Het moet anders in de kerk, betoogt ds. Jos Douma in zijn nieuwste boek. Frisser, levendiger, dichter bij het gewone leven. Tjerk de Reus las het alvast. Stapt Douma niet iets te gemakkelijk over de weerbarstigheid van het leven en de invloed van het kwaad heen?

Door Tjerk de Reus

1. Waar ligt de schrijver wakker van?

Hij lijkt me geen rusteloze wakker-ligger, de Zwolse dominee Jos Douma. Maar in figuurlijke zin is wel duidelijk dat hij wakker ligt van de kerk. Om dingen die hem dwarszitten, maar ook om dingen die hij graag wil vertellen, verkondigen en doorgeven. Douma is een immer gedreven boodschapper van goed nieuws. Dit blijkt ook uit zijn nieuwe boek: Verlangen naar het goede leven. Je zou het aan de titel niet aflezen, maar het boek gaat van a tot z over de kerk. En daar, vindt Douma, moet het anders. Frisser, levendiger, dichter bij het gewone leven. Hij wil geen ‘vergadercultuur’ of ‘verambtelijkte sfeer’. Hoewel Douma wekelijks zo’n duizend kerkgangers verwelkomt in zijn kerk (hoofdzakelijk onder de 35 jaar) en een tamelijk succesvolle carrière heeft, zegt hij toch: ‘Soms vraag ik me af hoe ik de kerk overleef.’ Wat bedoelt hij met deze dramatische bekentenis? Uit allerlei uitlatingen in de loop van zijn boek kun je opmaken dat het hem gaat om teveel regeltjes, om emails met teveel bijlagen, om een ‘wettische’ sfeer, om ‘gedoe’. Het zijn signalen dat Jos Douma niet lekker in zijn vel zit in de traditionele kerk. En eigenlijk ook niet in de traditionele geloofsleer. Lezers van zijn blogs weten dat allang. In dit nieuwe boek speelt zijn kritische kijk op kerk en kerkleer een belangrijke rol, hoewel je er hier geen theologische of exegetische uitwerking van aantreft. Het boek is een verzameling denkduwtjes.

2. Wat verrast in dit boek?

Douma schetst zijn eigen theologische ontwikkeling als volgt. Hij ontdekte als adolescent de notie van het ‘Koninkrijk van God’. Hij had daar weinig over gehoord, en vond het inspirerend. Later nam het idee van discipelschap de plek van het Koninkrijk in, althans: daarop kwam veel meer de focus te liggen. Een persoonlijke toespitsing, zou je kunnen zeggen. Maar discipelschap bleek hem toch te activistisch. Zijn nieuwe focus, waarvan dit boek een demonstratie geeft, luidt: ‘het goede leven’. Dat is breder, vindt hij, en daarmee kan ook in beeld komen dat het heil van God zich wijd uitstrekt in de schepping, in de samenleving, onder de mensen. Gelovigen moeten zich die breedte eigen maken. Het gaat niet om de kerk op zich, maar om het goede leven zoals God het bedoelt. Dat is voor iedereen bedoeld. Samen met mensen van allerlei slag zou je moeten ‘lezen, delen en eten’. Deze drieslag is centraal voor Douma. Er klinkt in door dat het gaat om het Woord, om doop en avondmaal, maar dan met openheid naar het alledaagse leven.

3. Wie schrikt van dit boek?

De route die Douma aflegt, in zijn eigen ontwikkeling als theoloog, zal niet voor iedereen geloofwaardig zijn. Dat zit vooral in de opgewekte toon van het geheel. Douma is zeker van zijn zaak. Twijfel speelt bij hem geen rol, terwijl het hier toch gaat over het meest aangevochten en geruïneerde instituut van de laatste decennia. Maar van existentiële nood merk je niets in dit boek – en dat is het grote verschil met de twee inhoudrijke boeken over de kerk die vorig najaar verschenen, van Erik Borgman en Stefan Paas. Existentiële nood is er trouwens ook niet als het gaat om het virulente kwaad in deze wereld – toch best een thema van belang als je over ‘het goede leven’ wilt nadenken. Het kwaad, het lijden, de zonde en dood lijken nauwelijks relevant in het type theologie dat hier gepresenteerd wordt. In de grond van de zaak is er voor Douma geen probleem, want God is liefde en mensen verlangen naar het goede leven. Daar moeten we als kerk ruimhartiger en creatiever mee leren omgaan. Het is een insteek die verbazing wekt, zeker als je beseft hoe nadrukkelijk in de Bijbel existentiële noties ter sprake komen.

4. Heeft de schrijver blinde vlekken?

Het concept van ‘het goede leven’ dat in dit boek wordt gehanteerd wordt, is tamelijk naïef. Douma baseert zich op denkbeelden van N.T. Wright, maar dat doet hij onvolledig. Volgens Wright zijn er inderdaad echo’s het evangelie in de cultuur aan te treffen, maar volgens hem manifesteert zich daar ook de demonische macht van het kwaad. Realistisch van Wright, zou je zeggen, als je om je heen kijkt in de wereld en ook als je je voorstelt wat er allemaal huist in mensenlevens. Als dit aspect gewicht had gekregen in dit boek, zou er niet zo gemakkelijk gesteld kunnen worden dat mensen – gelovig of ongelovig – sowieso naar ‘het goede leven’ verlangen. Of dat ‘elke behoefte die we voelen, (…) ten diepste een uitdrukking (is) van ons verlangen naar God, ook al herkennen we haar niet als zodanig.’ Ja, dan maak je het inderdaad heel breed! Maar dan wordt het evangelie ook heel bleek: een bevestiging van wat we allang willen en onbewust wisten. Je hoeft maar even te bladeren in de Romeinenbrief om te ontdekken dat hier ook iets anders over gezegd kan worden. Of let eens op de reacties van mensen op Jezus. Dat is niet eenduidig, zacht uitgedrukt. Er zit nu eenmaal veel ruis op de lijn, als het Koninkrijk van God zich aandient in mensenlevens. Die weerbarstigheid kun je niet uitschakelen door een algemeen begrip als ‘het goede leven’ als vaandel te voeren.

N.a.v. Jos Douma, Verlangen naar het goede leven. Samen lezen, samen delen, samen eten, uitg. Boekencentrum, 182 blz. € 17,90

3 thoughts on “Verlangen zonder weerbarstigheid

  1. Blij te merken dat er nog mensen (christenen) zijn die door deze humbug heen prikken en zien wat het is: praatjes voor de vaak, geheel los staand van de werkelijkheid. Wat me het meest ontsteld is hoe duidelijk het tussen de regels door (niet aleen de regels van dit boekje) wordt wie er eigenlijk centraal staat hier… Huiveringwekkend.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *