Tien vreemdelingen succesvol laten integreren in Katwijk. Dat is een prestatie waarvoor zelfs de koning op bezoek komt. Maar zo zoet als het sprookje eindigde, zo bitter had het tot dusver gesmaakt. Hoe had Gerard Herbrink het in z’n kop durven halen de Katwijkse gemeenschap met vreemdelingen op te zadelen? “Op een gegeven moment realiseerde ik me: ik ben zelfs in de kerk niet veilig.”

tekst Jasper van den Bovenkamp beeld Niek Stam/ANP

Toen koning Willem-Alexander op 6 juli 2016 het verzorgingshuis van DSV in Katwijk bezocht waar tien vluchtelingen werden opgeleid voor een baan in de zorg, klapte de bevolking. Prachtig vonden ze het, dat hun dorp aan zee op zo’n positieve manier in het nieuws kwam. Goed gedaan jongen, zeiden sommigen tegen Gerard Herbrink, de directeur-bestuurder van de protestants-christelijke zorgorganisatie die het project had aangeslingerd en nadien geregisseerd.

Herbrink nam de loftuitingen dankbaar, maar ook met gevoelens van ambivalentie in ontvangst. Het gehele voorliggende jaar had hij in de clinch gelegen met een fiks aantal van de mensen die de handen nu op elkaar lieten dreunen. Hoe had hij het in z’n kop durven halen de Katwijkse gemeenschap met deze vreemdelingen op te zadelen? Ze pikten de baantjes in van de vrouwen en kinderen hier, begreep hij dat wel? Ze woonden voor nop en kregen nog een prop gratis geld door de brievenbus ook. En de mensen die hun leven lang hier woonden, die kregen helemaal niks. Wat vond hij er zelf van?

Nauwelijks was het mogelijk in 2015 een krant open te slaan of een tv aan te zetten zonder iets van de burgeroorlog in Syrië te vernemen. Raketaanvallen, doden, Kobani, Homs, luchtaanvallen, Rusland en Turkije, Idlib, doden, heel veel doden, nog meer doden, rebellen, Assad, Aleppo, vluchtelingen.

Als je vluchtelingen werkelijk wilde helpen dan moest je behalve voor onderdak ook zorgen voor opleiding, werk, perspectief. Wat nou, als hij tien mensen een leer-werk-woontraject aanbood?

Jaren bleef de gruwel relatief gemakkelijk op afstand, want ach: ver weg. En hadden wij niet onze eigen sores? De bewapende man in de studio van het NOS Journaal, geheime opnames van Volkert van der G. op een terras, Geert in Boer Zoekt Vrouw.

Maar ‘het probleem’ kwam onze kant op. Het aantal mensen dat vluchtte uit de hel van Assad rees de pan uit. Donderwolken boven ons land. Niet bij ons! Weg met die moslims, verkrachters waren het, strijders die onder het mom van armoe en verdriet in naam van Allah de boel hier kwamen overnemen. Zo stond het op Twitter, zo bekladden demonstranten hun spandoeken bij azc’s, zo roeptoeterden extreemrechtse volksvertegenwoordigers in ’s lands vergaderzalen.

Iets kleins
Op een avond in dat jaar zat Gerard Herbrink met zijn vrouw het Journaal te kijken. Weer ging het over Syrië. Hoe vaak hadden ze al niet tegen elkaar gezegd dat het allemaal verschrikkelijk was – de angst, het geweld, de doden, de volkeren op drift –, maar wat deden ze nou zelf precies, al was het maar iets kleins, om het beter te maken? Het was welletjes, vonden ze.

Juist deze weken was Herbrink drukdoende met de aanstaande nieuwbouw van een zorglocatie in Katwijk. Als gevolg van de plannen zouden er tijdelijk een aantal appartementen in één van zijn huizen leeg komen te staan. Toen hij in die periode voor een overleg met Jos Wienen, op dat moment nog burgemeester van Katwijk, aan tafel schoof, vroeg die hem of hij er niet eens over na wilde denken in die leegstaande vertrekken vluchtelingen te huisvesten.

Herbrink had een beter idee. Als je vluchtelingen werkelijk wilde helpen dan moest je behalve voor onderdak ook zorgen voor opleiding, werk, perspectief. Wat nou, als hij tien mensen een leer-werk-woontraject aanbood? Zo’n relatief klein aantal was behapbaar voor hemzelf, lichtte hij toe, de medewerkers en cliënten in het verzorgingshuis zouden eraan kunnen wennen, en hij kon het uitleggen aan de Katwijkse gemeenschap. Op die manier kon hij werkelijk iets voor de vluchtelingen betekenen. Het was daarnaast financieel te overzien (ook zonder eventuele subsidies), én hij zou draagvlak kunnen realiseren.

Mannen met baarden
Een halfjaar later belde de burgemeester. Groen licht van het ministerie, gaan met die banaan. Het ministerie, legt Herbrink uit, moest de zaak beoordelen, omdat de selectiecriteria die hij had opgesteld, eerst pasklaar gemaakt dienden te worden voor de mazen van het non-discriminatiebeginsel. Zijn wensenlijstje was namelijk: vrouwelijke deelnemers met een christelijke achtergrond. “Die eisen waren niet bedoeld om mannen en niet-christenen uit te sluiten, of omdat ik er zelf iets op tegen had, maar om draagvlak in de lokale samenleving te creëren.” In zijn verzorgingshuizen werkten – tot aan 2015 – nauwelijks mannen aan het bed; het waren, op een enkeling na, vrouwen met een overwegend christelijke identiteit. Bestuurlijk was hij inmiddels bedreven genoeg om te snappen dat het koren op de molen van potentiële tegenstanders zou zijn wanneer hij tien islamitische mannen met baard in zijn klasje had verwelkomd. Daarentegen kon men er weinig op tegen hebben dat hij geloofsgenoten in nood wilde helpen. Draagvlak dus.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *