‘Van mijn ouders had ik ook vuilnisman mogen worden’

Volgende maand schuift vicepresident Piet Hein Donner definitief zijn stoel bij de Raad van State aan. Eén van zijn nieuwe baantjes is die van voorzitter van de Raad van Toezicht van de Protestantse Theologische Universiteit. Een belangwekkend instituut, vindt hij zelf, want de gemeente moet niet met “allerbelabberdste preken” worden opgescheept.

tekst Sjoerd Wielenga beeld Niek Stam 

Dolend door de koude woestijnnacht en reizend op een kompas van vuur en wolken leidde Mozes een miljoenenvolk naar zijn bestemming. Hoe Mozaïsch zijn de leiders van vandaag? Zeven metaforen, zeven reflecties.

Exodus 2:3-5
Ze (…) legde het kind erin en zette de mand tussen het riet langs de oever van de Nijl.

“Negen kinderen telde het gezin waarin ik opgroeide. Mijn vader was hoogleraar aan de Vrije Universiteit en wij woonden in Amsterdam. Daar ben ik geboren. Toen hij in 1958 president werd van het Europees Hof van Justitie, verhuisden we naar Luxemburg. Als jongetje kon ik eindeloos banjeren door oude vestingwerken, die vaak niet bedoeld waren voor publieke toegankelijkheid. We bezochten een protestantse kerk waar gereformeerden, remonstranten, luthersen en hervormden samenkwamen. In Nederland was zoiets destijds niet aan de orde. Ook bezochten we de Duitse lutherse kerk. Ik leerde dus al vroeg om niet te veel op de onderlinge verschillen te letten, maar te kijken naar wat we gemeenschappelijk hebben.
Mijn ouders gaven ons mee dat je niet voor jezelf leeft. En bovendien, áls je iets bereikt, heb je daar niet prat op te gaan, maar is dat genade. Wees liever blij dat je iets kunt betekenen voor een ander.
Ik wil graag weten waar we vandaan komen, om te kunnen ontdekken wat onze bestemming is. Daar komt mijn belangstelling voor geschiedenis ook vandaan. Als je niet weet waar je vandaan komt, ga je jezelf als uniek zien. In wezen ben je een product van je voorgeschiedenis; onderdeel van een continuïteit en niet een uniciteit.
De Donners komen oorspronkelijk uit Pruisen. Een voorvader kwam naar Nederland, vermoedelijk om de dienstplicht te ontlopen, waar hij soldaat werd bij prins Willem V. Tijdens de patriottische overval op Soestdijk kreeg hij een kogel door zijn gehemelte. Als dank voor zijn daad kreeg hij twee gouden gehemelten van de Prins. Later werd hij hoedenmaker in Arnhem. Het waren kleyne luyden. Volgende generaties studeerden vaak theologie of rechten. Daarom zei mijn vader vaak dat we álles mochten studeren, maar dat het ongetwijfeld theologie of rechten zou worden. Kennelijk zit dat in onze genen. Van zijn drie zonen werden er twee jurist en één theoloog; mijn broer is hoogleraar theologie in Colombia. De maatschappij deed op verschillende Donners een beroep. Maar het was mijn ouders niet om die hoge posities te doen. Ik had ook vuilnisman mogen worden, als ik het maar goed deed en me nuttig maakte voor de samenleving.
Een van mijn zonen is jurist op een ministerie. Of Nederland in de toekomst nog veel van hem zal horen?” Glimlachend: “Ik hoop dat hem dat bespaard blijft.”
De echtgenote van Piet Hein Donner vertelde ooit in een interview dat ze hem in de studentensociëteit ‘druk orerend’ zag staan, ‘gekleed in een afschuwelijk jasje’. Ze vond hem ‘een curieus geval’. Donner: “En toch is ze met me getrouwd. We ontmoetten elkaar in een studentenbestuur. Maar ik was ertegen om in het bestuur een relatie te krijgen. Daarom stelde ik de relatie uit tot na de bestuursperiode. Overigens zijn er verschillende opvattingen over of ik dat inderdaad gedaan heb.”

Het hele artikel lezen? Klik hier en koop de digitale editie van De Nieuwe Koers voor € 4,95.  

Exodus 2:11-15
Hij keek om zich heen en toen hij zag dat er niemand in de buurt was, sloeg hij de Egyptenaar dood.

“Ik kan soms gruwelijk gefrustreerd zijn, maar ik heb niet de instelling om er op los te slaan. Ik kan wel knarsetanden als dingen niet gaan zoals ze moeten gaan. Of ik ben intens gefrustreerd als er in de media dingen over mij of anderen geschreven worden die niet kloppen, vooral als er geen enkele poging is gedaan om de zaken te verifiëren.
Ik heb geen e-mailadres en zal dus niet in een opwelling reageren op mailtjes die mij frustreren. Mijn secretaresse print e-mails voor mij. Het gevaar om je eerste gedachte aan de e-mail toe te vertrouwen en een ander af te schieten, wordt mij op deze wijze bespaard.
Woede en verontwaardiging kunnen overigens óók heilzaam werken als die tot gevolg hebben dat je opkomt voor mensen die in de knel zitten, bijvoorbeeld tussen procedures en gevoelloze overheidsdiensten. Als ik daarvan hoor, denk ik: zijn we helemaal gek geworden? Waarom gebeurt dat? De oplossing ligt vaak niet in het veranderen van de regels, want je kunt niet voor iedere situatie een aparte regel maken. Nee, we moeten regels vaker als richtsnoer willen zien. Als mensen in de knel komen, moet je de verantwoordelijkheid nemen om zo nodig af te wijken en je vervolgens te verantwoorden. Ons hele leven dreigt vergeven te raken van regels en protocollen; zie bijvoorbeeld de medische wereld of het onderwijs. Daardoor krijgen mensen een houding van: ‘Als ik me aan de regels heb gehouden, heb ik gedaan wat ik moet doen’. Het is een slechte ontwikkeling als regels de eigen verantwoordelijkheid wegnemen waar mensen in nood raken. Veel mensen zijn bang dat als het mis gaat, ze het verwijt krijgen dat ze zich niet aan de regels hielden. Ik hoorde eens dat een priester geestelijke hulp verleende aan iemand die euthanasie pleegt. Toen daar kritiek op kwam, zei hij: ‘Natuurlijk is de rooms-katholieke regel helder: geen euthanasie. Maar aan het sterfbed geldt de wet van de liefde.’”

Exodus 15:22
Drie dagen trokken ze door de woestijn zonder water te vinden.

“Ik ben bijzonder begenadigd geweest dat ik geen woestijnperiode in mijn leven heb gekend. Je praat anders over andermans leed als je zelf nooit beproefd bent. Ik ben dat volgens mij nooit. Anderen zullen denken: dat is zijn probleem nu juist!” Een schaterlach. Dan: “In mijn geloofsleven heb ik wel periodes gekend dat ik zoekend en twijfelend was. Niet dat ik op andere momenten nou zo’n rotsvast geloof had. Geloof berust bij mij mede op het feit dat ik het de meest waarschijnlijke verklaring van een heleboel dingen vind. Er is méér dan wat ik zie en voel. Ik voel mij heel wel bij het geloof zoals dat mij is overgeleverd.
Ik ben ouderling geweest. Omdat ik voorzitter van de kerkenraad was, hoefde ik over zulke thema’s niet te praten bij de mensen thuis.” Hij kijkt opgelucht. “Ik zou er heel erg tegen op zien om pastorale bezoeken af te leggen. Wel schenk ik na de kerkdienst koffie. Sommigen vonden het vreemd dat ik dat bleef doen toen ik minister werd. Maar in de kerk ben ik geen minister en bovendien is dat geen reden om te stoppen met koffie schenken.”

Piet Hein Donner (1948) is vicepresident van de Raad van State. Eerder was hij onder meer minister van Justitie (2002-2006), van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (2007-2010) en van Binnenlandse Zaken (2010-2011). Hij is getrouwd, heeft drie kinderen en vier kleinkinderen.

Het hele artikel lezen? Klik hier en koop de digitale editie van De Nieuwe Koers voor € 4,95.  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *