maat namen – is de focus inmiddels verschoven naar innerijkheden. Of dat winst is, ik waag het te betwijfelen…
    2. De feiten: hier kan naar hartelust straffeloos geponeerd worden, met of zonder aangedragen bewijs, dat maakt zoveel niet uit. De feiten kunnen immers naar wens bijeengesprokkeld worden in een dode-bomen-bos naar keuze? Uiteraard geldt dit voor iedereen, welke mening je ook toegedaan bent. Maar in het licht van de uitgangspunten als genoemd bij punt 1, vind ik het eigenlijk onbeschaamd hier ook maar iéts over te zeggen.
    Daarnaast, en dat is evenzeer een belangrijk punt, stijgt er uit dit artikel (en vele andere betogen van gelijke strekking die ik las of hoorde) een geur van minachting op. De interpretatie van de ernstige zorgen van anderen, mede christenen, als zijnde ‘een vorm van nostalgie’, een ‘rechts-romantische droom’ en ook nog maar even het aanhangen van of geloven in ‘complottheorien’… het zijn diskwalificaties van de bovenste plank. Hiermee worden medemensen, mede-christen, weggezet als waren het onvolwassen kinderen of halve extremisten. Met welk recht eigenlijk?
    Ik heb de in het artikel enoemde zorgen in elk geval. En ik heb ze op rationele gronden. Ik herken me dan ook totaal niet in de typeringen van de auteur. Die gedraagt zich in dezen in feite beledigend. Maar, dat dan weer wel, hij doet het met mooie woorden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *