Mensen horen toch graag ergens bij, zegt sociologe Christien Brinkgreve. Bij een groep, een geloof, of een groot verhaal. Brinkgreve schreef een boek over ‘de kracht van verhalen’.

tekst Tjerk de Reus

‘Als God niet bestaat zijn er momenten dat je Hem wel zou willen uitvinden,’ schrijft Christien Brinkgreve (1949) in haar nieuwe boek, Vertel. Zij schrijft hierin over de kracht van verhalen, waarbij je niet alleen moet denken aan persoonlijke levensverhalen, maar aan ook ‘verhalen’ die invloed hebben op de cultuur. Bijvoorbeeld het neoliberalisme van de vrije markt of ideologieën als communisme en socialisme. Ook religies beschouwt Brinkgreve als verhalen, omdat ze omvattend zijn, zin geven en houvast bieden. Vanuit haar interesse in het fenomeen ‘verhaal’ constateert zij dat de kerk nog altijd aantrekkingskracht heeft: “Ik heb de indruk dat er in de samenleving een terugkerend verlangen is naar de kerk als instituut”, aldus Brinkgreve, die tot aan de zomer hoogleraar sociale wetenschappen was in Utrecht. “Dat religie steeds meer een persoonlijk avontuur wordt, klopt wel, maar tegen die tendens in hebben veel mensen behoefte aan een geloofstraditie als een overkoepelend geheel, als iets groters dat hen omvat en beschutting biedt.”

Brinkgreve is een actieve publicist. Sinds de jaren tachtig schrijft ze columns, artikelen en boeken, die vrijwel altijd grote betrokkenheid bij de samenleving ademen. Zo publiceerde ze over een nieuw verlangen naar gezag dat zich roert in de huidige maatschappij. In 2009 verscheen haar boek De ogen van de ander (2009), waarin zij de beperkte zienswijze van het individualisme onder de loep neemt. Brinkgreve: “Het idee voor dit boek ontstond in de tijd waarin je vaak hoorde over ‘je moet jezelf niet voorbijlopen’, je moet ‘jezelf zijn’, en ‘opkomen voor jezelf’. Ik dacht, waar hebben al die mensen het over? Waar verwijst het naar, dat o zo belangrijke ‘zelf’? De meeste theorieën over het ‘zelf’ zeggen iets in de trant van: jouw ‘zelf’ is de kern of de pit van je bewustzijn. Vandaag is de biologische visie op het ‘zelf’ behoorlijk dominant geworden. Ik denk dat je het ‘zelf’ beter kunt begrijpen in samenhang met anderen: vrienden, familie, voorouders. Er is geen ‘zelf’ zonder anderen! Mijn nieuwe boek borduurt daarop voort, maar dan vanuit de notie van het verhaal. Mijn levensverhaal bijvoorbeeld staat niet op zichzelf, maar is met allerlei draden verbonden met anderen en met grotere, omvattende verhalen.”

De heimwee naar het grote verhaal van de religie staat haaks op de eisen van onze cultuur, met zijn focus op het individu.

Hoewel Brinkgreve geen aartspessimist is en ook geen geharnaste polemist, herbergt haar werk wel een duidelijke kritische component. Ze laat welbewust een tegengeluid horen: “De verhalen die mensen over zichzelf vertellen zijn erg individueel van sfeer. Je hoort de ideologie van onze tijd erin doorklinken: we moeten zélf beslissen, eigen keuzes maken – alsof je daarin niet altijd gestuurd wordt door anderen, alsof je niet beperkt bent door de omstandigheden. Ik leg liever de nadruk op de context van de tijd, op de betekenis van je medemensen en ook op de beperkingen van sociale systemen. We zijn voor dergelijke invloed huiverig, omdat we denken dat dit onze eigenheid aantast. Maar je bent nu eenmaal mens dankzij anderen. Medemensen kunnen een geweldig positieve en vormende invloed op je hebben, en ook een negatieve. In de kritische sociologie van de jaren zestig keek men vaak naar de negatieve kanten van sociale systemen. Die zouden vooral onderdrukkend werken. Ik vind dat eenzijdig. Die onderdrukkende kant is een mogelijkheid, maar geen noodzaak. Voor veel mensen ligt het geluk toch ook in de ander: in de geliefde, in familie, in een werkgever die jou waardeert. Sociale contexten kunnen je beperken en klein houden, maar ze kunnen je ook voeden en inspireren.”

Boer zoekt vrouw

In Vertel laat Brinkgreve op allerlei manieren zien hoe verhalen mensenlevens bepalen. Voor de ‘grote verhalen’ van bijvoorbeeld de religies geldt dat ze hecht verbonden zijn met een manier van leven, met een ethiek, met goed en kwaad. Die grote verhalen hebben plaatsgemaakt voor meer persoonlijke verhalen en voor een sterk individuele beleving. Je zou zeggen, dit leidt tot de versnippering van de moraal: mensen koersen op hun individuele morele kompas. Raken we hierdoor niet verdwaald in een morele chaos? Brinkgreve denkt van niet, hoewel ze de veranderingen in de cultuur niet wil onderschatten: “De grote politieke en religieuze kaders die mij vertellen wat goed en kwaad is, hebben veel minder zeggingskracht dan pakweg dertig of veertig jaar geleden. Maar dat betekent niet dat mensen moreel dakloos zijn of niet nadenken over morele vragen. Mij schiet nu de televisieserie Boer zoekt vrouw te binnen, waarin het gaat over de aard van liefde en van relaties. Hierbij wordt niets gepredikt, er wordt niet openlijk een moraal verkondigd. Maar er wordt wel een beeld gegeven van wat als ‘echte liefde’ wordt gezien, het is een zoektocht naar datgene wat een relatie de moeite waard maakt. Er wordt ingehamerd dat emoties belangrijk zijn, dat je je hart moet volgen. De intieme gesprekken die je allemaal langs ziet komen, geven de kijker de gelegenheid zich te spiegelen en na te denken over de eigen kijk op liefde. Dat is wel degelijk ook een moreel gebeuren.”

Er is natuurlijk wel een fors verschil met de gevestigde religies of met een ideologie als het communisme, stelt Brinkgreve vast. “Die hadden een moreel monopolie, terwijl je in de hedendaagse samenleving verschillende ‘moraalhaarden’ ziet. Het beeld is daardoor veel meer gefragmenteerd. Er is niet meer één massief moreel kader, niemand beschikt over het morele monopolie. Toch leidt dat niet tot chaos, want mensen zoeken soortgenoten. Ze lezen rubrieken in tijdschriften, ze hebben facebook, ze nemen deel aan netwerken van allerlei aard. Wat daar plaatsvindt, zou je afstemmingsprocessen kunnen noemen. Je leert er morele regels: zó moet je je presenteren, déze waarden tellen, dát zijn de woorden die je moet gebruiken. Mensen heten vrij te zijn, maar zijn vooral zich-conformerende-wezens. Mensen zoeken altijd groepen om zich veilig te voelen. We zijn vandaag natuurlijk wel iets vrijer, want we kunnen tot op zekere hoogte de groep kiezen waar we bij willen horen. Maar ik denk niet dat wij per se vrijer zijn in de zin dat we kunnen doen waar we maar zin in hebben. We leven niet in een moraalloze tijd, wel is de moraal onvaster. Juist daarom zoeken we voortdurend naar ijkpunten. Veel mensen lopen bijvoorbeeld warm voor het zogeheten ‘groene verhaal’: tegen de vleesindustrie, tegen uitbuiting van dieren, en vóór een respectvolle omgang met de natuur.”

Hoewel de meeste mensen niets willen weten van een moreel monopolie, is er toch een paradoxale hang naar een groot verhaal, zei Brinkgreve al. Je hoort vaak dat de kerk als instituut passé is, maar dat weerspreekt zij. “Er is onmiskenbaar een grote hang naar de aloude grote religies. Toen ik sociologie studeerde verwachtte ik dat de religie zou uitsterven, maar dat blijkt niet het geval. Mensen blijven behoefte voelen aan wat zij in het verleden hebben ontvangen in de kerk. Het geloof is een groot verhaal waarin je samenhang ervaart en waarin je je heel goed op je plek kunt voelen. In geloofstradities kan er ook sprake zijn van onderdrukking, dat weten we allemaal, maar dat neemt niet weg dat talloze mensen dankzij kerk en geloof de ervaring hebben dat hun bestaan verankerd is, dat ze ergens bij horen. Het is helemaal niet vreemd dat mensen daar ook weer contact mee zoeken, nadat ze er aanvankelijk afstand van hebben genomen.”

Aantrekkingskracht van rituelen

Dit heimwee naar het grote verhaal van de religie staat haaks op de eisen van onze cultuur, met zijn focus op het individu. Brinkgreve: “De opdracht om het allemaal in je eentje voor elkaar te brengen, is gewoonweg heel zwaar. Als reactie daarop ontstaat dan weer de hang naar geborgenheid. Sinds de jaren zestig heeft het idee van bevrijding onze cultuur gedomineerd. We moesten ons losmaken van de verstikkende moraal, van de kerken, van instituten en gezagsdragers. Maar nu merken mensen ook dat ze iets wezenlijks zijn kwijtgeraakt, iets wat hen veel te bieden had. Dat verklaart ook waarom tal van oude woorden weer opduiken, alsof mensen toch niet zonder kunnen: troost, ziel, bezieling, verbondenheid, inspiratie. Die wekken de herinnering aan de geloofsgemeenschap en haar rituelen. Vooral het idee dat je het niet allemaal zelf hoeft te doen, maar dat je bij iets groters mag horen, mensen zal blijven aanspreken.”

Religieuze rituelen zullen sterke aantrekkingskracht behouden, meent Brinkgreve. Maar daar hoef je niet per se gelovig voor te zijn. “Ik denk dat mensen ontvankelijk kunnen zijn voor kerken en de contemplatieve ruimte die deze kunnen bieden. Ze kunnen de zeggingskracht van verhalen uit de Bijbel op zich laten werken, zonder zich gelovig in de traditionele zin van het woord te voelen. Dat geldt in elk geval voor mij. De ontvankelijkheid voor religie begrijp ik goed, ook wat het biedt en waarin het kan voorzien. Naast onderdrukkende kanten zie ik bij het christendom veel heilzame kanten, zoals de zorg voor zieken, naastenliefde, vergeving, barmhartigheid. In de breedte van de samenleving is er behoefte aan plekken voor bezinning en bezieling, ook veel jongeren voelen die behoefte. Dat kan allemaal ook zonder de kerk, maar zo’n al lang bestaand, gevestigd instituut heeft natuurlijk van alles ontwikkeld waarbij je kunt aanhaken.”

Christien Brinkgreve: Vertel. Over de kracht van verhalen, Atlas Contact € 18,99

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *